| WF Beraberprijs De Kleine Zebra |
|
Opname: 23.10.08 Uitz.: 27.10.08 Samenst.: KVD / FS Muziek 10” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 30” Ramana P. Joshua P. Joshua PJ 06088 2’30” Hallelujah T. Buckley L. Cohen 475928 5
De Beraberprijs is een blijk van
waardering voor de ouders of de voogd van een pas afgestudeerde student die
door inzet of acties de deelname van allochtone jongeren aan hoger onderwijs,
en daarmee bedoelen we zowel hogescholen als universiteiten, duidelijk heeft
bevorderd.
Sylvain Peeters,
algemeen voorzitter van het WF, over de bedoeling van de Beraberprijs. Die werd
onlangs voor het eerst uitgereikt op initiatief van de UTV en het WF. De prijs
was een cartoon van Ismail Dogan en een cadeaubon van 500 euro.
Wij woonden de
uitreiking bij, plukten enkele passages uit de gelegenheidstoespraak van
Sylvain Peeters en haalden de laureate Hava Demirkapu en dochter Perihan even
weg van de receptie en voor de microfoon. Kandidaten moesten voorgedragen
worden en die voordracht kwam van Emke Dierickx, collega van Hava op het
Intercultureel Netwerk Gent. En die haalden we ook voor de microfoon. De
sasmuziek tussenin is van Enis Cimen. Eerst hoort u Sylvain Peeters en die
beklemtoonde al meteen de symbolische betekenis van de Beraberprijs.
Het gaat in elk geval over ouders die hun
kinderen door dik en dun steunen en er alles voor overhebben dat zij een betere
toekomst tegemoet gaan. Jaren hebben ze er samen hard voor gewerkt, maar nu ze
terugkijken, mogen ze best trots zijn. Hun kinderen zijn een voorbeeld voor
vele andere allochtone jongeren en zeker voor hen die hetzelfde potentieel
hebben. Het WF en ook de UTV willen met het uitreiken van die Beraberprijs het
signaal geven aan ouders dat ze hun kinderen moeten blijven steunen in hun
levenslange leren ondanks alle mogelijke tegenslagen.
Hava Demirkapu kwam in
1973 op zesjarige leeftijd uit Turkije naar België, trouwde in 1983 in Turkije
en woont nu in Gent. Ze heeft twee dochters en een zoon. De oudste dochter,
Perihan Bilal, die 24 jaar is, studeerde dit jaar af aan de Hogeschool van Gent
en behaalde het bachelordiploma van Rechtspraktijk. Haar jongste dochter is 17
jaar, zit in het vijfde jaar ASO van het Koninklijk Atheneum in Mariakerke. En
haar zoon werkt momenteel als lasser.
Hava kwam als kind naar
België en kwam terecht in het stedelijk onderwijs. Daar werd ze al vlug
geconfronteerd met het racisme van de leerkrachten. Ze zag bijvoorbeeld dat
leerkrachten allochtone kinderen zwaarder straften. En die ervaring heeft haar
gesterkt in haar strijd voor haar kinderen.
In het lager onderwijs
werden haar kinderen buitengesloten en Hava moest strijden met leerkrachten en
met de school om haar kinderen gelijke kansen te geven. Intussen, zeer
merkwaardig, besloot ze zelf ook opnieuw te gaan studeren. Eerst volgde ze de
opleiding intercultureel bemiddelaar. En daarna combineerde ze haar werk en
gezinsleven met de opleiding orthopedagogie en slaagde enkele jaren geleden.
Hava ondervond aan den
lijve dat de allochtone leerlingen moeilijkheden hebben op school omdat ze niet
ondersteund worden door de school. Zij was gelukkig mondig genoeg om de rechten
van haar kinderen te verdedigen, maar ze zag dat niet alle allochtone ouders
dat kunnen. Ze raadde ook andere ouders dan aan om in hun kinderen te blijven
geloven en hen te ondersteunen. Ze gelooft dat ook allochtone jongeren, zelfs
als ze in concentratiewijken wonen, kunnen doorstromen naar het hoger onderwijs
mits ze op de nodige steun kunnen rekenen van ouders en school.
Ik ben Hava Demirkapu, moeder van 3
kinderen, en ik heb zojuist de prijs gewonnen van Beraber WF. Dus voel ik me
zeer vereerd, eigenlijk.
Ik ben Emke. Ik ben een collega en
vriendin van Hava en ik heb haar voorgedragen voor deze prijs omdat ik wist wat
ze allemaal gedaan heeft voor haar kinderen.
Ik ben de dochter, Perihan, die ze over
de jaren heen door dik en dun heeft gesteund. En waarvoor ze de prijs krijgt,
omdat ik dit jaar afgestudeerd ben.
Jij bent uiteraard ook heel blij met deze
prijs?
Natuurlijk. Omdat mijn mama dat verdiend
heeft. Het is een geschenk. Het maakt haar ook eventjes gelukkig.
Wat heeft jou op het idee gebracht om
haar voor te dragen?
Omdat Hava heel enthousiast over haar
kinderen kan vertellen. En ook heel sterk in hen gelooft. Soms kan ze wel een
tikkeltje streng zijn voor de kinderen zelf als ze haar moeten volgen. Maar
vooral ook omdat zij heel veel verhalen heeft verteld van de ervaringen die ze
heeft gehad met school – positieve, maar ook veel negatieve. En zij heeft dan
geprobeerd om dat toch een stukje tegen te gaan door andere ouders aan te
moedigen om toch hun eigen weg te gaan in het onderwijs.
Dit lijkt een individuele prijs te zijn,
maar eigenlijk is het ook een beetje een symbolische prijs, hé? Een prijs die
naar meerdere mensen zou moeten gaan?
Natuurlijk, het is echt symbolisch. Het
is ook het aanmoedigen van andere ouders, en moeders eigenlijk. Ik denk dat
heel veel moeders en ouders dat verdiend hebben. Maar ik ben nu toevallig de
eerste. Er moet altijd iemand de eerste zijn zodanig dat voor de anderen de
deur opengaat wanneer zij een stimulans en steun nodig hebben. Dus … Ik
ben ook wat zenuwachtig, kan dus de juiste woorden niet vinden momenteel …
Maar je zou ook kunnen zeggen: misschien
kan de Belgische overheid of kunnen de overheden toch nog wel wat meer
inspanningen doen om de toegang tot het hoger onderwijs en het onderwijs in het
algemeen te verbeteren.
Natuurlijk, zoals Emke dat ook in haar
verhaaltje vernoemd heeft, moet de steun dan niet alleen van één kant zijn,
maar hij moet daar van beide kanten zijn. Dus niet enkel steun van allochtone
ouders, maar ook de scholen moeten daar een bijdrage doen. En de scholen hebben
daar natuurlijk ook middelen nodig om allochtone kinderen te steunen. En het
beleid moet ook de scholen ondersteunen, natuurlijk. Om allochtone kinderen
verder in het hoger onderwijs terecht te laten komen, natuurlijk, hé.
Wat waren eigenlijk de belangrijkste
obstakels die je bent tegengekomen in dat hele verhaal?
Belangrijkste obstakels … Wat ik
eigenlijk niet opgegeven heb, is het geloof in mijn kinderen. Hoewel de scholen
en het toenmalige PMS (het huidige CLB) beweerden dat mijn kinderen die
richtingen niet aankonden, dat ik hen naar een andere school moest sturen, ben
ik gewoon blijven geloven in mijn kind, in mijn kinderen eigenlijk. En dat was
zo echt een obstakel voor mij. Omdat je regelmatig, elk jaar die opmerkingen
hoort vanuit de leerkrachten, of vanuit het PMS van toen. Bij kleinigheden,
moeilijkheden bij mijn kinderen klonk het gewoon: ‘Ja, uw kind kan die richting
niet aan, we raden een andere richting aan.’ En dat was mijn obstakel dat ik
moest overwinnen, en dat ik daar niet in geloofde.
En geloof je erin dat er in de toekomst
iets zal veranderen?
Ja, natuurlijk, er is altijd hoop in de
toekomst. Wat ik van mijn kindertijd heb meegemaakt tot nu toe, laat zien dat
er wel grote veranderingen zijn. Ik geloof nog in een positieve verandering. En
ik geloof dat er in de toekomst echt grote veranderingen komen, maar dan
uiteraard in positieve zin.
De uitreiking van de Beraberprijs in het
Cultuurcafé van de VUB. Dit jaar dus voor de eerste keer. En die erkenning viel
Hava Demirkapu te beurt, moeder van Perihan Bilal. En wel voor haar gestage
inspanning voor haar kinderen en de symboolwaarde die dat heeft voor de rechten
van alle allochtone kinderen.
Meer informatie
krijgt u bij het WF of de UTV. Het WF vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in
Gent. Telefoneren kan op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de
website: www.willemsfonds.be. De Unie Turkse
Verenigingen vindt u aan de Lange Achteromstraat 32 in Antwerpen. Telefoneren
daar kan op het nummer 03 289 91 13 en de website is www.utvweb.be.
“Hallelujah” van Leonard Cohen in de
versie van Jeff Buckley. En dat brengt ons bij het volgende onderwerp: “De
kleine zebra”. En Frank, gaat het dan om de verkleinde versie van “De strepen
van de zebra” van Rik Pinxten?
Vorig jaar publiceerde Rik Pinxten “De strepen van de zebra. Naar een strijdbaar vrijzinnig humanisme”, waarin hij pleitte voor eenheid in verscheidenheid. Vrijzinnige humanisten moeten daarom, schreef hij, zowel breken met het Franse laïcisme als met de Nederlandse protestantse scheldcultuur. Zopas verscheen “De kleine zebra en zijn strepen”, waarin Pinxten min of meer – in kort bestek – dezelfde thema’s behandelt. Wat is de bedoeling? Rik Pinxten:
Dit
is een klein, geïllustreerd, toegankelijk boekje, dat bedoeld is voor mensen
vanaf 15 jaar, zal ik maar zeggen, om dus die boodschap, die manier om met de
wereld om te gaan, zoals je dat effectief in de “Grote zebra”, zal ik nu maar
zeggen, vindt. Om dat hedendaagse humanisme eens voor een breder publiek te
presenteren.
Het boek is een uitnodiging
om het eigen grote gelijk los te laten, schrijf je, en daarbij richt je je
uiteraard tot de vrijzinnige humanisten, maar ook tot de democratische
gelovigen!
Wel,
ik denk dat we aan de ene kant nog altijd duidelijke onderscheiden hebben.
Vroeger heel sterk in zuilen georganiseerd, tegenwoordig meer in opvattingen,
in groepen die elkaar vinden en de andere groepen dan minder of niet vinden,
maar toch minder in die zuilenstructuur. Maar in ieder geval heb je mensen met
duidelijke opvattingen, heel duidelijke boodschappen die ze ook in de
buitenwereld uitdragen. Je hebt aan de andere kant – en ik denk een grote
meerderheid op dit moment – mensen, ook vooral jongeren maar niet uitsluitend,
die sympathie hebben voor dit of dat idee, antipathie voor een ander idee, en
die zich eigenlijk goed voelen bij deze bepaalde houding en helemaal niet bij
een andere, enzovoort. Maar die dat niet samenvatten, er ook niet echt mee
bezig geweest zijn om dat samen te zetten in een min of meer samenhangend
geheel zoals bijvoorbeeld: ik ben humanist of ik ben christen, enzovoort. Het
zijn die mensen, enfin ik denk de grote meerderheid vandaag, die natuurlijk ook
in onze wereld mee beslissingen nemen, mee keuzes maken, al of niet ontroerd
zijn, zich al of niet engageren voor concrete projecten. Bedoeling is om die
mensen te tonen dat er dus nog altijd mensen zijn, en meer dan dat,
verenigingen, die echt opkomen voor een bepaald mensbeeld, voor een bepaald
maatschappijbeeld. Op deze manier, niet echt partijdig in een strenge doctrine
of iets van dien aard, probeert nu zo’n vereniging, de HVV in dit geval, die
zeer divers zich voelende, zich engagerende mensen te bereiken.
In het boek heb je het in
vier hoofdstukken over anders leven, anders wonen, eten en rijden. Je pleit,
alvast op die terreinen, maar ik neem aan dat de opsomming niet limitatief is,
voor een mentaliteitswijziging!
Ik
denk dat men ofwel in theorie of in een leer of zo bijvoorbeeld humanist kan
zijn. Ik denk dat men ook praktisch humanist kan zijn. Dat betekent dat je je
dan afvraagt: kijk, in mijn leven met de kring van mensen rond mij om te
beginnen, gezin zal ik maar zeggen, maar ook wat uitgebreider, in mijn school
bijvoorbeeld, wat kan ik doen? Hoe kan ik mij opstellen, hoe kan ik dus – en
dan komen we tot concrete projecten en ook getuigenissen die in het boek staan,
telkens gebonden aan een persoon, in dit geval vier verschillende vrouwen –wel,
hoe probeer ik in mijn leven nu eens anders om te gaan met bijvoorbeeld wonen?
Wonen is niet dat heel kleine stukje grond en het huisje daarop dat volledig
van mij is en de buitenwereld is de vijand, maar wonen is zo min of meer
uitlopend in mijn tuin naar publiek domein dat erachter ligt. Daar heeft
Geertrui Daem het over. Zij woont in een huis dat van haar is met een eigen
tuintje, maar onder andere door een initiatief van de stad Gent in dit geval
loopt dat tuintje uit in een groter gedeeld publiek stukje groen, en dat is er
niet veel in Gent. Daardoor krijg je zoiets als: dit is gemengd en ik verzorg
dat ook als ik in dat huisje woon, hoewel het niet van mij persoonlijk is, de
rest van die grond, maar ik kijk er toch wel op toe dat die ook wel in orde
blijft, dat die niet vervuild wordt. In die zin heb je hier een ander soort van
heel lokale, heel particuliere inzet met een privé maar toch ook meer sociaal
wonen.
En
zo zijn er dus een viertal, ook voeding natuurlijk. De kwaliteit van het
voedsel is een zeer ernstig probleem. Ik bedoel: we weten wel binnen de grenzen
van Vlaanderen en van België wat er gebeurt, enfin we hopen dat we dat weten,
wat er gebeurt met het voedsel van het moment, dat dit dus op een of andere
manier gedeclareerd wordt aan onze diensten. Maar neem nu bijvoorbeeld een
tonijn. Een tonijn als vis die leeft ergens in de Stille Oceaan bijvoorbeeld.
Wat heeft dat beest al allemaal opgegeten natuurlijk van plastic tot ik weet
niet wat allemaal, petroleumafval enzovoort, plus het is een grote vis, dus
alle kleine visjes die die tonijn binnenneemt, en daarmee alle vervuiling
enzovoort. En zodra hij dus gevangen is en in stukjes gesneden, komt die
bijvoorbeeld, ik zeg nu maar iets, in Spanje binnen, en vanaf dat moment is er
controle. Ja, maar heel die keten daarvoor? Wat eten wij allemaal? Dat wordt
dus een zorg, een zeer grote zorg, en terecht: hoe zit dat en hoe kun je dat
ooit controleren? Niet, dat is heel simpel. Dus daar krijg je dan de beweging:
ik ben daar bekommerd om als iemand die niet alleen voor mezelf wil zorgen,
maar opnieuw ook voor mijn medemens, te beginnen misschien met mijn familie,
maar mijn medemens, dus ga ik proberen zo veel mogelijk en liefst alle stappen
van die voedselketen zelf ook weer gezamenlijk, in groepen, in de hand te
nemen. Dan krijg je dus zoiets als het vroegere land van de akker, zal ik maar
zeggen, kleine akkertjes en zo. Dat begint opnieuw te leven omdat mensen daar –
tenminste voor planten dan – kunnen controleren wat er allemaal gebeurt met hun
voeding. En bovendien een beetje gemeenschapsopbouw, hetgeen daarmee samengaat.
Dit gebeurt allemaal, kleinschalig, en daarom dus een aantal van die
voorbeeldjes, echt met getuigenissen van mensen die als jonge mensen ook vaak
bezig zijn met zulke dingen en die verslag doen van wat kan en wat niet kan. En
op die manier moet je ook met andere mensen samen van alles beginnen te
ondernemen. Dat is een vorm van – opnieuw – praktisch humanisme, denk ik.
Daarom dus dat we het op die lijn met dat soort voorbeelden ook heel positief
en opbouwend hebben willen brengen.
We leven momenteel volop in een transitieperiode. Daarbij komt de huidige wereldwijde financiële crisis. Ongetwijfeld een voedingsbodem voor een mentaliteitsverandering, maar misschien niet in de door jou gewenste richting. In het slothoofdstuk stel je dan ook heel terecht de vraag: wat kunnen we doen?
Dit
is natuurlijk geschreven en zelfs gepubliceerd net voor de financiële crisis
echt volop losbarste. We hebben de laatste tien jaar zeker al een hele reeks
kleine financiële crisissen gehad. Dit is niet de eerste, maar wel
waarschijnlijk een zeer diepe. Ik denk dat we daar nog jaren mee zullen doen.
Je kunt zo’n crisis ofwel aangrijpen om weer iedereen bang te maken, om
eigenlijk ook iedereen een stuk armer te maken, ik denk dat beide nu de vorige
weken ook gebeurd zijn, onder andere door onze regering, maar niet alleen door
haar natuurlijk. Ik bedoel dat nationaliseren van de banken zonder voorwaarden,
zoals gebeurd is, betekent dat gewoon de belastingbetaler nog maar eens
bijdraagt om iets te redden wat niet van hem is. En later zal het dan weer
vrijgelaten worden, als wij zogezegd opnieuw vertrouwen zullen hebben, terwijl
wij helemaal geen schuld hebben aan dat casinogedrag, zal ik maar zeggen. Maar
dan gaat de vrije markt opnieuw mogen spelen, en ondertussen zijn we weer een
stuk armer geworden. Dit is een manier om zo’n gebeurtenis aan te pakken, een
andere manier is natuurlijk zeggen: oké, dit is een opportuniteit, we gaan nu
bijvoorbeeld de alternatieve financiële kanalen, de alternatieve financiële
circuits, die men bijvoorbeeld timedollars noemt, beginnen uit te werken en we
gaan dus mensen aan elkaar diensten laten verlenen als een soort van
ruilsysteem buiten, ten gunste van de overleving. Dat is tenslotte de
bedoeling, dat we allemaal kunnen overleven en goed overleven, maar buiten dit
geldcircuit en buiten het competitiedenken. Dan wordt het zo’n crisis een
opportuniteit! Nu, dat zal niet morgen gebeuren, maar toch. Er zijn al,
bijvoorbeeld in Japan en ook in de Verenigde Staten trouwens, ook in Nederland,
vrij uitgebreide initiatieven van die aard, dus alternatieve financiële
circuits of vergoedingscircuits. Ik doe iets voor jou, dan krijg ik bij wijze
van spreken van jou een soort wederdienst – dat kan een brief zijn, dat kan een
virtueel gegeven zijn –, dan heb jij dus recht op zoveel uur dienst die aan jou
verleend zal worden, want jij hebt nu iets gedaan. Maar jij hebt misschien geen
behoefte aan hetzelfde wat je net voor mij gedaan hebt, want dat kun je zelf.
Bijvoorbeeld jouw dakgoot repareren, ik kom dat voor jou doen, dat kost, tussen
aanhalingstekens, zoveel. Dus ik krijg zoveel uren krediet bij wijze van spreken.
Nu kan ik met die uren krediet bijvoorbeeld bij die andere buur, die zelf zijn
groenten kweekt, groenten gaan halen. En ga zo maar door! Allemaal samen zonder
dat er geld aan te pas komt, met wel een beetje regeling. Maar goed, dat is te
doen, hé. Allemaal samen hebben we dan een beter leven. En opnieuw, dat is een
vorm van praktisch humanisme.
Op
lange termijn, denk ik, als we die opportuniteit kunnen aannemen, ben ik daar
optimistisch in, maar het gaat nu natuurlijk via een pijnlijke weg.
Tot
zover nog Rik Pinxten. “De kleine zebra en zijn strepen”, met foto’s van Lieve
Blancquaert en tekeningen van Jan Van der Veken, is een uitgave van Houtekiet
en is te koop in de goede boekhandel.
Dat was nog Rik Pinxten bij FS over “De
kleine zebra”. En eerder was er aandacht voor de uitreiking van de
Beraberprijs. Uw vragen en bedenkingen kunt u zoals steeds kwijt op onze
redactie: HVW, Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op het
nummer 03 233 70 32. Maar er is ook de website van de HVV: www.h-vv.be.
Zo, deze aflevering van HVW zit erop en
we gaan eruit met muziek van Prim Joshua op de achtergrond, maar volgende week
zijn we er weer. FS heeft het dan over het Darwinproject van o.a. de HVV. En er
is een gesprek met Geertrui Daem naar aanleiding van haar laatste boek.
Volgende week maandagavond meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1.
Graag tot dan. Daaaaag. |