| cyclus Kinderen, jongeren en beslissingen rond het levenseinde - Gustaaf Cornelis |
|
HVW 05.04.10
Cyclus “Kinderen, jongeren en beslissingen rond het levenseinde” (Gustaaf
Cornelis)
Opname: 01.04.10
Uitz.: 05.04.10
Samenst.: KVD / FS
Maar we beginnen met “Kinderen, jongeren en
beslissingen rond het levenseinde”. Dat was een lezingencyclus aan de VUB over
een erg delicaat thema. Met specialisten uit de medische, de juridische en de
ethische hoek. Karel, jij volgde die voor ons. Wat was daar aan de orde?
Ja, Frank, uiteraard het emotionele en
ethische probleem van euthanasie bij wilsonbekwame, want minderjarige kinderen,
maar vooral ook een open confrontatie en communicatie tussen betrokkenen en
specialisten met verschillende levensbeschouwingen en ethische uitgangspunten.
En het mooie hier was dat zij elkaar in belangrijke mate hebben gevonden. Al
blijven er natuurlijk de uiteenlopende standpunten m.b.t. euthanasie. Zeker als
het over kinderen gaat. Maar het was precies de bedoeling om die ethische
diversiteit te herkennen en te erkennen. Ik had na afloop van de cyclus met
initiatiefnemer Gustaaf Cornelis een gesprek over wat het allemaal opgeleverd
heeft. Uit dat gesprek geef ik om te beginnen al dit mee.
‘Mensen mogen niet alleen staan in die
problematiek. En een van de besluiten is toch wel dat het iets is waar mensen
omkaderd moeten worden door een multidisciplinair team. Door een lijfarts,
expert in euthanasie. Dan heb je ook, natuurlijk, de arts, dan de ouders en
centraal het kind. Dat zijn eigenlijk concentrische sferen. Want zulke
beslissingen worden altijd in eer en geweten genomen.’
Gustaaf Cornelis met een ruwe samenvatting
van de lezingencyclus. Maar er was uiteraard veel meer aan de orde. Euthanasie
blijft immers een moeilijke kwestie. Vooral dan als het om kinderen gaat. In de
vijf bijeenkomsten hadden specialisten en betrokkenen met uiteenlopende
levensbeschouwingen en ethische uitgangspunten het over verschillende aspecten
van de problematiek. En in het debat bleek duidelijk de wil om elkaar te vinden
en elkaar te respecteren. Toch wel de aanzet voor een aanvaardbare benadering
van de problematiek. Want een juridisch kader, was het besluit, kan zeker niet
alles oplossen. Dat bleek ook uit het gesprek achteraf met Gustaaf Cornelis.
Wat we hebben
geleerd – en we hebben veel geleerd – is dat het in zo’n multiculturele, maar
vooral levensbeschouwelijk pluralistische maatschappij heel moeilijk is om een
consensus te krijgen. Wat we eigenlijk hebben vastgesteld, is dat dat niet
meteen eerst staat op de dagorde. Het is een wederzijds respect dat je moet
krijgen van alle betrokkenen, levensbeschouwelijk, maar ook wat de expertises
betreft. Dát is het eerste punt, en vooral informatie uitwisselen.
Ja, het thema was uiteindelijk “Kinderen,
jongeren en beslissingen bij het levenseinde”. Je zou je kunnen afvragen: is
het de bedoeling geweest om ook te gaan wegen bijvoorbeeld op de politieke
besluitvorming errond? Dat is dan euthanasiewetgeving, hé?
Wel, dat is de hele
discussie. En dat is ook op het einde naar voren gekomen: willen we
uiteindelijk wat aan de wet doen? Het is duidelijk dat er een vraag is naar een
juridisch kader. Niet iedereen is het erover eens of dat juridisch kader wel
het meest wenselijke is. Dat heeft dan te maken met die levensbeschouwelijke
achtergronden. Vaak is het probleem dat mensen moeten beslissen vanuit een
ethische achtergrond. Wat we bijvoorbeeld hebben gezien bij de verpleegkundigen,
is dat die soms een beetje in de problemen komen omdat ze niet op de hoogte
zijn van enerzijds het juridisch kader dat nu reeds bestaat. Maar dat is dan de
euthanasiewet, die dus geen betrekking heeft op wilsbekwame jongeren. Maar
anderzijds omdat ze ook niet precies onderlegd zijn op het ethische vlak en
daar dus in de problemen kunnen komen. En dan, een van de zaken die we nu pas
hebben vastgesteld, is dat het een goed idee zou zijn om in de artsen en
verpleegkundigen inderdaad een pluraliteit aan te bieden wat ethische
achtergronden betreft. Dat is wel noodzakelijk. Daar waren allen het over eens.
Op welke manier moet je dat eigenlijk
begrijpen, dat ethiek inderdaad een helpende hand kan aanreiken?
Wel, het gaat er
vooral om dat zeer zware beslissingen moeten worden genomen vanuit het geweten.
En je mag ervan uitgaan dat iedereen natuurlijk een geweten heeft, hé. Vooral
op ethisch vlak is het belangrijk dat alle betrokkenen respect hebben voor het
feit dat hier vanuit het geweten wordt beslist.
Hier gaat het natuurlijk om de ethiek van de
hulpverstrekker die in aanvaring kan komen met de ethiek van de hulpvrager. Wat
staat er dan centraal? Moet je uitgaan van precies de ethiek en de autonomie
vooral van de hulpvrager?
Ja, er kan een
conflict ontstaan tussen de ethische positie van de arts, de ethische positie
van het kind, van de ouders, van de omgeving, uiteindelijk van het hele team
dat erbij betrokken is. Dat zijn allemaal individuen. Dus dat is heel complex
en het is ook moeilijk te achterhalen wie wat uiteindelijk ethisch denkt. Nu,
in elk geval, wat vooropstaat – en daarover was ook iedereen het eens – zijn
natuurlijk de rechten van het kind. Uiteindelijk moeten die centraal staan.
Maar aan de andere kant, als het een neonaat is, kun je natuurlijk moeilijk
vragen wat ie precies wil. Dan moeten anderen beslissingen nemen.
In welke mate kunnen kinderen en jongeren
onder 18 jaar inderdaad zelfstandig daarover oordelen en handelingsbekwaam
geacht worden?
Dat is een heel
moeilijke vraag, hé. Dat is die leeftijd. In Nederland, zoals we weten, ligt
die op 16 jaar. In België ligt die op 18 jaar. Een onderzoek van professor
Deneyer heeft aangetoond dat het eigenlijk 14,85 is. Plus, minus 2,5 jaar dus
met een brede marge. Dan heb je natuurlijk het probleem dat kinderen die, goh,
al jaren chronisch ziek zijn en een behandeling ondergaan, misschien wel rond
hun 8 à 10 jaar dat inzicht hebben, terwijl anderen het pas hebben op 16, 17 of
zelfs wel later. En het komt ook natuurlijk ook door de ziekte. Die ziekte kan
enerzijds die leeftijd naar beneden brengen en hen bekwaam maken. Maar evengoed
kan een bepaalde ziekte door de duur of gewoon door de werking een invloed
hebben op het denken en maken dat dat kind minder bekwaam wordt en zelfs
helemaal onbekwaam geacht kan worden.
Eigenlijk is het al niet zo eenvoudig om dat
te communiceren aan een ouder publiek, een volwassen publiek. Ik kan mij
inbeelden dat het nog moeilijker is om dat aan kinderen te brengen?
Van belang is
natuurlijk die communicatie. En ik denk dat dat ook de finaliteit van het hele
project en van het boek moet zijn. Dat we gaan naar het communiceren van de
problematiek. En goh, die consensus over wat de wetgever zou moeten doen, is
uiteindelijk allemaal bijzaak. Het voornaamste is de problematiek bespreekbaar
maken en de ethische en juridische mogelijkheden schetsen.
Dan werd er ook wel verwezen naar meer
behoefte aan persoonlijke ethiek in deze zaak. En respect ook voor de
persoonlijke ethiek van de betrokkenen hierin. Moeten we dat als een oplossing
beschouwen?
Zeer zeker. Het is
bij verpleegkundigen zo dat zij natuurlijk dikwijls denken een tweederangsrol
te spelen. En ze zijn volgzaam bij de artsen. Vele ziekenhuizen gaan een
bepaald beleid voorschrijven en daar vallen ze dan onder. Je kunt er dan uit
raken door inderdaad aan die verpleegkundigen diverse ethische kaders aan te
bieden, zodat ze een beetje zekerheid krijgen, maar daarnaast heb je natuurlijk
ook de juridische zekerheid. Dat is een ander paar mouwen, natuurlijk. Waar we
niet zo meteen uit geraken. Persoonlijk ben ik de mening toegedaan dat het zo
belangrijk is dat mensen overtuigd een beslissing nemen dat ze daarachter
kunnen staan, en dat het vooral het een individueel besluit is en niet omdat ze
onder een bepaalde vlag staan, of onder een bepaalde arts werken, of in een
bepaalde context een besluit moeten nemen, maar dat ze ook overtuigd dat
besluit kunnen nemen. En bijvoorbeeld kunnen zeggen: kijk – en dat laten
euthanasiewetten nu wel toe – in geval van gewetensbezwaren, neem ik niet deel
aan een bepaalde handeling. Maar dat weten verpleegkundigen niet altijd. Dat is
één zaak. En ten tweede, hoe ga je je beslissing uiteindelijk funderen?
Precies die pluraliteit van ethische
standpunten, uiteindelijk, die voortvloeien uit een bepaalde
levensbeschouwelijke houding, waren die voldoende aanwezig in dit debat?
Laten we zeggen, de
christelijke en de vrijzinnige invalshoek waren aanwezig en die zijn beide ruim
aan bod gekomen. In het begin staan ze diametraal tegenover elkaar. En op het
einde ook. Dan vind je dat de positionering is. Dat kan inderdaad verstrekkende
gevolgen hebben voor zo’n debat. Omdat dan bepaalde dingen niet kunnen. Maar
het belangrijkste – en daaraan hebben alle experten zich gehouden, en ook het
publiek trouwens – is: als je transdisciplinair gaat en toch op een zeker punt
probeert afstand te nemen van een aantal overtuigingen, dan kan er vooral een
respect groeien tussen de deelnemers, en zie je dat er toch wel overeenkomsten
kunnen ontstaan. Maar vooral dat het debat blijft bestaan en dat er zich een
dynamiek ontwikkelt. Dus ondanks het feit dat er tegenstellingen waren, moeten
we toch constateren dat er openheid is vanuit de betrokken partijen. Wat ik in
dezen een enorme vooruitgang vind.
‘Openheid vanuit de betrokken partijen,
ondanks de tegenstellingen…’ Gustaaf Cornelis na afloop van de cyclus over
“Kinderen, jongeren en beslissingen rond het levenseinde”. Een en ander wordt
weldra in boekvorm beschikbaar en uitgegeven bij Academic Science Publishers. U
hoort er zeker meer over. En dat euthanasie bij minderjarigen aan de orde
blijft, blijkt ook uit het symposium dat op 7 mei plaatsheeft aan het UZ van
Gent. U verneemt er alles over via Geert Pousset op
02 477 47 54.
|