Oog in oog met Gaia. Acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Bruno Latour. Vertaling Rokus Hofstede en Katrien Vandenberghe
Uitgeverij: 
Uitgeverij Octavo, Epo distributie, 2017
ISBN: 
978 94 90334 23 9

Bijna de hele geschiedenis lang waren de natuur, de planeet aarde, de wereld, het klimaat, het weer (..) een gegeven dat “was”, dat men moest ondergaan, waar men allerlei krachten aan toekende en waarvan men de werking aan de daden en grillen van goden toeschreef. Maar steeds meer ging de mens zoeken naar een uitleg van die werking, naar wetmatigheden, naar middelen om de natuur te begrijpen, te catalogeren, te gebruiken, aan te passen, misschien te veranderen, en toenemend lukte de mens daar ook in. Met de opkomst van de moderne wetenschap, kreeg de mens meer greep op de materiële wereld, vooral door de natuurwetten te formuleren en de in de aarde opgestapelde fossiele energie en grondstoffen te gebruiken om hulpmiddelen en goederen te produceren. De aarde en de wereld waren er immers voor de koning van de natuur - de mens - en die natuur was robuust; de “wereld” stond buiten de mens en moest zo bruikbaar mogelijk gemaakt worden, in dienst gesteld van de mens.

De eerste stemmen die opgingen om te verwittigen dat we toch wel bezig waren de aarde te vervuilen, de atmosfeer aan te tasten en die stelden dat grondstoffen en fossiele energie ook een eindigende materie waren, werden schouderophalend opzij geschoven. Dat is ondertussen wel veranderd! De grote meerderheid van de bevolking is er zich van bewust dat het idee dat we over de aarde en haar werking en over natuurwetten hadden, nu totaal verouderd is, en dat we dus dringend ànders moeten gaan denken. Dit terwijl het eigenlijk al te laat is om de dreigende opwarming van de aarde nog tegen te gaan en te herstellen. Er zijn zelfs nog heel wat stemmen die blijven verklaren dat het wel niet zo’n vaart zal lopen. Anderen stellen voorop dat de mens met nieuwe technische middelen en uitvindingen het tij wel weer zal keren, zoals de mensheid dat toch altijd al gedaan heeft… De kapitalistische productiemachine kan ook niet zomaar stil gelegd worden, temeer daar het net door toenemende productie en “groei” is dat de mensheid haar huidig niveau van ongekende welvaart bereikt heeft.

Bruno Latour stelt dat we na 12.000 jaar Holoceen  - een periode van rust, waarin de aarde stabiel was en de onveranderende achtergrond waartegen een groeiend aantal mensen in rust kon leven, zich organiserend door middel van grote verhalen, we vandaag beland zijn in een tijdperk dat vrij algemeen benoemd wordt met het woord “Antropoceen“ - wat aanduidt dat de mens nu de voornaamste kracht is die de aarde vorm geeft. Helaas ook met een dusdanig gewelddadige menselijke activiteit, die overal op aarde zijn sporen achterlaat. Hierdoor is er zich zo’n ingrijpende ecologische mutatie aan het voltrekken is, dat we ze eigenlijk zelfs niet meer kunnen begrijpen - zeker niet met de “moderne” manier van denken. We hebben dan ook onze “oude” ideeën over mens en natuur, klimaat en de atmosfeer al grondig moeten aanpassen.(bijvoorbeeld: “Erosie, silicum, fosfor, methaan, zand, de zeeën (…) ondervinden de gevolgen van de menselijke activiteit.”) De natuur stelt zich teweer, gaat in de tegenaanval, bijvoorbeeld met wat we “het broeikasteffect” zijn gaan noemen. Daardoor verschijnen er in de wereldpolitiek nieuwe onderwerpen, waaraan we vroeger zelfs nooit gedacht zouden hebben: “Pollutie? Het beetje vuil dat we achterlaten, wordt door de natuur wel netjes weer verwijderd of verwerkt, zoals altijd…” De oceanen, de natuurlijke hulpbronnen, gezondheid, energie, chemische producten.

Die gedaanteverandering en de snelheid waarmee die plaatsvindt, kunnen we eigenlijk nog niet bevatten en het huidig beeld van de werking van de natuur kunnen we ons evenmin echt goed voorstellen. De klimaatoorlog is daarbij de voornaamste ramp – nog veel belangrijker dan aanslagen, terrorisme, migratie, veranderingen allerhande…  Vroeger trilde de mens mee met de – soms onprettige - veranderingen in de natuur, maar er was altijd een band tussen kosmos en politiek. Vandaag heeft de mensheid totaal niet de uitrusting voor de verbijsterende snelheid waarmee deze nieuwe geschiedenis zich voltrekt. Zelfs in dié mate dat we amper (of in elk geval onbegrijpelijk traag) reageren op de aan gang zijnde zesde uitroeiing van onze planeet. We denken blijkbaar nog altijd dat de schepper ons de aarde gegeven heeft en dat we ze dus kunnen gebruiken, naar onze hand zetten. Anders zouden we nu toch feller reageren en datgene doen wat zo dringend moet gebeuren- of waar het eigenlijk al te laat voor is?

De mensheid heeft het altijd al moeilijk gehad met nieuwe historische veranderingen; zeker nu, met een verschijnsel dat zich onverbiddelijk en in een razend tempo aan het voltrekken is.

Wat “wij” in elk geval kunnen en moéten doen is de gevoeligheid voor deze verandering aanwakkeren. 

Hoe?
Eerst en vooral met de wetenschap, want dat is de enige manier waarmee wij de mensheid gevoelig kunnen maken voor die razendsnelle ecologische mutatie en waarmee we ze ook afdoende kunnen aantonen.

Verrassend, maar eigenlijk zeer logisch, is volgens Bruno Latour, het tweede middel de kunst. Logisch, want de mens reageert niet als het enkel om feiten gaat. Wat de mens in de geschiedenis telkens weer gebonden heeft en aangezet tot handelen en zelfs tot revolutie, is immers het “verhaal”, het grote idee, de meeslepende “mythe” (denk: nationaliteit, volk, democratie, dictatuur, vaderland, godsdienst, gelijkheid, vrijheid, rechten) in dit geval de oermoeder “Gaia” die niet meer de achtergrond is, maar die op onze ingrepen en handelingen reageert, die boos is en ons geen oplossing suggereert. De kunst, in woord, klank, beweging en beeld (volgens hem vooral in drama en toneel) moet de mens duidelijk maken dat hij moet reageren en hoognodig moet “doen”.

We moeten ook ànders kijken naar wat wie of wat de rangorde van macht en belang representeert. Dat is niet enkel de natiestaat, dat is niet enkel de democratie, noch enkel de godsdienst. Of enkel de olie- industrie, niet de markten op zich alleen, dus niet het kapitalistisch systeem, etc. maar toch zeker ook de aarde, de natuur, het klimaat, waar al het vorige eigenlijk maar een klein onderdeel van uitmaakt. Wetenschappers, theologen, activisten en kunstenaars moeten samenwerken om dit verloren gegaan begrip van wat de schrijver “Gaia” noemt, weer centraal te stellen.

Dat er toch nog mensen zijn die de klimaatverandering blijven ontkennen en die niet anders durven denken, komt omdat ze angstig willen blijven geloven in een onveranderbare aarde. In plaats van oog in oog te durven staan met een oneindig complexe, ‘lokale’ en vergankelijke wereld. Die angst vindt Bruno Latour trouwens niet erg, want hoe langer we blind blijven voor alle irrationale kanten van onze huidige visie, en wachten om écht anders te kijken en met de juiste rangorde van handelen te beginnen, hoe erger de komende ramp zal zijn, en hoe meer mensen er dus zullen getroffen worden. Eigenlijk wil hij met zijn boek er dus toe bijdragen om die angst zelfs te vergroten.
Bovenstaande vormt het geraamte en de neerslag van dit boek – eigenlijk een verzameling van 8 lezingen die Bruno Latour gaf in 2013 in het kader van de Gifford-lezingen. Dit zijn lezingen die in het teken van wetenschap en religie staan. De neerslag ervan in de uitgave kan onafhankelijk van elkaar en door elkaar gelezen worden, en de inhoud is voor het merendeel zuiver filosofisch van karakter. Hierdoor is dit boek ontegensprekelijk ook moeilijk om te lezen, want de schrijver gebruikt zonder beperking abstracte filosofische begrippen - en, zoals vele filosofen schept hij een eigen woordenschat waarvan de betekenis nooit helemaal duidelijk is, maar die je dikwijls moet “raden” uit de context. Daar komt nog bij dat hij de gewoonte heeft plots enthousiast met inzichten of vondsten uit de hoek te komen die het voorheen zorgvuldig opgebouwde patroon door mekaar schudden of deze op zijn minst sterk relativeren. Al die kleine stukjes vuurwerk brengt hij uiteindelijk wel samen in een soort inzicht, die de lezer vindt op het einde van het boek.

Besluitend: je moet ongetwijfeld een zeker intellectueel niveau hebben enkel al om dit boek te lezen, laat staan er alles van te begrijpen….

Wat verder ook duidelijk naar voor komt, is de grote bezorgdheid, de angst, en de profetische visie die Hugo Latour bezielt.

 

V De Raeymaeker