| WF Wablieft - Renaat Braem |
|
HVW 09.08.2010 WF Wablieft / Renaat Braem Uitz.: 09.08.10 Opname: 05.08.10 Samenst.: KVD/FS Muziek: 10” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 2’00” El Farol C. Santana Santana 07822 19080 2 30” Pueblo Nuevo I. Lopez Buena Vista Social Club WCD 050 Goedenavond en welkom bij HVW. Wablieft is vooral bekend van de Wablieftprijs, maar doet heel wat meer om duidelijk taalgebruik te bevorderen. In de bijdrage van het WF een gesprek met Ilona Plichart over wat Wablieft zoal doet. Maar of het niet vechten tegen de bierkaai is? En 100 jaar geleden werd architect en urbanist Renaat Braem geboren. Dat wordt herdacht, en FS praat met Els Spitaels van de Artesis Hogeschool Antwerpen over het werk van Renaat Braem. Maar we beginnen met Wablieft. Ik ben Ilona Plichart. Ik ben ondertussen een jaar aan boord als coördinatrice van Wablieft. Voor ons is taal duidelijk als de lezer of de luisteraar na één keer lezen of begrijpen weet waarover het gaat. En ook weet wat hij of zij zou moeten doen, in het geval dat het gaat over brieven die mensen moeten motiveren om een handtekening te zetten, iets terug te sturen, om een betaling te doen. Ilona Plichart van Wablieft over duidelijke taal. Want een op de vijf Vlamingen heeft moeilijkheden om alledaagse teksten te lezen en een op de vier Vlamingen haakt ook af als lezen iets meer moeite kost. Een op de zeven van diezelfde Vlamingen is dan weer laaggeletterd. Dat is alles samen een schending van het recht op cultuur, op informatie, op politieke participatie, en noem maar op. Basisrechten, dus. Daar wil Wablieft wat aan doen. Bijvoorbeeld door weinig helder taalgebruik, warrige taalkronkels en dus falende communicatie eenvoudigweg bij te sturen. Neem bijvoorbeeld dit stukje stadhuistaal: ‘Indien u meent dat er redenen van billijkheid bestaan om het bovenstaande bedrag niet van u terug te vorderen, dan vragen wij u ons hiervan op de hoogte te brengen.’ Dat kan nog eenvoudiger, en wel zo: ‘Denkt u dat u dit bedrag niet hoeft te betalen? Laat het ons weten.’ Een advies vanwege Wablieft voor helder taalgebruik. Daar wordt iedereen beter van, maar vooral de taalconsument. Wablieft ijvert dus voor duidelijke taal, begrijpelijk voor iedereen. Maar gaat een duidelijke taal niet ten koste van taalzuiverheid? Meteen de eerste vraag voor Ilona Plichart. Als wij trainingen geven aan tekstschrijvers, is dat eigenlijk ook het eerste aandachtspunt van onze training. Wie zijn eigenlijk de lezers? Dat is de klik die heel veel schrijvers moeten maken. Ze schrijven niet voor zichzelf, en meestal ook niet voor hun collega’s die links of rechts van hen zitten. Ze schrijven voor de lezer. En in principe moet je je eerst wel eens afvragen: wat zijn de kenmerken die die lezer gelijk heeft met mij? En wat zijn eigenlijk ook de verschillen? Dat is al een heel interessant punt. Pas dan kun je beginnen met gerichte communicatie. Dan maak ik misschien ten onrechte een onderscheid tussen taalhelderheid en taalzuiverheid. Kun je dat verschil maken? Dat kun je misschien op bepaalde momenten wel maken, maar voor ons sluiten die twee wel heel naadloos aan. Op het moment dat je streeft naar duidelijke en heldere taal, respecteer je natuurlijk ook de taalregels. Meer nog… Als je ziet wat er allemaal wordt gebruikt van archaïsch taalgebruik, van stadhuistaal, dan zitten daar heel wat constructies bij die eigenlijk niet kloppen. Terwijl, als je echt streeft naar heldere taal, dan klopt het echt wel. Taalduidelijkheid, taalhelderheid lijkt mij eigenlijk meer in de richting te gaan van het vereenvoudigen van het taalgebruik. Goh, dat hangt er natuurlijk van af voor wie je schrijft. Stel dat je schrijft of praat voor mensen die echt weinig taalvaardig zijn, dan ga je richting eenvoudig taalgebruik. Maar stel dat je verschrikkelijk archaïsche brieven van overheden met zinnen van vijftig woorden gaat verduidelijken, dan denk ik dat je komt tot een prettig leesbare tekst die voor iedereen een pak beter is. Maar moet ik mij dan niet een beetje zorgen maken over wat men dan noemt de verkleutering van de taal? Té eenvoudige taal, waarmee eigenlijk te weinig gecommuniceerd wordt, en ook niet duidelijk gecommuniceerd wordt? Wij zijn natuurlijk geen commercieel copyrightbureau, dat met heel korte en vaak ook holle slogans mensen wil aanzetten om maar iets te kopen. Dan kun je misschien wel spreken over verkleutering van de taal. Waar wij voor staan, is voor het recht op duidelijke informatie voor iedereen. En dan werk je echt aan: hoe kunnen we inhouden duidelijk overbrengen? Voor mij staat dat los van verkleutering van de taal. Dat is ook een van de dingen die wij op onze trainingen geven, van: kijk, je kunt eenvoudige zinnen formuleren waar vijf woordjes naast elkaar staan van allemaal één lettergreep, op zich heel duidelijk, maar ze zeggen niets. Dat is niet waar wij voor staan. Het artistieke taalgebruik van sommige mensen die het niet alleen mooi kunnen formuleren, maar ook een beetje omfloerst of wat dan ook, hé. Dat is creatief omgaan met taal, denk ik. Is dat iets wat jullie nastreven of is dat iets wat precies het heldere taalgebruik in de weg staat? Het zal het heldere taalgebruik in, laten we zeggen, officiële brieven of zo misschien in de weg staan. Maar daar heb je natuurlijk ook geen fantastische vergelijkingen nodig. Maar als je kijkt naar onze Wablieft-boekenreeks, waarvan nu begin september de tweede reeks van zes boeken verschijnt, dan zie je dat daar zes auteurs voor ons geschreven hebben. Een aantal auteurs schrijft echt op een lager taalniveau. Bijvoorbeeld auteur Sylvia Vanden Heede, die tot nu toe vooral schreef voor beginnende lezers van zes en zeven jaar, heeft voor ons een boek geschreven voor volwassen lezers, maar wel in echt makkelijk taalgebruik. Maar dat is echt wel heel literair. Dus het kan. Het kan absoluut. Ook bij anderen van onze auteurs; dan denk ik aan Erik Vlaminck en Siska Goeminne. Hun boek komt uit begin september. Zij zijn er echt wel in geslaagd om duidelijk, helder en literair te schrijven. Welke mensen hebben precies behoefte aan dat soort van verheldering en verduidelijking van hun taalgebruik en van taalgebruik van anderen? Zijn er kwetsbare groepen in onze samenleving die vragen om alsjeblieft meer duidelijke, heldere taal? U hebt ook heel recent uw belastingbrief alweer ingevuld. Dat zal waarschijnlijk geen eenvoudige klus geweest zijn? Dat komt voor een groot deel door het taalgebruik. Dus in eerste instantie hebben alle burgers in onze maatschappij echt wel baat bij duidelijke, helder geschreven teksten. Daarnaast heb je uiteraard heel veel mensen, die u dan de kwetsbare groepen noemt, mensen die dan soms ook iets lager geletterd zijn. Als je ziet dat een op de zeven in Vlaanderen problemen heeft met gewone teksten lezen, dat een kwart van de lezers afhaakt als een tekst lezen te veel moeite kost, dan zie je dat een enorm hoog percentage van de luisteraars en de lezers gebaat is bij heldere en duidelijke taal. Precies, hé. Men wijst er nogal regelmatig op dat een bepaald soort van taalgebruik, vooral bij jongeren dan, aanleiding geeft tot een verschraling van de taal, het complexer-worden van de taal, onduidelijker-worden van de taal. Zij gebruiken een aantal codes die bijvoorbeeld toch niet allemaal horen tot de openbare sector, zal ik maar zeggen. Via sms-taal, mailgedrag… dat soort van dingen. Klopt dat inderdaad ook? Je zult het in september weer zien. Dan gaan er opnieuw artikels verschijnen van hogescholen en universiteiten die merken dat de studenten toestromen en dat bijvoorbeeld een op de tien studenten problemen heeft om cursussen te lezen. Dat hun technische leesvaardigheid niet groot genoeg is. Dus daar zijn inderdaad zorgwekkende tendensen. Maar je hoort mij niet zeggen dat die twintig jaar geleden minder groot waren. Dat heeft ook te maken met de instroom, natuurlijk. Maar het is moeilijk om te zeggen… Ik durf niet ja of nee te zeggen, maar ik ervaar ook wel dat dat los omgaan met taal voor een aantal mensen er ook wel voor zorgt dat ze inderdaad die taal minder goed beheersen. Maar dan is het natuurlijk de taak van het onderwijs om te eisen dat het wel een hoog niveau wordt. Dan zit je met het probleem dat van heel veel mensen die voor de klas staan in kleuter-, lager en middelbaar onderwijs, het taalniveau ook niet altijd hoog genoeg is. Ilona, je hebt al een paar keer verwezen naar wat Wablieft doet. Heb je niet een beetje de indruk dat het soms een beetje vechten tegen de bierkaai is? Dat hangt er natuurlijk van af. Wij werken op verschillende niveaus. Door het feit dat wij een wekelijkse krant hebben, in duidelijke taal, zou je kunnen zeggen: jullie houden het mee in stand, want jullie zorgen gewoon dat informatie vertaald wordt. Dat klopt. Daarnaast natuurlijk hebben wij ook onze Wablieftprijs die wij elk jaar uitreiken aan een organisatie of een persoon die wel goed bezig is met duidelijke taal. Dat is natuurlijk een manier van sensibiliseren, maar eigenlijk ook wel een heel krachtig signaal geven. Vorig jaar hebben wij die prijs toegekend aan twee ziekenfondsen. Dan hebben we gemerkt dat door die Wablieftprijs daarna ook andere ziekenfondsen zijn komen aankloppen voor hulp bij hun brievenverkeer. En dan denk ik dat we wel op beleidsniveau bezig zijn. Dan kun je wel iets zaaien wat wordt opgevolgd. Daarnaast maakt Wablieft deel uit van het Vlaams Ondersteuningscentrum Volwassenenonderwijs. Een van mijn collega’s van VOCVO is coördinator Strategisch Plan Geletterdheid, aangesteld door de overheid. Wij werken wel goed samen. Dus in die zin zijn we op verschillende niveaus bezig en geven we ook wel impulsen aan grote organisaties, aan de overheid. Wat verwachten jullie eigenlijk van die overheid wat taalhelderheid, taalzuiverheid betreft? Ik heb heel veel verwachtingen van de overheid. Helaas worden ze niet altijd ingelost. Ik zeg maar iets: de belastingformulieren vereenvoudigen. Ideaal! De stembrieven ook eens bekijken en zien wat daar allemaal op staat. Dat is ook hallucinant. Ik weet niet of u de brief voor één juni hebt gelezen? Dat is bij mij dan waarschijnlijk beroepsmisvorming, maar ik bekijk die wel eens en denk dan: ‘Wat is dat hier?’ Heel veel brieven die de overheden versturen. Ik zie ook echt wel dat er af en toe een aantal goede initiatieven gebeuren. Enkele keren zijn delen van de overheden ook al wel eens bij ons komen samenwerken. En wij zijn uiteraard niet de enigen bij wie dat je kunt aankloppen, hoor. Maar wat er eigenlijk ontbreekt, is een algemeen bewustzijn over de verschillende departementen en ministersposten heen, van: goed, misschien moeten we er ook voor zorgen dat wat we doen, toch ook wel begrijpbaar is. ‘Communiceren in heldere, begrijpelijke taal.’ Dat was nog Ilona Plichart van Wablieft over de nood aan duidelijke taal. En dan denk je allicht aan het Belgisch Staatsblad en de formulering van wetten en uitvoeringsbe-sluiten, maar ook aan schoolreglementen, papieren voor kinderbijslag, kranten en tijdschriften, het verkeersreglement, en noem maar op. Heel wat dus. Met uw noodroep of vraag om taaladvies kunt u alvast bij Wablieft terecht. En wat dat nog allemaal te bieden heeft, vindt u op hun website: www.wablieft.be. In de Tiendaagse van het Woord in oktober heeft het WF daar zeker ook aandacht voor. Meer informatie krijgt u bij het WF zelf. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website: www.willemsfonds.be. Zo meteen FS over architect Renaat Braem, maar eerst muziek. En dat doen we met Santana. Muziek van Santana. Die brengt ons bij architect Renaat Braem. Een bijdrage van FS. Van architect en urbanist Renaat Braem wordt dit jaar de honderdste geboortedag gevierd. Maar spreken over een architect is natuurlijk ook spreken over zijn realisaties. Aan Els Spitaels, van de opleiding Architectuurgeschiedenis aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen, vroegen we wat zoal Braems bekendste of markantste realisaties zijn. Wel, ongetwijfeld is het administratief centrum in Antwerpen, beter bekend als de politietoren, zijn meest spraakmakende realisatie geweest, en ook diegene die de mensen het best kennen, het meest met Braem associëren. Maar zijn markantste realisatie zou ik noemen de sociale huisvesting op het Kiel. Het is een van zijn eerste grote sociale huisvestingscomplexen. Hij heeft er meer gebouwd, maar hij heeft daar enkele heel vernieuwende elementen ingebracht en ik zou bijna durven te stellen dat het een van de, zo niet het beste wederopbouwproject is van na de Tweede Wereldoorlog in Europa. Daarnaast is er ook zijn latere werk, waarbij je dan het paviljoentje in het Middelheim niet mag vergeten, het beeldenpaviljoen, en ook de bibliotheek van Schoten, die misschien wel een van zijn meesterwerken is. En dan, wat ook bekend is, is het rectoraatsgebouw van de VUB. Ik denk dat dat de gebouwen zijn waar de mensen Braem het best van kennen, en in feite is daarin ook een stuk evolutie in zijn werk zichtbaar, in die reeks gebouwen. Hij heeft daarnaast ook een aantal privéwoningen gebouwd in de jaren dertig, na zijn studiejaren. Hij is in 1910 geboren en is opgegroeid en opgeleid ten tijde van het prille modernisme, dus in de jaren dertig. Die eerste woningen zijn heel erg minimaal. Het zijn eigenlijk goedkope woningen voor mensen met een beperkt budget. Na de oorlog heeft hij een aantal vrijstaande woningen gebouwd voor mensen uit zijn kennissen- en vriendenkring. Die woningen hebben een heel bijzondere vormgeving, wat we zouden kunnen noemen biomorfe, organische vormge-ving, een vormgeving die op de natuur is geïnspireerd. Dat komt dan voort uit zijn steeds grotere belangstelling voor architectuur als deel van het natuurlijke proces, als deel van de organische wereld, van de kosmos ook. Braem is natuurlijk ook meer dan zijn realisaties. Hij was ook een architect met een sterke ideologie, over architectuur dan, maar ook over ruimte en maatschappij! Braem is misschien wel de enige architect in de Vlaamse geschiedenis van de twintigste eeuw die een zeer uitgesproken visie had op het ruimtegebruik. Denk maar aan de lijnstad, die hij eigenlijk al heel vroeg in zijn loopbaan heeft ontwikkeld. Dat was nog voor de Tweede Wereldoorlog, nog tijdens zijn studietijd. Hij was daarin geïnspireerd door internationale voorbeelden van het Russische constructivisme dat in die tijd ook bekend geraakte. Hij was ook goed bevriend met architect Schillemans, een minder bekende figuur die een overtuigd communist was. Onder meer via Schillemans is Braem in dat marxistische kamp terechtgekomen, voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar er waren ook andere, meer theoretische invloeden die daar hebben meegespeeld. Schillemans was ook een utopisch architect en heeft ook voorstellen gedaan voor wereldsteden op een heel nieuwe basis. Maar voor Braem was dus de lijnstad de oplossing voor het dichtslibben van de traditionele steden, om mensen dichter bij de natuur te brengen, om meer licht en lucht te brengen en een direct contact met de natuur. Hij zag dat vrij concreet, want hij heeft die lijnstad uitgewerkt als een soort lijnstad voor België met als ruggengraat onder meer het Albertkanaal. En in feite zeggen urbanisten nu dat het structuurplan van Vlaanderen heel veel gelijkenissen vertoont, in de grote opzet, met de aanzetten die Braem toen al gegeven heeft. Dat is toch wel heel merkwaardig. Hij is ook zijn hele carrière bezig gebleven met concrete problemen te bekijken vanuit die totaalvisie. Hij heeft ook heel veel gepubliceerd over ruimtegebruik. Het is opvallend dat in de loop van zijn carrière wat wij het het ecologische aspect zouden noemen, een steeds belangrijker rol is gaan spelen. Dat zit al een beetje in zijn jeugdjaren vervat: hij was een fervent natuurbelever, maakte deel uit van de Joe English Gilde, dat was een groep academiestudenten die discussieerden over de toekomst van Vlaanderen en die onder andere ook gingen stappen en kamperen op de Kalmthoutse Heide. Die liefde voor de natuur, dat in de natuur zijn, natuur beschouwen, en ook onderdeel zijn van de natuur, dat is iets wat Braem heel sterk heeft getekend. Je had het er al over, de sociale woningbouw. Wat was zo nieuw of vernieuwend in die visie van Braem over sociale woningbouw? Ik zou mij willen concentreren op die blokken van het Kiel. Ik denk dat daar het beginpunt van zijn denken over die sociale woningbouw samengevat kan worden. Sociale woningbouw is voor modernisten in de jaren dertig misschien wel hét onderwerp van hun zoektocht. Dus betere woningen voor de arbeiders, voor de gewone mens, is eigenlijk een van de kerntaken van de modernisti-sche architect. De SIAM-congressen gingen daar ook over, evenals de internationale congressen over architectuur die onder leiding van Le Corbusier in 1928 zijn gestart. Dat ging eigenlijk voornamelijk over wonen in de stad en wonen voor de grote massa. Braem heeft enkele ideeën van die internationale modernisten, van die congressen ook, meegenomen in zijn projecten, waaronder, van Le Corbusier, bijvoorbeeld het gemeenschappelijk-zijn van het maaiveld, van de grond, van het natuurlijke domein. Vandaar dat hij op het Kiel de wooncomplexen op ‘piloties’, op poten, heeft gezet, zodat je eronderdoor kon lopen. Daarnaast, het installeren van een aantal gemeenschappelijke voorzieningen bij zo’n sociaal woningbouwcomplex. Maar waarin ze bijzonder zijn, is in de attitude tegenover de omgeving. De wooncomplexen op het Kiel slingeren zich rond een groen binnengebied dat voor Braem heel belangrijk was, zodat alle appartementen uitzicht hadden op de natuur, op een natuurlijk gegeven, op de seizoenen, op bomen, op planten. Een tweede organisch element in die blokken is bijvoorbeeld het feit dat de leidingen in glazen schachten zijn ondergebracht onder de blokken door, zodanig dat je die leidingen kunt zien. Hij beschouwde dat als de aders, de levensaders van het metabolisme bijna, van die sociale huisvesting. Daarbij wilde hij ook in die sociale huisvesting kunst integreren. Voor hem was de integratie van kunst ontzettend belangrijk. In de blokken op het Kiel zijn ook enkele beeldengroepen verwerkt die zijn uitgevoerd door Mark Macken, een bevriend beeldhouwer. Hij heeft ook kleurencombinaties uitgedacht voor plafonds in de gemeenschappelijke hallen. Een van die hallen is een paar jaar geleden gerenoveerd, in de oorspronkelijke staat teruggebracht. En wat ook heel bijzonder is aan die huisvesting aan het Kiel, is de manier waarop Braem sociale relaties wilde bevorderen. De flats zijn opgevat als een soort van galerijflats, en de architect vatte die galerijen op als een soort straatjes waar mensen elkaar konden ontmoeten. Maar wel ook een beetje gescheiden van de interieurs van de woningen. In sommige van die complexen liggen de woningen een paar treden hoger dan de galerij, zodat de passanten niet konden binnenkijken. Enkele van die woningen hebben ook een heel nieuw concept. Het zijn een soort duplexwoningen die nogal in de breedte zijn uitgewerkt, iets waarvoor Le Corbusier hem op de vingers tikte, zou je kunnen zeggen, tijdens een bepaald congres waar zij elkaar ontmoetten. Hij vond dat het verkeerd was om te veel in de breedte te gaan werken, hoewel Braem een groot bewonderaar was van Le Corbusier, toch zeker nadat hij daar stage had gelopen in de jaren dertig: hij is in ’35, ’36 en ’37 in een aantal perioden op het bureau van Le Corbusier gaan werken in Parijs. Hij was helemaal gewonnen voor Le Corbusiers ideeën, maar vond toch wel dat je die ideeën niet overal kon toepassen. Dat wij in ons noordelijk klimaat bijvoorbeeld anders met licht moesten omgaan, dat er toch een zekere regionale component moest spelen in het ontwerpen van die architectuur. Tot zover nog Els Spitaels over architect en urbanist Renaat Braem. Wie meer wil weten over de vele evenementen die in het najaar over Braem worden georganiseerd, kan terecht op www.braem2010.be. Dat was nog FS in gesprek met Els Spitaels over architect Renaat Braem. Daarmee zijn wij bij het einde van dit HVW gekomen. Uw reacties en vragen kunt u kwijt op onze redactie. Die vindt u aan de Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan er op het nummer 03 233 70 32. En de website vindt u via www.h-vv.be. Doorklikken als u deze uitzending nog eens wilt beluisteren. Wij gaan eruit met de Buena Vista Social Club. Maar volgende week zijn we er weer. FS heeft het dan met Ingrid Van der Veken over 60. Een magische leeftijd… Volgende week maandag hoort u er alles over, meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. |