Filosoferen in de islam?

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/modules/node/views_handler_filter_node_status.inc on line 13.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/plugins/views_plugin_style_default.inc on line 24.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Souleymane Bachir Diagne
Uitgeverij: 
Vrijdag, 2016
ISBN: 
978 94 6001 509 0

'Filosoferen in de islam?' - let op het vraagteken! - van Souleymane Bachir Diagne gaat over de verhouding tussen moderniteit, filosofie en religie. Tot voor kort leek het in de westerse cultuur misschien een uitgemaakte zaak: het westerse denken had zijn moderniteit beleefd en filosofie, religie en godsdienst hun definitieve plaats toegewezen. Dacht men… Sinds het breekwerk van het postmodernisme en (vooral?) de komst van de islam (en zijn vele varianten) is er terug een (filosofisch?) dispuut: ‘Philosophia ancilla theologiae?’ Wie even niet mee was of denkt dat dit in de seculiere, superdiverse samenleving geen issue meer is, of dat er enkel nog wat restafval moet geruimd worden, dient een en ander toch wat bij te stellen. De inzet daarbij is zeker niet gering: secularisering, tolerantie, kritische zin, pluralisme, humanisme… Kortom: de verworvenheden van de moderniteit. Of: de bestaansmogelijkheden van een rationele (Europese?) islam…

Filosofie of filosoferen?

Toegespitst op de islam bepleit Diagne, moslim én filosoof, twee (aanvullende?) opdrachten voor de filosofie. Ze heeft een kritische missie ten aanzien van de gegrondheid en legitimiteit van (ondermeer) religie, maar dient haar ook van binnenuit te verhelderen. Dat lijkt dan wel hoopvol met het oog op de modernisering en actualisering van de islam, maar houdt toch het zelfverklaarde voorrecht overeind om de eigen religie van binnenuit (exegetisch?) te interpreteren en te evalueren op geloofsinhouden, dogmatisme, irrationalisme, wereldvreemdheid, … Is dat niet veeleer een spelletje rechter in eigen zaak dan een filosofisch kritische opstelling? Toch biedt het volgens Diagne vooral uitzicht op meer tolerantie en pluralisme. Immers: ieder zijn (religieuze) waarheid! Intussen rechtvaardigt Diagne het bestaansrecht van heel wat islamvarianten: van soefisme tot wat hij progressief fundamentalisme noemt, maar even rigoureus verwerpt hij - niet onverwacht - een reactief en verkrampt fundamentalisme à la salafisme of IS. Dat laatste motiveert hij met behulp van twee aanklachten: de verwerpelijke exegese van heilige teksten én een onverdraagzaam sektarisme. Dus: ‘Het reactieve fundamentalisme jankt onheilspellend tegen de tijd.’ (p.105)

Wie spreekt namens de islam?

Het imago van de islam is er een van conservatisme, intolerantie, extremisme en terrorisme. Als dat (door zijn karikaturale algemeenheid verkeerde) beeld al zou kloppen dan is de islam uiteraard vreemd aan welk filosoferen dan ook. De filosofie staat immers voor openheid, kritische zin, nuance en rationalisme. Met een selectie relevante epigonen en gebeurtenissen uit de islamitische geschiedenis toont Diagne echter vlotjes aan dat filosoferen en islam elkaar zeker niet uitsluiten.

Van meet af aan stelde zich in de islam vooral de vraag naar leiderschap. Niet in de eerste plaats naar religieus, maar vooral naar wereldlijk leiderschap. (p.14 -15). Een verwevenheid die tot op vandaag blijft zorgen voor bloedige vetes en religieus fanatisme, maar ook voor een moeilijke integratie van de verworvenheden en waarden van de moderniteit. Of dat door filosoferen in de islam kan opgelost worden is ten zeerste de vraag, want een problematiek die vooral verankerd is in de opvattingen (en handelingen) van de vele aanhangers van de even talrijke islamvarianten. Maar dat er moet gefilosofeerd worden óver de status, praktijk en geloofsinhouden van de islam lijkt zelfevident, want louterend.

In de jonge islam werd al vlug geschermd met heilige teksten om de blijvende vete over opvolging, autoriteit en authenticiteit uit te vechten. Toepassingen dienden te worden begrepen, woorden uitgelegd, goddelijke almacht en schepping vastgelegd, … Dat kan men dan wel beschouwen als een prille vorm van filosoferen, maar de Koran is zeker geen filosofisch boek en het Arabisch (aanvankelijk?) ook geen filosofische taal. Pas onder de Abbasiden en met de vertaalslag van de antieke Griekse filosofen ontstaat een filosofische ingesteldheid (kalief Al-Mamun, Huis van de Wijsheid +/- 825). Aanvankelijk richt die zich op interpretaties van Aristoteles, Plato, enz., maar vanaf dan kan men enigszins spreken van filosoferen in de islam en zullen Avicenna (980-1037 Perzië), Averroes (1126-1198 Al-Andalus) en Ibn Khaldoen (1332-1406 Noord-Afrika) ook de vraag stellen naar de onderlinge status van religie (islam) en filosofie. Tegelijkertijd ontstond ook de traditie van de kalaam (islamitische theologie). Breed genomen kan men, nog voor er ook maar sprake is van een westerse moderniteit, zeker een aanzet tot een kritische, bevragende en pluralistische ingesteldheid in de islam vinden. Die heeft het echter niet gehaald.

Diagne schenkt wat dat betreft de nodige aandacht aan de asjaritische theoloog, soefist en filosoof Ghazali (1058-1111 Perzië). In 'Tahafut al falasifa' (De verwarring der filosofen) keerde die zich uitdrukkelijk tégen de filosofie als dé bron van ongeloof en afvalligheid. Ghazali wees de Griekse filosofen af en beschouwde hun volgelingen als vijanden van het islamitisch geloof. Hij zag alles wat er gebeurt als de wil en de hand van God en verwierp elke vorm van causaliteit. Het intellect dient volgens hem om de goddelijke wetten (sharia) af te leiden uit de Koran en de hadith. (p. 57-58) Het antirationalisme van Ghazali zorgde voor een keerpunt in de islamitische filosofie en zou mee de relatieve achteruitgang van de islam verklaren. Ghazali blijft echter tot op vandaag een toonaangevende islamtheoloog. Het zegt veel over de ontwikkeling van een bepaald fundamentalisme in de islam…

Welke moderniteit?

Op 29 maart 1883 geeft Ernest Renan een vernietigende lezing over de islam. Hij hanteert daarbij een zeer stringente invulling van moderniteit. Diagne noemt het, niet helemaal onterecht, ‘een volmaakte cirkelredenering’ (p. 92), maar het geeft hem de gelegenheid om een ietwat eigen invulling te geven aan moderniteit met behulp van het denken van Al-Afghani. Sayed Jamalludin Afghani (1838 - 1897) was een strijdvaardige pleitbezorger voor hervormingen binnen de islamitische wereld. De islam is volgens hem een dynamische religie, die echter door de middeleeuwse islam bezoedeld en ontspoord geraakte. Al-Afghani was ook onder de indruk van de westerse vooruitgang en een rationele modernist en bepleitte een modernisering op basis van een terugkeer naar de oorspronkelijke islam. Sommigen beschouwen hem echter als een voorloper van het salafisme omwille van zijn teruggrijpen naar de bronnen van de islam.
Volgens Diagne heeft Al-Afghani ‘er op een beslissende manier toe bijgedragen dat er een filosofie van de hervorming bestaat.’ (p. 103) Dat werd verder gezet door o.m. Mohammed Abdoe (1849-1905 Egypte). Diagne heeft het in dat verband over een progressief fundamentalisme dat ‘de toekomst weer openbreekt’. (p. 105) Een progressief fundamentalisme? Het lijkt een tegenspraak… Maar daarbij mag men volgens Diagne zeker niet in de valkuil trappen van ‘het moderniseren van de islam’ of ‘de moderniteit islamiseren’. Dat is volgens hem een slecht doordachte vraagstelling (p. 115).

In De filosofie van de beweging (Hoofdstuk 9) gaat Diagne daar concreter op in aan de hand van filosofische reflecties over tijd in het werk van Mohammed Iqbal (1877-1938 India). Daarbij wijst hij op de invloed van ondermeer Leibniz (monadologie) en Bergson (de scheppende evolutie) tot (zelfs) Nietzsche. Dat levert een mooie oefening op van filosoferen in de islam: hoe verzoenbaar zijn de moderne noties van tijd met het Scheppingsverhaal? Interessant daarbij is dan hoe de filosofie van de tijd van Bergson de islam van binnenuit kan moderniseren. Geen statische tijdsopvatting met een eenmalige, onveranderlijke schepping, maar een dynamisch tijdsbesef gericht op verandering en evolutie (Darwin!). Al komt Diagne zelf daarbij ietwat voorspelbaar uit bij een teleologie (en christelijke eschatologie?) à la Teilhard de Chardin. Mét een missie voor de (gelovige) mens…

Dus: welk filosoferen?

Is de tegenstelling tussen islam en moderniteit overbrugbaar? En blijft er een taak weggelegd voor filosoferen in de islam? De Franse titel van het boek 'Comment philosopher en islam?' suggereert een resoluter antwoord op die vraag dan de vertaling: ‘Ja, het kan!’ Meer zelfs: volgens Diagne moét het… Maar ik hou bij de lectuur daarvan toch maar het vraagteken in het achterhoofd… Diagne bepleit een herstel van de kritische praktijk in de islam, - met Korancitaten toe! -, maar hoe kritisch en modern mag die dan zijn? Het volstaat immers niet om te gewagen van een progressief fundamentalisme. De filosofische inzet is er dan wel, maar toch blijf je samen met Westerink & van der Zweerde (p. 137) benieuwd hoe er verder gefilosofeerd wordt vanuit een religiekritisch buitensperspectief over pakweg: gezag, dogma, waarheid, secularisering, de vrouw, gender, traditie, … Maar ook: wil er zoiets komen als een Europese, rationele of (zelf-)kritische islam dan zal die een plaats moeten krijgen in de moskee en in de overtuigingen en handelingen van de 'moslims en moslima’s in de straat'

 

Karel Van Dinter