Home
Kritisch Lezen
 

Moby Dick

Auteur:  Herman Melville
ISBN:  90-254-6331-2
Uigeverij:  Amsterdam : Contact, 2001
Commentaar: 

Moby Dick van Herman Melville, in een recente vertaling van Barber Van De Pol, is het zesde boek dat verscheen in de "Perpetua Reeks" van Atheneum - Polak&Van Gennep.

De Perpetua Reeks heeft zich tot doel gesteld elke maand één van de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur opnieuw uit te geven.

Iedereen "kent" wel ongeveer het verhaal van Moby Dick via de film, populaire herschrijvingen of strips.  De jonge quaker "Ismaël" zit zonder geld, verveelt zich, voelt zich balorig worden en kiest er als remedie voor om op zee te gaan - "het waterige deel van de wereld."  In een herberg moet hij het bed delen met een "kannibaluitgave van George Washington", de harpoenier Queequeq.

Ze monsteren aan op de walvisvaarder "Pequod" van een zekere kapitein Achab, die ze echter niet te zien krijgen.  De oude Elia vertelt allerlei verhalen over de kapitein en nog meer geruchten doen de ronde.  Dagen na de afvaart staat Achab plots op het achterdek.  Hij heeft een ivoren been dat zijn echte been moet vervangen dat werd afgebeten door een reusachtige, witte walvis.  Deze walvis heet Moby Dick en verontrustende, schrikbarende dingen worden over hem verteld, praatjes die weldra de omvang aannemen van legendes over de duistere haat tussen de goddeloze, krankzinnige kapitein en het beest dat hem "ontmast" heeft.

Plotseling verschijnen van ergens in de buik van het schip ook de persoonlijke bemanning van Achab: 4 gele Fillipijnen en een" tulbandharige" Fedallah.  Aan elk schip dat ze ontmoeten, wordt gevraagd of ze misschien Moby Dick gezien hebben...  Slechte voortekens stapelen zich op: stormen, een onweer dat de kompassen draait, een kwadrant dat verbrijzeld wordt, lijnen die breken.  Met heidense gebeden bezweert de kapitein de storm, de donder, de bliksem en met haast bovennatuurlijke toverkrachten weet hij de schade te herstellen.  Een man valt van de mast in zee en verdrinkt.

Een zestiendollarstuk, een dubloen, wordt aan de mast genageld en zal gegeven worden aan hem die Moby Dick het eerst te zien krijgt.  Wat uiteindelijk ook gebeurt, waarop de achtervolging wordt ingezet tot ze de walvis "in een plooi van de oceaan"jagen.  Het krankzinnig duel met het boosaardig, slim monster begint.  Maar die achtervolging start pas op bladzijde 553 van het boek, en eindigt 40 pagina's verder met de dood van Achab en de ganse bemanning, behalve dan Ismaël, die leeft" to tell the tale." 

Is Moby Dick een klassieker?

Melville wist blijkbaar zelf dat het boek geen sterk genoeg verhaal bevatte, want hij zegt zelf "wat er van verhaallijn zit in dit boek".  Inderdaad, zoals dat bij vele schrijvers in die tijd het geval was (cfr Jules Vernes) heeft hij de onhebbelijkheid een zekere encyclopedische kennis te willen meegeven aan zijn lezers en hele pakken hoofdstukken gaan dan ook over walvissen, de geschiedenis van de walvisvaart, het nut van walvissen,....   Informatie waarin sommige moderne lezers misschien een zeker oubollig historisch genoegen kunnen hebben, maar die toch eerder vervelend en overbodig blijkt.  Maar toch blijf je lezen, want de schrijver Melville heeft een soort woeste, vreemde energie en smijt zo maar alles in zijn boek: Het Ik-verhaal van Ismaël; dan weer spreekt hij de lezer zelf aan;  dan weer volgen er hele toneelstukjes, zelfs met de kenmerkende "terzijdes"; er worden verhalen verteld door anderen, binnen het verhaal; verschillende personages houden "interior monilogues" (lang voor J. Joyce); er worden bezwerende toespraken gehouden en de personages uiten hun gevoelens (van angst, bijvoorbeeld" in lange zinnen op de meest ongelukkige ogenblikken (Als ze op het punt staan door de walvis verzwolgen te worden, bijvoorbeeld.), net zoals in toneelstukken van Shakespeare of in de opera. 

Zijn personages zijn stuk voor stuk vreemde figuren, zoals in de boeken van Charles Dickens - geen echte mensen dus, maar prototypes, wezens ontstaan in de verbeelding en met uitvergrote trekken.

Wat het boek uiteindelijk misschien een klassieker maakt is de taal. Melville schrijft met bijbelse inkt, met het Engels van Shakespeare.  In een vertaling valt echter veel van die taalbetovering weg.

Je kan gewoon de klank en kleur en het gebruik van belegen Engels woorden niet goed omzetten in een andere taal, vrees ik.

 V De Raeymaeker


 

Valide CSS!