Feminisme. Terug van nooit weggeweest.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Anja Meulenbelt
Uitgeverij: 
EPO Berchem, 2017
ISBN: 
978 94 6267 105 8

Dit zeggen jongere vrouwen: “Het feminisme is voorbijgestreefd, iets van vroeger.” Jongere vrouwen willen geen feministe meer genoemd worden. Vrouwen hebben alles wat mannen ook hebben, ze hebben stemrecht sedert 1919, kunnen zelfstandig kiezen, ze worden niet meer onderdrukt. Er is nog 'enkel' dat probleem van ongelijk loon.

Dit boek gaat eigenlijk niet over het feminisme van gelijke kansen voor vrouwen, het glazen plafond, gelijk loon, gelijkheid tussen man en vrouw, vrouwenrechten, rechten op veiligheid, recht om te kiezen of je kinderen wil of niet, … maar over een feminisme van (ook) rechten van transgenders, lesbische vrouwen, alleenstaande moeders, mensen met een handicap, migranten en vluchtelingen. Het gaat ook over Palestina, politiegeweld, “black lives matter”, het klimaat, etnische profilering, kapitalistische uitbuiting - een feminisme dat een brug wil maken met verschillende bewegingen die een betere wereld willen. De vraag - na het ongelooflijk “verschijnsel” Trump - is niet langer “Wat is goed voor vrouwen?” maar “In wat voor wereld willen we leven?”

Anja Meulenbelt schets nog wel eerst een (zeer knap en vlot) historisch overzicht van het feminisme en wijst er op dat toch nog vele van de verworvenheden van dat “oude” feminisme eerder “waar” zijn op papier, maar nog niet in de praktijk. (en ook dat ze veelal enkel “waar” zijn voor dat kleine percentage van de wereldbevolking dat het geluk heeft in het Westen te wonen). Zo wordt nog altijd geweld gebruikt – voornamelijk door mannen. Wordt alles eerlijk gedeeld, ook het inkomen? Zijn de taken gelijk, ook voor mannen? Wie neemt overwegend het huishouden en de kinderen in de hand, gewoonlijk na het werk “buitenshuis“? Anja Meulenbelt herhaalt de geschiedenis van de huishoudelijke arbeid, want dat is nog steeds een essentieel probleem. Welke keuzes hebben vrouwen om gezinsleven en betaald werk te combineren? (“Ze kunnen kiezen welk probleem ze liefst willen…”) Thuiszorg is productieve arbeid en bovendien zijn het vrouwen die het gezin op de been houden in tijden van economische teruggang. Kinderen krijgen is een maatschappelijke bijdrage. Het grootkapitaal kan winst blijven maken dank zij de positie van vrouwen. Daarnaast kennen we nog altijd die vorm van overdreven “heroïsche”, “stoere” mannelijkheid: aanrandingen, voetbalvandalisme, hangjongeren die vrouwen lastig vallen (“daar moet een piemel in“ – het  “fuckability” oordeel). Jongetjes worden lief geboren, maar leren naderhand geweld gebruiken. Alle jongeren die een wapen gebruiken om iemand dood te schieten of een bloedbad aan te richten, zijn mannen.

Maar de rest van het boek gaat eigenlijk over neoliberalisme en kapitalisme - dat ongelijkheid zeer bewust in de hand werkt en er voordeel uit haalt met mythes zoals het “trickle down effect”. Nochtans zijn de alom woekerende graaicultuur, de dwang van economische groei en (dus) toenemende consumptie, speculatieve fondsen, de multinationals die aan elke controle ontsnappen want ze behoren tot geen enkel land meer, óók kapitalisme. En zijn er de krankzinnig superrijken, terwijl er mensen sterven van honger. Ook wordt een euro die uit arbeid komt belast met 30-40% en deze uit vermogen met 8-9%. “Oproepcontracten”, flexwerkers, bezuinigingen in zorgcentra en dus op “zorg” met gaten in het sociaal vangnet tot gevolg, en minder tijd voor mensen,... zijn ook nog uitwassen van kapitalistisch denken en handelen. En het niet “maken” is je eigen schuld, want je moest maar harder werken. Werkloos zijn is “jouw fout”, grijs zijn trouwens ook.
Individualiteit wordt de maatstaf van alles, én persoonlijk succes, persoonlijk “geluk”.
Maar... er zijn steeds minder mensen nodig om dezelfde productie te handhaven, want robots doen het béter en kosten minder. Dus geen goed nieuws die resulteert in een kortere werkweek met behoud van loon, maar wél een hoop “nutteloze mensen”, die gewoon een pool worden waar werkgevers kunnen uit putten als ze werkkrachten nodig hebben - zo goedkoop mogelijk..
En intussen is aan veel universiteiten vrij onderzoek welhaast niet meer mogelijk, want dat resulteert niet in winst: alles moet gemeten kunnen worden, enkel meetbare resultaten tellen - ook op school.

De vrouwenbeweging was (is) teveel bezig met vrouwen aan de top of vrouwen die de top willen bereiken. Ze zou moeten bezig zijn met alle vormen van ongelijkheid: solidair zijn met progressieve zwarte mannen, met moslims die gediscrimineerd worden, voor migranten en vluchtelingen opkomen tegen racisme, tegen seksisme, tegen geweld, zelfs tegen het martelen van dieren. Waar feminisme zich moet op toespitsen is het aan banden leggen van de machtsstructuur die sociale rechtvaardigheid in de weg staat en die ongelijkheid produceert. Feminisme is namelijk gestoeld op de ongeschreven wet dat niemand de baas is: geen paus, geen politbureau, geen partij, geen land met een verkozen regering, geen “multinationals” met dezelfde rechten als mensen maar 'grenzeloos'. Het doel van het feminisme is niet “directeur” worden, niet de hippe levensstijl, niet het super individueel feminisme dat onderscheid maakt tussen vrouwen met verschillende inkomens en afkomst - “ witte, hoogopgeleide vrouwen”. Nee, feminisme is er ook voor vrouwen onderààn de maatschappelijke ladder, vrouwen uit de arbeidersklasse, “vrouwen van kleur”. Vrouwen zijn niet één groep, maar ze maken wél de helft van de wereldbevolking uit, die samen met de andere, mannelijke helft (dus alle activisten) moeten opkomen voor die “andere” wereld.

Anja Meulenbelt pleit dus eigenlijk voor een socialistisch feminisme dat samengaat met de klassenstrijd.
Het “socialisme” waarvan ze hoopvolle stromingen ontdekt zoals de activisten tegen Monsanto, de betogers tegen racisme, de aanzwellende stroming tegen klimaatverandering, de mensen die geen marktwerking willen in de zorg – al die groepen van mensen die samen willen zorgen voor het welzijn van iederéén.
Ook de culturele sector, de bewegingen die ijveren voor duurzame energie en tegen klimaatvervuiling, tegen gevaarlijke nucleaire energie-met-afval en tegen superkapitalisme.

Dit werd een boek dat een noodkreet is, eigenlijk, van iemand die al haar hele leven vecht tegen ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Iemand die voelt en zegt “Et pourtant je me jette et j’aime et je me bats, je ne sais plus au juste en quoi.” Ze weet - zoals een snel aangroeiende massa mensen - wat verkeerd is, hoe het zou moéten.
Ook “Arab spring” en “Occupy Wallstreet” wisten dat en tóch liepen ze dood, want ze wisten niet hoe, ze hadden geen nieuw model, geen nieuw verhaal. Maar dat komt er, want het huidig kapitalistisch systeem zal zichzelf vernietigen en dan moeten er heel veel bewuste mensen zijn, die klaarstaan.

 

Viktor De Raeymaeker

 

€15,90

http://www.epo.be/HVV/