Het plein en de toren. Verborgen netwerken uit de geschiedenis.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Niall Ferguson
Uitgeverij: 
Uitgeverij Overamstel, Imprint Hollands Diep, 2017
ISBN: 
978 90 488 3588 1

Het thema waarrond Niall Ferguson zijn boek opbouwt, is het verhaal van de netwerken (het plein) en de interactie ervan met hiërarchieën (de toren) vanaf de klassieke oudheid tot aan het recent verleden.(2016)

Hiërarchieën kennen we. Egypte, Mesopotamië, het Romeinse Rijk, Napoleon, het fascisme, het staatscommunisme: Wat gebeurt, wordt vanboven af gedicteerd, beslist, opgelegd. Maar er zijn ook “netwerken”, zelfs binnen die hiërarchieën.
We maken allemaal deel uit van netwerken (familie, vrienden en kennissen, netwerk op Facebook, politiek netwerk, cultureel, sport). Zo is Silicon Valley een netwerk, zo had Luther de drukpers als netwerk - waardoor zijn ideeën, zijn vertaling van de bijbel, zijn hymnen en gezangen (met taal als voertuig) overal in Europa konden verspreid worden. Zo hadden de Illuminaten een netwerk, niet echt een groot netwerk, maar ze wisten het netwerk van de Vrijmetselarij te infiltreren. (de Vrijmetselarij was trouwens belangrijk bij het tot stand komen van de Verenigde Staten; zowel Benjamin Franklin als Washington waren grootmeesters).

Een netwerk is een eerder abstract begrip en je hebt een natuurwetenschappelijke theoretisch kader nodig om de structuur van een netwerk te analyseren, met cijfers. Dat hebben we nu. Dank zij de huidige ernstige studies en het onderzoek rond netwerken hebben we de “tools” om het karakter, het kader van ieder netwerk te leren kennen.  Natuurlijk waren/zijn er verschillende grootten van netwerken en is de structuur van die netwerken even belangrijk als de ideeën die er doorgesluisd worden.
Deze andere benadering van de Geschiedenis - doorheen de bril van netwerken - lijkt veelbelovend en levert inderdaad zo nu en dan zeer verrassende gezichtspunten op. Zozeer zelfs, dat je niet anders kàn dan concluderen dat het idee “netwerk” (in historisch en ander onderzoek) vaker zou moeten aangewend worden, want het toont zoveel méér dan wat we op het eerste zicht aannemen.  Zo kunnen we ons, bijvoorbeeld, afvragen (dit is slechts één van de honderden vragen die de schrijver stelt): Hoe communiceerden de grote filosofen van de Verlichting met elkaar, hoe verspreidde de Verlichting zich? Na netwerk-onderzoek weten we nu dat de grote Schotse denkers minder kosmopolitisch waren dan we tot nu dachten, en ook Voltaire schreef zijn massa brieven overwegend naar andere Fransen.

Het bestaan van netwerken is niet nieuw, maar het besef dat netwerken de geschiedenis in grote mate beïnvloed en bepaald hebben is dat wél. Zo was Kissinger op een bepaald ogenblik de machtigste man op aarde, niet door de politieke macht en de positie die hij bekleedde, maar door het netwerk dat hij ijverig en doelgericht voor zichzelf uitgebouwd had. Hij “kende” al diegenen die belangrijk waren, onderhield goede contacten met hen en wist die contacten ook “voordelig” te gebruiken.

Niall Ferguson schuwt de controverse niet. Integendeel. In de – soms omstreden - geschiedenisreeks die hij voor de BBC maakte, beweerde hij onder andere het volgende:

- Dat het Verenigd Koninkrijk tijdens WOI buiten het “Europees” conflict had moeten blijven en aan Duitsland haar vasteland als keizerrijk had moeten laten. Door ethisch te denken en “poor little Belgium“ te hulp te willen schieten, waarna het V K. een geld- en levensverslindende oorlog begon, is het Verenigd Koninkrijk in de schulden geraakt (bij hun vroegere kolonie, de Verenigde Staten, nog wel) en zijn ze hun keizerrijk en rang van machtigste land ter wereld kwijtgespeeld. 
- De boerenoorlog in Zuid-Afrika: bijna 28.000 “Boers” stierven in concentratiekampen (“uitgevonden” door de Engelsen), waarvan de meeste kinderen. 30.000 boerderijen met landerijen, vee, het hele hebben en houden, werden met de grond gelijk gemaakt.
- Wanneer het protestantse Engeland het Katholieke Ierland wil “bekeren”, doen ze dat door er protestantse Schotten te vestigen en noemen ze dat een “plantation”. Nu zouden we dat “ethnic cleansing” noemen.
- Als de Britten zich in Amerika gaan vestigen, veroveren ze het land ondermeer door “te kweken”: in 50 jaar tijd gaat de bevolking zomaar eventjes maal vier.
- Hij verdedigt niet alleen Margaret Thatcher maar was een van haar vurige aanhangers… Vermits de VS toch Irak bezetten, hebben ze nu ook de plicht er gedurende een jaar of 40 te blijven…
- De eerste kolonisten die zich naar Amerika begeven op de mythische “Mayflower”, zijn lang niet allemaal Pilgrim Fathers (nvdr: Engelse geloofspuriteinen; een 35-tal), maar gewoon economische migranten.

Ferguson verdedigt ook zekere aspecten van het kolonialisme, en somt op wat (bijvoorbeeld) Engeland aan haar kolonies geschonken heeft qua infrastructuur, wetgeving, kennis en beschaving. 

Regelmatig vertelt hij wat uit zijn eigen leven - wat het soort vertrouwelijkheid schept met de lezer, die het lezen aangenaam maken. Hij kent de Geschiedenis zoals weinigen, wat blijkt uit de vele kleine details, de interessante, ongekende feiten en gezichtspunten die hij er bijna onachtzaam tegenaan gooit. Zoals J. Gutenberg die totaal bankroet was en een staatspensioen nodig had om te overleven. Of: zo is het grote succes van de reformatie zeker niet enkel te danken aan de nieuwe ideeën of godsdienstige ijver, maar ook aan eigendomsoverdracht: de bezittingen van de Rooms-Katholieke Kerk, de landerijen, de kloosters, werden immers privé-eigendom, terwijl zoveel paters en nonnen aan het werk moesten.

Hij is nog altijd tegendraads, een dwarsligger, provoceert graag. Misschien wel om zichzelf in het nieuws te projecteren en boeken te verkopen. Niet om het geld, want naast schrijver is hij ook nog professor aan de universiteit van Harvard en een gegeerd spreker. Hij zorgt er in elk geval voor dat de geschiedenis in het publiek domein komt.

Het idee om de geschiedenis door een netwerk-bril te bekijken, lijkt dan wel veelbelovend, na lectuur van het boek lijkt het mij toch eerder een trucje van de schrijver om nog eens een breed overzicht van de geschiedenis neer te pennen (terwijl hij intussen vooral bezig is met het meer ernstige werk van het tweede deel van de biografie van Kissinger.) Als je de vorige boeken van Niall Ferguson gelezen hebt en zijn televisiereeksen gezien hebt, herken je de meeste van zijn geliefde thema’s, gezichts- en standpunten – hier weliswaar toch weer aangevuld met nieuw materiaal, vooral met opvallend veel cijfermateriaal dat inderdaad sommige beweringen overtuigend ondersteunt.

Een greep uit dit cijfermateriaal: Voltaire: had 1400 correspondenten, 70 procent ervan van Franse afkomst. 400.000 mensen ondertekenen in 1792 petities ten gunste van abolitionisme, en in 1833 verzamelt men 1,5 miljoen handtekeningen, waaronder een lijst met een lengte van circa 800 meter. De regelgevingen in de V.S. groeit in 1950 ongeveer met 23000 bladzijden, aan tot 146.000 bladzijden in 2010, na de eerste regeringsperiode van Obama. Groot-Brittannië, een koninkrijk met een bevolking van 45,6 miljoen inwoners, heerste over een keizerrijk van 375 miljoen mensen, met 75000 beroepssoldaten en een civiele dienst die hooguit 900 leden omvatte.

‘Het plein en de toren’ blijft fascinerend om te lezen en een “must” als je Fergusons vorige publicaties of televisiereeksen niet kent. Hij is een van de hedendaagse historici die ook de “grote” geschiedenis plegen en hij schrijft verfrissend: hij brengt het niet enkel vanuit het enge standpunt van het alles zaligmakende Europa, de democratie, de Verlichting of de culturele suprematie van het Westen, maar een werkelijke wereldgeschiedenis. Hij lijkt over een onuitputtelijke bron van kennis en gegevens te beschikken en dat illustreert hij gul: niet enkel met prenten, foto’s en natuurlijk met veel schema’s van de netwerken die het onderwerp van zijn boek uitmaken, maar ook met teksten uit boeken, brieven, fragmenten van speeches, en artikels uit tijdschriften en kranten die soms verrassende aspecten tonen.

Alhoewel hij ook Marx kent en deze bewondert, kijkt hij door een neoliberale, economische bril en gebruikt er ook de taal van - waardoor hij zeer hedendaags overkomt, vermits wij allemaal in kapitalistische termen denken. Denk aan het gebruik van termen zoals: transactiekosten, de prijs van boeken, inkomens, de kost van producten, oorlogen, transport, levensmiddelen en goederen, omgezet in hun huidige financiële waarde.
Hij is professor aan Harvard, na al les gegeven te hebben aan de universiteiten van Oxford en Cambridge - wat ruim zou moeten volstaan qua referenties. Je kan dus op hoog niveau en toch zeer begrijpelijk en onderhoudend met deze schrijver meedenken én genieten van het gemak waarmee hij door de eeuwen stapt en nuchter de dingen ànders bekijkt en een “andere” waarheid aantoont, en daarmee een overtuigend ander geschiedkundig vergezicht opent.

 

V De Raeymaeker