Home
Kritisch Lezen
 

De verloren droom van Pieter Gillis. Historische roman over Antwerpen tussen Reformatie en humanisme

Auteur:  Joris Tulkens
ISBN:  97890630066031
Uigeverij:  Davidsfonds, Leuven
Commentaar: 
De inleiding van dit boek is discutabel: de auteur legt gedetailleerd uit hoe professor Ijsewijn een manuscript uit de 16de eeuw ontdekt in de bibliotheek van Sélestat.  Het blijken brieven te zijn van de Antwerpse humanist en stadsgriffier Pieter Gillis.  Maar Ijsewijn sterft en de brieven gaan verloren, tot een zekere Coppens ze terug vindt.  De heer Tournoy zal de brieven kritisch uitgeven, maar J. Tulkens heeft reeds voor een Nederlandstalige vertaling gezorgd en die vindt U in voorliggend boek.
Van dit sensationeel verhaal geloof ik niet veel.  Op pagina 107 heeft Gillis het over zijn liefdesleven: “Vervolgens zoende ik haar op haar mond, waarop ze helemaal niet schuchter haar lichaam tegen het mijne aandrukte…”.  Dit is een regelrecht anachronisme, alleen al deze zin zou, indien ze werkelijk uit de 16de eeuw dateerde, voor beroering zorgen in academische middens.  Wellicht is heel deze inleiding een literair procedé, moeten we van het bovenstaand verhaal niets geloven, en is dit boek een historische roman (zoals op de achterflap staat).  Waarom wil J. Tulkens ons doen geloven dat zijn boek een vertaling is van een nooit gepubliceerde bron?  Wellicht is Tulkens op het idee gekomen door Umberto Eco’s “De naam van de Roos”, die het in de aanhef ook heeft over “Le manuscript de Dom Adson de Melk”, de Vetera Analecta in de bibliotheek van Sainte-Geneviève enz.  Of J. Tulkens als een tweede Umberto Eco. 

Wat ik de auteur eveneens kwalijk neem is het schrijven van een boek over de 16de eeuw zonder bibliografie achteraan.  Temeer daar deze historische roman zwaar schatplichtig is aan het zeer recente, onvolprezen standaardwerk van Gert Gielis, “Verdoelde schaepkens, bytende wolven. Inquisitie in de Lage landen” (uitgeverij Davidsfonds, 2009).  Dit prachtige boek, door een beroepshistoricus geschreven en voorzien van een uitgebreide bibliografie, behandelt dezelfde problematiek als bovenliggend boek.  Vele aangehaalde personen in het boek van Tulkens komen ook voor in het werk van Gert Gielis, zoals Jacobus Praepositus, Egmondanus, Loyken Pruystinck, Tapper en anderen.  De afbeelding van Jacobus Praepositus op pagina 198 in het boek van Tulkens staat ook in het werk van Gert Gielis op pagina 82.  Voor mij niet gelaten, maar is het teveel gevraagd dat J. Tulkens even melding maakt van het boek van Gert Gielis waaruit hij zoveel heeft geleend?  Tulkens dankt wel de vooraanstaande specialisten die hem hebben bijgestaan.  Van al deze specialisten komt alleen Guido Marnef voor in de bibliografie van Gert Gielis.  Zelfs de overleden professor Ijsewijn, directeur van het prestigieuze Seminarium Philologiae Humanisticae van de Leuvense Alma Mater, komt er niet in voor. 
Ook het volgende fragment zorgde voor ergernis: “Kijk Pieter. Ik ben er zo goed als zeker van dat de passage over de Heilige Drievuldigheid in het evangelie van Johannes een toevoeging is van latere datum, waarschijnlijk uit de vijfde eeuw. Waarom moet ik dan nog geloven in zo’n onding als de Heilige Drievuldigheid ?” (p. 81).  Geachte heer Tulkens, lees aandachtig het standaardwerk van de Bijbelgeleerde B. Ehrman, De evolutie van de bijbel. Wie veranderde de tekst van de bijbel en waarom ? (uitgeverij Tirion, 2005, p. 93 e.v.)  De bewuste passage staat in 1 Johannes 5, 7-8 en is de enige passage in de hele Bijbel die expliciet de doctrine van de drie-eenheid kenschetst dat de godheid uit drie personen bestaat.  In de Vulgaat luidt de passage: “drie zijn er die getuigen in de hemel, de Vader, het Woord en de Geest en deze drie zijn één”.  Erasmus vond deze passage echter niet in zijn Griekse manuscripten.  Op het einde van zijn boek verklaart Tulkens dat hij een voorkeur heeft voor Erasmus en “dat we in plaats daarvan worden opgesloten met Isaac Newton…” (p. 255).  Wat Tulkens niet schijnt te weten is dat de grote wetenschapper Newton zich ook bezighield met Bijbelstudie en overtuigd was dat dit citaat uit Johannes over de triniteit “een doelbewuste vervalsing was om een onwaar dogma te steunen…” (J. Gleick, Isaac Newton, uitgeverij De Bezige Bij, 2003, pag.128).  Ik kan in dit verband ook verwijzen naar de wereldbestseller van Dan Brow, De Da Vinci-code. 

De heer Tulkens heeft het over zaken die al lang voordien door talloze auteurs wetenschappelijk zijn behandeld, dit alles, het weze herhaald zonder de minste bronvermelding.  Niettemin moet ik na deze kritische opmerkingen aan het adres van de heer Tulkens toegeven dat de lectuur van zijn boek gezorgd heeft voor enkele aangename uurtjes.  Ik zou voorts dit boek aanraden als verplichte lectuur voor leerlingen in het secundair onderwijs.

Johan Comer



 

Valide CSS!