Home
Kritisch Lezen
 

Voor vrede, democratie, wereldburgerschap en Europa

Auteur:  Els Witte
ISBN:  978 90 289 4875 4
Uigeverij:  Uitgeverij Pelckmans
Commentaar: 
In het late najaar van 2009 verscheen een fors naslagwerk van Els Witte waarin ze in iets minder dan 400 pagina’s de impact beschrijft die de Belgische historici en de naoorlogse politieke en ideologische projecten hebben gehad op de daaropvolgende decennia.  Het boek behandelt de periode 1944-1956. In het werkstuk voert de auteur sterke argumenten aan voor de idee dat al in het decennium na 1944 de mentale en ideologische grondslagen werden gelegd voor de onafwendbare modernisering en democratisering die zich vandaag de dag nog steeds doorzet, en die dus helemaal niet is afgerond.
In eigen land blijven de communautaire problemen, ondanks het ontstaan en oprichten van de deelstaten, zeer vaak de politieke agenda bepalen, en ook de eenwording van Europa verloopt moeizaam en traag.  Europa heeft nog maar net een eerste President!  Els Witte komt in haar boek dikwijls terug op de wil van de naoorlogse intellectuelen en meer pacifistisch ingestelde politici om de Europese Staten te verenigen als voorbeeld van hoe de democratische omslag na de wereldbrand ontstond.

Veel systematisch onderzoek is er over deze periode nog niet geweest en daarom is dit boek voor de geschiedschrijving erg belangrijk.  Els Witte (1941) is dan ook wetenschapper en voorzitter van het Vlaams Instituut voor Geschiedenis van de Koninklijke Academie.  Ze is emeritus hoogleraar aan en ere-rector van de Vrije Universiteit Brussel en auteur van diverse standaardwerken over de Belgische politiek in de 19de en 20ste eeuw en mag zich dus een autoriteit noemen in dit vakgebied.  Zij werkte jaren aan dit boek, onderzocht de wetenschappelijke getrouwheid van biografieën van talrijke politici, intellectuelen en academici, maar ging ook sporen in regeringsdocumenten, de verslagen van vakbonden en andere sociale organisaties en zelfs bij het Militaire Archief.

Toch brengt het boek niet echt wereldschokkende feiten aan het licht en dat is ook niet haar bedoeling geweest. De huidige generatie van vijftigers en ouder heeft nog voldoende voeling met de periode van na de 2de Wereldoorlog, maar de jongere generaties zal het steeds moeilijker krijgen om zonder dit soort geschiedschrijving te begrijpen waarom, bijvoorbeeld, de Europese gedachtegang zich zo hardnekkig verder zet.

Uit het hoofdstuk waarin ze het ontstaan van het vernieuwde democratische model omschrijft, dat trouwens al in 1944 leefde, citeer ik Els Witte: “De Belgische politieke elite was tijdens de oorlog rechtstreeks in contact geweest met het Britse denken over democratie. De gedachte dat de democratie na de oorlog moest overwinnen leefde er sterk, maar ook de overtuiging dat ze daartoe vernieuwd moesten worden en zich meer op de massa moest richten. Groot-Brittannië was een laboratorium van sociaal denken en beïnvloedde zeker de aanwezige Belgische politici. Kortom, in het denken over democratie komen in de bevrijdingsperiode veel wegen samen die alle de richting van een betere wereld aangeven en verbonden zijn met de ideeën van ontwikkeling en vooruitgang op economisch, sociaal en wetenschappelijk vlak.”

En zo bewijst de auteur in haar boek toch hoe belangrijk deze periode is geweest en hoeveel invloed ze nog heeft op ons huidig maatschappelijk bestel.  En hoewel het soms wat misloopt heeft de democratie materieel welzijn geproduceerd en het welzijn van de bevolking laten primeren.  Recht op arbeid, bestaanszekerheid, het einde van de klassenstrijd, wat resulteerde in het stemrecht voor vrouwen in 1948.  Het conflict maakte plaats voor overleg en sociale vrede met de erkenning van de vakbonden en de sociale samenwerking op alle niveaus - het zogenoemde overlegmodel - een bedrevenheid waar onze Belgische politic grootmeesters zijn.  Maar er is meer.  Na de oorlog werden de universiteiten gemakkelijker toegankelijk voor jongeren van arbeiders en konden de Vlaamse jeugd eindelijk in eigen taal studeren.  Dit alles nadat er strijd was gevoerd, weliswaar, maar die strijd werd uiteindelijk aangevoerd door een intellectuele elite die rechtvaardigheid opeiste en die tenslotte ook verwierf.

Els Witte neemt geen stelling in als auteur en schrijft dus niet dat democratie het hoogste gedachtegoed is.  Maar bij het doorlezen van dit boek ben ik toch wat geschrokken hoe vanzelfsprekend wij allen vandaag de dag al die verworven rechten vinden.  Wat de auteur voornamelijk met dit boek bewijst is dat in die directe naoorlogse jaren, getekend door de Koude Oorlog, de Koningskwestie en de Schoolstrijd, de intellectuele elite in het algemeen, en de historici in het bijzonder, een belangrijke rol speelden in het verspreiden van ideologische opvattingen - waaronder heel wat nieuw pacifisme, Europese integratie, samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, personalisme en het opbouwen van de welvaartstaat.  Wat de juiste invloed van deze historici is op de ontwikkeling en verspreiding van nieuwe ideeën, en in welke mate deze ideeën de kiem leggen van het kritische denken van de jaren zestig, vormt de kern van dit belangrijke werk in de intellectuele geschiedschrijving van België.

Leo De Ley






 

Valide CSS!