De populistische verleiding. De keerzijde van de identiteitsillusie.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Sybe Schaap
Uitgeverij: 
Damon, 2017
ISBN: 
978 94 6340 119 7

'Het zou kunnen zijn dat de moderniteit zelf
een vruchtbare bodem is voor het populisme.’
(p.174)

Sybe Schaap (VVD-fractie / Eerste Kamer Nederland) loopt niet hoog op met (het) populisme. Dat was reeds zo in eerdere publicaties en blijkt ook uit zijn politieke activiteiten. Daarin keerde hij zich vooral tegen het populisme van Geert Wilders en Martin Bosma (PVV). Die antipathie is er ook nu nog, maar in ‘De Populistische Verleiding’ maakt Schaap een bredere analyse van het fenomeen. ‘Het populisme is wereldwijd in opkomst. Het speelt in op gevoelens van onvrede en onzekerheid, zelfs in een sociaal en economisch ongekend welvarende wereld.’ Zo staat het samengevat op de flap van ‘De populistische verleiding’. Met alvast een gewild dubbelzinnige titel, want wie verleidt wie? En wat maakt het populisme zo verleidelijk en gevaarlijk? Zeker geen vrijblijvende vraag…

Populisme! Hoezo?
 
Da’s een moeilijke. Want algauw kom je uit bij een onsamenhangende en onheilspellende mix van ontspoorde referendums en peilingen (p.198), irriterend getwitter, wervende oneliners, revolte, wrevelige oprispingen, stuurloosheid, straatgeweld, zure kreten, politiek vandalisme, demagogie, desinformatie, mediagekte, kuddegeest, enz. Niks positiefs zo lijkt het… Voor sommigen staat populisme voor volksverlakkerij en gemakzuchtige demagogie. Voor anderen is het een naar-de-mond-praten met het oog op electorale winst terend op een klimaat van ongenoegen, wrevel, onkunde, politiek machismo en verwijten. Voor nog anderen is het populisme de luis in de pels van een hopeloos complexe, seculiere en diverse maatschappij en een democratisch bestel dat er niet in slaagt om een tolerant samenleven mogelijk te maken. Voor hen is het populisme vooral een kritische uitlaatklep, maar misschien ook het ultieme drukkingsmiddel voor verandering. Toch een positief geluid?

Naar een echte democratie

Schaap maakt alvast duidelijk dat je niet kunt gewagen van één soort populisme, maar wel van een veelvormige beweging en ingesteldheid die haar voedingsbodem heeft in een maatschappelijke onderstroom. Het betreft een amalgaam van onvrede, gevoelens van onveiligheid bij de burger en rancune over een falende democratie en een potdove samenleving. Maar vooral ziet hij de inhaligheid van volksmenners en andere politieke bestuurders met het oog op eigen electoraal gewin. Die klagen dan wel de onkunde van het beleid aan, maar volgens Schaap hebben ze zelf geen samenhangend doelgericht plan of ideologie om tot oplossingen te komen. Het gaat dan om een stuurloos activisme zonder weten-waar-naartoe en een identiteitsillusie die leidt tot een polariserend wij-zij-verhaal. Daarmee zet dit populisme zich intolerant af tegen elke vorm van diversiteit en streeft het naar culturele zuiverheid en afgrenzing. (p.199) Op zijn minst dat soort populisme is antidemocratisch: ‘Populisme is inherent antidemocratisch omdat het de pluriforme samenstelling van een bevolking opsplitst in een ‘eigen’ homogeen volksdeel tegenover ‘wezensvreemde’ delen.’ (p.72) Het levert aan veel verontruste burgers een gemakkelijk en ‘verleidelijk verhaal over nationale identiteit, soevereiniteit en het eigen volk. Moderne populisten buiten die onvrede uit.’ (flap) Schaap herkent het in de (politieke) persoonlijkheid van Nederlandse politiekers als Wilders en Bosma, maar wijst ook naar Trump, Chàvez, Erdogan en andere Poetins…

Er is meer aan de hand

Voor een diepzinnige benadering van het fenomeen populisme zijn Nietzsche en Ortega y Gasset haast evidente aanspreekpunten. Ook voor Schaap. Bij Nietzsche vindt hij filosofische beschouwingen over de laatste mens en een nefast nihilisme. Bij Ortega y Gasset een analyse van de mens als massawezen. Maar Schaap gaat ook te rade bij de politieke filosofie van Rousseau (la volonté générale), Hegel en Marx. Die blijven inspireren, maar behoren toch ietwat abstract bij een ander tijdsgewricht.

Dichter bij de actualiteit van het huidige spanningsveld tussen democratie, gezag en macht vindt Schaap de Franse filosoof Claude Lefort en diens opvattingen over de democratie als een lege plaats: un lieu vide. Volgens Lefort is de kwetsbaarheid van de democratie juist ook haar kracht. In een democratisch bestel is de plaats van de macht slechts tijdelijk bezet. In wezen gaat het om een politiek project dat zichzelf steeds opnieuw blijft hervormen en verbeteren. Binnen de democratie is de politieke macht in handen van niemand. Ze vloeit voort uit de diversiteit van de publieke sfeer en de feitelijke participatie van elke burger. In tegenstelling tot het totalitarisme... Een cruciaal kenmerk daarvan is volgens Lefort de vernietiging van de publieke sfeer en à la limite elke diversiteit. De totalitaire verleiding is echter nooit verdwenen. Ze ligt besloten in de democratie zelf…
Schaap past dat inzicht toe op het (defaitistisch) populisme. Kan het de lieu vide volledig inpalmen en totalitair worden? Volgens hem niet. Het heeft immers geen verbindende substantie of ideologie en kan derhalve geen positieve bijdrage leveren aan een werkzame democratie. Het kàn de lieu vide van de democratie niet vullen. (p.177) Het schept vijandbeelden, maar doet daar niets mee en koestert geen totalitaire ambities. Het ondermijnt het democratisch bestel - ‘Kutparlement!’ - door het van binnenuit te ondergraven. Het actuele populisme is dan wel revolterend, maar blijft volgens Schaap afkerig van fysiek geweld. (p.192) Voorlopig, al kan dat omslaan…

Leegte van de illusie…

Verleiding? Die is er ongetwijfeld. Maar dan in twee richtingen: van de burger naar opportunistische politiekers en weer terug. Van het gehannes van de politiek(ers) terug naar de verontruste burger. Een versterkend effect? Zeker. Populisme gedijt immers vooral in een klimaat van rancune tegenover een nalatige democratie en een steeds meer diverse samenleving: de democratische instellingen en het beleid falen en dragen geen constructieve oplossingen aan. Het failliet van de democratie? Misschien. Want, denk ik dan, je kan de luidruchtige klachten en het kritische activisme tegen meer Europa, diversiteit, machtswellust, corruptie, elites, enz. niet verklaren door loutere meeloperij, frustratie en gekrakeel. Er is duidelijk meer aan de hand: de burger als seismograaf van wat manifest verkeerd gaat, krijgt geen gehoor. Maar luistert de democratie dan wel? Doet het beleid iets met de alarmerende signalen? Die impasse ziet Schaap ook wel, maar hij legt de verantwoordelijkheid daarvan vooral bij de populisten zelf. Die vindt hij in de leegte van de illusie die zij de burger (het volk) voorhouden. Ondanks de zelfverklaarde rol van het populisme als katalysator en bovenop de opportunistische volksmennerij tot eigen nut scheppen populisten volgens hem uitzichtloze verwachtingen. Tenzij die van een nostalgisch terugkijken. (p.196)

Waardendestructie

Volgens Schaap kan je gewagen van een voortschrijdende waardendestructie. Er is een toenemende erosie en teloorgang van de kernwaarden die horen bij een democratische persoonlijkheid: mondigheid, vrijheid, waarachtigheid (p.133) en morele oprechtheid. Na de uitholling van de Grote Verhalen (postmodernisme) en het verdwijnen van de verbindende en soevereine werking van godsdienst en absoluut gezag kwam er geen constructieve invulling van die leemte. De moderniteit en het postmodernisme, stelt Schaap, hebben hier een lege plaats achtergelaten. Op die manier brengt het populisme ‘een probleem aan het licht dat terugvoert naar veranderingen die de moderniteit heeft gebracht en nog altijd brengt, veranderingen in de samenlevingsorde en haar fundamentele waarden.’ (p.176) De burger bleef met zijn verworven vrijheid, spreekrecht en (vermeende) mondigheid verweesd achter en kon de transitie naar de moderniteit niet goed verteren. Zo is het denkbaar ‘dat de almaar toenemende openheid van de huidige sociale leefomgeving voor velen werkelijk bedreigend is, wellicht in sociaaleconomische zin, maar meer nog in mentale, existentiële zin.’ (p.195) Echter: waar kan de burger met dat onbehaaglijke gevoel dan wél terecht? Tenzij bij een of ander populisme…

Mondigheid

Eerder in ‘De populistische verleiding’ vroeg Schaap zich al af: ‘Lokt mondigheid, zoals in de vorm van een nagenoeg ongelimiteerde meningsvrijheid, iets uit waaraan het populisme zijn kracht ontleent: de reactieve, revolterende houding?’ (p.89) Bepleit Schaap hier een afgeslankt spreekrecht? Niet echt, maar wél, een beetje hautain misschien, een vorm van ‘aristocratische mondigheid’ en empathische diplomatie met aandacht en respect voor de kwetsbaarheid en gevoeligheid van de andersdenkende. Graag minder brutalisme en geschreeuw in de debatten! Terecht, maar samen met Habermas krijg ik dan een cynische opstoot, want er is meer nodig om de kwaliteit van het publieke debat en de democratie te herstellen. Al kan een minimale wederkerigheid, toch een essentieel onderdeel van de democratische en tolerante persoonlijkheid, de brede maatschappelijke debatcultuur zeker ten goede komen. Waarmee we middenin de polemische discussie over Mohammedcartoons, Charlie Hebdo en andere kutmarokkaantjes verzeild zijn... Voor nogal wat politiekers dringt zich hier zeker enige coaching op. En dat geldt onverdund voor de modale burger gezien het scheldgedrag, het verdraaien van waarheden en opjuttend getwitter dat ook hij hanteert… (p.110) De communicatieve democratie? Duidelijk een andere identiteitsillusie!

‘De populistische verleiding’ probeert het actuele populisme in al zijn complexiteit te vatten. Als dat al gelukt is, blijft het afwachten wat wij - en de politieke wereld - ermee willen doen. Daarbij is zeker meer bezorgdheid nodig voor het spreekrecht en de mondigheid van de burger. Precies dat is het wat de populistische beweging in zijn vele gedaanten (golf? tsunami? p.175) nastreeft.
Socrates koesterde bij monde van Plato al heel wat argwaan ten aanzien van de demagogische uitwassen van de Atheense democratie. Populisme? Aristocratisch leiderschap? Reeds toen waren het spreekrecht van de burger en de roep om duurzame oplossingen aan de orde…

 

 

Karel Van Dinter