| Verband tussen anti-joodse gevoelens bij moslimjongeren en hun godsdienst |
|
In het rapport ‘Jong in Brussel’ van de KUL, UG en VUB (zie DS 13/05/11) tekent zich voor de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) een duidelijke tendens af, die tegelijk beangstigend en hoopgevend is: wederkerigheid, verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid blijken niet direct dé kwaliteiten van de goddelijk geïnspireerde opvoeding te zijn. Want wat blijkt: er zou een verband bestaan tussen de anti-joodse gevoelens bij moslimjongeren en hun godsdienst. Zo stelt VUB-socioloog Mark Elchardus, die meewerkte aan de studie: “Het antisemitisme bij moslims blijkt immers geen verband te houden met de sociaal-economische achtergrond van het gezin, inkomen en opleidingsniveau van de ouders. Ook de onderwijsvorm van de tiener speelt geen rol. Bij niet-moslims is dat wel zo.” Zelfs Elchardus, die de gewoonte heeft om elk probleemgedrag toe te schrijven aan sociaal-economische achtergronden, moet nu blijkbaar toegeven dat de enige variabele die hier discrimerend werkt, de religieuze achtergrond is. We wensen niet in te gaan op wie hierop het hoogste scoort, maar eerder op wie het laagste scoort inzake jodenhaat. We vragen ons ook af wat de resultaten zouden zijn van een bevraging bij dezelfde doelgroep omtrent holebi’s of atheïsten? Er ontstaat in elk geval het vermoeden dat de scores met grote waarschijnlijkheid dezelfde zouden zijn. De werkgroep atheïsme van HVV roept alle godsdiensten en levensbeschouwingen op om binnen de eigen rangen het waardendiscours over ‘de anderen’ tegen het licht te houden van enkele fundamentele en universele waarden, zoals wederkerigheid en gelijkwaardigheid. Uit deze studie blijkt alvast dat de insteek van een ‘humanistische cohesie’ het meeste kans op slagen heeft inzake een gezonde en vredelievende opvoeding. Peter Algoet en Peter Calluy Werkgroep atheïsme, HVV Antwerpen, 17-05-2011 |