Tot het bestaat. Gedichten.

  • strict warning: Declaration of views_handler_filter_node_status::operator_form() should be compatible with views_handler_filter::operator_form(&$form, &$form_state) in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
  • strict warning: Declaration of views_plugin_style_default::options() should be compatible with views_object::options() in /home/hvv1b/public_html/sites/all/modules/views/includes/handlers.inc on line 76.
Brieven/ poëzieBrieven/ poëzie
boek-afbeelding: 
Auteur: 
Paul Rigolle
Uitgeverij: 
Uitgeverij C. de Vries-Brouwers Antwerpen Rotterdam, 2013
ISBN: 
978-90-5927-300-9

“De dag/week van de poëzie“ is alweer voorbij en zoals dat nu al enkele jaren de gewoonte is, brak het mediakoor weer uit in de gekende klaagzang: “Er is nog wel interesse in de poëzie, maar er wordt geen poëzie meer gekocht.”  Het eerste deel van deze verklaring is duidelijk een understatement. Naar poëzieavonden, –voorstellingen en –lezingen komt een jaarlijks groeiend aantal mensen.  Het tweede deel blijkt ook niet helemaal te kloppen: de jongste gedichtenbundel ‘Tot het bestaat’ van     Paul Rigolle ging als zoete broodjes door de druk signerende handen van de auteur tijdens de poëzieavond in Roeselare - toen het boek aan het publiek werd voorgesteld.

Zoals dat met vele gedichtenbundels het geval is, is ook ‘Tot het bestaat’ een collectie van gedichten die eerder al her en der gepubliceerd werden.  Daarom heeft de dichter ze ook als zes aparte “schotels” opgediend. 

“Hooglied” zijn vijf zangen van verrast worden door een ontmoeting, over herkenning, ontwaken in (“de ramen van”) een droom; zangen van tederheid, schroom, passie en broosheid (“Eén ogenblik lang verschuift een stoel.”)

“De Galerij” is een reeks stevig geborstelde portretten van mensen die we allemaal kennen: Borgès,  Clapton (die van “vroeger”), Coltrane, Dylan, G. Gezelle, Lozano, Lucebert, F. Pessoa, Vroman.  Het zijn geen “beschrijvingen” natuurlijk, het gaat eerder om de echo van een verhouding, de weerklank van wat deze mensen bijzonder maakte, van wat ze bij de dichter teweegbrachten/teweegbrengen.

In “Ver weg in Europa” ga je naar plekken die de auteur kent, waar hij was, waarnaar hij reisde, waar hij misschien over fantaseerde of bijzondere herinneringen aan heeft: onder andere Carrickfergus, Eldersborn, Vézalay, Heist, Oostende, Puyvelde,….  Ook hier geen relaas van een reis-met-verblijf natuurlijk, maar “indrukken van”, “denken aan” - bijvoorbeeld aan het oerelement dat de zee is,         Paul Otlet en de archieven van het mundaneum, mensen die hij ontmoet of kent, de persoonlijkheid van een leeszaal, ….

Het “portret van de dichter als coureur” zijn gedichten over de passie van het “koersen”, de fascinatie met de koers, de liefde voor die sport, de koersfiets, de coureurs, het klimmen (“hogerop kruipen”), de inspanning die dat vergt (“het gezicht verkrampt, de grimas, de pijn, het lijden”), de schoonheid van het “kapotgaan”, de verbetenheid, de eindstreep, de triomf van het winnen, de soigneur.  Prachtige, robuuste gedichten.  Gedichten over het wielrennen van vóór de zondeval.  Wat was het wielrennen toch mooi, vroeger.  Er bestaan weinig gedichten over sport die “goed” zijn.  Deze zouden in elke bloemlezing moeten staan).  “Gap” en “Briek” zijn echte meesterwerkjes.  

Er is evenwel geen groter contrast mogelijk tussen de gebeitelde sport-gedichten en het laatste hoofdstuk, “Noveen”.  “Noveen” bevat negen gedichten elk van negen regels, die niets tastbaars (meer) hebben, maar met de vingertoppen van het gevoel aftastend peilen naar het bijna onvatbare: “Wat in ons weegt en wat ons lichter maakt”; “Wat zich aan tijd en taal onttrekt”; “Wat weggaat en wat vloeit, wat blijft”; “Wat liefde met ons doet”; “Wat pijn doet en wat ons vergeet.”  Gedichten die bijna een gebed zijn, een zoeken naar de diepere roerselen van het leven, de bevreemding van het bestaan het verwonderlijke van te leven en wat dat dan is, het zien van die diepere cellen van het zijn, het voorbijgaan, het bijna aanraken van het raadsel van afstand en tijd - het dagelijkse leven voorbij, louterend na een grote pijn; een noveen die“ grenzen zoekt tot ver, tot ver voorbij de taal.

Dit is een gedichtenbundel die maar weer eens bewijst dat er veel “goede” poëzie bestaat, en dat niet enkel binnen het gekende circuit.

V De Raeymaeker