Home
Kritisch Lezen
 

Zout

Auteur:  Marjan Berk
ISBN:  90 450 15862
Uigeverij:  Atlas, 2006
Commentaar: 
Marjan Berk, geboren in 1932 in Nederland, is een creatieve duizendpoot: vele jaren was ze werkzaam bij cabaret Lurelei, toneel, musical en tv.  In de jaren ’60 was ze ook presen-tatrice van het NTS-zondagmiddagprogramma “Monitor”.  In 1977 schreef ze de muzikale theatershow “Moeder en haar jongens”, waarvan ook een grammofoonplaat werd gemaakt.
Ze schreef radioprogramma’s voor de jeugd, een kindermusical en ze kwam in 1992 in het nieuws omdat ze het scenario schreef voor de succesvolle tv-serie “Vrouwenvleugel”.
In 1994 werd de serie bekroond met de Televisiering. 

In 1980 verscheen haar eerste boek , Het bezuinigingskookboek, dat ze samen met
Jeroen Krabbé samenstelde.  Hierna volgden meer dan 30 boeken, waaronder kinder-boeken.  Verder schrijft ze columns in Margriet, het Algemeen Dagblad, het Utrechts Nieuwsblad en de Gaykrant.  Onder de titel “Memoires van een dame uit de goot van het amusement” kwamen in 2003 haar memoires uit, waarin ruime aandacht wordt besteed aan de cabaretwereld in de jaren ’50 en ’60.

In 1998 leert Marjan Sebahat Tuzgöl kennen.  Sebahat is afkomstig uit het dorp Tuzköy, wat ‘zoutdorp’ betekent vanwege het zout in de bodem rond het dorp. ‘Tuz’ betekent ‘zout’ en de meeste inwoners van het dorp hebben ‘Tuz’ in hun achternaam.  Sebahat is dan al weduwe en grootmoeder van vier kleinkinderen. 
Ze vertelt hoe ze in 1958 op veertienjarige leeftijd wordt uitgehuwelijkt aan Yüksel, een man die ze nog nooit had gezien.  Na een verlovingstijd van acht maanden vindt het huwelijk plaats, zij een kind zonder borsten en heupen, hij een man van drieëntwintig.  Maar het klikte meteen.  Ze wordt heel gelukkig met hem en lang na zijn dood spreekt ze nog met veel liefde over hun heerlijke huwelijk.

Dit zet de schrijfster aan om meer te weten te komen over deze mensen die de moed had-den om de sprong te wagen naar een onbekende wereld om een beter leven op te bouwen en ze laat Sebahat haar levensverhaal vertellen.  “Mijn toekomstige schoonmoeder deed niets anders dan mij kritisch bekijken, ik werd gewoon gekeurd.  Nu was ik wel heel jong, maar ook heel handig.  k deed al het huiswerk, schoonmaken, koken, alles.  Ik verzorgde ook het vee en ik werkte op het land.  Ik kon echt alles!  Ik was een zoon voor mijn vader en een dochter voor mijn moeder”. (blz 15)

Na twee jaar wordt Sebahat zwanger en in 1960 wordt haar zoon Tuncer geboren.  Op dat moment maken we een sprong naar Nederland en komen terecht in het leven van Marjan, die in 1954 onverwacht zwanger wordt van haar vriendje en in alle haasten en zonder plichtplegingen met hem trouwt.  Haar pas begonnen droom om bij het toneel te gaan, dreigt hierdoor in het water te vallen, maar ze zet door.  In 1968 bevalt Sebahat intussen van haar vierde kind. 
“Nazmiye heet ze.  Een meisje… ik was zo blij met haar.  Drie dagen na de bevalling werkte ik alweer op het land. Nazmiye ging mee op de ezel.  Wij hadden geen luiers, de kinderen werden in een speciale soort aarde, de grond van ons dorp, gepakt.  Die maakten we warm en daarna pakten we ze helemaal in, dan sliepen ze lekker.  Die warme aarde is heel goed tegen bacteriën, de baby’s hadden nooit last van infecties”. (blz 51)

Haar man was toen al in Nederland gaan werken.  De migratie vanuit Turkije begon aan het einde van de jaren ’50, toen de eerste Turken, die aan technische scholen waren afge-studeerd, naar Duitsland gingen om stage te lopen bij Duitse bedrijven.  Vandaar dat ze bleven spreken van ‘Alamanya’, ook al gingen velen in Nederland en België hun geluk zoeken.
Vanaf het begin van de jaren ’60 kwam een grote migrantenstroom vanuit Turkije naar het veelbelovende West-Europa opgang.  Aanvankelijk waren dat vooral geschoolde arbeiders uit de steden, later vertrokken ongeschoolde arbeiders van het platteland.
Na jaren met haar kinderen te zijn achtergebleven in Turkije, wil Sebahat haar man volgen en hij komt haar halen.  Later volgen de kinderen en zij bouwen hun leven op.  Wanneer Yüksel ziek wordt en sterft, is hij 58 jaar oud en Sebahat, op dat moment een nog jonge vrouw, moet haar leven opnieuw inrichten.  Overlijden en begrafenisrituelen bij de Turkse gemeenschap zijn dan voor Marjan weer een aanleiding om herinneringen op te halen aan het overlijden van haar moeder en later dat van haar broer.
Zo wordt er telkens een parallel getrokken tussen beide levens, van Sebahat en Marjan, en ze worden als het ware met elkaar verweven.  Aspecten van het leven zoals huwelijk, kinderen krijgen, geloof, ziekte en dood in beide culturen lopen vloeiend in mekaar over.

Zout  is een heel toegankelijk en warm boek, eenvoudig en humoristisch geschreven, vanuit een oprechte bewondering voor een Turkse familie die haar plaats tracht te vinden in de Nederlandse samenleving.

Edith Clabots

 

Valide CSS!