Home
Kritisch Lezen
 

Gentse lente

Auteur:  A.F.Th. van der Heijden
ISBN:  9789034902
Uigeverij:  Querido
Commentaar: 

A.F.Th. van der Heijden, geboren op 15 oktober 1951 te Geldrop in Nederland en wordt beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de generatie schrijvers die na de Tweede Wereldoorlog opgroeide.  Dertig jaar geleden debuteerde hij onder het pseudoniem Patrizio Canaponi met de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht, waarvoor hij een jaar later de Anton Wachterprijs ontving.  Ter gelegenheid van dit dertigjarig jubileum werden reeds geschreven verhalen, die nog niet eerder in boekvorm waren verschenen, gebundeld in Gentse lente.

Hij sleepte vele prijzen in de wacht, waaronder de felbegeerde AKO Literatuurprijs voor Het schervengericht (onderdeel van de cyclus Homo duplex), waarin de filmregisseur Roman Polanski en de moordenaar (Charles Manson) van Polanski’s toenmalige vrouw figureren.  Naast talrijke novelles en romans, publiceerde van der Heijden verder ook autobiografisch werk zoals dagboek-aantekeningen en brieven.

In het aanbod van prachtige verhalen in Gentse lente viel mijn keuze op het in 1991 geschreven Weerborstels, voor mij het meest treffende en ontroerende verhaal.

Het verhaal vangt aan in het verre verleden toen nog niet iedereen over televisie beschikte en de kinderen uit de buurt de gewoonte hadden bij de trotse bezitter van zo’n toestel gezamenlijk te komen kijken naar hun favoriete programma’s.  Om de huiskamer schoon te houden, moesten de schoentjes in de keuken blijven staan waar ze netjes in de rij stonden.  Naarmate de antennes op de daken toenamen, werd het aantal schoentjes in de keuken kleiner en de heerlijke namiddagen samen voor de buis verdwenen stilaan.

De auteur beschrijft op weergaloze wijze zijn – al dan niet fictieve – relatie met zijn familie in het algemeen en zijn oom Robert en diens zoon Robby in het bijzonder. Robby, drie jaar jonger dan zijn neef, is een verbeten kereltje dat de onbehouwen uitdrukkingen en vuilbekkerij van zijn vader en zijn stoere wielermaten zonder enig besef imiteert en niet in staat blijkt tot enig vriendschappelijke omgang.

Een zeer mooi fragment, waarin het karakter van dit kind tot uiting komt, is wanneer de twee neven samen in de tuin staan en zon schijnt op de weerborstels in het haar van Robby.

“In het gemillimeterde haar, lichtblond, waren duidelijk zijn weerborstels zichtbaar; de zon legde er een kolkende glans over, die deed denken aan gepolitoerd aluminium.  Robby’s aandacht, die aldoor met een goed gecamoufleerde bezorgdheid op zijn roekeloze vader was gericht, werd heel even afgeleid door een buurjongetje dat de aangrenzende tuin inliep.  Toen Robby zijn hoofd die kant op wendde, deed het zonlicht nog iets extra’s met de weerborstels: er ontstond een kleine draaikolk van licht, vergelijkbaar met de glinstering die soms over de spaken van een sneldraaiend fietswiel komt te liggen en schoksgewijs en traag tegen de richting van de spaken in beweegt.  Nu ik toch bijna stond te snotteren om die kinderschoentjes, kon ik de verleiding niet weerstaan het jongetje over zijn bol te aaien.  Het kortgeknipte haar, zonwarm, voelde aan als zacht, borstelig nylon.  Robby trok met een ruk zijn hoofd onder mijn hand uit.  ‘Wa’s dâ nou voor ‘ne quatsch?  Ga jullie moeder aan d’r kop liggen frunniken!’”

Van wielrennertje, door zijn vader gedwongen opgelegd om zijn eigen verloren carrière goed te maken, stapt Robby algauw over op grover geschut, de motorcross.  Vanaf dan heeft de snelheidsduivel hem voorgoed te pakken en dat wordt uiteindelijk zijn ondergang.

In dit pareltje van vertelkunst heeft de auteur de echte Hollandse sfeer kunnen verweven met zijn typisch filosofische uitweidingen en dit mondt uit in rasechte poëzie wanneer hij een detail van een zwaar auto-ongeval beschrijft.  Het is met een zeldzame taalvaardigheid en schoonheid dat hij de weg laat afleggen van een wieldop die met grote kracht losspringt en zo het einde samenvat van het ongeval.  Wanneer de wieldop na een lang parcours, dat eigenlijk maar een paar seconden duurt, nog even rondtolt en dan eindelijk stilvalt, valt ook de totale en verpletterende stilte in.

 

Edith Clabots


 

Valide CSS!