Home
Kritisch Lezen
 

De liefde,natuurlijk

Auteur:  Carlos Drummond de Andrade
ISBN:  90-295-1321-7
Uigeverij:  Amsterdam : De Arbeiderspers, cop. 1992
Commentaar: 
Deze prachtige gedichtenbundel is een krachttoer.
Eerst en vooral vanwege de schrijver zelf.
Op (waarschijnlijk) hogere leeftijd ( 80-85 jaar) is hij er in geslaagd erotische gedichten te schrijven met een frisheid en een vitaliteit, een jonge man, of een man in de volheid van zijn leven waardig. Maar wat nog veel sterker is,  hij had zich als doel gesteld “de fysieke kant van de liefde te verheerlijken in poëtische en waardige taal”. Indien hij daarna aarzelde om “ O amor naturel” toch te publiceren, was dat omdat hij zag en aanvoelde hoe seks, de geslachtsdaad, in de westerse wereld zeer vlug en radicaal herleid  werd tot “fucking”, tot pornografie, open en bloot als aannemelijk als “normaal” en “the thing to do” uitgesmeerd in kranten, als reclame, in talloze programma’s op tv, in verbijsterende massa op internet. Dit weerspiegelt zich natuurlijk ook in de literatuur, waarin blijkbaar geen enkele roman meer kan geschreven worden zonder een degelijk aantal expliciete vrijscènes.
In het algemeen is het normaliseren en het uit de taboe- en zonde-sfeer halen van seksuele betrekkingen en het normaliseren van pornografie een positief iets. Toch is het ook jammer als dat zou betekenen dat verliefdheid, vrijen, liefde, het geslachtelijke, een gewoon, versleten alledaags “ding” zouden worden, niet meer dan lichaamsdelen in mekaar steken en maar wippen, en dat men dat enkel zou uitdrukken met schunnige en obscene woorden, met platte, smerige taal, grof en vulgair, zoals dat in de pornografie altijd het geval is.
Eigenlijk vernederend voor de (denkende, voelende, verbeeldingsvolle, scheppende) mens… Het zou jammer zijn dat door de toename van platte pornografie de smaak en de beleving van het seksuele zou verloederen.
Wat Carlos Drummond de Andade ons heeft nagelaten in zijn laatste bundel is dan ook een prachtig geschenk omdat hij er wèl in geslaagd is het geestelijke, het platonische, het schroomvallige soms, het guitige, het pure plezier, het bewonderende,  het prikkelende, het speelse, het zinnelijke, het ironische, het passievolle, het ontgoochelende, het gekwetst zijn, het schalks humoristische, het tedere, het spontane, het amper beheerste, het zich verliezen, het vrolijke en het verfijnde van de omgang van twee mensen in de liefde te verwoorden.
 
Hij denkt terug hoe geschokt hij ooit was door de directheid waarmee 30 jaar geleden een vrouw het initiatief nam: “ Waarom hou je die broek aan, liefje” terwijl billen nu verschijnen op affiches en de vrijer een “consument amant” geworden is.

Er is dat jonge meisje dat in hem haar dode vader ziet en dus vrijen ze “met de dood erbij”.
Hij denkt terug aan
“De koele Lolita, dreef zij soms de spot
 met de wanhoop, de weelde, de wellust, de woede
die haar kleine borsten met stevige tepels
 in mij, als een dier in het woud, konden voeden?”

Er is de oud-prostituee die zich nu “met deugdzaamheid heeft omgeven” maar die hij toch nog eens zou willen bezitten zoals toen.
Hij weet: “Na stand negenenzestig is het vlees triest. Is het genot niet meer dan zand?”
En “Liefde is niet compleet als ze niet weet van de dingen die slechts liefde kan verzinnen”
Hij herinnert zich “De kuisheid waarmee zij de dijen spreidde, zo nauw als ze was, zich opensloot” en “Ja, ik moet denken aan een slet, voor lijf en leden een gevaar én voor de poten van het bed.”

De tong likt:
” En likt, likt lang, likt langzaam, languit likkend,
de likeurachtige behaarde grot,
bereikt, hoe meer hij likt, hoe meer hij kauwt,
de hemel van de hemel, goud op goud,…”

Er is het lange, plagende gedicht, de herinnering aan
 “het meisje liet de dijen zien, het meisje liet de billen zien,
maar dat liet zij niet zien- schelp, goudberil, smaragd-
dat zich vierbladig opent en meest gul genot omsluit,”
 
dat alles laat zien en doen, maar
 “haar dijen bleven voor mij toe, zonder zicht op zegepraal.”
 
En nog een klein proevertje:
 
“Eenwording in bed, of in de kosmos?
Waar houdt de kamer op, raakt hij de sterren?
Welke lust in onze lenden voert ons
Naar dat ver domein, etherisch, eeuwig?
Eén zacht beroeren van de clitoris,
En reeds is alles in een oogwenk anders;
Dat ene kleine plekje op het lichaam
Is het centrum van bron, brand en honing.”
 
Deze bundel is ook een krachttoer voor August Willemsen, die al zijn lauweren verdiend heeft met de vertalingen van Fernando Pessoa en Machado de Assis.  Hij “vertaalt” natuurlijk niet , hij geeft niet gewoon de inhoud van het gedicht weer, maar hij herdicht want hij wil “recht doen aan de poëzie van de originelen” en kiest zorgvuldig de Nederlandse woorden, “vertaalt” zelfs de alliteraties, de metriek, de versvorm.
 
Om te eindigen met de dichter en met de laatste regels van deze – zijn laatst gebundelde –  gedichten:
 
“Laat de ejaculatie dus mijn eind bekronen
En moge ik dan gaan, in vrede met mijn lot,
Mijn sperma sprenkelend daar waar de doden wonen.”
 
V De Raeymaeker.
 


 

Valide CSS!