| WF Strijden om taal - Home & Away |
|
HVW: WF 'Strijden om taal' / 'Home & Away' Opname: 16.12.2010 Uitz.: 20.12.2010 Samenst.: KVD Muziek: 0'10" Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 2'18" Hobo's lullaby W. Guthrie W. Guthrie CD SF 40001 2'00" Adagio F-dur, KV 410 W.A. Mozart K. Rapf 0015 1'00" Party time Trad. Stoneman/Emerson ARN 64143 Goedenavond en welkom bij HVW. Daarin praat het WF met historicus Harry Van Velthoven over 'Strijden om taal', het boek dat hij schreef samen met Els Witte. Een boek dat allicht op het nachtkastje ligt van de Bart De Wevers en Elio di Rupo's in dit land, want met de nodige lessen uit de geschiedenis van de Belgische taalstrijd. Zo meteen meer daarover. Want we hebben ook aandacht voor 'Home & Away', een heel bijzonder project over onderweg-zijn. En wie is dat niet tegenwoordig? Straks een gesprek daarover met filmmaker Ann Van de Vyvere. Maar eerst 'Strijden om taal' van Els Witte en Harry Van Velthoven. "Taalmacht is sociale macht, hé. Een taalmuur is een sociale muur. Hoe breek je die sociale muur af via taal? Dat is een van de problemen. Volgens mij, als men de hele interactie ziet tussen die Belgische machtsverdragen in '30, in confrontatie met die Vlaamse beweging, die Waalse beweging, die Brusselse beweging en die hele evolutie, de compromissen, de pacificatietechnieken die ontwikkeld zijn, tot het punt waar men nu komt; als men zicht heeft over die hele geschiedenis, dan kan men beter de eigen gevoeligheden inschatten, maar ook de gevoeligheden van anderen." Harry Van Velthoven over wat je kunt leren uit de geschiedenis van de taalstrijd in België. Meteen ook waar het om gaat in 'Strijden om taal', het boek dat Van Velthoven publiceerde met Els Witte. Op een goedgekozen moment, misschien, want na 170 jaar taalstrijd lijkt het of die een limiet bereikt heeft. Maar toch dit: 'Strijden om taal' geeft misschien een beter inzicht, maar, beklemtoont Van Velthoven, wil zeker niet wegen op de aanslepende onderhandelingen. Het boek vertrekt van een dubbel referentiekader. Enerzijds is er de historische interactie tussen twee talen met een ongelijke status. Anderzijds het gegeven van taal en natievorming, en een daarbij behorende machtsstrijd. Zo wordt het Belgische kluwen ook leerrijk voor gelijkaardige situaties elders. Maar 'Strijden om taal' is ook leerrijk voor het WF en het hele socioculturele middenveld, onder meer voor de aanpak van integratie en globalisering. Ironisch in dat verband: reeds in de jaren 80 pleitte toenmalig WF-voorzitter Adriaan Verhulst voor Vlaamse fiscale autonomie. En laat dat vandaag nu juist aan de orde zijn… 'Strijden om taal', dus. Harry Van Velthoven schetst ons alvast de krachtlijnen van 170 jaar taalstrijd en wat je daaruit kunt leren. "Dan zie je dat er een zekere logica zit in die ontwikkeling. In die zin: de zwakste taal probeert zich eerst te beschermen via taalwetgeving. En dan, een volgend moment, eist die gelijkwaardigheid op van talen. Je hebt niet zoveel mogelijkheden. Ofwel krijg je een veralgemeende tweetaligheid, maar dat is afgewezen vanuit Wallonië. Men heeft dat niet gewild. Men heeft dat ook zo veel mogelijk tegengehouden in de centrale administratie, zodat er daar een opdeling komt van ambtenaren volgens Nederlandstalige of Franstalige aanhorigheid en diploma. En één keer dat, krijg je eentaligheid, de optie voor eentaligheid zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Dat betekent dat men de wederzijdse taaleenheden opoffert. Hetgeen gebeurd is. In 1932. En dan volgt men een zekere logica. Want als je twee eentalige gebieden hebt, rijst de vraag van de taalgrens. De oplossing '62. Dan trekt die taalgrens aan. Je krijgt Leuven Vlaams in '66, je krijgt het Septemberdecreet van 1973, je krijgt de opdeling van de provincie Brabant. Dus die grens trekt aan tussen die twee eentalige gebieden, zodat je ook een overstap hebt, het gemakkelijker wordt, om naar een defederalisering te gaan. Die defederalisering heeft dan te maken met de oprichting van gemeenschappen en gewesten, en met eigen bevoegdheden, financiering en mogelijkheden die ze krijgen. En dat brengt u onmiddellijk tot vandaag. Want die discussie blijft dus duren. Nu, het interessante is dat België internationaal een model is geworden dat al die stappen gevolgd heeft. Namelijk van unitaire staat tot het defederaliseringsproces vandaag, zoals ik u dat ongeveer beschreven heb. En vandaag zitten we in een van die volgende fases, namelijk de overgang, of wat men van Vlaamse kant in elk geval wenst, de overgang van subsidiefederalisme, of in hoge mate nog subsidiefederalisme, naar een verantwoordelijk federalisme. Dat is de huidige discussie, dat is de financieringswet waarover men zwaar aan het discussiëren is." - Die omslag, laten we maar zeggen, van die tweetalige situatie op een bepaald ogenblik, dan historisch gesproken, naar een veeltalige context waarin de problemen opgelost moeten worden. Hoeveel kans kan men, gezien vanuit het verleden, eigenlijk geven aan een mogelijke oplossing van die meertalige situatie? "Ik ben van mening dat je een onderscheid moet maken tussen aan de ene kant Brussel en aan de andere kant Vlaanderen en Wallonië. Wat Vlaanderen en Wallonië betreft, vermits het vertrekt van eentalige gebieden, lijkt mij de normaliteit dat, als een gemeenschap op een democratische manier beslist dat op haar taalgebied er een standaardtaal is, zij dan kan verwachten van de nieuwkomers die zich daar lange tijd gaan vestigen, dat zij beantwoorden aan de eisen die gesteld worden. Ik denk niet dat dat in tegenstrijd is met de mensenrechten. Het heeft ook te maken met inburgering, met burgerschap, met kansen op de arbeidsmarkt. Dat wil niet zeggen dat het gaat om één taal, om een taalhomogeniteit… Dat betekent dat men ook aandacht moet hebben voor de meertaligheid: de tweede taal, de derde taal kunnen als een vereiste gelden. In Wallonië heeft men altijd een taalmuur gebouwd. Het Nederlands mocht geen criterium worden om carrière te maken, ook niet in de centrale administratie en zo. Men stelt wel vast dat het jongste decennium er ook bij Franstalige politici een omslag aan het komen is, dat men toch wel veel meer aandacht krijgt voor het Nederlands." - Aandacht voor het Nederlands… Maar tegelijkertijd blijft toch wel die sterke wervende kracht van het Frans. Aan de andere kant wijst u ook een beetje op de kracht van het Engels. "Ik denk dat er een enorm spanningsveld ontstaat vandaag. Aan de ene kant leven we in België, blijft het Frans dus een heel belangrijke taal, inzake bestuur, gerecht en nog enkele andere domeinen. Aan de andere kant is er een andere dynamiek bezig, met name dat Engels de lingua franca in de wereld aan het worden is. Dit betekent dat de tweede taal zeer goed gekend moet worden, bijna zo goed als de eigen standaardtaal. Dat zijn andere vereisten. We stellen wel vast dat in de universitaire academische wereld de verengelsing razendsnel oprukt. Dan rijst de vraag - ik bedoel: niet vandaag, maar over 10 of 20 jaar -: waar willen we staan met het Nederlands als standaardtaal als die verengelsing bezig is in de master, en ook in de bachelor voor een deel bezig is? Waar willen we staan met het Frans en waar met het Engels? En hoe kunnen we die spanningsvelden met elkaar verzoenen? Wellicht zullen we in een overgangssituatie belanden, waarin men zowel in Vlaanderen als in Wallonië de keuze van de tweede taal vrij zal laten, waardoor men kan kiezen welke tweede taal men neemt. Wat altijd het geval is geweest in Wallonië." - Hoe zwaar weegt die tandem Frans-Engels, die in opgang is, uiteindelijk op de ontwikkeling en het belang van het Nederlands in dit geval? "Wel, dat zit in dat spanningsveld. Het betekent dat wat Vlaanderen betreft - want de Vlaamse regering is bevoegd voor het Nederlandstalig onderwijs - wij in feite niet kunnen tolereren dat het Engels opnieuw een klassentaal zal worden en dat er een scheiding zou komen tussen academische elite en de bevolking. En dat roept weer de vraag naar het hele onderwijscurriculum opnieuw op, en de plaats daarin van zowel het Nederlands, het Frans als het Engels. Om dus te kijken hoe we dat met elkaar kunnen verzoenen." - Nog niet heel lang geleden was er de 'lapsus', zoals sommigen het noemen, van minister Smet van Onderwijs. Die schoof het Engels eigenlijk als tweede taal naar voren. Is het een lapsus? "Volgens mij is het geen lapsus geweest. Ik denk dat hij voor de eerste keer probeert voor zichzelf uit te maken hoe hij dat moet verzoenen. Het belang naar de toekomst toe, toekomstgericht, van zowel het Nederlands, het Frans als het Engels. En de dynamieken die op dit moment bezig zijn." - Misschien ook eventjes terug naar Europa en de rol van Europa in dat hele gebeuren. Europa hanteert andere criteria om taal te linken aan bepaalde rechten. Men noemt het dan een persoonsgebonden link tussen taal en individuen, individuele rechten, terwijl in België toch nog altijd het principe van de territoriumgebondenheid geldt, hé. "Ja, dat is juist. Dus men zal het Europese gegeven niet kunnen ontwijken. Men zal oplossingen moeten zoeken afhankelijk van wat men zelf wenst te bereiken, van sociale verdringing. Hoe omgaan met die sociale diversiteit? Want het heeft ook te maken met sociale verdringing. Het blijft een sociaal probleem. Het taalprobleem blijft effectief een sociaal probleem. Niet alleen in de Vlaamse rand, maar ook in het grensgebied met Nederland manifesteert zich hetzelfde probleem. Dus, kwestie van sociale verdringing… Hoe ga je daarmee om? Hoe geef je woonzekerheid aan heel veel mensen? En hoe los je dat op? Het taalcriterium kan daar maar één criterium van zijn." - Dan moeten we misschien ook eens gaan kijken naar een aantal mogelijke oplossingen. Uiteraard zijn er heel wat middenveldorganisaties die zich met taalbeleid bezighouden en ook proberen om het integratiebeleid in België te bevorderen door taallessen aan te bieden enzovoorts. "Ik denk, zodra een gemeenschap zegt: 'Dit is een standaardtaal, en wij wensen dat nieuwkomers die hier lange tijd willen blijven, zich aanpassen aan de taal van communicatie en onderwijs', dat men tegelijkertijd de instroom de zekerheid moet geven dat ze op een korte manier die taal kan leren. Anders krijg je een enorme contradictie. Dus wat er niet mag gebeuren, is dat men aan de ene kant eisen van inburgering stelt en aan de andere kant met ellenlange wachtlijsten zit. De jongste tijd heeft men daar veel aan gedaan, geloof ik. Maar ik herinner mij dat je toch niet zo lang geleden ook wel die situatie had. Zoals mensen begerig zijn, wensen zich aan te passen, in te burgeren, die taalwetten te beheersen. Dat heeft ook wel zin, omdat ze anders op de arbeidsmarkt weinig kans maken. Men moet die ook maximale mogelijkheden geven evenals de nodige financiering. Het gaat vooral om financiering, natuurlijk, om dat mogelijk te maken." - Een heleboel mensen zullen waarschijnlijk ook wel een beetje glimlachen wanneer aan het einde van het boek ook een oplossing uit de bus komt. In de epiloog beschrijft u die, hé. U noemt het zelf de internetoplossing. Die zou vooral in Wallonië aanslaan. Dat moet u toch ook eens eventjes uitleggen. Op welke manier kan het internet bijdragen tot een betere taalverstandhouding in België? "Wel, het is een analyse die Els Witte gemaakt heeft. Namelijk door die omslag te onderzoeken die er is gebeurd in het Waalse gewest. Wij hebben veel te weinig aandacht voor de dynamieken die daar bezig zijn. Het Waalse Gewest probeert - onder meer via het marshallplan, het eerste ernstige plan dat er effectief is - om uit die economische ravage te komen als gevolg van die sluiting van de steenkoolmijnen, fabrieken in de metaal- en staalsector en van die enorme werkloosheid op die horizontale as Luik-Henegouwen. In die zin speelt het toerisme onder meer een belangrijke rol. Er zijn ook heel wat toeristen uit Nederland en errond die zich daar komen vestigen zijn. Dan stelt men zich de vraag in het Waalse Gewest, ook met betrekking tot emersieonderwijs - dat daar ook leeft trouwens, hé -: afgezien daarvan, hoe kun je daaraan tegemoet komen? En dan krijg je internetfaciliteiten. Dat is inderdaad een oplossing. In die zin dat het niet groepsgebonden is, maar individuele faciliteiten zijn waar een nieuwkomer gebruik van kan maken om ingelicht te worden, geïnformeerd te worden in de taal die hij dan nog verkiest. In afwachting van een eventuele inburgering." - Taalpacificatie, inburgering en internet. Een verrassende piste… En dan hadden we het nog niet eens over de ingewikkelde Brusselse situatie. Maar die is ook aan de orde in 'Strijden om taal' van Els Witte en Harry Van Velthoven, uitgegeven bij uitgeverij Pelckmans. Uw reacties daarop kunt u intussen kwijt bij het WF. Surfen naar <willemsfonds.be>. Zo meteen 'Home & Away', maar eerst muziek. Dat doen we passend met 'Hobo's lullaby' van Woody Guthrie, de hobo bij uitstek. En niet toevallig de slotmuziek van 'Home and Away'. Een Rwandees op stap met een doodskist in Brussel. Een wereldreiziger die overal een mixer meeneemt om zich thuis te voelen. Een sans-papiersmet een tas vol papieren. Het zijn slechts enkele van de personages uit 'Home & Away' van Ann Van de Vyvere. 'Home & Away' gaat over wonen, thuis, privacy en dierbare voorwerpen. De film onderzoekt de relatie tussen mens en object bij hedendaagse nomaden: thuislozen, expats, vluchtelingen, avonturiers, daklozen, … Wat sleur je mee wanneer je steeds onderweg of thuisloos bent en je je overal moet thuis voelen? Ann Van de Vyvere maakte er een film over. Met muziek van Roland Van Campenhout. En een bijpassende tentoonstelling. We zagen de film, bezochten de tentoonstelling en praatten met Ann Van de Vyvere. Dat leverde het volgende sfeerbeeld en gesprek op. *** "Het heeft misschien wel iets bevreemdends. Je ziet het ook in de film, uiteraard, een man die met een doodskist achter zich aan door de straten van Brussel loopt. Toch wel een merkwaardig beeld. Wij staan hier nu voor die doodskist. Toch wel een merkwaardige keuze, zou ik zeggen. Als je door Brussel stapt, dan is het niet zo evident dat je daar met een doodskist door loopt. Maar het heeft een betekenis… Hij doet het ook heel overtuigend. Hij heeft geen moment getwijfeld of zoiets wel kan in Brussel. Hoe mensen zouden reageren. Het is voor hem gewoon een heel duidelijk doel. Die doodskist, die gaat met hem mee. Overal waar hij gaat, want daar waar hij gaat, zal hij begraven worden. Dat is zijn thuis. Na verloop zie je in de film dat hij die doodskist eigenlijk naar het museum brengt. Waar de objecten voor het eerst tentoongesteld worden. Dat is het Jubelparkmuseum. Hij brengt de doodskist daarnaartoe. De mensen reageren natuurlijk heel merkwaardig. Omdat de dood in België een taboe is, hé. Nog steeds een taboe. Dat is in zijn land helemaal anders. Hij kent de dood heel goed. Onderweg komt hij bijvoorbeeld een paar kinderen tegen. Die vragen hem: 'Meneer, daar zit toch geen lijk in? Of is dat iemand van uw familie?' En ja, dan vertelt hij tegen die kinderen van: 'Nee, kijk, het is een lege doodskist. En ik ga gewoon… Ik ga naar Afrika terug. En de kans is heel groot dat, als ik terug naar huis ga, ik daar zal sterven.'" *** - Dan zit je wel met die affectieve waarde, hé. Ik bedoel… We staan hier nu ook een beetje voor de mixer. Ik vind het zeer vreemd dat mensen op reis gaan met een mixer in hun koffer. Dat heeft misschien ook een affectieve waarde… Die kun je moeilijk inschatten. "Neen, inderdaad. En toch… Ze zei : 'Ja, die mixer die komt eigenlijk uit de Aldi.' Een winkel waar alle producten zeer goedkoop zijn. Zij zei: 'Eigenlijk zou ik daar geen waarde aan mogen hechten.' Maar inderdaad, die mixer is voor haar heel, heel veel waard." *** - Misschien toch wel de belangrijkste symboliek van de hele tentoonstelling… Gewoon schoenen die op een hoop zijn gegooid en die misschien wel suggereren dat er zoiets is als slijtage bij het reizen, bij het weg-zijn en bij het zoeken naar een thuis. "Ja, en hoeveel schoenen moet je slijten om je thuis te vinden? Dat is de hamvraag van deze tentoonstelling, denk ik." *** Ik ben Ann Van de Vyvere, geboren en getogen in Brussel. Ik heb een film gemaakt. 'Home & Away' heet die. De film maakt deel uit van mijn artistieke parcours. Ik heb schilderkunst gestudeerd in Brussel, in Sint-Lucas, maar ik ben van vele markten thuis. Dus ik maak verschillende artistieke projecten in verschillende disciplines. Dit is de eerste film die ik heb gemaakt. - 'Home & Away': misschien een beetje uitleggen wat de betekenis is van die titel? "Goh… Iedereen kent de beroemde Australische reeks… Dat is iets wat mij zeer intrigeert. Elk land heeft zo zijn eigen soapserie waar familie en thuis centraal staan. Ik ben op zoek gegaan naar: wat betekent dat vandaag eigenlijk, een thuis? Dat zit ook in die titel 'Home', thuis en 'Away', weg-zijn. Ik ben op zoek gegaan met hedendaagse nomaden. Mensen die eigenlijk voortdurend onderweg zijn. Of geen vaste verblijfplaats hebben. Ik ben ook op zoek gegaan, samen met hen, naar wat thuis in die situatie, in die omstandigheden betekent." - Nu, je ziet een heleboel mensen opdraven, soms ook wel ietwat vreemde mensen. Zijn vertellen hun verhaal. Want ze hebben allemaal een verhaal. En dat wordt opgehangen aan voorwerpen die ze al dan niet mee hebben. Misschien enkele relevante personen daar eventjes uit halen. "Wel, goh. Ik denk dat de opvallendste persoon Jean-Marie Semanda is. Die man komt uit Rwanda. Overal waar hij gaat, neemt hij zijn doodskist met zich mee. Dat is een kist die hij alvast zelf heeft getimmerd. Omdat hij bang is om te sterven in een land waar hij niemand kent, om alleen te sterven. Hij zegt eigenlijk ook een beetje: 'Thuis is waar ik begraven zal worden.' Daarom timmerde hij alvast zijn eigen doodskist. En hij neemt die overal met zich mee. Overal waar hij naartoe gaat." - Er loopt ook een vreemd personage rond dat niet op reis kan gaan zonder dat ze een mixer mee heeft. Die staat hier ook tentoongesteld. Maar waarvoor staat die mixer eigenlijk? "Wel, voor haar - Lies Craeynest is dat - betekent thuis een plek waar je soep maakt. Dus om zich thuis te kunnen voelen moet ze ritueel soep maken. Ze woont namelijk zowel in Londen als in België. En zij heeft een Ethiopische man. Dus zij ziet echt wel alle hoeken van de wereld. En die mixer moet altijd mee, want om zich op die verschillende plekken thuis te kunnen voelen, maakt zij soep." - Het zijn wel mensen die uit diverse culturen komen. Die ook heel wat verhalen te vertellen hebben uiteindelijk, hé? Heel straffe verhalen ook van ontheemding om te beginnen al, maar ook het zoeken naar tijdelijkheid, geen houvast hebben, geen zekerheid hebben. Nu, het kunnen schrijnende verhalen zijn, maar het zijn vaak ook grappige verhalen. Hoe vind je die mensen eigenlijk in Brussel? Die loop je niet zomaar tegen het lijf, hé. "Nee… Eigenlijk loop je die wél zomaar tegen het lijf. Het is gewoon een kwestie van goed kijken en attent zijn voor een aantal dingen. Maar uiteraard, heel wat van de mensen - personages in de film en deelnemers aan het project en de tentoonstelling - heb ik gevonden via verschillende kanalen. Ik ben bijvoorbeeld gaan spreken in culturele centra waar expats Zweeds turnen volgen. Zo heb ik een paar mensen kunnen overtuigen om mee te doen aan de film. Ik heb ook flyers verspreid en overal opgehangen in de stad. Ik ben via daklozenorganisaties daklozen gaan aanspreken om ze te motiveren om deel te nemen aan het project. Dus we zijn eigenlijk… Ja, via Globe Aroma ook zijn er heel veel mensen die daar al terechtkomen die ook hebben meegedaan aan het project. Dus eigenlijk via verschillende kanalen." - Je plaatst de mensen ook, of je volgt ze tenminste met de camera, je laat ze aan het woord in heel diverse habitats, hun eigen habitat die ze zelf hebben gevonden hier in Brussel. Maar je kijkt ook naar de reacties van de mensen die hen bezig zien. Wat mij opviel, bijvoorbeeld bij de kunstenaar die zijn 'huis' aan het inrichten is (het is eigenlijk min of meer een openluchtmuseum), is dat er heel wat toeschouwers bij komen die hun reacties geven. Waarom eigenlijk? "In het geval van Jeroen Peeters had ik de indruk van: die man is daar een bepaalde functie aan het vervullen. Ik weet niet of hij zich daar zodanig van bewust is, maar hij vervult een soort functie waarvan ik vermoed dat vroeger de politieagent of de wijkagent, de postbode, de dokter of de pastoor die deed. En ja, het sociale leven begint opnieuw te bruisen in die buurt. De buren kijken over het muurtje heen en beginnen zich ook werkelijk te moeien. 'Ja, meneer Jeroen, je zou toch een deur moeten zetten. En hier is geen bel. En hoe kunnen we nu bij jou op bezoek komen?' Dat is eigenlijk heel fijn. Het brengt die buurt weer samen. Doordat die daar in de publieke ruimte een huisje gaat bouwen." - Er is een persoon die heel rigoureus de papieren bij houdt van zijn hele geschiedenis, zijn eigen identiteit, maar ook van zijn vader, zijn familie... Het gaat verder tot WO I zelfs en zo. Wil hij eigenlijk een beetje zeggen dat hij pas een individu is als hij in staat is om met documenten te bewijzen wie hij is? "Ja, en het schrijnendste van al is dat hij geen papieren heeft. Hij heeft heel veel papieren, maar hij heeft geen officieel bewijs van zijn identiteit. Misschien is dat nog het meest basale van het wonen of het thuis-zijn. Dat is die identiteit inderdaad… 'Home & Away' van Ann Van de Vyvere. Een totaalproject binnen het sociaal-artistieke project 'Karavaan' van Globe Aroma. Met muziek van Roland Van Campenhout. Globe Aroma biedt artiesten zonder papieren een werk- en ontmoetingsruimte aan. Meer informatie vindt u op <www.globearoma.be>. Zo, dit HVW zit erop. Uw vragen en bedenkingen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie. Die vindt u via de website van de HVV: <h-vv.be>. Doorklikken als u het allemaal nog eens wilt beluisteren. Of misschien als u lid wilt worden van de HVV. Wij gaan eruit met 'Party time' van Stoneman en Emerson, maar volgende week zijn wij er weer. FS Heeft dan aandacht voor Riccardo Petrella en voor de situatie in Palestina. Volgende week maandagavond in de vakantieperiode meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Dáág. |