Home
Kritisch Lezen
 

Wat als de markt faalt?

Auteur:  John Cassidy.
ISBN:  978 90 263 2163 4
Uigeverij:  Uitgeverij Anthos Amsterdam
Commentaar: 
Op 23 oktober 2008 zit de wandelende verpersoonlijking van de grote overwinning van de vrije markt, de paus en profeet van de zichzelf regulerende markten, gedurende vele jaren en Amerikaanse presidenten de machtigste man in het financieel universum, Alan Greenspan, in de getuigenbank.  Er worden keiharde vragen gesteld: “U had het gezag om de onverantwoorde leenpraktijken die leidden tot de subprime hypothekencrisis te voorkomen.  Waarom heeft u dit niet gedaan?  Voelt u zich verantwoordelijk voor wat gebeurde?  Nu betaalt onze hele economie hiervoor de prijs.”  Waarop Greenspan moet toegeven: “Ik heb me vergist. Ik vond een zwakke plek in het model dat ik beschouwde als de belangrijkste functionerende structuur die bepaald hoe de wereld werkt.”  Greenspan geloofde blindelings in de “onzichtbare hand” van Adam Smith, hand van de vrije markt die staaltjes van individueel egoïsme kan omzetten in iets dat voor het collectief sociaal wenselijk is en die hand bleek er plots niet te zijn.  De vrije markt had geen antwoorden, geen zelfverbeterend mechanisme, geen oplossingen: het marktsysteem had gefaald.  “Ik was geschokt”, geeft hij toe.” Want ik was meer dan 40 jaar bezig geweest met het duidelijk bewijs dat het uitzonderlijk goed werkte. Ik was verkeerd door te veronderstellen dat de zelfinteresse van organisaties, zeker de banken, het best in staat was hun eigen aandeelhouders en hun belangen in de zaak te beschermen.”

Hij was trouwens niet de enige, want sinds de deregularisaties en privatiseringen van de Reagan-Thatcher periode en het triomfalisme van het kapitalisme en neo-liberalisme na de ineenstorting van de communistische regimes, waren de meeste economisten ervan overtuigd: “eigenbelang + competitie = nirwana”.  Sommige van deze onbeperkte vrije wereldmarkttheoretici kregen zelfs een Nobelprijs toebedeeld.  Er waren er dus nog maar  weinigen die een waarschuwende stem lieten horen en als ze dat deden werden ze als ouderwets afgewimpeld.  Zoals Hyman Mynsky die luidop verkondigde dat het vrijemarktkapitalisme intrinsiek instabiel was en dat de voornaamste oorzaak van deze instabiliteit gelegen was in de onverantwoordelijke daden van bankiers, aandeelhouders en andere financiële types die onvermijdelijk zouden voeren naar periodieke crises waar van sommige de gehele economie in een diepe recessie konden storten.  En al was er dan in 2007 de stem van Paul McCully, een topman van één van ’s werelds grootste beleggingsfondsen die verklaarde: “We bevinden ons midden in een Minsky-moment, dat ondertussen in de buurt komt van een Minsky meltdown”, en Stern die er op wees dat “het broeikasteffect een falen is van de economie”; al heeft de sociale schuldenlast van de financiële sector de gigantische omvang bereikt van 117% van het bruto binnenlands product van de V.S., toch blijft men verder gaan met beleggingen die eerder weddenschappen zijn, of het spelen van snap of stoelendans.  Kapitalistische economieën schrijden immers onvermijdelijk voort van conservatieve financiering naar roekeloze speculatie zoals de legendarische Lemmings…

John Cassidy schetst buitengewoon boeiend en duidelijk de geschiedenis van het moderne markt-kapitalisme, met zeer levendige, korte biografieën beginnend bij A Smith, John Stuart Mills, Keynes, Hayek, Alvin Hansen, Cowles, Arrow, Lerner, Milton Friedman, Bachelier, Stern, Marx…enz (zelfs Hitler).  Daarna neemt hij ons mee “op een uitgebreide rondreis langs het marktfalen.”
Wat daar vooral bij opvalt is de totale onmacht van de spelers in “de markten” om het blinde opblazen van de zeepbel te stoppen, ofwel omdat diegenen die er de oorzaak van zijn fabelachtig ongehoorde winsten opstrijken ofwel omdat ze “meestal wel zeer intelligente, ijverige Amerikanen” zijn “zonder verbeeldingskracht en het is net die verbeeldingskracht die ze nodig hebben om zich te kunnen inbeelden wat gebeuren kan.  Het is pure ontkenning, dus.”  Ook waren (zijn?) de mechanismen die banken, beurzen, markten, leningen, schulden zo gesofistikeerd in elkaar staken dat er waarschijnlijk nog maar weinigen waren (zijn) die ze werkelijk (konden) kunnen begrijpen, en de mechanismen en gevolgen ervan juist inschatten.  Het is ook verontrustend dat Greenspan over een “ideologie” spreekt als het over de vrije markt idee gaat, er in gelooft als in een religie en dat hij in artikels die geschreven werden toen hij – twee jaar voor de crash - afscheid nam als hoofd van de Federal reserve, geprezen werd omdat hij een bijna onfeilbare intuitie (!) leek te hebben voor wat er in de economieën gebeurde. (In een interview verklaarde een bankier trouwens ook: “Geconfronteerd met ingewikkelde keuzes, vertrouwen we vaak op onze natte vinger of op ons instinct.”  Eraan toevoegend dat , ingeval van erge crisis de staat wel zou ingrijpen….)
Wat blijft er nog over van de bestuursfunctie van de staat als aan een kleine groep financiers alle macht over het reilen en zeilen van de economie gegeven wordt?  Zelfs het maken van geld behoort niet meer aan de staat, want banken en andere financiële instellingen kunnen dat even goed door het (onbeperkt) verstrekken van leningen.

Alhoewel er in zijn geschiedkundige overzichten zowel als in zijn analyse van de crash veel (goeie en solide) economische en financiële analyses voorkomen, blijft dit boek zeer leesbaar, ook voor de leek.  Het is zelfs “spannend” zoals een thriller….
Worden er uit deze crisis lessen geleerd?  Als je goed luistert naar het nieuws is er duidelijk weinig veranderd.  De Obama-administratie deed niet meer dan een zwakke poging, er worden weer extravagante bonussen uitgekeerd, alle Europese regeringen spreken van besparingen terwijl de banken weer goede winsten maken (niet het minst uit spaarboekjes waarop ze in feite geen interest betalen) zonder dat de staat bij machte lijkt het geld te recupereren dat werd geïnvesteerd in de redding van diezelfde banken.  De Friedman-economisten verklaren nu al dat het maar om een gewone recessie gaat die de financiële markten al lang voorzien hadden.
In het laatste deel van dit boek ontwikkelt John Cassidy zijn kijk op wat hij noemt een “werkelijkheidsgerelateerde economie.”  Als er geen verandering komt en “de markten” (wie zijn dat?) verder zonder regularisaties kunnen te werk gaan, volgt er zeker een andere crisis waarvan het niet zeker is of de regeringen die weer eens zouden kunnen stoppen.

Lezen.


V De Raeymaeker



 

Valide CSS!