Home
Kritisch Lezen
 

Liefdeshalve. Gedichten.

Auteur:  Rudi Hermans
ISBN:  9789022322147
Uigeverij:  Manteau
Commentaar: 

Gedichten over jeugd, opgroeien, puberteit, de ontdekking van seksualiteit, het sterven van een vader, het meedogenloos verstrijken van de tijd, gedichten ook over kind en geboorte, kinderen die het huis verlaten, bezinning over het plannen van het ideale leven, dromen over een leven dat ging komen maar dat ondermaats blijft waarbij je enkel kan berusten, het leven dat voorbijgaat en herinnering wordt zonder dat je je ertegen kan verzetten, over het lot.

Thema's die een dichter van in de 50 zeker zullen beroeren..

Wat meteen opvalt is het feit dat de dichter zijn gedichten op rijm schrijft en dichtvormen zoals het sonnet gebruikt - wat toch eerder zeldzaam is tegenwoordig. Zijn gedichten krijgen daardoor meteen een kleurtje van "vroeger". Niet qua thema, want de onderwerpen zijn ofwel van alle tijden of staan wel degelijk in deze tijd geplant.Ook het woordgebruik heeft soms een echo die het"vroeger" weerkaatst: "en uit haar oog welde een traan" bijvoorbeeld.

Ik veronderstel dat een dichter kan kiezen om zich te verplichten op rijm te schrijven omdat hij hoopt dat de spanning van dit keurslijf soms vonken zou doen ontstaan, dat ze door associatie vondsten zou baren.  Soms lijkt dat ook te gebeuren en dit geeft dan aanleiding tot goede vondsten. Maar het gebeurt eerder zelden, het rijm blijft goedkoop aandoen en vervalt soms zelfs in rijmelarij. De kortste gedichten zijn gewoonlijk best geslaagd, bereiken soms het niveau van goede aforismen.

Rudi Hermans is best in beschrijvende, het anekdotische, het gebeuren of met gedichten die te maken hebben met sex en dood: het dwaze, ongemakkelijke gedoe van het eerste; de grim-lachende, grijnzende ironie van het tweede. Goede vondsten, soms. Soms grappig, soms pijnlijk.

Toch: mijn overheersend gevoel bij het lezen is er één van ongemak en ontgoocheling.

Ongemak omdat de dichter niet kan verbergen dat hij "over" iets schrijft en zijn gedichten "maakt", in mekaar steekt.

Ontgoocheling omdat hij zo dikwijls een aanloop neemt naar iets dat vanuit een persoonlijke aandrang en eigen beleving schijnt te komen, maar dat dan doodloopt.

Ik heb de indruk dat de dichter er beter zou aan doen vorm en rijm opzij te laten en zich toe te leggen op het doordringend zoeken naar de sterkste zegging, het ene juiste woord, naar die gecondenseerde, krachtige zin.

V De Raeymaeker 


 

Valide CSS!