Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Marco Visscher en Ralf Bodelier e.a.
Uitgeverij: 
Nieuw Amsterdam, 2017
ISBN: 
9789046821817

Heb je een ‘groene’ leefstijl? Je bent tegen kernenergie en gentechnologie? En vόόr windmolens en biologische landbouw? Het is mogelijk dat je na het lezen van dit boek over een aantal zaken van mening zal veranderen. Ecomodernisten zijn eveneens natuurliefhebbers en milieubeschermers maar onderscheiden zich van de traditionele milieubewegingen door de nadruk te leggen op aantoonbaar werkbare, pragmatische oplossingen. De natuur wordt volgens het ecomodernisme vooral beschermd met alles wat onze Westerse samenleving zo modern maakt en niét met alles wat rurale gemeenschappen zo traditioneel maakt. Ontkoppelen is hierbij het sleutelwoord. Hoe meer we onze activiteit ontkoppelen van de natuur, hoe beter het gaat met ons én met de natuur. Ecomodernisten zijn optimistisch, ze scharen zich achter een uitgesproken positieve toekomstvisie waarin mens en natuur floreren. Met een koele blik en een warm hart proberen ze het debat te voorzien van relevante informatie en nieuwe inspiratie in de hoop - volgens hen - achterhaalde standpunten en vastgeroeste ideologie te ontkrachten.

In zestien hoofdstukken verdeeld over vier thema’s - energie , landbouw en voeding, natuur en tenslotte armoede en ontwikkeling - geven zeven wetenschapsjournalisten in dit boek hun visie op de vraagstukken en problemen waar we als mens mee geconfronteerd worden. Hierbij stellen ze de mens centraal, ze bepleiten een humanistische variant van de milieubescherming. Heel wat van onze vastgeroeste aannames worden weerlegd door de feiten vanuit een andere invalshoek te bekijken. Ze positioneren zich daarmee tegenover wat ze de ‘traditionele’ organisaties noemen, met name Bond Beter Leefmilieu, Oikos, Oxfam Solidariteit en BioForum die, volgens hen, met achterhaalde standpunten en een vastgeroeste ideologie net verbetering van mens en natuur in de wég staan. Ze omschrijven zichzelf als bekeerlingen, verweesde groenen die thuis gekomen zijn en die pragmatische oplossingen die aantoonbaar werken vooropstellen. Dirk Holemans van denktank Oikos beschrijft hen op zijn beurt als ‘ de nieuwe schaapsvacht van big industry’.

 

Energie

 

Dankzij fossiele brandstoffen bleven bomen gespaard die we eeuwenlang kapten om vuur mee te maken, ons te verwarmen en eten op te koken. Fossiele brandstoffen zitten tegenwoordig als basismateriaal in onze kleding, fietsbanden, asfalt, meubelen, enz. Ze hebben letterlijk en figuurlijk verlichting gebracht voor mens en natuur. En de milieuvervuiling? Industrialisatie bracht welvaart en dankzij die welvaart kwam er een groeiende interesse om het milieu te beschermen. Lucht en water zijn heel wat schoner dan in de jaren ’60. Ecomodernisten zijn niet blind voor de nadelen -klimaatverandering, zonnepanelen, windenergie, kernenergie enz. worden onder de loep genomen - maar ze wijzen ons op onze soms irrationele kijk. Zon en wind zijn inderdaad gratis, maar er is gigantisch veel materiaal nodig om de panelen en de turbines te bouwen. Misschien kruipt er wel méér energie in het bouwen ervan dan dat ze opbrengen. Klimaatbeleid moet vooral rationeel, moreel en haalbaar zijn. Daar is natuurlijk niets tegenin te brengen, maar ook al zou, puur op grond van de feiten, kerncentrales tot de veiligste vormen van energie behoren, dan moet men toch de vraag stellen op welke manier we - eveneens veilig - van het kernafval af geraken? Onze angst hiervoor zou onterecht zijn, “in splendid isolation” lost het probleem zich gaandeweg vanzelf op door radioactief verval.

 

Landbouw en voeding

 

Hongersnoden worden nu vooral veroorzaakt door oorlogsgeweld. Plantenbioloog en Nobelprijswinnaar Norman Borlaug ontwikkelde een tarwesoort met veel hogere opbrengst waardoor 1 tot 2 miljard mensen van de hongerdood werden gered. Als we de natuur willen behouden moeten we voorkomen dat er nog meer land wordt omgezet in landbouwgrond. Dit kan door kunstmest, verbeterde zaden en kennis van goede landbouwtechnieken, waardoor er ruimte vrijkomt die teruggegeven kan worden aan de natuur. Gentechnologie is noodzakelijk en we hoeven niet allemaal vegetariër te worden. Voor de vegetariërs onder ons is het even slikken dat minder vlees eten helpt, maar dat vegetarisme of veganisme niet de meest duurzame manier zou zijn om de wereld te voeden. Dieren eten ook voedsel dat niet geschikt is voor menselijke consumptie zoals gras en voedingsafval. Men zwijgt erover dat dat niet voldoende is. En ook over dierenleed wordt met geen woord gerept. Verder zou er ‘een zee vol vis’ in het verschiet liggen als we luisteren naar visserijbiologen.

 

Natuur

 

“Alles wat door mensen is aangeraakt, is al het ware besmet en alles wat uit de natuur komt, is goed”. In de filosofie is die redenering bekend als de naturalistische dwaling. Menselijke activiteit heeft negatieve maar ook positieve effecten. CO2 bevordert plantengroei en is verantwoordelijk voor de opmerkelijke vergroening van de woestijnen. Thoreau schreef in zijn blokhut dat in wildheid het behoud van de wereld zou liggen. Dit kon hij pas nadat alle gevaarlijke dieren in zijn omgeving waren uitgeroeid en zijn moeder ondertussen zijn kleren waste. Biodiversiteit is een uitvinding, grondstoffen geraken niet op, onze voetafdruk heeft geen wetenschappelijke basis, de Club van Rome zadelde ons op met ‘grenzen aan de groei’ enz. Ook in dit hoofdstuk wil men onze gebeitelde waarheden ontkrachten. Ze wijzen er ons ook op dat wie geld verdient aan het prediken van doemscenario’s, er natuurlijk ook belang bij heeft deze in stand te houden. Volgens het ecomodernisme zijn er enkel grenzen aan ons vernuft! We moeten vertrouwen hebben, de belangrijkste grondstof is het menselijk brein.

 

Armoede en ontwikkeling

 

Interesse in groen en milieuvriendelijk gedrag is alleen mogelijk in een omgeving van vrijheid en welvaart. Ecomodernisten pleiten er onomwonden voor dat eerst de armoede dient bestreden te worden, dan pas kan duurzaamheid op het voorplan komen. We moeten nog meer naar de stad en arme landen hebben evenveel recht op energie.        

Het hoofdstuk over de bevolkingsgroei doet de wenkbrauwen fronsen. Ecomodernisten zien het probleem niet, er is ruimte genoeg. Zorg wél voor het voorkomen van kindersterfte door het nastreven van welzijn voor iedereen, de beste rem op het krijgen van kinderen. De foute drang om dit kunstmatig te doen, wordt bij dit thema aangetoond met een paar stuitende verhalen.
In de epiloog stellen de ecomodernisten zichzelf voor als kleinkinderen van de Verlichtingsdenkers met wie ze de belangrijkste overeenkomst hebben, namelijk zich te keren tegen dogma’s die de samenleving gevangen houden. Het religieuze denken over de natuur moet vervangen worden door rationeel denken. Waar onze ambities zorgen voor problemen, zorgt onze inventiviteit voor oplossingen. We komen er niet door het voorzorgsprincipe aan te hangen, maar door experimenten te waarderen. En bovenal niet weigeren je standpunten te veranderen wanneer het bewijs verandert. Dat laatste is zeker waar, alleen weet je nooit als gewone burger “vanwaar” dat bewijs komt. Denk aan de tegenstrijdige berichten over glyfosaat. Of aan sommige academici die zich laten ‘sponsoren’ door bedrijven.

Het boek eindigt met een ecomodernistisch manifest, ondertekend door academici en een bijlage over de auteurs, voornamelijk Nederlanders en een Vlaming, Bart Coenen - oprichter van BackCover.be, een blog vol nuchter ecologisch nieuws. Moeten we dit alles vooral genuanceerd bekijken? Ligt de waarheid in het midden? Zijn ze niet té optimistisch? Ongetwijfeld hebben ze het op een aantal punten bij het rechte eind. Jaffe Vink had het er al over in zijn boek ‘Wie is er bang voor vooruitgang’ (2014), een onderzoek naar de oorsprong van onze angst, ons wantrouwen over ons voedsel, de bezorgdheid over het milieu en het klimaat. Met ook een onthullend hoofdstuk over het bekende boek van Rachel Carson, ‘Silent Spring’: de dode lente van het apocalyptische jaar waarin de vogels niet meer zingen.

Indien ecomodernisten gelijk zouden hebben, dan moeten we hun optimisme overnemen, ook wél kritisch blijven, maar ondertussen openstaan voor nieuwe inzichten en niet star vasthouden aan opvattingen waarvan bewezen werd dat ze niet meer kloppen. Of doet dit vlot geschreven boek ons in de fuik van het ecomodernisme zwemmen?        

Grote twijfel werd mijn deel tijdens het lezen - ik voldoe immers ook aan het ‘groen’ signalement. Ik las dus alles wat erover te vinden was. Met familie, vrienden en een paar mensen met kennis van zaken leidde het tot interessante gesprekken. De meningen zijn verdeeld, er is intussen een kleine wachtlijst voor mijn exemplaar van het boek ontstaan. De auteurs zijn bereikbaar én te boeken voor lezingen, debatten en opiniestukken. Dat kan boeiend worden. Omdat ook deze lente de vogels nog altijd zingen, maar we ook moeten lezen dat de noodzakelijke hommel snel dreigt te verdwijnen.

 

Sophia De Wolf