Home
Kritisch Lezen
 

Tante Roosje. Het oorlogsgeheim van mijn familie

Auteur:  Paul Glaser
ISBN:  97 890 742 74432
Uigeverij:  Verbum, Leuven
Commentaar: 
De achterflap vermeldt: een waar gebeurd verhaal dat de lezer raakt in het diepst van zijn ziel.  Pas achteraan wordt iets vermeld over de auteur, zijn afkomst en carrière als directeur van onderwijs- en zorginrichtingen.  Daarnaast is hij ook bedrijvig in de culturele sector.

Het verhaal van Tante Roosje is echt ontroerend en brengt een opwekkende boodschap.  Haar leven wordt zeer uitgebreid behandeld en het is zeer gepassioneerd, intensief en avontuurlijk.  Ondanks alle tegenspoed en lijden die zij ondervond in de oorlogsperiode, is zij altijd positief en optimistisch gebleven, mede dankzij haar opportunisme en uitzonderlijk aanpassingsvermogen.
Tussenin komt ook het leven van de auteur aan bod.  Zijn ouders leerden hem dat het belangrijk is om op mensen en omstandigheden om je heen af te stemmen.  De auteur wist aanvankelijk niet dat zijn vader een joodse achtergrond had.  Hij kwam dat pas op latere leeftijd, als volwassene, te weten.
Ook Roosje werd opgepakt en naar de kampen gestuurd, eerst in Nederland, daarna in Polen.

Door haar gewiekstheid en dadendrang slaagde zij er telkens weer in om het beste te maken van haar moeilijke omstandigheden.  In Auschwitz onderging zij medische experimenten en werd zij gesteriliseerd.  Nadien kwam ze zelfs bij de ploegen van de gaskamers terecht, waar zij zich diende te pantseren in om hoe dan ook te overleven.  Zij moest mee de slachtoffers begeleiden en nadien de lijken buiten halen en verbaasde zich erover hoe onverschillig zij werd voor andermans lijden en dood.  Zij ontsnapte er door in een wapenfabriek te gaan werken, eerst als arbeidster, nadien op kantoor.  Zij wist zelfs ontspanningsavonden te organiseren voor het Duitse personeel en bewakers.  Uit lijfsbehoud begon ze ook een liefdesrelatie met een Duitse officier - als goed uitziende vrouw altijd een oplossing in een mannenwereld.  Zij verbleef ongeveer anderhalf jaar in gevangenschap, tot de ontruiming van het kamp. 
Na een dodenmars werd zij per georganiseerde vergissing op 30 april 1945 met Scandinavische gevangenen door Het Zweedse Rode Kruis uitgewisseld tegen Duitse krijgsgevangenen. 

Zij schreef een dagboek en vermeldt dat om in de concentratiekampen te overleven men niet alleen geluk moest hebben, maar bovendien moet durven liegen, bedriegen en stelen - wat meestal ten koste gaat van anderen.
De auteur haalt aan dat de verhalen uit geschiedenisboeken, herdenkingen en documentaires meestal afstandelijk en abstract zijn.  De echte ervaringen van de gevangenen over onmogelijke dilemma’s, lafheid, willekeur, moed, verraad en moord, brengen de rauwe werkelijkheid tot leven.  Er was na de oorlog ook de onverschilligheid van de geallieerden en van de eigen bevolking.  Verhaald wordt hoe vele Nederlanders, beambten en burgers, ijverig hebben meegewerkt aan de jacht op joden en verzetslieden.  Er was dus meer verraad dan verzet.

De auteur wijst er op dat hoewel de holocaust steeds verder uit het zicht verdwijnt, hij nog altijd een zware hypotheek legt op de nakomende generatie van families van slachtoffers.  Roosje zélf heeft na de oorlog een nieuw en gelukkig leven kunnen opbouwen in Zweden en heeft zich daar laten nationaliseren, na veel miserie met de Nederlandse overheid.  Ook andere familieleden die de holocaust overleefd hadden, ondervonden slechte ervaringen met hun vroegere buren en vrienden.  Roosje maakte zich een toekomst met herinnering.  Zij schreef: “Moeilijkheden en risico’s vormen de vuurproef van ons karakter”.
In een naschrift wordt gemeld hoe het met de mensen uit het boek verder is gegaan.  Genoteerd wordt ook dat in Nederland 72% van de joden is omgekomen; dat is veel meer dan in de andere
West-Europese landen en zelfs meer dan in Duitsland.


Willy Raats



 

Valide CSS!