| Waardige Samenleving - Hubert Dethier over Petrarca |
|
HVW – HVR
Uitz.: 16.11.09
Opn.: 12.11.09
Real.: VW / FS
VF: Waardige Samenleving / Hubert Dethier over Petrarca
Begingeneriek
--
Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vandaag,
later in de uitzending, laten we Hubert Dethier aan het woord over de recente
en prachtige uitgave in een nieuwe Nederlandse vertaling van de “Canzoniere”,
“Het Liedboek” van Petrarca, een monument in de geschiedenis van de literatuur,
maar ook van het humanisme.
Maar we starten met de Waardige Samenleving,
het grootse evenement, nu woensdag in Gent.
SPOTJE
VF
MUZIEK
Vorig jaar verscheen in een prachtige
tweetalige uitgave de “Canzoniere” of “Het Liedboek” van Francesco Petrarca,
een monument in de geschiedenis van onze literatuur, maar – kun je ook zeggen –
met die “Canzoniere” begon de renaissance. Alle elementen daarvan zijn aanwezig
in de figuur van Petrarca: de bewondering voor de klassieken, het schrijven in
de volkstaal, zijn persoonlijke verhaal over zijn liefde voor een vrouw, de
politiek, en uiteraard ook de filosofie. Aan Hubert Dethier vroegen we om het
werk te lezen, en van zijn bespiegelingen maakten we een montage. Hubert
Dethier:
Wel, het is
ongetwijfeld een van de grote etappen naar de grote renaissance van de
vijftiende eeuw. Er zijn verschillende kleine renaissances aan voorafgegaan,
zoals de Karolingische renaissance, de renaissance van de School van Chartres,
eind van de twaalfde eeuw. Dat zijn allemaal gedeeltelijke renaissances
geweest, die allemaal reacties zijn geweest op die duistere middeleeuwen. Het
werd in feite door de middeleeuwers zelf zo aangevoeld en ze wensten een nieuwe
maatschappij, een nieuwe cultuur, een nieuwe filosofie, en die zochten ze in de
Grieks-Romeinse oudheid, die een soort van archetypisch beeld is geweest van
wat het eigenlijk allemaal zou kunnen worden.
M1
De Karolingische
renaissance is een eerste poging geweest om die oudheid te herstellen met de
grote keizermythe, de Romeinse keizer, Carolus Magnus, die vol bewondering
terugblikt naar dat verleden dat we toch weinig kennen, waarvan toch zeer
weinig geopenbaard is geworden. De School van Chartres met Bernardus
Silvestris, eind van de twaalfde eeuw, gaat daarmee veel verder. Men zou bijna
kunnen zeggen dat daar de renaissance al begonnen is, want de grote thema’s van
de levenslust, ook aanwezig bij onze Petrarca, die levenslust, dat is de
natuur, de ontdekking van de natuurlijke mens, de ontdekking van het menselijke
lichaam dat schoon is, de ontdekking van het belang van de liefde ook, van de
fysieke liefde die verheerlijkt wordt in het werk van Bernardus Silvestris “De
unversitati mundi’ vindt men ook bij Petrarca terug. Er is niet alleen die
natuur, er is de drift. De drift bij Baldassar Castiglioni veel later, die de
wil is van de mens om zijn eigen leven te vormen. De mens wordt bouwmeester van
zijn eigen leven. De eigen biografie wordt een soort van wereldkaart waarin
spannende en interessante dingen kunnen voorkomen. Men moet aan zijn leven
werken, men moet zijn eigen leven opbouwen en de geschenken van buiten van de
hand wijzen, zijn eigen leven in handen nemen. Dat is de prometheïsche mens. En
dan is er de liefde of een soort van kosmisch element dat ons in staat stelt
boven onszelf uit te stijgen. De vrouw is het verheerlijkte beeld van de mens
en daar moeten we naar streven, want het is de transcendentie, onszelf altijd
voorbijsteken, opgenomen worden in grotere gehelen, en dat leidt in feite tot
de verheerlijking van de vrouw. Dat zijn allemaal onderdelen van een heel
belangrijke renaissancefilosofie die in de School van Chartres aanwezig is en
die we voluit zullen terugvinden, een eeuw later, in het werk van Petrarca.
M2
Nu, Petrarca leeft
in een zeer grote eeuw. Hij is geboren in 1304, dus twee jaar na onze Leeuw van
Vlaanderenslag, hier in Kortrijk. Hij sterft in 1374. Hem is toch een lang
leven beschoren geweest. En in die tijd… Het is een vreselijke tijd, het is de
tijd van het kerkelijke schisma, er zijn nog geen verschillende pausen, dat
komt een beetje later, maar de paus wordt een speelbal van de Franse politiek,
van Filips II, die zijn paus naar Avignon haalt. Daar ontstaat een zeer grote
scheuring in de kerkelijke partij, de pauselijke partij, in Rome. Er is ook de
geweldige spanning tussen de keizer, die een soort van wereldrijk voorstaat en
die zelf de paus wil benoemen, en de afwijzing van de keizer. Dat is een
geweldige strijd, daar begint dat, in het begin van de veertiende eeuw.
M3
Dat is ook bij
Petrarca, de aandacht voor de natuur, de aandacht voor de liefde, het ontwaken
van de burger binnen de stadswallen, die in feite de werkelijkheid ontdekt, die
in feite alle dogmatisch en mythisch denken, toch voor een deel, van de hand
wijst, maar toch nog in de ban zit van die middeleeuwen, en van die zeer grote
ridderlijke traditie en al die conventies rondom de liefde, de hoofse liefde
die niet zo onschuldig is, maar die reeds de verheerlijking van de vrouw kent
en die toch een begin is van een bepaalde civilisatie, van een zeer bepaalde
vrouwenemancipatie in een wereld die zeer ruw is.
M4
Als men de “Canzoniere”
leest, dat liedboek, dan valt één zaak op. Het is zeer verwant aan Bernardus
Silvestris, “De universitate mundi”, 1281. Dat is de zeer grote belangstelling,
intellectuele belangstelling. De dichter is niet zomaar een dichter. Hij is een
doener en maker van vele zaken. Hij neemt in feite de wereldpolitiek in handen,
hij neemt de wetenschap in handen, hij is een meester van de wetenschappen,
niet zomaar een poëet. Een poëet, van ‘poein’ in het Grieks, is een doende
mens. En Petrarca is een doende mens. Hij komt uit een doenersfamilie. Zijn
vader heeft dat ervaren. Zijn vader was een Witte Welf die uit Florence
verbannen is omdat er strijd werd gevoerd tussen de pauselijke en de
keizerlijke partij. Hij behoort tot de pauselijke partij. Hij is dan in Arezzo
geboren, in ballingschap. Die ballingschap heeft zijn hele leven getekend. Hij
kon dus wel naar Italië komen, maar meestal heeft hij de pausen begeleid in
ballingschap en in hun dienst aan de Franse koning in Avignon. Het was een hele
Italiaanse kolonie in Avignon. En hij heeft daar ook in Avignon het grootste
deel van zijn leven gewoond. Hij had ook een huis gekocht in Vaucluse. Hij
woonde ook af en toe in Italië, in Parma. Daar had hij contact met alle
partijen. Hij was een soort van diplomaat geworden, een zeer erkende diplomaat.
Hij is ook naar de koning van Napels gereisd. Hij kende zijn tijd, hij kende
zijn politieke tijd. Dat zie je in de “Canzoniere”.
M4bis
Nu, die Verstegen,
Peter Verstegen, die het werk voortreffelijk vertaald heeft, echt voortreffelijk,
en voorzien heeft van een indrukwekkend voetnoten- en commentarenapparaat, zegt:
‘Er komt daar eigenlijk geen gestructureerde filosofie in voor.’ Dat is toch
ook een beetje naast de waarheid gegrepen. Het is niet zo systematisch,
akkoord, maar een filosofie hoort niet systematisch te zijn. Het zit vol
filosofische prikken en vol filosofische belangstelling. Ik heb een aantal
punten reeds op een rijtje gezet. De grote levenslust, de natuur, de drift, de
liefde als een kosmisch element, als een grote levensvloed die door het leven
waart en waaraan wij participeren. Er is ook het individu, het individualisme,
het eigen leven is belangrijk. En dat eigen leven is opgebouwd uit levenslust,
wij zijn een stukje van die levenslust.
M5
Die “Canzoniere” is
een onvoorstelbaar belangrijk document omdat Petrarca daarin 263 gedichten
verzamelt, die nog over het leven van Laura gaan, en dan nog een tweehonderdtal
die na haar dood ontstaan zijn. Als je die gedichten leest, die echt
merkwaardig zijn, dan zie je: voilà kijk, hier sta ik nu, vijftien jaar na de
dood van Laura. Of in het eerste deel: hier sta ik, vijftien jaar nu onze soort
relatie duurt. Een soort relatie, het was een soort van blikkenspel, ze groetten
elkaar, soms zag ze er heel boos uit en soms glimlachte ze hem toe, soms wilde
ze even stilstaan, maar dan stapte ze toch uiteindelijk door. Dat zijn
eigenlijk allemaal wereldgebeurtenissen in zijn leven, daar blijft hij bij
stilstaan. Je krijgt fantastische beschrijvingen van deze existentiële situatie
zoals elke verliefde mens die kan beleven. Maar de vrouw is veel meer dan een
vrouw. Zij is het veredelde beeld van de mens, zij is datgene wat zin geeft aan
het geheel, zij bepaalt mee de grote levensvloed en de vloed van smaak en van
drift. Maar van drift als de wil om het eigen leven te maken. Het is ook zeer
sterk seksueel gekleurd. Die hoofse liefde ziet er af en toe toch wel heel
verdacht uit. En soms is ze weer conventioneel. Er zijn momenten dat Petrarca
zich minder laat gaan, dat hij minder oppast, dat het een beetje minder
existentieel opgevat is.
M6
Dan is er dat hele
humanisme dat zegt: de mens is belangrijk, het menselijke lichaam is
belangrijk, de mens is in feite een prometheïsche mens, hij is kunstenaar van
het eigen leven, hij moet het leven in handen nemen, hij moet zich afkeren van
al die mythen en zo verder. Hij moet toch tot op een bepaalde hoogte
rationaliseren, maar in feite de rationele studie van de wereld, de natuur en de
maatschappij combineren met veel filosofische diepzin, want het gaat hem ook om
de zin. En hoe is het met de zin gesteld in een wereld die over God
verschillende dingen zegt? God is de macht in de wereld, in de natuur, maar God
is ook de liefde. Er wordt hier bij Petrarca een hele filosofische
religiositeit ontwikkeld, waar vooral de transcendentie, niet zozeer God, maar
wel de transcendentie, de zelfovertreffing van de mens, zeer centraal staat.
M7
En om even naar het
begin terug te keren: inderdaad, hij bereidt de grote renaissance voor. Er is
een soort van petrarkische renaissance geweest waarbij het begrip petrarkisme
een beetje overdreven eenzijdig werd geïnterpreteerd als vormvolmaaktheid, als
gekunsteldheid, als artificialiteit. Wel, ik zou dat niet durven te beweren. Ik
vind dus ook dat Peter Verstegen – een uitstekende inleider, een uitstekende
commentator, een uitstekende vertaler – dat ook wel heeft ingezien. Elk van die
sonnetten is wel diamant, maar het is niet gekunsteld, hij zoekt naar een vorm,
hij zoekt naar een taal om ongelooflijk ingewikkelde en onuitsprekelijke dingen
te zeggen. Daarin is hij dus een echte meester geweest. Ik heb zeer grote
bewondering voor Petrarca.
M8
Homo universalis,
niet zomaar eenzijdige specialisten, maar denk aan het grote voorbeeld van
Leonardo da Vinci – staatsman, diplomaat, uitvinder, dichter, filosoof, noem
maar op – en dat is ook een beetje het geval geweest met onze Petrarca. Want nu
zeg ik ook ‘onze’ Petrarca, dat is dankzij jou, Frank,dat ik hem een beetje heb
kunnen toe-eigenen. Ik heb met veel plezier zijn “Canzoniere” herlezen en ik
zal het werk nog lezen. Ook zal ik daar bepaalde sonnetten uit overschrijven,
er niet de naam van de echte auteur onder zetten, het doen voorschijnen of het
mijn gedichten zijn, en ze naar mijn vriendin sturen. En dan is alles weer goed,
hé!
Tot zover nog Hubert Dethier over de “Canzoniere”
of “Het Liedboek” van Petrarca, een prachtige uitgave van Athenaeum – Polak
& Van Gennep, en te koop in de goede boekhandel.
Daarmee zijn we aan het eind van HVW.
Samenstelling en presentatie waren van VW en FS. De tekst van dit programma kun
je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57,
2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook
op h-vv.be.
Volgende week is er uitzonderlijk geen
uitzending van HVW, maar over veertien dagen zijn we er weer en dan hebben we
het, uiteraard, over de Waardige Samenleving.
Dit was het wat ons betreft. Nog
een goede avond en graag tot over veertien dagen!
Muziek:
10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
1’10” Première pensée et sonneries
de la Rose+Croix – A. Ciccolini E. Satie CZS767282 2
|