Jongeren
Grijze Geuzen
Zedenleer
Pers
Home
Nieuws
Activiteiten
Kalender
Fotoalbums
HVV
Structuur
Wie is wie?
Vrijzinnig Humanisme
3 Pijlers
Voorzitter/Woordvoerder
Lid/vrijwilliger worden?
Jobs
Infopakket
Onze Media
Pers
Nieuwsbrieven
Tijdschriften/ Krant
Campagnes
Films
Radio/ Tv
Ons Aanbod
Documentatiecentrum
Didactisch materiaal voor leerkrachten
Wilsverklaring Euthanasie
Vrijzinnige Plechtigheden
Kritisch lezen
Kerkuittreding
Ontmoetingscentra
Workshops
Tentoonstellingen
En nog veel meer!
Webshop
Voor de afdelingen
Links
FAQs
Contact
Sitemap
Home
Kritisch Lezen
Stil Alarm
Auteur:
Krijn Peter Hesselink
ISBN:
978 90 468 0681 4
Uigeverij:
Nieuw Amsterdam Uitgevers
Commentaar:
Deze tweede bundel van dichter-voortdrachtkunstenaar K. P. Hesselink bevat een veertigtal gedichten, onderverdeeld in vier “hoofdstukken.” Een intrigerende bundel.
Het zijn observaties van soms minutieuze verschijnselen en gebeurtenissen, momentopnames, jeugdherinneringen, verlies van wat nu het verleden is, verlangen naar het ontwaken in de werkelijkheid en er toch bang van zijn omdat hij ze niet kan vatten, krachtloosheid, afstand tussen twee mensen/geliefden, ingehouden paniek, soms een vreemd opzettelijk fantasiespel, eigen belevenissen maar alsof ze geobserveerd worden door een ander. De dichter voelt zich van zichzelf vervreemd, kropt onvrede en boosheid op met de wereld en de feiten die van geen belang zijn maar toch “zijn”
Vooral het flinterdun scherm tussen de dichter die probeert met gewone, begrijpelijke woorden de dingen die hij opmerkte, zag of observeerde, zo tastbaar mogelijk te maken en zijn volle aanwezigheid in zijn gedichten, is erg opvallend: net of hij zichzelf keurig buiten schot houdt, die zekere afstand nodig heeft.
Of is het gewoon zijn streven om poëzie te schrijven met “spreektaal” die hem belet zich met gecondenseerde, samengeperste, gebalde, dus poëtische zeggingskracht te ontwikkelen, nodig om die vervreemding met zichzelf en de leegte in zijn poëzie te overwinnen? (“Ik wilde mezelf afschudden” - ”Je armen klemden zich met alle macht aan niemand vast.”)
V De Raeymaeker
[ terug ]