Jongeren
Grijze Geuzen
Zedenleer
Pers
Home
Nieuws
Activiteiten
Kalender
Fotoalbums
HVV
Structuur
Wie is wie?
Vrijzinnig Humanisme
3 Pijlers
Voorzitter/Woordvoerder
Lid/vrijwilliger worden?
Jobs
Infopakket
Onze Media
Pers
Nieuwsbrieven
Tijdschriften/ Krant
Campagnes
Films
Radio/ Tv
Ons Aanbod
Documentatiecentrum
Didactisch materiaal voor leerkrachten
Wilsverklaring Euthanasie
Vrijzinnige Plechtigheden
Kritisch lezen
Kerkuittreding
Ontmoetingscentra
Workshops
Tentoonstellingen
En nog veel meer!
Webshop
Voor de afdelingen
Links
FAQs
Contact
Sitemap
Home
Kritisch Lezen
De 13 en 1/2 levens van kap’tein Blauwbeer.
Auteur:
Walter Moers
ISBN:
978 90 8924 055 2
Uigeverij:
Uitgeverij Houtekiet/Atlas Antwerpen/Amsterdam
Commentaar:
Walter Moers is de striptekenaar van de in Duitsland zeer bekende stripfiguren “Das kleine Arsloch”, “Der alte Sack” en “Adolf, die nazisau”. Zoals deze namen al laten vermoeden gaat hij met zijn “helden” tegen alle conventies (zeker de “rechtse”) en burgerlijke moraal in, gewoon omdat hij zich voor zijn kunst geen grenzen wil/kan inbeelden. Moers is daarnaast ook actief als schilder, beeldhouwer en natuurlijk als schrijver.
Moers is vooral de schrijver van “Blauwbeer”, die inderdaad een blauwe beer is en eigenlijk niet geboren wordt maar ontdekt dat hij op één of andere oceaan van Zamonië rondzwalpt in een notendop die op het punt staat verzwolgen te worden door de maalstroom. Wat meteen het begin is van een wilde aaneenschakeling van de meest buitenissige avonturen.
Wie of wat hij zo al tegenkomt? Roddelgolven die hem leren praten, reddingsauriërs die altijd iemand net op het allerlaatste ogenblik uit een hachelijke situatie komen redden, hij belandt in een kop van 20 km doorsnede, ook in Vogelweide waar hij ongelooflijk belezen uitkomt en het “Verklarend Lexicon van wonderen, organismen en verschijnselen van Zamonië en omgeving “van prof. Dr.Abdullah Nachtegael meekrijgt - gebrand op de harde schijf van zijn hersenen. Hij trekt op met Fredda de bergschrompel, wordt navigator van een wondervogel die op het punt staat van met pensioen te gaan, in een “wereld” met 2364 mogelijke dimensies. Er passeren verder dwergpiraten, tunneltrols, een luchtzucht, een bosspringheks, een riooldraak, een tornadostad, telepatisch drijfzand, Atlantis, melkmuziek, een dimensiegat…
“Nachtegaels Lexicon” duikt op telkens de lezer ergens in het verhaal geconfronteerd wordt met weer een ongewoon, fantastisch wezen of toetstand zoals een kamedaris of een tornadohalte. Het geeft daar een pseudo-wetenschappelijke en nog méér verwarrende uitleg aan….
Net als de reeks avonturen een beetje repetitief dreigt te worden komt schrijver (op p. 406) aandraven met een legendarisch geworden leugenduel tussen de beste leugengladiatoren in Atlantis. Waaraan onze Blauwbeer natuurlijk gaat deelnemen… Eigenlijk volstaat het dat hij zijn eigen voorbije avonturen (meesterlijk) vertelt om na 99 spannende rondes (natuurlijk) te winnen. (waardoor hij zichzelf uit het land verbant want niemand wil zich nog met hem meten en hij zit dus zonder baan…..) Na een ultieme confrontatie met de ultiem verschrikkelijke Moloch kan Blauwbeer zich in vrede verpozen samen met zijn geliefde (op pagina 556 na dertienenhalf jaren van zijn zevenentwintig jaren dat zijn leven zal duren)
Voor de schrijver is boek dit natuurlijk de gelegenheid bij uitstek om feestelijk grenzeloos te mogen fantaseren en te kunnen putten uit mythen, sprookjes, wetenschappen, de bijbel, filosofie, godsdiensten, sagen, humor, psychologie en daar een eigen brouwsel mee te koken.
Walter Moers is niet de eerste schrijver om zich in dergelijke literaire speeltuin te gaan vermeien. Een vergelijking met enkele van die voorlopers (Gulliver, Micromegas, Von Munchhausen, Discworld, Hitch hiker’s guide tot the galaxy) valt echter uit in het nadeel van Blauwbeer - niettegenstaande de balorige humor, de gekke-scherpzinnige vondsten, het rijke taalgebruik, de rake typeringen (in de aard van:“ mijn stem klonk als het openen van een decennia niet meer geopende gevangenisdeur”). Als lezer heb je wat kunnen meespelen met de schrijver, kunnen genieten van zijn verrassende vondsten en zijn grenzeloze verbeelding kunnen bewonderen. Maar dat is uiteindelijk alles.
Als het boek ten einde is, wil je niet echt weten wat er nu verder met Blauwbeer zal gebeuren en wat de toekomst zal zijn van Zamonië. Blauwbeer is niet “iemand” waarvan je het karakter kent, waarvan je weet wat hij wil of begrijpt waarom hij doet wat hij doet. Het is dus niet iemand waarmee je je kan vereenzelvigen, die je kan begrijpen, waar je sympathie voor kan voelen. Zamonië blijft met andere woorden een eerder onsamenhangend, vaag samenraapsel waar je nooit echt in gaat “geloven”.
V De Raeymaeker
[ terug ]