Beth Hardiman runt een “onderkomen voor schrijvers”, in “Ewedown”, een dorpje ergens in Wessex, op het platteland. Schrijvers kunnen daar rustig en onbekommerd verblijven om ongestoord aan hun volgend boek te werken. Beth is een (te) brave, gewone vrouw van rond de vijftig. Buiten het schrijvershuis runt ze ook nog het leven van haar man, Nicholas, een zeer populaire schrijver van de reeks detectiveromans “Doctor Inchcombe”, want “Nick” werkt gestadig 5 uur per dag en dus moet zijn vrouw wel voor alles zorgen. Toch heeft Nick nog wel tijd voor buitenechtelijke slippertjes. Bij het begin van het verhaal zit hij trouwens zijn wonden te likken, want hij heeft net de bons gekregen van Nadia…. Beth weet instinctief wanneer hij weer ontrouw is, maar hij overtuigt er haar telkens van dat zij het centrum van zijn leven is en die “anderen” totaal onbelangrijk. Geen sympathieke kerel dus, maar eerder een onderhands type, ijdel, een leugenaar, cynicus en bedrieger. Er is nog één andere gast in het schrijvershuis: Glen Larson, een Amerikaanse schrijver die worstelt met zijn roman; het is een lome, karakterloze, voze man, die wel toevallig overal aanwezig is en alles ziet en hoort… Dan zijn er nog Jody en Casey, twee tienermeisjes die hun tijd doorbrengen met dromen over jongens, het spannende leven in de grote stad, een eerste seksuele ervaring, vrijen… Twee schikgodinnen die het echte drama in gang zullen steken. Dan is er natuurlijk het hoofdpersonage, Tamara Drewe zelf. Na de dood van haar moeder verschijnt ze in Ewedown om de boerderij over te nemen die haar moeder daar gekocht heeft. Ook zij heeft schrijfambities, maar voorlopig maakt ze enkel columns voor de “Monitor.” Ze woonde als jong meisje reeds in de streek maar heeft een echte gedaanteverwisseling ondergaan: ze liet haar eerder “zware” neus vervangen door een sierlijk ding, en ook de rest van haar afmetingen hebben zich in de juiste mate ontwikkelt. Als zij ergens verschijnt, trekt ze meteen de aandacht en zaait verwoesting in harten en levens. In dat van “Andy” bijvoorbeeld, een jonge man die voor haar de tuin komt onderhouden en al op haar verliefd was van in de kleuterklas, grotere neus of niet…. Hij is duidelijk de enige ware, echte, trouwe, in stilte lijdende man, de juiste voor Tamara, voor haar voorbestemd. Wat de lezer al van bij het begin weet, maar alles lijkt een heel andere richting uit te gaan…. Tamara lijkt er namelijk niet veel van te merken. Ze heeft net een relatie achter de rug, “valt” voor “Ben”, de rockster in de gele Porsche en daarna ook nog eens voor Nick, die nochtans trouw beloofd had aan zijn vrouw. Er vallen twee doden…. Een verhaal in een stijl en sfeer die zo van Agata Christie zou kunnen komen, maar dan zonder detective. (die rol is eigenlijk toebedeeld aan de lezer, die alles ziet en weet) Simmonds heeft haar “ghraphic novel” gebaseerd op Thomas Hardy’s “Far from the madding Crowd” dat zich ook afspeelt in de kringen van de landelijke Engelse middenklasse van de vorige eeuw. De achtergrond is trouwens net dezelfde gebleven: weiden, vee, mooie landhuizen, boerderijen, het leven op de buiten dus. Enkel worden er nu ook gsm’s en computers gebruikt (deze spelen een belangrijke rol in de intrige) en de (vooral seksuele) moraal is anders. Als zuivere “roman” zou “Tamara Drewe” eerder onopgemerkt voorbijgegaan zijn. Maar Posy Simmonds is een bekende cartoon- en striptekenaarster in Groot Brittannië: haar geniepige held, de kat “Fred” werd verfilmd en haar “Gemma Bovary”, een bewerking van Flaubert’s Madame Bovary, kende veel bijval. Ze heeft inderdaad een bijzonder genre “graphic novel” geschapen, waarin ze naast de strips en dagboeken, advertenties, krantenartikels, ook veel tekst gebruikt. Deze tekst is even essentieel als de tekeningen en de lezer-kijker moet dus overschakelen van lezen naar prent om het verloop van de gebeurtenissen te kunnen volgen, wat een nieuw en ander soort leeservaring verschaft. Het eindresultaat is geestig, lichtjes satirisch - zeker over het schrijvers- en uitgeverswereldje - door en door Engels, en ergens gezellig ouderwets. Zelfs de tekenstijl van Posy Simmonds doet denken aan illustraties uit kinderboeken, uit de oude “Punch”, aan Winny de Pooh, waarin de gewone, dagelijkse handelingen van mensen nauwkeurig geobserveerd worden en een hoofdrol krijgen: Conclusie: oppervlakkig maar gezellig en herkenbaar.
V De Raeymaeker