Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Willem Elias over Het Zelfde en het Andere - Het Andere Boek
Willem Elias over Het Zelfde en het Andere - Het Andere Boek

HVW – HVR

 

Uitz.: 28.09.09

Opn.: 24.09.09

Real.: Frank Stappaerts

 

Willem Elias over “Het Zelfde en het Andere” / Het Andere Boek

 

Beginindicatief

--

Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vandaag hebben we het, later in de uitzending, met Vincent Scheltiens over HAB, het jaarlijkse auteursfestival dat er volgend weekend staat aan te komen. Straks meer daarover, want we starten met Willem Elias. Vorige zaterdag is in Gent aan de Zebrastraat een tentoonstelling geopend met als titel “Het Zelfde en het Andere: humanisme stilstaand verbeeld”. Curator is Willem Elias. De tentoonstelling heeft een erg complexe en synthetische titel, waar erg veel over te vertellen valt, maar laten we beginnen met het woord humanisme, uit de ondertitel. De relatie modern humanisme/kunst is niet zo voor de hand liggend, in tegenstelling tot de relatie humanisme/wetenschap of humanisme/woord! Willem Elias:

 

Je hebt gelijk! Het is een van de moeilijkste zaken geweest, namelijk de titel vinden. Het maken van de tentoonstelling, of ze samenstellen, was eerder gebeurd dan ze een titel te geven. Dat komt natuurlijk ook door het gevaar ervan. De bedoeling is juist de openheid te accentueren die beeldende kunsten in zich heeft, als mogelijkheid, als reflectiepool. Als je daar te vlug een vaste titel aan geeft, dan zit je wel in de problemen. Daarenboven is humanisme ook weer niet echt dat het alleen voor vrijzinnigen is. Het heeft het adjectief vrijzinnig nodig om dat duidelijk te laten weten. Je moet maar eens googelen op humanisme, dan krijg je er ook andere. Het is ook zo, daar heb je volledig gelijk in. Als men het vanuit de traditie, de renaissance bekijkt, dan zit daar die dubbelheid. De renaissancemens als diegene die zelf onderzoekt, wetenschap voortbrengt, en diegene, de tweede soort dan, die de teksten van de ouden in ere herstelt. Mijn bedoeling is juist om dat derde soort humanisme aan bod te laten komen, dat ik een beetje situeer na de Tweede Wereldoorlog, waar ook veel georganiseerde vrijzinnigheid ontstaan is. Dat is een humanisme dat aangetast is en dat weet dat het perfecte beeld van de mens een pure illusie is. Dat de mens ook in vele gevallen eigenlijk een wreed beest is. Kortom, een aangetast, een twijfelend beeld van de mens dat in feite een beetje samenvalt met diegene die dat soort humanisme – theoretisch althans – verwoord heeft, Jean-Paul Sartre, die die existentialistische dimensie eraan geeft, van de mens die een vraagsteller is en vooral in vraag gesteld moet worden. Vandaar dat ik hoop om de relatie kunst … Kunst is toch altijd iets wat door mensen gemaakt wordt. Ik denk niet dat wij … Er zijn voorbeelden van honden en apen die schilderen, je zou in die richting kunnen gaan, maar normaal zijn wij toch geneigd om dat nog als een menselijke bezigheid, als de kern van cultuur, te gaan beschouwen. Ik denk wel dat er binnen dat humanisme plaats moet zijn voor de kunst.

 

Als we het nu hebben over het vrije denken, dan is de moderne kunst toch wel bij uitstek het modelvoorbeeld van ondogmatisering, van vanzelfsprekendheden in vraag stellen. Heeft het geïnstitutionaliseerde humanisme, de laatste vijftig jaar dan, die trein gemist?

 

Het heeft die trein gemist, maar een van de voordelen van een trein is dat er de dag nadien opnieuw een trein rijdt. In die zin zou ik niet zo negatief zijn, eigenlijk. Er is ook geen enkele reden voor. Het is sinds jaar en dag mijn stokpaardje om binnen het georganiseerde humanistische cultuurleven het accent te leggen op die beeldende kunst. Daar heeft men meestal wel oog voor andere kunsten, maar de beeldende kunsten is wel het zwakke broertje in die aangelegenheid. Het is ook moeilijk, die beeldende kunst. Ik begrijp dat wel. Maar in die zin denk ik dat het belangrijk is dat we inderdaad het fenomeen dat toch de voortrekker is … Het woord avant-garde, dat al gebruikt werd vanaf de negentiende eeuw, juist om dat soort activiteiten, namelijk kunstenaars die even voorlopers zijn, die met hun werk tekens maken van wat er zal komen. Eigenlijk zijn die voorlopers geen echte voorloper, maar een teken van wat er nadien zal komen. Het zijn acties die voorspellen wat er zal gebeuren. Daar krijg je natuurlijk die voorspelling van een heel nieuwe wereld die die is van het uiteenvallen van de wereld. Dat is eigenlijk het fenomeen. In feite hebben we tot midden in de negentiende eeuw een opvatting dat een gemeenschap nogal een gesloten zaak is met vaste waarheden, met één religie. In die generaties, die eeuwenlange cultuur, die vaste maatschappij had die kunst een zeer duidelijke functie. Aan de kant van de machthebbers illustreerde de kunst wat de kerk zei, de kunst bevestigde wie de macht had. Maar ineens stelt de kunstenaar zich aan de zijde van de maatschappij, aan de rand. Maar natuurlijk, men kan wel aan de rand, maar men kan niet buiten de maatschappij. Vandaar die nieuwe functie van de kunstenaar als een maatschappijcriticus, als een individu dat niet meer de uitdrukking is van de hele maatschappij, maar de kritische visie van één persoon. Dat soort individualisme vind je dan ook terug bij de vrijdenker, de vrije onderzoeker. Het is eigenlijk een gelijklopende zaak. De kunstenaar in zijn avant-gardefunctie, vrijdenker in zijn maatschappelijke, ethische functie, vrij onderzoeker in zijn wetenschappelijke functie, toch een drie-, geen drievuldigheid natuurlijk, maar toch een driedeling die zeer belangrijk is in die vrijzinnige wereld.

 

Kunst in een kritische rol, maar kunst met een humanistische dimensie kan ook een andere kant uit, een meer utopische kant!

 

Inderdaad, zo zit de tentoonstelling ook in elkaar. Dat zijn zo de twee woorden, kritiek en utopie, die door elkaar verweven zullen zijn. Enerzijds is er het kritische, waar je de twee basiswoorden terugvindt, het blasfemische, godslasterende. Inderdaad, er zijn ook een paar afbeeldingen van Christus in de tentoonstelling, die op een andere manier naar die wereldverbeteraar kijken. Dan ook natuurlijk altijd het idee van de Beeldenstorm, het idee om gevestigde beelden te breken, te ondermijnen, te ironiseren, dat is die kritische kant van de zaak. Nu, de kunst is ook beelden maken, beelden die nog niet bestaan. Dat is dat utopische, in de oorspronkelijke betekenis van het utopische, dat wat niet bestaat of nog niet bestaat en nog zou kunnen komen. Dat dus een soort van verbeelding is waar de kunstenaars bijna fulltime mee bezig zijn. In die zin is dat een ondenkbare rijkdom, precies voor in educatieve omstandigheden. Educatief natuurlijk in de meest ruime betekenis van het woord, dat de mens en de cultuur één levenslang leerproces is. Ik word weer agoog, zoals je hoort. Maar die alternatieven, de hele mogelijkheid dat kunst ons alternatieven biedt, vind ik ook een zeer boeiende aangelegenheid.

 

Van de titel van de tentoonstelling “Het Zelfde en het Andere” zeg je zelf dat deze twee schijnbare woordjes met elkaar zowat de hele filosofische problematiek van de laatste tachtig jaar samenvatten!

 

Dat is een vrij complexe zaak waar ik zeer kort over wil zijn. In feite is het juist die vraag: wat zijn we? Die grote vraag: is daar een soort essentie? Kunnen wij het antwoord op ‘wat is de mens?’ en allerlei andere vragen naar wat is, kunnen we daar definities voor maken die zeer duidelijk zijn, die afbakenend zijn, die het wezen van de zaak tonen? Of niet juist? Die vraag: is dat niet zo vastlegbaar? Dat vind ik juist zo interessant. Die vraag naar het wezen van de dingen: zit het erin? Is er een essentie die er binnenin aanwezig is, of is het contextbepaald? Een van de meest gebruikte woorden de laatste honderd jaar, of vijftig jaar is misschien beter, is eigenlijk dat alles contextueel is. Dat is natuurlijk datzelfde. Datzelfde dat verandert naarmate het in een andere context zit. Vandaar het woord anders, dat dan natuurlijk ook onmiddellijk, behalve het contextuele, op de diversiteit slaat, het meest recente succeswoord. Men verklaart nu alles door diversiteit, door erop te wijzen dat het anders is. En ook natuurlijk door te waarderen dat het anders is. Dat vind ik juist de waarde aan dat soort kunst in die tentoonstelling, namelijk dat de kunstenaar, door zijn eigen diversiteit en door iets divers, iets anders, iets nieuws te maken, dat hij of zij – want er zijn ook heel veel vrouwen in de kunst die belangrijk werk gemaakt hebben – een andere kijk op de wereld geeft.

 

Nu concreet, over de tentoonstelling zelf. Hoe ben je te werk gegaan en wat mogen we verwachten?

 

We hebben het al gezegd, kunst is niet per se gemakkelijk. Het is wel begrijpbaar mits enige begeleiding en zo meer. Zo Chinees is het eigenlijk ook weer niet. Maar natuurlijk kan men een tentoonstelling bouwen waar men in feite de moeilijkste kant … De abstractie blijft nog altijd een moeilijk probleem in de kunst, waar nog vele mensen niet mee om kunnen. Het conceptuele, het feit dat een idee het echte werk vervangt of dat een idee belangrijker is dan de uitvoering, en zo meer, is ook voor vele mensen nog moeilijk. Dus in die zin heb ik gekozen niet voor gemakkelijke kunst, maar voor kunst die zeer figuratief is, die zeer duidelijk beelden toont. Waar men, ook al houdt men niet van kunst, toch niet anders kan dan zeggen: dat is een beeld dat mij treft – treft in aangename zin, of treft in onaangename zin. Kunst heeft nog altijd de verleidelijke charme van graag te zien, maar ook de mogelijkheid om te choqueren, om iemand zijn schoonheidsbeleving omver te werpen, in vraag te stellen, te ondermijnen. Die twee zitten er dus wel in. In die zin is het een toegankelijke kunst, maar – en dat is het boeiende natuurlijk – zodra men toegang gevonden heeft, wordt men toch weer een beetje verward, met een kluitje in het riet gestuurd, want het is geen evidente kunst. Zodra men binnenstapt, wordt het een beetje een doolhof, een labyrint waar de vragen op u afkomen. En dat vond ik juist boeiend. Bijna een valstrik. Men komt binnen en zegt: ja kijk, allemaal duidelijk, allemaal figuren. Maar wat gebeurt er? Wat betekenen die figuren? Waar gaat men ermee naartoe? Dat was het opzet.

 

Curator Willem Elias over het opzet van de tentoonstelling “Het Zelfde en het Andere: humanisme stilstaand verbeeld”. U kunt die tentoonstelling nog bekijken in Gent, aan de Zebrastraat 32, en dit nog tot 25 oktober. De tentoonstelling is een initiatief van de Unie Vrijzinnige Verenigingen en is te bezoeken van woensdag tot zondag, telkens van 14 tot 18 uur.

In het verlengde van de tentoonstelling organiseert UVV, in samenwerking met UPV en de Vakgroep Educatiewetenschappen van de VUB, op vrijdag 23 oktober een studienamiddag over “Kunst en ethiek”, en wordt er meer in het bijzonder stilgestaan bij wat kunst te bieden heeft voor ethische vraagstukken, zoals die onder meer in het onderwijs aan bod komen. De studienamiddag vindt plaats van 14 tot 17 uur aan de Zebrastaat in Gent. Voor inlichtingen en inschrijvingen verwijzen we u naar de website van UVV: unievrijzinnigeverenigingen.be.

Zo dadelijk hebben we het over HAB, maar eerst muziek:

 

MUZIEK

 

Het jaarlijkse auteursfestival Het Andere Boek brengt op de bekende locatie ook dit jaar weer een mix van internationale en nationale auteurs. Aan Vincent Scheltiens, woordvoerder van HAB, vroegen we wat zoal de hoogtepunten, dé thema’s zijn van dit jaar.

 

Wel, zoals steeds, en we zitten dit jaar aan de 33ste editie, proberen we een heel breed palet van maatschappelijke thema’s te brengen die door auteurs met nieuwe boeken, nieuwe boeken in het Nederlands, besproken worden. HAB wordt daardoor altijd een beetje een wereldreis in één weekend. Dit jaar gaan we het bijvoorbeeld hebben over de klimaatverandering, over de situatie in Afrika, over de globalisering, over de media en de evoluties in de media. Maar uiteraard is HAB ook de plaats bij uitstek in het najaar om kwaliteitsvolle fictie te presenteren aan de lezer in Vlaanderen, en dit zowel met binnenlandse als buitenlandse auteurs. Ook dit jaar hebben we weer een heel palet van namen uit het buitenland die vandaag misschien nog niet zo bekend zijn, maar die wellicht in de komende jaren grote kleppers zullen worden. Dat is ook een beetje een van de sterke punten van HAB.

 

Een heel palet, zeg je. Traditioneel is er een luik fictie en een luik non-fictie. Om met dit laatste te beginnen: er is ook altijd een link met de actualiteit!

 

Inderdaad, dat klopt. Als we de actualiteit van het voorbije jaar bekijken, dan zien we dat er heel wat commotie was over de evolutie en haar structureringen in de media. Wel, HAB nodigt op zijn 33ste editie de Brit Nick Davies uit, die een internationaal gezaghebbend figuur is en een zeer kritische stem over de grote megaconstructies in de media en hun evolutie. Wij zullen Nick Davies hier laten interviewen door journalisten uit eigen land die vanuit de praktijk Davies’ analyse kunnen toetsen. Een ander zeer actueel item blijft de globalisering. Ik denk dan meteen aan de wereldwijde financiële en economische crisis. We gaan het hebben over de andersglobalisering, met jonge auteurs. We gaan het specifieker hebben over mondiale thema’s met François Heisbourg, die directeur is van een internationale instelling van strategische studies. We gaan het met Ludo De Brabander en Georges Spriet hebben over vijftig jaar NAVO, een van de grote mondiale of internationaal gerichte organisaties, en de balans ervan na vijftig jaar. Maar we gaan ook meer specifiek inzoomen op een aantal regio’s, en ik denk dit jaar bijvoorbeeld dat Afrika, het gebied van de Grote Meren, centraal zal staan. We hebben als gast Philip Reyntjens, we hebben Marleen Temmerman, we hebben Andrew Rice. Ook meer historisch en meer verjaardagsgewijs gaat ook HAB aandacht wijden aan Charles Darwin. We zijn zeer trots dat we een van de internationaal vermaarde deskundigen hebben, namelijk James Moore, die ook geïnterviewd zal worden over zijn vertaald werk over de grondlegger van de evolutietheorie. Daarnaast zullen we nog enkele andere thema’s raken. Ook natuurlijk de nationale situatie, België, de crisis van de staat, en zo verder. HAB brengt volk uit vele staten, HAB brengt de bezoeker in alle staten, en HAB vergeet ook niet te praten over de staat van de eigen staat.

 

Een erg gevuld programma wat non-fictie betreft, maar ook fictie! Welke auteurs komen er zoal aan bod, wie heb je zoal uitgenodigd?

 

Zoals steeds denken we dat we een krachtig programma hebben van zowel auteurs, laat ik maar zeggen van eigen bodem, als buitenlanders. En zowel gerijpte kwaliteit als min of meer jong aanstormend ‘geweld’. Ik denk aan de gevestigde waarden – ik denk aan Walter van den Broeck, ik denk aan de dichter Leonard Nolens – en dan heb je daar ergens tussenin Tom Lanoye, en dan heb je een heel jonge garde met voorop Tom Naegels, Saskia De Coster, Ivo Victoria, Paul Baeten Gronda, en zo verder, die allemaal met nieuw werk zullen komen naar HAB, en die ook komen om het specifiek over dat werk te hebben. Internationaal hebben we de traditie om vaak namen voor te stellen die nog geen belletje doen rinkelen. U weet, HAB heeft drie Nobelprijswinnaars op bezoek gehad in zijn geschiedenis, maar telkens voor zij die prijs hadden. Vandaar dat wij graag Herman de Coninck citeren die zegt: ‘De enige fout van HAB is dat ze altijd te vroeg gelijk hadden’. Wel, dit jaar hebben we de Bulgaarse auteur, die in het Duits publiceert, Ilija Trojanow, we hebben de Peruviaan Alonso Cueto en we hebben nog tal van andere auteurs. Belangrijk is dat het auteurs zijn die telkens een soort roman schrijven waarin je tegelijkertijd toch ook weer veel maatschappelijke analyse terugvindt en vaak ook bijzonderheden over het land of de streek waar zij vandaan komen. Met een auteur als Alonso Cueto bijvoorbeeld zit je volop in het Peru van Fujimori, zit je volop in de jaren tachtig met als achtergrond zowel een haast dictatoriale staat als een zeer vreemde guerrilla, Sendero Luminoso. Het is maar één voorbeeld, maar dat zijn prachtauteurs om op HAB te hebben omdat ze een heel kader neerzetten en op die manier de lezer inspireren en hem veel nieuwe dingen doen ontdekken. Dat is toch wel een van de prachtige functies van literatuur.

 

Een enorm uitgebreid programma uiteraard! Nu, waar kunnen de mensen terecht?

 

De mensen kunnen terecht op zaterdag drie en zondag vier oktober in Wereldculturencentrum Zuiderpershuis aan de Waalse Kaai in Antwerpen. Zaterdag openen we om tien uur en gaan we door tot negentien uur. Zondag beginnen we opnieuw om tien uur en gaan we door tot achttien uur. Naast het eigenlijke auteursfestival is er ook heel veel ruimte vrijgemaakt voor stands van uitgevers. Je kunt er boeken kopen, nieuwe boeken, antiquariaat, andere publicerende verenigingen schuiven hun ideeën, hun informatie naar voren. Je kunt er ook terecht voor een hapje en een drankje, gezellig oude vrienden ontmoeten of nieuwe vrienden maken. Het volledige programma en alle praktische info vind je op onze website, en dat is nog steeds www.hetandereboek.com.

 

Tot zover nog HAB, volgend weekend in Antwerpen. En ook volgend weekend, namelijk op zondag, kunt u kijken naar Lichtpunt met een gesprek met de Brits-Nederlandse auteur Ian Buruma. ’s Morgens op één, en een herhaling omstreeks 23 uur op Canvas.

Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op www.h-vv.be.

Volgende week hebben we het over de Staten-Generaal van de UVV, en is er ook een gesprek met Philip Van Loocke over zijn boek “Het wereldbeeld van de wetenschap”.

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                        Sakamoto        262975

2’50”     Wonderful Life – Nick Cave       N. Cave                        391.0207020

 

 

Valide CSS!