De Bedreigde Vrijheid

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Non-fictieNon-fictie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Johan Op de Beeck
Uitgeverij: 
Horizon, 2017
ISBN: 
978 94 926 2604 2

‘De vrijheid van meningsuiting is onze enige, echte garantie en voorwaarde voor persvrijheid, vrijheid van onderzoek, academische vrijheid, vrijheid van politiek, denktanks, vakbonden en werkgeversorganisaties én de vrijheid van godsdiensten en levensbeschouwingen om zich te uiten.’ (p.257)

In 'De Bedreigde Vrijheid' schetst Johan Op de Beeck het ontstaan en de geschiedenis van de vrije meningsuiting (Socrates, Galilei, Spinoza, Bayle, Voltaire, De Potter, …), ontleedt hij de actuele bedreigingen (extremisme, populisme, intolerantie, …) en pleit hij voor meer engagement bij de verdediging van deze fundamentele vrijheid. Terecht…

‘En zoals bekend: zonder debat geen democratie.’ (p. 238)

Een seculiere en democratische samenleving is enkel leefbaar wanneer burgers met diverse gezindheden, overtuigingen en levensbeschouwingen bereid zijn om een aantal waarden, vrijheden en plichten te delen. Het gaat daarbij om basisrechten en fundamentele vrijheden die beschermd, verdedigd en gekoesterd moeten worden: vrijheid van godsdienst, recht op een vrije mening, spreekrecht en scheiding van kerk en staat. Vrijheden en rechten die o.m. vervat zijn in de UVRM… In 'De Bedreigde Vrijheid' is Op de Beeck vooral bezorgd over het recht van het individu op een eigen mening en de vrijheid om kritiek te uiten. Sinds de Verlichting en de moderniteit zijn deze grondrechten gekoppeld aan de godsdienstvrijheid - beter zou zijn: vrijheid van levensbeschouwing! - en de scheiding van kerk en staat.

‘Gebruikmaken van de meningsvrijheid is levensgevaarlijk geworden.’ (p. 145)

Met een rist aan gekende en minder bekende feiten (van hier en elders) illustreert Op de Beeck hoe sommige rechtse extremisten het spreekrecht misbruiken om verdeeldheid te zaaien, hoe geradicaliseerde islamisten het selectief of volledig willen afschaffen (theocratisch dogmatisme) en hoe sommige politici van uiteenlopende signatuur het functioneel zouden inperken (wettelijke censuur). Intussen zadelen multiculturalisten iedereen met een kritisch woord over minderheden op met een schuldcomplex, stigmatiseren ze ons met verwijten van racisme, islamofobie, onverdraagzaamheid, godslastering, enz. en lokken ze een bange zelfcensuur uit. Op die manier wordt de vrije meningsuiting net zo goed monddood gemaakt…

‘Angst wint het vaak van meningen.’ (p. 20)

Behalve de pogingen om op die manier de vrije meningsuiting te verhinderen, worden ook alibi’s gezocht om ze wettelijk aan banden te leggen: veiligheid, terrorismebestrijding, smaad, ... Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen de vrije meningsuiting als een absoluut rechtsprincipe - “Alles kan, alles mag!” - en de grenzen waar kritiek en meningen (on)toelaatbaar worden. Op de Beeck gaat voor het absolute principe: beperkingen en sturing leiden volgens hem enkel tot een verdere uitholling van de vrije meningsuiting. En uiteindelijk tot een lege doos…

‘En de lering hier is: let op met beperkingen op de vrije meningsuiting.
Want voor je het weet, keren die zich ook tegen jezelf.’ (p. 194)

Op de Beeck benadrukt de betekenis van een ongehinderde en kritische debatcultuur, maar is niet blind voor de kwalijke gevolgen van opruiende en kwetsende taal, scheldtirades in de sociale media, fake facts, beledigende cartoons, smaad, ... Desondanks blijft hij bij het absolute principe van de vrije meningsuiting. ‘Als we elk taboe met beperkingen omkleden, blijft er binnenkort niet veel meer over waarover we nog wel kunnen spreken en discussiëren.’ (p. 107) Zich gekwetst voelen vindt hij geen goede reden om de vrije meningsuiting in te perken. ‘Dit is de grondwettelijke geest: een meningsuiting kàn kwetsen. Maar als de belediger nièt die uitgesproken intentie had je te kwetsen, is je individueel gevoel van belediging irrelevant.’ (p. 231) Dat geldt ook voor gekwetste gevoelens bij godslastering of desacralisatie (p. 114) Misbruik van spreekrecht kan men beter postfactum met andere (juridische) middelen aanpakken.

Want wat staat er op het spel?

De vrije meningsuiting heeft niet enkel een symbolische functie. Haar inperking kan nefaste gevolgen hebben voor de democratie: ‘Laat men het goed voor ogen houden: het idee dat men iets niet mag zeggen, speelt altijd meer in het voordeel van groepen met invloed, de mannen aan de top. Die hebben er alle belang bij dat bepaalde zaken niet mogen worden betwijfeld, want dan zou ook hun eigen machtspositie kunnen worden betwijfeld.’ Censuur is een eerste aanzet naar een totalitaire samenleving en de dictatuur. (p. 117) Een aantasting van de open samenleving en de tolerantie …

Een upgrade van verdraagzaamheid?

Tijd om na te denken over wat we bedoelen met tolerantie… Op de Beeck plaatst zich in de traditie van de Verlichting (Voltaire): ‘[…] tolerant ben je voor meningen, uitingen, waarmee je het uitgesproken oneens bent.’ (p. 207) Daar valt zeker niets aan af te dingen, maar mijns inziens heeft tolerantie wel meer om het lijf. Het is alvast geen onverschilligheid, permissiviteit of vergoelijking vanuit het eigen grote gelijk, maar wèl een actief principe dat om wederkerigheid, kritiek en empathie vraagt. Een voorbeeld van Op de Beeck: ‘De voorstanders van de seculiere staat onderschatten soms de impact ervan op mensen die zich - vaak onterecht - gediscrimineerd voelen en die geleerd hebben dat godsdienst de enige vorm van identiteit is waaraan ze zich als minderheid kunnen of willen vastklampen.’ (p. 210) Het begrijpen van dergelijke gevoeligheden zou gerust alle gezindheden, levensbeschouwingen en andersdenkenden mogen sieren. Het zou iedereen wel eens ten goede kunnen komen. Niet enkel in religieuze, ethische en politieke kwesties, maar bij uitbreiding ook voor esthetische, filosofische, sociale en allerlei andere (twist-)punten. Maar: ‘Het is ook vandaag de dag overduidelijk dat velen van onze medeburgers al te zeer overtuigd zijn van hun grote gelijk […]’ (p. 30) Geen groot gelijk meer? Dan wordt het voor sommigen ongetwijfeld eieren lopen om een vergoelijkend (postmodernistisch?) cultuurrelativisme te vermijden. Want er zijn, denk ik, ongetwijfeld meningen, waarden en normen die er meer toe doen dan andere…

Intolerant tegenover intoleranten…

Hoe democratisch en tolerant kan men blijven (ten aanzien van vrije meningsuiting) als intoleranten en antidemocraten haar misbruiken om de democratie en het spreekrecht te beknotten? Op de Beeck gaat hierbij uitvoerig in op het antwoord dat George Van den Bergh in 1936 (!) gaf: ‘In de democratische staat, waar de principes van geestelijke vrijheid en van gelijkheid voor de wet onaantastbaar zijn, moeten alle maatschappelijke en staatkundige denkbeelden aan deze beginselen worden getoetst. Met deze beginselen als toetssteen en als grondslag wordt de vreedzame strijd der geesten gevoerd. Aanvaarding van die toetssteen en van die grondslag is voorwaarde om tot deze vreedzame strijd te worden toegelaten. Partijen die deze pijlers van onze staat aantasten, zijn zijn vijanden.’ (p. 161). Met het schadebeginsel (John Stuart Mill) in de hand gaf Dirk Verhofstadt in ‘Salafisme versus democratie’ aan hoe we de democratie binnen ‘de krijtlijnen van de rechtsstaat’ kunnen verdedigen tegen een radicale islam. Aanbevolen lectuur! Al is het niet zondermeer duidelijk wat dat betekent voor de verdediging van de vrije meningsuiting. Censureren? Straffen? Weerleggen? Negeren?

Wat te doen?

Op de Beeck stelt ondermeer de magere intenties van partijprogramma’s en politieke mandatarissen vast om de vrije meningsuiting te beschermen. Het gevolg van vermijdingsgedrag met het oog op stemmenwinst… Als dat al het geval is, wat mag je dan nog verwachten van inburgeringscursussen voor nieuwkomers? Van andere initiatieven voor de bevordering van een gezonde debatcultuur met een respectvolle etiquette en een argumenterend discours? Van vorming en onderwijs? Nog meer scholierenparlementen? Meer burgerzin in de eindtermen? Met de komst van de interlevensbeschouwelijke competenties in het officieel onderwijs is er kans op meer ‘levensbeschouwelijke geletterdheid’, burgerzin en wederzijds begrip. Maar is dat wel voldoende?
En verder... Hoe zit het met de media? Toch de grootste showroom voor al die vrije meningen. Van bij hun aantreden lieten de sociale media ons hopen op meer vrije meningsuiting en directe democratie. Maar al het getwitter, de vele referendums en polls zorgden voor nog grotere aberraties en bedreigingen van de vrije meningsuiting. Radicalisme, extremisme, racisme, populisme, demagogie, … ontdekten er een invloedrijk forum. Vandaag vindt juist daar de kretologie - ‘Racisme!’ ‘Islamofobie!’ - haar grootste aandragers en afnemers…

‘Islamofobie?’

‘God staat nooit boven de Grondwet. De islam heeft zich aangepast aan verschillende contexten en dat moet ook vandaag gebeuren,’ (p. 200) citeert Op de Beeck de voorzitter van de Belgische Moslimexecutieve Salah Echallaoui. Want, ja, wat met de islam? Waarvan de komst toch een van de oorzaken is van de malaise? Hoog tijd om zichzelf te bevragen? Wat mag men daarbij verwachten van de komst van een zelfkritische / Europese / filosofische islam? ‘Belgische moslims moeten dringend de mogelijkheid krijgen - maar ook zelf scheppen - om dingen ter discussie te stellen en indien nodig sommige imams af te wijzen.’ (p.202) Bij uitbreiding dienen gelijkaardige pro seculiere standpunten in alle levensbeschouwelijke middens te worden aangemoedigd…

 

Karel Van Dinter