Martinus Nijhoff leefde van 1894 tot 1953 is duidelijk een dichter van de eerste helft van de 20ste eeuw. Hij was “modern” in zijn tijd, omdat hij probeerde de alledaagse taal te gebruiken (de “meerwaarde” van gewone taal en zinnen) en omdat hij kort bij zijn persoonlijk leven en ervaring blijft.
Van dat revolutionaire merkt de hedendaagse lezer nog maar weinig. Daarvoor zou je hem naast andere (Nederlandstalige) dichters uit zijn tijd moeten lezen.
Zo valt het op in deze verzamelbundel, die volgens de samensteller dertig procent van zijn gedichten bevat, dat Nijhoff religieus bleef vasthouden aan rijm en aan de klassieke vorm van de poëtica, zoals het sonnet. In dat opzicht zijn veel van zijn gedichten echte parels; hij lukt er inderdaad in zeer natuurlijk aandoende verzen te schrijven, verzen waarbij het je amper nog opvalt dat hij met veel volharding moet gezwoegd hebben om ieder gedicht in het keurslijf van rijm, ritme en vorm te gieten.
Toch moet je – niettegenstaande het feit dat Thomas Möhlmann de spelling moderniseerde en “sch’ door “s” verving - nog door uitdrukkingen heen zoals “hunne naam”, “mijn hart bersten doet”, “de vlam der waskaars”, “van uwe leden”, “ener vrouw”; de vele “o”s zoals in “o sneeuw”, “o merk hoe altoos”, “o klimop”; ingekorte woorden zoals “ god’lijk”, “twijf’len”, “eeuw’ge”, “huiv’rend”; over romantiserende zinnen zoals, “dat schreiend ik neerzonk in mijn knieën”. Als je dat kan opbrengen, kan je ook het enthousiasme begrijpen van de samensteller Thomas Möhlmann”, want Nijhoff is inderdaad een sterke, authentieke en eerlijke dichter.
Even eens smaakje: “Hij wist dat hij niet leefde, maar gebeurde.”; “Het licht viel schuin naarbinnen in de straten.”; “als water woelden in de nachten de landen onder het huis”; “Het vroege zonlicht drijft als een blonde schaduw over het gras.”; “Ik zag dat moeder met een glimlach weende” etc.
Natuurlijk moet je de volledige gedichten lezen, waarin een oprecht maar eenzaam mens eerder moeizaam op zoek is naar het waarom van het bestaan, en gedeeltelijk soelaas vindt in de religie, de charme en de belofte van het kind, de schoonheid van de natuur.
Zijn hoogtepunt is duidelijk de bundel Vormen, waarin je mee met de dichter ontdekt wat hij in de volheid van zijn dertigtal jaren ervaart en bijna spontaan “kan”- terwijl je later veel meer de vakman aan het werk weet, die moeizaam en geduldig blijft timmeren tot het juiste woord op de juiste plaats zit.
Jammer dat de gedichten niet apart of nauwkeuriger gedateerd werden. Een tijdspanne van bijvoorbeeld 1925 tot 1940 aangeven, laat je niet toe ze in een juiste evolutie te plaatsen.
V De Raeymaeker
> Nederland kent vanaf 1 maart mobiel een euthanasieteam
> Opinie: Hulpverlening rond zelfdoding
> Levensbeschouwelijke vakken in evolutie
> Opinie: Onverdoofd slachten? Onverantwoord!
> Respect voor een waardig levenseinde: HVV steunt ULTeam
> Teken onze petitie "verfijning en uitbreiding v/d euthanasiewet"
> Andere kerkfinanciering: debat is eindelijk geopend