Jongeren
Grijze Geuzen
Zedenleer
Pers
Home
Nieuws
Activiteiten
Kalender
Fotoalbums
HVV
Structuur
Wie is wie?
Vrijzinnig Humanisme
3 Pijlers
Voorzitter/Woordvoerder
Lid/vrijwilliger worden?
Jobs
Infopakket
Onze Media
Pers
Nieuwsbrieven
Tijdschriften/ Krant
Campagnes
Films
Radio/ Tv
Ons Aanbod
Documentatiecentrum
Didactisch materiaal voor leerkrachten
Wilsverklaring Euthanasie
Vrijzinnige Plechtigheden
Kritisch lezen
Kerkuittreding
Ontmoetingscentra
Workshops
Tentoonstellingen
En nog veel meer!
Webshop
Voor de afdelingen
Links
FAQs
Contact
Sitemap
Home
Kritisch Lezen
Van Hoed tot Ondergoed (Streekdrachten in Vlaanderen)
Auteur:
Dr. Henri Vanoppen. (red.)
ISBN:
978 90 5826 685 9
Uigeverij:
Davidsfonds, Leuven
Commentaar:
In 1994 verscheen een standaardboek “Streekdrachten in onze Gewesten”, onder impuls van de streekdrachtencomissie. Overschot aan materiaal en dezelfde commissie resulteert nu in een tweede deel: “Van Hoed tot Ondergoed”.
Een eerste hoofdstuk neemt de klompen, de schoenen van de armen en van diegenen die zwaar en ruw werk deden onder de loupe: van de middeleeuwse “trippen” of “patijnen” - zoals je die van Van Eyck’s “Echtpaar Arnolfini” kent – tot de klomp als verkoopvoorwerp voor toeristen.
In hoofdstuk twee wordt de fameuze blauwe kiel van de Conscience-boeken onderzocht: Was de kiel typisch Belgisch? Waarom was hij blauw? Hoe ziet een zondagse kiel eruit? Wanneer verdwijnt hij?
In hoofdstuk drie is het de beurt aan de kepie, de fooi, de pet - gaande van de kepi van het Belgisch leger tot vandaag, wanneer iedereen wel één of andere soort kepie draagt.
De Hoofdstukken vier tot en met acht kijken naar de streekdrachten in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Vlaams-Brabant en Limburg.
Je leest erover in elkaar opvolgende kleine artikeltjes waarin men zoekt naar sporen van deze klederdracht in het verleden en het heden, onder meer in kledijbeschrijvingen van overledenen, terechtgestelden, vermiste, gekke of gezochte personen, maar evengoed in publiciteit, musea, via foto’s (vooral in de Kempen waar de streekdracht bewaard bleef tot 1950.), tekeningen, schilderijen, votiefschilderingen, tot bij typische schilders van klederdrachten, prentjes en kranten.
Hoofdstuk negen gaat over streekdrachten bij speciale gelegenheden of groepen, zoals de plechtige communie, het huwelijk, de rouw, de schuttersgilden, ambtskledij, de suisse in de kerk.
Hoofdstuk tien brengt verslag over het verdwijnen van de traditionele klederdracht en de evolutie van Koning en adel, die de mode bepaalden, met daarnaast ook heel even de burger tijdens de Franse Revolutie, later gevolgd door filmsterren en Vips en na 1950 door de jeugdcultuur.
Hoofdstuk elf is vooral gewijd aan de volksdansgroep “Reuzegom” en in hoofdstuk twaalf wordt er terecht een blik geworpen op de Marokkaanse en Turkse kledij in ons land.
Dit is gedeeltelijk een kijkboek met mooie (kleuren)prenten, maar vooral ook een verzameling van al wat maar over streekkledij aan informatie kon gevonden worden. Daardoor komt het geheel over als een eerder saaie opsomming, met veel gelijkende en soms overlappende inlichtingen. Het is dus vooral een naslagwerk geworden. Dat betekent niet dat je niet heel wat leert, zoals bijvoorbeeld over gebreide maandverbanden, het belang van tweedehandskledij en het voortdurend recycleren van kleren tot de Industriële Revolutie er een consumptieartikel van maakt. Of over de elf bewerkingen die nodig zijn bij het produceren van lakens, over vrouwen die zich verstoppen voor “den braven priester” omdat die vindt dat ze hun borsten onvoldoende bedekken, ….
Het was waarschijnlijk goed bedoeld om bij de prenten de ondertiteling in vijf talen te willen geven, maar erg vervelend is daarbij dat je bij iedere prent achteraan in het boek naar uitleg moet zoeken.
V De Raeymaeker
[ terug ]