| Vermeersch WF Draulans |
|
Opname: 11.12.08
Uitz.: 15.12.08 Samenst.: KVD
Muziek:
1’30” I
feel alive in the city Z. Swoon SKC BCITY500 35” Fragile Mas Cuerda Sting MPR 1932000
Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee onderwerpen. Het Willemsfonds organiseerde samen met de Liberale Vrouwen, De Maakbare Mens, de Liberale Beweging voor Volksontwikkeling vzw en Sociumi een studievoormiddag met Dirk Draulans. Die bracht zijn nieuwe boek mee en dat zorgde voor een gesmaakte uiteenzetting over “Het succes van slechte seks”. Evolutietheorie dus, en dat aan de vooravond van het Darwinjaar. Of hoe belangrijk de evolutietheorie is in ons dagelijks leven. HVW had na afloop een gesprek met Dirk Draulans. Maar we lazen voor u ook “De rivier van Herakleitos”, het gezamenlijke boek van Etienne Vermeersch en Johan Braeckman. En daarover praatten we met Etienne Vermeersch. Maar we beginnen met het WF en Dirk Draulans.
‘Verliefdheid heeft de natuur echt geïntroduceerd om actief vaderschap naast een moeilijk moederschap mogelijk te maken en het succes van de voortplanting te verhogen.’
Dirk Draulans over het belang van verliefdheid en actief vaderschap voor de menselijke evolutie. En daar gaat het in zijn boek ook over: “Het succes van slechte seks”, of hoe de evolutietheorie op elk van ons van toepassing is. En in het kader van het nakende Darwinjaar organiseerden het WF, de Liberale Vrouwen, De Maakbare Mens vzw, de Liberale Beweging voor Volksontwikkeling vzw en Sociumi samen een studiedag met als centrale gast Dirk Draulans. Deskundig ingeleid door Herman De Croo, die alvast zijn ongenoegen over het creationisme niet wou wegsteken. Na afloop had HVW een gesprek met Draulans. Over pronken en etaleren, verliefdheid en actief vaderschap, permanente seksuele activiteit en homoseksualiteit. En de eerste vraag ging al meteen over het nut en belang van de pauwenstaart, want dat is blijkbaar verhelderend voor het menselijke pronk- en etaleergedrag. Dirk Draulans:
De pauwenstaart is echt een pronkinstrument. De pauw gaat zijn staart openplooien en gaat daar dan letterlijk mee paraderen. De pauwenmadammekes staan daar dan op te kijken en gaan de pauwenman beoordelen op basis van de kwaliteit van zijn staart. Met als onderliggende gedachte dat een mooie pauwenstaart ook iets zegt over hoe goed de pauw is als potentiële vader.
Bij menselijke mannetjes is dat blijkbaar ook het geval.
Het is een idee-fixe te veronderstellen dat wij niet meer aan dat pronkgevoel onderhevig zijn. Bij de mensenman is hetzelfde systeem aan de orde. Mannen gaan pronken en vrouwen gaan kijken en evalueren en op basis van hetgeen ze zien kiezen. Dus als mannen aan de toog hangen, met veel lawaai en tegen elkaar bezig zijn. En vrouwen zitten, als een vorm van muurbloempje bestempeld gegeven, tegen de muur met de vriendinnen, dan is dat hetzelfde proces. Mannen proberen indruk te maken, vrouwen gaan kijken en evalueren.
Alles is eigenlijk gericht op voortplanting, op zo veel mogelijk nakomelingen hebben, of toch succesvolle nakomelingen hebben?
Dat laatste punt is een goed onderscheid, want er is … Het is niet noodzakelijk zo dat als je veel nakomelingen hebt, dat je daardoor ook succesvol bent in de voortplanting van de eigen kenmerken naar de volgende generaties. Evolutie is echt gebaseerd op het mikken op zo goed mogelijk aangepast zijn aan de omstandigheden. En als je dat met minder nakomelingen kunt doen, dan is dat, denk ik, een nuttige stap om te nemen. Maar het blijft gaan over het succes van een individu gespiegeld naar hetgeen hij nalaat in de volgende generaties.
Een van de dingen die je in dat verband verteld hebt, is de voorkeur voor (tekenen van) ouderdom. Bij chimpansees vallen de mannetjes blijkbaar voor tekenen van ouderdom. Eens eventjes uitleggen wat daarachter zit.
Het is niet het enige verschil dat er is. Er zijn enkele substantiële verschillen tussen de chimpansee vandaag en de mensenmaatschappij vandaag, die heel leerzaam kunnen zijn om te ontrafelen eigenlijk, die fundamentele biologische processen die sturen. En een ervan is effectief dat de mannetjes blijkbaar de neiging hebben om vooral aangetrokken te worden door oude vrouwen. En letterlijk signalen van ouderdom als schoonheidsideaal hanteren.
Welke zijn die signalen dan eigenlijk?
Dat gaat echt over verhakkelde oren en rotte tanden, en zo’n soort kankerplekachtige toestanden in het gezicht. Werkelijk ouderdomssignalen. Terwijl het schoonheidsideaal van de mensenman echt vastgepind is op 24 jaar. Dus vrouwen van 24 jaar gemiddeld, omdat die het vruchtbaarst zijn. Dus alles van die jeugdigheid en die strakheid en die signalen die jeugd etaleren als ideaalbeeld.
Kun je een beetje uitleggen waar die omslag vandaan komt?
Die omslag zit in essentie in het mens-worden. Wij hebben op een gegeven ogenblik de menopauze geïntroduceerd in onze soort, dus de stop van vruchtbaarheid op oudere leeftijd bij vrouwen. De chimpansee heeft dat niet. Chimpanseevrouwen blijven in principe hun hele leven even vruchtbaar. Daar zijn geen signalen dat dat vermindert. Dan heb je natuurlijk als man een eventueel voordeel voor het kiezen van oudere vrouwen omdat die ten eerste waarschijnlijk betere moeders zijn want die hebben al meer ervaring in het grootbrengen van kinderen. En ten tweede – en dat is echt basisevolutie door natuurlijke selectie –, het feit alleen dat die vrouwen zo oud geworden zijn, maakt hen tot extra interessante partners, want dat vergroot de kans dat de kinderen ook diezelfde kenmerken van oud kunnen worden zullen meekrijgen. Wat natuurlijk ook nuttig is voor een vader, want hij heeft er ook belang bij dat zijn eigen kinderen zich later ook langer dan gemiddeld kunnen voortplanten. Dus daar komt die focus op die ouderdom vandaan.
Er is ook iets in de plaats gekomen om die kinderen meer succesvolle kansen te geven, uiteindelijk. En dat noem je actief vaderschap. Eens even uitleggen wat je bedoelt met actief vaderschap en wat het nut daarvan is.
In de zoogdierenwereld zijn geen echte vaders. In principe weet niemand wie zijn vader is en de vader weet niet wie zijn kinderen zijn. Omdat vrouwen in principe ook met meer dan één man kunnen paren op het ogenblik dat ze vruchtbaar zijn, en ja, mannen spelen gewoon buiten de zaadlozing weinig of geen rol in de voortplanting. Bij de mens is dat veranderd. Wij zijn meer uniek in de zin van dat wij dus effectief het actieve vaderschap hebben geïntroduceerd. En dat is eigenlijk puur een gevolg van een vrij ingewikkeld proces dat rechtstreeks te maken heeft met de explosieve ontwikkeling van onze hersenen. Als er iets is wat de mens uniek maakt, is het dat ongelooflijke 1,5 kg wegende weefsel in ons hoofd, met een onwaarschijnlijk dicht netwerk van cellen, dat bewustzijn, moraliteit, zelfbewustzijn, enz. echt mogelijk en belangrijk heeft gemaakt. Maar die grote hersenen dreigden voor problemen bij de bevalling te zorgen. Dus de kopjes dreigden te groot te worden om nog op een normale manier geboren te kunnen worden. De natuur heeft daarop ingegrepen en heeft om het risico dat de soort het slecht zou doen gecompenseerd door de bevallingen te vervroegen. In vergelijking met andere aapjes zijn onze baby’s allemaal prematuurtjes. Maar je zit dan met premature baby’s die nog lang en veel aandacht nodig hebben om groot te komen. Als je dan een systeem introduceert waarin man en vrouw lang bij elkaar blijven om de man een vorm van zekerheid te geven dat hij de vader zal zijn van die kleine en de vrouw een vorm van zekerheid te bieden dat die vader lang genoeg bij haar zal blijven tot de kleine bij wijze van spreken een kleuter is geworden en min of meer zijn plan kan trekken, dan verhoog je de overlevingskansen van die baby’s beduidend. Waardoor de kenmerken die die man en die vrouw samengebracht hebben, heel snel heel belangrijk worden in zo’n mensensysteem. En dat is hetgeen wij vandaag verliefdheid noemen. Verliefdheid heeft de natuur echt geïntroduceerd om actief vaderschap naast een moeilijk moederschap mogelijk te maken en het succes van de voortplanting te verhogen.
Past daar ook een beetje in wat je dan ook noemt permanente seksuele activiteit bij het menselijk gedrag, in verband met seksualiteit?
Een andere opvallende eigenschap van het mens-worden is geweest dat wij onze vruchtbare periode zijn gaan verbergen. De bonobo’s hebben dat ook. Maar nu blijkt dat chimpansees bijvoorbeeld weten wanneer hun vrouwen onvruchtbaar zijn, met als gevolg dat die vrouwtjes op dat moment al die hitsige mannen over zich heen krijgen, wat niet noodzakelijk een aangename ervaring is, die gangbang is niet iets wat de meeste mensen ook spontaan leuk zouden vinden. Dus wij zijn dan onze vruchtbaarheid gaan verbergen, onze vrouwen toch, zijn hun vruchtbaarheid gaan verbergen, onder meer om die massale aandacht op een korte periode te counteren en aandacht te spreiden. Maar als je dan nog kinderen wilt krijgen in de context dat je niet weet wanneer de vrouw vruchtbaar is, dan kun je er eigenlijk alleen maar mee wegkomen als je bijna permanent seksueel actief bent. In de context van: hoe seksueel actiever je bent, hoe meer kans dat je dan toch een kleine zult maken. En om die permanente seksuele activiteit te stimuleren heeft de natuur dan weer een ander concept geïntroduceerd. Het is seks plezierig maken, want hoe plezieriger seks, hoe meer seks je kunt hebben en hoe meer kinderen. En seks is plezierig gemaakt door het mannelijk orgasme te introduceren.
Seks plezierig maken … Ik denk dat iedereen daar wel mee gediend is. Maar dan is er toch iets wat misschien een beetje ingekaderd moet worden in dat evolutieplaatje. Toch merkwaardig gedrag, maar ik neem aan dat het ook bij andere soorten bestaat, namelijk homoseksualiteit. Hoe plaats je homoseksualiteit uiteindelijk in het evolutieplaatje?
Dat is een moeilijke, natuurlijk. Bij homoseksualiteit zit je als bioloog met het probleem dat iets wat zich niet voortplant, blijkbaar toch blijft bestaan. Ik denk dat de meeste mensen ondertussen wel van het onzalige idee zijn afgestapt dat homoseksualiteit een ziekte is die bestreden moet worden. Wat onwaarschijnlijke bullshit is. Homoseksualiteit is een natuurlijk gegeven, dat trouwens niet exclusief aan de mens gebonden is. Er zijn nog andere dieren waarbij het ook aangetoond is. Dan is de vraag natuurlijk: als homoseksualiteit effectief een natuurlijke component heeft, waarom bestaat het dan nog? En dat is moeilijk en men zit nu momenteel in zo’n denkrichting waar men niet al te veel concrete waarnemingen voor bij elkaar geschraapt krijgt. Maar het denkspoor is interessant. Dat zegt: er zijn waarnemingen, bijvoorbeeld als je in grote gezinnen bent en vooral gezinnen met veel zonen. De oudste, statistisch gesproken, dus gemiddeld gesproken, is bijna altijd hetero. En dan vanaf de vierde is dat al 25% kans op een homo. Dat neemt dus toe. Dus blijkbaar is homoseksualiteit op de een of andere manier gelinkt aan grote families. En de logica daarachter zou kunnen zijn dat in grote families het nuttig kan zijn om er een tussen te zitten te hebben die zichzelf niet voortplant, maar wel meewerkt aan het grootbrengen van de neefjes en de nichtjes. En aangezien die neefjes en die nichtjes deels verwant zijn met die persoon, heeft die ook voor een deel dezelfde genen en zouden eventueel die genetische kenmerken die ook homoseksualiteit bevorderen, toch doorgegeven kunnen worden.
Zou je het dan een beetje als een variant van actief vaderschap kunnen beschouwen?
Nee, want het is als dusdanig geen vaderschap. Het is een soort – hoe moet ik het zeggen? – verwantschapsselectie, een soort helperssysteem. Dus in vogelleer had ik … Bij bijeneters heb je dat bijvoorbeeld ook, dat nonkels en tantes soms gaan meehelpen met de kinderen van hun broers en zussen. Omdat ze om de een of andere reden zelf niet tot voortplanting komen, maar op die manier toch ook hun tijd niet helemaal verliezen. Dus in die zin is homoseksualiteit, denk ik, ook een nuttig instrument.
Homoseksualiteit gekaderd in de evolutietheorie als een nuttig instrument. En daarover kunt u een en ander nalezen in “Het succes van slechte seks” van Dirk Draulans. Het boek werd uitgegeven bij Meulenhoff/Manteau, maar vindt u uiteraard in elke goede boekhandel. En uw reacties daarop kunt u zoals steeds kwijt bij het WF zelf en dat vindt u aan de Vrijdagmarkt, 24-25, 9000 Gent. Telefoneren kan natuurlijk ook, en wel op het nummer 09 224 10 75. En de website van het WF vindt u als: www.willemsfonds.be.
“I feel alive in the city” van Zita Swoon. En nog een boek dat zeker onder de kerstboom past: “De rivier van Herakleitos” van Etienne Vermeersch en Johan Braeckman. We praatten erover met Etienne Vermeersch. En de ondertitel van het boek vat de opzet alvast goed samen: een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte. De oude Grieken noemden Herakleitos in hun tijd al ‘de Duistere’. Terecht, want de fragmenten die we van hem kennen, zijn inspirerend, maar toch vooral intrigerend. Een daarvan is: ‘Panta rei’ of ‘Alles vloeit’. En dat is precies wat de wijsbegeerte doet. Een goede metafoor, dus. En daarover vroegen we Etienne Vermeersch wat meer uitleg. En over de filosofie van Herakleitos.
Een wezenlijk aspect van zijn denken bestaat er wel in dat hij denkt dat de wereld begrepen kan worden door tegenstellingen. Zo zegt hij dus dat de wereld een weerspannige harmonie is, dus een harmonie van tegengestelden, zaken die tegen elkaar opspannen, zoals ‘de boog en de lier’. Dus de boog kan maar functioneren als het koord opgespannen is tegen het hout, het ene tegen het andere. De lier kan maar klank geven en harmonie produceren als de snaren opgespannen zijn tegen de klankkast. En zo is volgens hem de hele wereld een samenstelling van tegengestelden.
Wat heeft dat uiteindelijk met filosofie en met het boek te maken?
Herakleitos zegt: ‘Je kunt geen tweemaal in dezelfde rivier stappen’, want het is altijd ander water dat vloeit. Maar daarna zegt hij: ‘Je kunt eigenlijk wel tweemaal in dezelfde rivier stappen.’ Dat is weer een tegenstelling. Je kunt geen tweemaal in dezelfde rivier stappen, maar je kunt wel tweemaal in dezelfde rivier stappen. Het is namelijk altijd dezelfde bedding waarin je stapt, al is het water verschillend. En dat is typisch zijn streven naar tegenstellingen, zowel in de feiten als in het denken. En wat betekent dat voor ons boek? Wel, de filosofie of de wijsbegeerte in de loop van de tijden is eigenlijk een tendens om de laatste vragen te stellen, niet de vraag: ‘Waarom staat die tafel hier?’ enz., maar als je al die concrete vragen gesteld hebt, welke vragen kun je dan achteraf stellen over de totaliteit van de wereld, over de vraag of ik kan kennen, over de vraag hoe ik moet handelen, enz.? Dus de meest fundamentele vragen. Dat is de bedding die altijd dezelfde blijft. De vragen blijven altijd opnieuw terugkomen, en bepaalde soms in een andere vorm, maar de antwoorden zijn altijd verschillend.
De vragen blijven hetzelfde, heb ik begrepen, de antwoorden kunnen verschillen, maar dan kun je nog altijd de vraag stellen: ‘Heeft de filosofie dan een uitkomst?’
Wel, de filosofie heeft een uitkomst in die zin dat je toch een vooruitgang hebt in de beantwoording van die vragen. Er zijn een aantal zaken die wij nu weten. Dus in de oudheid wist men op het gebied van natuurwetenschappen met zekerheid ongeveer niets; nu kennen wij de fysica, we kennen de andere natuurwetenschappen: scheikunde, biologie, geologie, enz. Waarin wij heel veel met vrij grote betrouwbaarheid kennen. De Grieken wisten iets over de sterrenhemel. Wat wij nu over de sterrenhemel weten, is ontzaglijk veel juister, ook het model van Hipparchus, met cirkels en epicycles op die cirkels, enz. Dat was een zeer knap model dat overgenomen is door Ptolemeus, dat is schitterend, en ze konden daar heel veel mee doen. Nu weten we, sinds Copernicus, dat dat eigenlijk beter omgekeerd wordt, met de zon in het midden en niet de aarde in het midden. En sinds Kepler weten we dat die banen eigenlijk geen volmaakte cirkels zijn, maar ellipsen en dat dus de volmaakte bewegingen eigenlijk bewegingen zijn volgens de perkenwet van Kepler. En sinds Newton weten we dat die bewegingen volgens de perkenwet van Kepler eigenlijk vanuit dezelfde fundamentele formule af te leiden zijn als de valwetten van Galilei en de slingerwetten van Huygens, enz.
Want wat mij eigenlijk constant opvalt als men het boek ter hand neemt: de heel nauwe link tussen aan de ene kant de wetenschappen, en dan vooral wiskunde, en aan de andere kant filosofie.
Je kunt zeggen dat in elk geval, mijns inziens, hé, de houding die geleid heeft tot het ontstaan van de wiskunde – bij Thales bijvoorbeeld, en bij de eerste filosofen, die ook wiskundigen waren – dezelfde is als die tot de gewone filosofie geleid heeft, tot het vragen over de natuur en zo. Maar langzamerhand is gebleken dat de wiskunde die vragen binnen haar domein op een volstrekt feilloze manier kon oplossen, terwijl dat met de vragen over de natuur en over de mens niet het geval was. En zo zijn die twee uit elkaar gegroeid. Maar er is een heel sterke interactie gebleven. Plato was overtuigd dat ook die vragen over mens en natuur weliswaar niet vanuit de wiskunde zelf, maar toch vanuit een soort algemene vormtheorie, waar de wiskunde eigenlijk een soort onderdeel van vormt, opgelost konden worden. Voor Descartes was het weer zo dat je eigenlijk de methode van analytische meetkunde en van de statica en de hydrostatica diende te gebruiken voor de rest van de problemen over de wereld. En telkens opnieuw heeft dus de wiskunde en later dan ook de natuurwetenschap invloed gehad op het stellen maar vooral het beantwoorden van een deel van de filosofische vragen.
Nu, eventjes terug naar het boek zelf. De ondertitel daarvan is dat het om een eigenzinnige beschrijving van die stroom van die rivier van Herakleitos gaat. Is filosofie niet altijd een beetje eigenzinnig?
Behoorlijke filosofie is altijd eigenzinnig. Maar in dit geval is er iets supplementairs. Wij hebben gezegd: ‘Kijk, wij zullen niet alleen pogen om op een objectieve wijze de gedachten van die filosofen weer te geven, waar altijd reeds een persoonlijke inbreng in zit, want iedereen ziet en formuleert het denken van die filosofen toch een beetje op een eigen wijze, wat hij er vooral boeiend in vindt, enz. Maar we zullen bovendien – en dat is dan weer het tweedelige aspect van die rivier van Herakleitos – niet alleen de bedding geven zoals ze gegeven is in de loop van de geschiedenis, maar ook telkens weer onze persoonlijke visie daarop.’ Wij geven dus duidelijk een eigen mening, maar het is altijd respectvol. Het is niet zo van: ‘Die filosoof was er volledig naast, enz.’ We proberen altijd te zoeken wat er toch interessant aan is. Er is één filosoof van wie je kunt zeggen dat we dat respect niet betonen. En dat is Derrida. Dat is de enige filosoof van wie we zeggen: ‘Kijk, ja …’
Door het boek heen merk je dus uiteraard dat de beide auteurs zich uiteindelijk verzetten tegen elke vorm van dogmatisme, maar ook niet willen vervallen in het andere uiterste dan, het totale relativisme. Is dat geen dilemma? Hoe geraak je daar als filosoof eigenlijk uit?
Het is ongetwijfeld … Dat hebt u goed gezien. Dus het boek is duidelijk antipostmodernistisch.
Uiteindelijk zitten we dan terug bij Derrida.
Niet alleen Derrida, ook Rorty is postmodernistisch. Dus heel wat mensen zijn postmodernistisch, hé. Derrida is extreem, omdat hij praktisch onleesbaar is. Niet alleen voor de gewone mens, maar ook voor filosofen is hij bijna onleesbaar. Maar het is dus een pleidooi voor een radicaal denken dat geïnspireerd is door de wetenschappen, dat maximaal rekening houdt met alle wetenschappen, en dat op die terreinen waar de wetenschap niet toegankelijk is – want de filosofie is de studie van die problemen waarvoor we nog geen wetenschappelijke methode hebben – , we toch proberen maximaal rationeel te werk te gaan. D.w.z. een zo helder mogelijke taal. En zo veel mogelijk steun op de empirische gegevens. Deze denkwijze is bijvoorbeeld radicaal in strijd met de denkwijze die je vindt in het boek van Rik Pinxten “De strepen van de zebra”, dat je dus als een soort postmodernistisch boek kunt beschouwen. Wel, onze denkwijze staat daar dus radicaal tegenover.
Wil dat dan zeggen dat je ergens aan de ene kant toch wel de valkuil van de evidenties probeert te vermijden en aan de andere kant toch ook wel een soort van pleidooi houdt voor het feit dat er verschillende dingen naast elkaar mogelijk zijn?
Zover zou ik niet gaan – verschillende waarheden naast elkaar. Maar er zijn bepaalde problemen die door sommige filosofen gezien zijn en die door andere filosofen, zoals de strikt positivistische filosofen laten we zeggen van de Wiener Kreis, niet gezien zijn. En ik neem nu het voorbeeld van het onderzoek van het subject en het belang van het subject, dus van het denkende en voelende Ik, om een totaalbeeld van de wereld te geven. Traditioneel zeiden de mensen van de Wiener Kreis, dus van het logisch empirisme – Carnap enz. bijvoorbeeld – dat het denken van Heidegger niet beantwoordt aan de eisen van heldere taal, enz. dus dat is zinledig. Nu, wij zeggen dat je eigenlijk niet kunt zeggen dat dat volledig zinledig is. Het is eigenlijk een gestoord kanaal. D.w.z. de methode is niet de methode die men naar voren zou moeten brengen of gebruiken, van een heldere taal, enz. Maar in die omfloerste taal zitten soms inzichten die wel de moeite waard zijn. Die uiteraard vroeg of laat in een heldere taal moeten worden omgezet, maar die wel de moeite waard zijn. En daarom is er dus een negatieve reactie op het denken van Heidegger, maar we proberen toch in het denken van Heidegger datgene te zoeken wat er eigenlijk toch wel waardevol in is.
Etienne Vermeersch over de omfloerste taal van Martin Heidegger. Maar in “De rivier van Herakleitos” gaat het uiteraard ook over andere filosofen. U kunt het dus allemaal nalezen in “De rivier van Herakleitos” van Etienne Vermeersch en Johan Braeckman. Uitgegeven bij Houtekiet en echt wel een aanrader. Een ideetje voor een kerstgeschenk of, gewoon, als je behoefte hebt aan meer verheldering in deze donkere dagen.
En daarmee zijn we aan het einde van deze aflevering van HVW gekomen. Uw reacties en vragen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie. Telefonisch op het nummer 03 233 70 32. En via de website op www.h-vv.be. Wij gaan eruit met muziek van Mas Cuerda op de achtergrond, maar volgende week zijn we er weer. Viona Westra neemt u dan mee naar “Vrouwenland”, maar we hebben het ook over de Duitse verlichting. Luisteren dus, volgende week maandagavond, en in de kerstperiode uitzonderlijk meteen na het Nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Nog een fijne avond en graag tot dan. Daaaaag. |