Home
Kritisch Lezen
 

De lammeren

Auteur:  Mustafa Kör
ISBN:  9789055158188
Uigeverij:  Uitgegeven bij Van Gennep in 2007
Commentaar: 

Mustafa Kör is geboren in 1976 in Turkije en emigreerde naar België toen hij drie jaar was. Toen hij 25 was, droomde hij ervan een boek te publiceren. Nu, op zijn dertigste, is het zover.
‘De lammeren’ is het opmerkelijk debuut van een immigrant die zijn leven heeft gevonden in Maasland, een streek in Limburg die veelvuldig wordt vermeld in zijn boek. Zijn vader kwam in de jaren zestig naar België om in de mijnen te gaan werken, eerst in Charleroi, later in Eisden. Moeder bleef met vier kinderen in Turkije achter. In 1979 kwam het gezin, inmiddels uitgebreid tot zes kinderen, naar België.

Hoofdpersoon is Umut, een jongeman uit Ağabey in Anatolië maar geboren in Konya, de heilige stad van de wijsgerige Mevlânâ. Het verhaal vangt aan met de jaarlijkse visite van zijn moeder in Maasland. Reeds uit het eerste hoofdstuk blijkt zijn liefde en respect voor zijn moeder, zijn Sultane zoals hij haar noemt. Door haar verhalen maakt zij hem deelgenoot van het leven ginds in het dorp. Hij zegt: ”Met haar voel ik me weer een geheel. Moeder vult de leemte. Telkens ze me bezoekt, word ik verwend. Ze trakteert me op verhalen uit haar leven. Kleurrijke maar ook treurige verhalen en gesprekken over lieden die zijn gekomen en gegaan in ons leven”(…) en (…) “Moeder wekt kennissen, familie, buren en dieren en geesten weer tot leven die ze als bollen stuifmeel aan haar lijf heeft meegenomen”.(…)

In het begin van de jaren zestig – the golden sixties – vertrekken veel mannen uit het dorp naar België om in de mijnen te gaan werken. Eén van de gevolgen daarvan is dat de schapen en lammeren worden verkocht aan veehandelaars uit Konya: (…)Met het heengaan van de lammeren verdween niet alleen het existentieel deel van het dorp. Het was de aankondiging van een nieuwe era, van onvermijdelijke verandering (…)

Het vertrek van de mannen, die meenden dat er hopen werk én centen te scheppen waren in het buitenland, maakte hun vrouwen ontroostbaar. De passage over het verdriet van Umut’s moeder is hartverscheurend: (…) Tijd voor het afscheid. Ze verdrong haar verdriet en negeerde de brandende pijn in haar keel. Het vertrek lag als een lavasteen op haar maag. De hele nacht smeekte ze hem met verzengende tranen om te blijven. Haar ogen waren klein en rood van het huilen. Ze snikte radeloos, haar schouders schokten. Moeder probeerde zich voor haar twee kinderen te beheersen, maar mijn zussen hadden haar toch gehoord. Ze kropen angstig bijeen en troostten elkaar. “Mijn ram, mijn leeuw, ik ben bereid om je slaaf te zijn, offer me, maar ga niet heen. Laat me niet alleen hier in dit oord. Wat begin ik zonder jou? Ik krijg geen hap of druppel door mijn keel. Ik verwelk, ik sterf zonder mijn vorst aan mijn zijde”. Vader probeerde haar te troosten, hij kalmeerde haar. Moeder zat op haar knieën op het karmozijnrode tapijt, haar tranen vielen en vielen maar, als vlokken van natte sneeuw van een gure, lange winter op komst. Ze vielen op haar blanke armen en op haar handen die op vaders knieën rustten.(…), (…) Vader kuste haar vochtige ogen, zijn adem stokte. Maar hij hield zich sterk, hij dwong zijn tranen hun bron niet te verlaten. Zijn hersenen leken een grijze massa verdoofde waanzin door het verdriet van zijn lieve, ontroostbare vrouw (…)

Afscheid is een rode draad doorheen het verhaal. Afscheid van vader, die naar België gaat. Afscheid van de mooie Ayşa met het zijdezachte naar krokussen geurende haar. Afscheid ook van zijn broer Ilyas, die in Belgïe om onbekende redenen zelfmoord pleegt en een onherstelbare leegte achterlaat in zijn hart. Een herinnering aan Maasland: (…) Ik weet nog precies hoe we samen over het bospad naar het voetbalterrein buiten het dorp reden, hoe Ilyas me bij onze terugkeer liefdevol vermanend toesprak terwijl ik dolblij aan mijn nieuwe clubtas in de roodzwarte clubkleur zat te frutselen. Geregeld zag ik hem met een bezorgde blik achterom kijken, hijgend zei hij :”Let op dat je niet tussen de spaken komt te zitten, voetballerke, die voeten gaan goud waard zijn”. Zijn knipoog, de zon die door het bladerdak van het dennenbos op mijn gezicht viel, de druk op mijn billen van de bagagedrager van die aftandse fiets, die dag is één van mijn mooiste herinneringen aan Ilyas (…). Wanneer Umut als volwassen man op bezoek gaat bij familie en vrienden in Anatolië om met zichzelf in het reine te komen, beseft hij dat Maasland ook zijn thuis kan zijn. Hij laat los: (…) Daar ben ik, home sweet home. In de schaduw geleund tegen de gevel van mijn eigen woning steek ik een sigaret op en realiseer me pas goed hoe verstrengeld ik met dit leven ben: deze trage straat, mijn ordelijke buren, de heerlijke smaak van een ordinaire friet met stoofvlees, de meeuwen aan de Maas, de velden, de vallende kastanjes in de vroege herfst, madeliefjes in de wind, de geur van croissants bij de bakker op zondagen, de postbode in het ochtendgloren, de innemende glimlach van weerman Frank op de buis, de regen die tegen mijn ramen tikt, de theegesprekken met Lei in de avonden, mijn vrienden, mijn boeken, mijn bed, hoe dit oord en ik deel van mekaar geworden zijn, hoe ik ook een Maaslander ben geworden en hoe het allemaal wel goed is zo (…)

De personages, landschappen en leefsfeer zijn door de auteur prachtig en gevoelig in beeld gebracht, soms eenvoudig, soms bijna barok, maar zo ontroerend dat het je bij de keel grijpt. De oriëntalistische kleuren van Anatolië zijn in fel contrast met het grijze en groene landschap van het Maasland en soms lijkt het alsof je naar een schilderij kijkt. Mustafa Kör heeft ten volle zijn kans benut om zijn zoektocht naar zijn verleden en zijn identiteit op een waardevolle manier duidelijk te maken aan ieder die begrip wil en kan opbrengen voor mensen met een multiculturele achtergrond.

Edith Clabots


 

Valide CSS!