Home
Kritisch Lezen
 

Dagboek van een dichter 1979-2007

Auteur:  Leonard Nolens
ISBN:  9789021437545
Uigeverij:  Querido
Commentaar: 
Eerder verschenen al honderden pagina’s dagboeknotities van Leonard Nolens: ‘Stukken van mensen’ (1989), ‘Blijvend vertrek’ (1993), ‘De vrek van Missenburg’ (1995) en ‘Een lastig portret’ (1998).  Deze zijn nu gebundeld in ‘Dagboek van een dichter 1979-2007’ en worden aangevuld met de nog niet eerder gepubliceerde notities die Nolens tussen 1997 en 2007 maakte.  Nolens is de dichter die dagboeken bijhoudt wanneer het met de poëzie – dat het allerbelangrijkste blijft – even niet meer lukt.

Nolens kan zonder twijfel gezien worden als de archetypische poète maudit die bewust niet wil deelnemen aan de maatschappij, die alleen staat, geen job wil, niets wil bezitten, zich niet wil bekeren tot een ideologie of een partij.  “Marcuse zei het al: níét moeten werken om den brode is de grondvoorwaarde van elke utopie.”  Nolens zoekt in zijn dagboek dan ook een manier om overeind te blijven, om een structuur aan het leven te geven.  In zijn notities na 1990 kent Nolens geluk en schrijft hij er ook eerlijk – altijd eerlijk en integer! – over (hij kreeg eindelijk erkenning: hij wordt relatief veel gelezen en krijgt belangrijke literaire prijzen), maar in het overgrote deel van zijn dagboeken lezen we dat goede kunst maar kan ontstaan uit ellende en miserie.  “Vooral pijn schept de intrinsieke noodzaak iets te maken.  Het resultaat kan zich inhoudelijk zeer ver van de pijn verwijderen, maar het inspirerende, het motiverende grondgevoel is pijn, onvrede, kinderlijke anarchie, engelachtige woede die in de volwassene intact blijft tot de vorm daarvoor zichtbaar wordt.”  Nolens is de van eenzaamheid, wanhoop en pijn opgetrokken observator van het eigen leven die elke dag aan de dood denkt en vreest dat de ellende wel eens vergeefs zou kunnen zijn geweest en dat er dus niets waardevols op het papier is terechtgekomen.

De auteur houdt geen dagboek bij om te noteren dat hij vandaag biefstuk met frieten heeft gegeten of om te melden wie de verkiezingen heeft gewonnen.  De aanslagen van 11 september 2001 komen heel beknopt aan bod, maar Nolens verwijst zelden naar de ‘buitenwereld’.  Die passages sluipen weliswaar naargelang het dagboek vordert met mondjesmaat in de tekst (zo wordt ook geschreven over het gevecht met alcohol, de lichamelijke aftakeling, de reizen naar Spanje en Italië en de eeuwige liefde voor zijn Leen), maar ‘Dagboek van een dichter’ is in de eerste plaats het “zelfportret van een bewustzijn”, de kroniek van een karakter.  In literair vaak erg hoogstaande zinnen formuleert de auteur het gevecht met zichzelf.  Daarbij lezen we korte aforismen, ideeën, opmerkingen, beschouwingen en commentaren bij zijn lievelingsauteurs en geestesverwanten (Pessoa, Canetti, Rilke, Rimbaud, Valéry,…).  Hij schuwt grote woorden en pathetiek niet en is daarbij nooit ironisch; Nolens is altijd ernstig en zelden lichtvoetig.  “Ja, men wordt dichter geboren.  Maar tegenwoordig spreekt men in verband met poëzie alleen nog over technisch kunnen, verbeelding, intelligentie, emoties, terwijl het werkelijke belang voor een dichter is, zijn oorspronkelijkheid op een soms tragische wijze zo intensief mogelijk te doorleven en in verzen neer te zetten.”  Nolens schrijft niet voor een publiek of voor de erkenning, maar omdat het moet, omdat er geen andere weg bestaat, uit een innerlijke noodzaak, een roeping.  Zijn bestaan staat volledig in het teken van die poëzie. 
“Ik ben alleen maar woorden.”

Centraal staat het ‘ik’, de dichter Leonard Nolens die aan zelfonderzoek doet en daarmee ook de anderen en de wereld wil exploreren: we spreken immers ook met de woorden van de ander.  Het motto van de filosoof Leopold Flam vat alles goed samen: “Nadenken over het eigen lot heeft geen ander doel dan een gemeenschap te vinden die een einde maakt aan de verbanning.”  In zijn dagboek vanaf 1997, dat nog niet gepubliceerd was, trekt hij dan ook ten strijde tegen de postmodernisten waarvan bekend is dat ze het ‘ik’ weggedacht hebben - het ‘ik’ bestaat niet meer, is een fictie, enkel het product, de tekst, is belangrijk.  Nolens eist ook het recht op om te geloven dat zijn meest geliefde schrijvers geen mensen van vlees en bloed zijn, maar echte helden.  Ook wil Nolens, tegen hedendaagse tendensen in, nog steeds spreken over essenties.  Ook het ‘ik’ is dan een essentie.

De meer dan duizend bladzijden van Nolens moeten gelezen worden met een potlood in de aanslag. De altijd trefzekere zinnen zijn dikwijls van een sublieme schoonheid.  Zijn liefde voor het woord is absoluut en daarom bestaat er ook geen kloof tussen het woord en de werkelijkheid.  Nolens heeft voor toekomstige (en vroegere) dagboekschrijvers de norm op een zo goed als onbereikbare hoogte gelegd.

Kris Velter



 

Valide CSS!