Jongeren
Grijze Geuzen
Zedenleer
Pers
Home
Nieuws
Activiteiten
Kalender
Fotoalbums
HVV
Structuur
Wie is wie?
Vrijzinnig Humanisme
3 Pijlers
Voorzitter/Woordvoerder
Lid/vrijwilliger worden?
Jobs
Infopakket
Onze Media
Pers
Nieuwsbrieven
Tijdschriften/ Krant
Campagnes
Films
Radio/ Tv
Ons Aanbod
Documentatiecentrum
Didactisch materiaal voor leerkrachten
Wilsverklaring Euthanasie
Vrijzinnige Plechtigheden
Kritisch lezen
Kerkuittreding
Ontmoetingscentra
Workshops
Tentoonstellingen
En nog veel meer!
Webshop
Voor de afdelingen
Links
FAQs
Contact
Sitemap
Home
Kritisch Lezen
Onze keuze: Een actieplan om het klimaat te redden
Auteur:
Al Gore
ISBN:
9789029085489
Uigeverij:
Amsterdam, Meulenhoff
Commentaar:
‘Onze keuze’ van Al Gore ziet eruit als een handboek over de klimaatcrisis en heeft ook de gunstige kenmerken ervan, namelijk duidelijkheid, grondigheid, volledigheid en overzichtelijkheid. Alle facetten van het probleem komen aan bod. Zowel de vervuilende instanties als de alternatieve energiebronnen, zoals zon- en windenergie en geothermische energie, worden belicht. Er wordt een diepgaande analyse gemaakt van de levende aardse systemen met de nadruk op twee belangrijke elementen: de bossen en de aarde, zonder dat het probleem van de overbevolking wordt vergeten. Maar al te vaak zijn tegenwoordig geluiden te horen ten voordele van grotere gezinnen omdat het reproductiecijfer van de Westerse bevolking te laag zou zijn.
Heilige huisjes worden evenmin ontzien, van sommige multinationals, over de politieke klasse tot zelfs de media worden niet gespaard. Vooral echter worden, verspreid over het ganse boek, realistische en doordachte middelen aangereikt om het tij van onwetendheid en kwaadwillig kortetermijndenken te doen keren. ‘Onze keuze’ is dan ook gericht aan iedereen omdat iederéén erbij betrokken is en omdat iedereen kan en moet ingrijpen, elk op zijn/haar eigen niveau. Hoe dat kan wordt in het lang en breed uitgelegd. Wat zal de keuze zijn: kerncentrales, zonne-energie, geothermische energie, centrales op kolen, op biomassa of op aardgas, waterkrachtcentrales of windmolens? De keuze is inderdaad aan ons.
De degelijkheid en pertinentie, maar ook de leesbaarheid van het werk maakt het uiterst geschikt om iedereen grondig te informeren. Het is dan ook aan te bevelen aan eenieder, zowel de burgers als de politici - voor wie het verplichte lectuur zou moeten zijn. Maar ook industriële middens kunnen er hun voordeel mee doen. Maar al te vaak is gebleken dat ook bij hen een gebrek aan informatie en vooral belangstelling leidden tot het negeren van efficiëntere en goedkopere productiemiddelen - want ecologisch is al lang niet meer altijd synoniem van duurder.
Misschien zou men het kunnen verwachten van een dergelijk boek, maar is het zeker niet saai geschreven. De mooie illustraties, de vele tabellen en kaarten, mooi en kleurrijk, zorgen voor een aangename presentatie van de gegevens, overzichtelijk en duidelijk.
Dat werkelijk aan alles gedacht is, mag blijken uit de aandacht die geschonken wordt aan de wijze waarop de mensen informatie verwerken, waarbij de korte termijn vaak de bovenhand haalt op de lange termijn; waardoor het moeilijk blijkt om ingewikkelde problemen op een eenvoudige en dus begrijpelijke wijze aan te brengen en ingesleten gedragspatronen hardnekkig het gezonde verstand dwarsbomen.
Dat ook echt niemand ontsnapt aan de beschuldigende vinger van Gore is duidelijk wanneer hij vermeldt dat in 1989 Amoco, de American Forest & Paper Association, het American Petroleum Institute, Chevron, Chrysler, Cyprus AMAX Minerals, Exxon, Ford, General Motors, Schell Oil, Texaco en de US Chamber of Commerce - stuk voor stuk belangrijke spelers in het economische leven - de Global Climate Coalition (GCC) oprichtten om een enorme misleidingcampagne op te starten, die de realiteit van de opwarming van de aarde en elk verband tussen opwarming en menselijk handelen ontkende (p. 363). Het werd pas echt te gortig toen het advies van hun eigen wetenschappers, die tot de slotsom gekomen waren dat de wetenschappelijke feiten niet ontkend konden worden, genegeerd werd. Een volgende van de vele voorbeelden die Gore vermeldt, is de tussenkomst van Philip Cooney. Dit staflid onder president
George W. Bush bracht industrievriendelijke, maar foute wijzigingen aan in wetenschappelijke regeringsverslagen over de opwarming van de aarde. Het legde hem geen windeieren want hij mocht later bij EXXONMOBIL aan de slag. Hoe slagen deze mannen erin hun geweten te sussen, wanneer zij, door het vervalsen van wetenschappelijk bewijs, de gehele aarde opofferen aan hun kortzichtige belangen? Welke waarden hanteren zij om daarmee door te kunnen gaan?
Politici spelen inderdaad een cruciale rol. Immers, niet enkel de financiële, maar ook de industriële wereld is overgeschakeld op het kortetermijndenken. Daardoor worden niet voldoende investeringen gepland, en al helemaal te weinig duurzame. Dat legt een nog zwaardere taak op de schouders van de overheid, die vervuilende industrieën zou moeten ontmoedigen en schone bevorderen. Maar (vooral het Amerikaanse) lobbysysteem is daarvoor nefast, in het bijzonder de verbondenheid industrie – politieke wereld. Niet voor niets geloven maar 75% van de hogeropgeleide democraten dat de opwarming van de aarde door mensen wordt veroorzaakt, niettegenstaande de wetenschappelijke bewijzen unaniem en overweldigend zijn. Bij de republikeinse hogeropgeleiden is het nog erger gesteld (slechts 19%; p. 352). Van politisering van algemeen menselijke belangen gesproken.
Omdat politici oog hebben voor de stemmen die worden uitgebracht, is het evenzeer van het grootste belang dat de kiezers juist geïnformeerd worden. Omwille van het schone geld krijgen de ontkenners evenveel, zoniet méér ruimte om hun standpunt in de media te verdedigen. Het staat mooi om dat als neutraliteit – je weet wel, voor- en tegenstanders aan het woord laten - in de media te brengen, maar het gaat eigenlijk wel om desinformatie. Gore citeert senator Pat Moynihan: “Eenieder heeft wel recht op een eigen mening, maar niet op eigen feiten” (p. 24). “Op de lancering van de massale propagandacampagne van de industrie volgde (in de Verenigde Staten, HV) een radicale verandering in de verslaggeving. Die verandering leidde tot een ernstige verzwakking van de politieke steun aan maatregelen ter vermindering van vervuiling die opwarming van de aarde veroorzaakt” (p. 365). Of hoe het onthouden van de waarheid aan de bevolking diezelfde bevolking in het verderf kan storten…
Het is intussen immers meer dan duidelijk dat de mens wel degelijk door de uitstoot van broeikasgassen het klimaat drastisch verstoort. Kolengestookte krachtcentrales stoten gigantische hoeveelheden koolstofdioxide uit, maar ook de industriële landbouw, de bemesting, het transport, het platbranden van bossen en vuilstortplaatsen zorgen hiervoor. Sommige industrieën en bedrijvigheden stoten zeer krachtige broeikasgassen uit, bekend als halogeenalkanen; sommige daarvan zijn per molecule duizenden maal krachtiger dan CO2 (p. 34). De burgers zelf kunnen echter heel wat doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, niet in het minst door het bouwen van energiezuinige woningen. Passieve zonnehuizen vormen daarvan een voorbeeld. Daardoor kan het energieverbruik drastisch verminderd worden, en, in combinatie met zonnepanelen en andere technologieën tot een zero-energiegebouw omgevormd worden (p. 75). De bouwpromotoren dienen echter ook door overheidsreglementering aangezet te worden tot het aanbieden van energiezuinige woningen. Zij zullen daar wellicht niet toe over gaan op eigen initiatief, omdat de investeringskost hoger ligt, en dat is niet zo’n gunstig verkoopsargument. Fiscaal of regulerend energiezuinig bouwen aanmoedigen en energieverspillend bouwen ontmoedigen zou overal de regel moeten zijn.
Aanvankelijk bleek dat het verbouwen van gewassen voor biobrandstof in de meeste gevallen niet zo’n goed idee is, omdat daardoor de landbouwgrond voor voedselgewassen werd ingenomen. Maar het verbouwen van olifantengras is wel weer gunstig, omdat het weinig zorg vereist en omdat het op arme, anders braakliggende gronden kan verbouwd worden. Zo blijkt dat aangepaste vormen van energiewinning telkens opnieuw betere oplossingen kunnen bieden. Het is dan ook van het grootste belang dat de informatie naar de nieuwste inzichten bijgewerkt en meegedeeld wordt aan de bevolking. Zo’n bijgewerkte informatie is te vinden op de website www.ourchoicethebook.com .
Nog een voorbeeld van de efficiëntieverbetering zijn de super grinds of intelligente distributienetwerken van elektriciteit. Hoge voltages kunnen over lange afstanden getransporteerd worden, waarbij slimme netwerken de distributie optimaliseren en plaatselijke opslagplaatsen pieken opvangen. “De technologie voor de aanleg van een supergrind is uitgewerkt en volledig beschikbaar. Het enige dat ontbreekt is de politieke wil” (p 274). Het National Energy Technology Laboratory schatte twee jaar geleden dat het verouderde Amerikaanse energienetwerk de maatschappij jaarlijks 206 miljard dollar koste (p. 277). Je kan moeilijk blijven beweren dat ecologisch synoniem is van duur.
Een verouderde wetgeving is er echter (vooral in verschillende staten van de Verenigde Staten) de oorzaak van dat vervuilende industrieën bevoordeeld worden ten overstaan van schone industrieën - waardoor nog maar eens de impact van de regelgeving, naast ander overheidsmiddelen zoals de belastingspolitiek, evident wordt. Bovendien dienen de gestemde wetten ook toegepast en gecontroleerd te worden en overtredingen gesanctioneerd te worden. Het gaat niet op om herbebossing voor te schrijven bij het kappen van bomen, als niemand zich iets van die regelgeving aantrekt. Volgens Willie Smits, een Nederlandse bosbouwkundige, wordt het hout gewoon gestolen, want er wordt gekapt nog voor er iets geplant werd. Het gaat ze immers alleen om het hout. “Het is als doorrijden na een botsing” (p. 175).
Één van de grote troeven van het boek is dat de ecologische problematiek vanuit verschillende invalshoeken en disciplines wordt behandeld, wat in feite bittere noodzaak is bij dergelijke onderwerpen. Vanuit bepaalde ecologische middens wordt soms eenzijdig gekeken naar de mogelijke ingrepen. Zo werd ooit beweerd dat windmolens een bedreiging vormen voor de vogels. Wanneer daarentegen niet enkel de windmolens maar ook andere bedreigingen voor de vogels in aanmerking worden genomen, blijkt dat in de Verenigde Staten per jaar 550.000.000 vogels zich te pletter vliegen tegen gebouwen, 80.000.000 door auto’s worden gedood, 100.000.000 door katten en 67.000.000 door pesticiden, en slechts 285.000 door windturbines (p. 84). Rekening houdend met de gunstige effecten van het overschakelen op windenergie, is de balans dus toch gunstig.
Vooral overweldigend is echter het argument dat elk van de grote oplossingen voor het energieprobleem afzonderlijk reeds in staat is de wereld van een veelvoud van de nodige energie te voorzien. Het argument dat de ontwikkeling van grote delen van de wereld een gigantisch energieprobleem zal veroorzaken gaat enkel op indien in termen van de huidige energievoorziening geredeneerd wordt en indien de realistische alternatieven buiten beschouwing worden gehouden. Dat die alternatieven niet langer utopisch zijn wordt bemoedigend bevestigd door recente technologische vindingen, zoals de beloftes van de nanotechnologie - om er maar eentje te noemen. De prijs-kwaliteit verhouding is tevens voortdurend aan het verbeteren dankzij onderzoek en ervaring. In veel gevallen blijken de nieuwste technieken de oudere ook financieel gunstig voorbij te steken, zelfs indien de kost van de vervuiling niet eens in rekening wordt gebracht. Als dat laatste dan wel in de weegschaal gelegd wordt, verliezen de oude vervuilende industrieën veruit de vergelijking. Aan efficiëntie moet evenmin ingeboet worden, zeker als daarenboven door grote netwerken de verschillende energieverwekkers met elkaar aanvullend in verbinding worden gebracht over de grenzen heen.
Maar ook kleinschaligheid kan een steentje bijdragen.
Er is dus niet één oplossing voor de ecologische problemen: uiteenlopende initiatieven kunnen (en zullen hopelijk) geleidelijk naar de oplossing leiden. Maar, nogmaals, de wil moet er zijn. De knowhow is er reeds en neemt nog met de dag toe.
Deze boekbespreking ving aan met de vaststelling dat het boek alle kenmerken heeft van een degelijk handboek, vlot lezend. Voor wie achteraf nog eens iets wil opzoeken bevindt er zich achteraan een register zoals het in elk handboek dat zichzelf respecteert. En nu, heren politici, belangstellenden en niet-belangstellenden: lezen maar!
Hendrik Vanmassenhove
[ terug ]