| Van Genesis tot Intelligent Design Globalisering en onderwijs Roger Standaert |
|
HVW – HVR Uitz.: 23.06.2008 Opn.: 19.06.2008 Real.: Karel Van Dinter / Frank Stappaerts Van Genesis tot Intelligent Design / Globalisering en onderwijs, Roger Standaert Beginindicatief -- Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vandaag hebben we het over globalisering en onderwijs. Straks daarover een gesprek met Roger Standaert. Want we starten met Geert Lernout over de Bijbel. Of preciezer: over het boek Genesis en het ontstaan daarvan. Een en ander naar aanleiding van ‘In den beginne’, zijn boek daarover. Een bijdrage van KVD. KVD MUZIEK Onlangs verscheen van Roger Standaert het boek ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’, waarin de auteur het onder meer heeft over de invloed van de globalisering op ons onderwijs. Maar gaat het, voorlopig gesproken, dan om een duidelijke invloed of gaat het eerder om aanzetten? Roger Standaert: Ik denk dat we bescheiden moeten zijn: het gaat om aanzetten. Als we nu over globalisering spreken, dan gaat dat meestal over economie, over het klimaat, over armoede, over criminaliteit. Maar op het gebied van cultuur en onderwijs, dat daar toch een vorm van is, zit je met heel veel verschillen van culturen, van waardeconcepten, en dan is het veel minder duidelijk en veel minder meetbaar om te zien hoe die globalisering daar om zich heen grijpt. Dus zijn het in heel wat gevallen nog hypothesen en aanzetten om verder te denken. In het boek bekijkt u ook de globaliserende impact van beschavingen, beschaving dan zoals begrepen door Samuel Huntington. Verschillende beschavingen hebben uiteraard een verschillende kijk op opvoeding en onderwijs. Maar wat is de invloed van de globalisering op dat terrein? De wereldwijde globalisering van de economische vrije markt doet het goed, bijna in alle beschavingen. Dat is een vast item: alle beschavingen, alle mensen willen blijkbaar veel rijker worden en materieel comfort en luxe hebben. Maar als je dan naar het culturele luik kijkt, dan zie je grote verschillen, dan zie je de filters komen van die beschavingen. Bijvoorbeeld de Chinese beschaving, de Indiase beschaving, de islamitische beschaving, want het woord beschaving wordt hier neutraal bekeken als een blok, een soort homogene ideologie. Dan zie je toch wel dat die op hun manier een invloed hebben, misschien wat minder rechtstreeks. Als je de grootmachten China en India bijvoorbeeld neemt, dan zie je dat die, naast het feit dat ze ook erg kapitalistisch gezind zijn, want daar gaan ze niet beter op worden, ook een ander opvoedingsmodel hebben, in de zin van meer eisen te stellen aan de kinderen. Zij gaan sowieso door hun overmacht aan mensen en miljarden bij ons terechtkomen en met ons concurreren omdat zij kinderen hebben of jongvolwassenen die een stootje kunnen verdragen, als ik het nu heel simpel mag zeggen. Ik denk dat we onder invloed van de opkomst van China, India en nog andere Aziatische staten toch eens ons idee over kindgerichtheid dienen te herformuleren. Ik druk het voorzichtig uit: herformuleren. Ik wil geen terugkeer naar het slaan van kinderen, het vernederen van kinderen; dat is niet de bedoeling, hoor, maar we moeten toch eens nadenken of wij onze kinderen voldoende wapenen om, laten we zeggen, een inspanning vol te houden, inzet te tonen, zich in te zetten voor anderen ook, niet altijd leuke dingen te doen, ook eens iets te kunnen doen wat niet leuk is. Of we – en ik druk het voorzichtig uit, want dit ligt gevoelig natuurlijk – onze kindgerichtheid niet eens moeten herformuleren. Als we het nu hebben over Vlaanderen, dan gaat de grootste beïnvloeding, denk ik dan, toch uit van Europa. Kunnen we al spreken van een europeanisering van ons onderwijs? Ja, dat is een beetje dubbel. Je hebt enerzijds Europa dat meer en meer de wetgeving van de natiestaten, de lidstaten bepaalt, maar daarnaast is er ook het verdrag van Maastricht dat zegt dat Europa voor het onderwijs voornamelijk samenwerkt en aanbevelingen doet. Dus op het eerste gezicht is dat wat dubbel en wordt er gezegd dat men dat onderwijs met rust zal laten. Maar door de sterke kracht van Europa op economisch en maatschappelijk vlak krijg je automatisch ook, zelfs al zijn het maar aanbevelingen, de geburen van het onderwijs mee. En ook al zijn dat maar aanbevelingen die men in het Europese Parlement stemt, dat is een lage graad van wetgeving en aanbeveling, toch gaan die lidstaten dat doen. Ik vermeld maar even: het hele Bologna-proces bijvoorbeeld, dat is wat breder dan de Europese Unie, maar dat gaat naar een zeer grote homogenisering van het hoger onderwijs; dat wordt zeer sterk gecoatcht ook, hé. Daarnaast heb je bijvoorbeeld het beroepsgerichte onderwijs waar Europa nu initiatieven aan het nemen is om een framework of een raamwerk te maken waarbij men beroepen classificeert. Ook dat is Europees aan het worden. We zullen op een bepaald ogenblik kunnen zeggen: dat beroep in Vlaanderen komt overeen met dat beroep in Finland, want dat is geclassificeerd in dat raamwerk. Dat is volop bezig! En, vrij recent nog, in december 2006, heeft het Europese Parlement een achttal rubrieken van basisvaardigheden goedgekeurd. Een hele lijst van kennis, vaardigheden en attitudes die alle burgers van Europa tegen het einde van de leerplicht zouden moeten beheersen. Dat is toch wel een hele waslijst, hoor! En wat zie je nu? Dat in de verschillende landen van Europa die lijst van die acht rubrieken zeer au sérieux genomen wordt en dat men in al die landen zegt de curricula te zullen herbekijken op basis van die acht rubrieken die men daar gestemd heeft in het Europese Parlement. Dus het is een beetje dubbel. Enerzijds zegt Europa zich niet te bemoeien met het onderwijs, want het is maar aanbeveling; anderzijds is de weerslag van die aanbevelingen toch erg groot. Dat heeft natuurlijk ook te maken met mijn volgende vraag, die over de natiestaat gaat. Vroeger was het onderwijs de hefboom bij uitstek om de ideologie van de natiestaat ingang te doen vinden. Neemt dit belang af samen met het belang van de natiestaat? Dat is wel de moeilijkste vraag die u nu stelt. De natiestaat is het moeilijkst te situeren in die globalisering. Eén ding kan ik wel zeggen: die natiestaat zal niet meer hetzelfde zijn als vroeger. Die natiestaat zal misschien niet verzwakken, maar andere functies krijgen. Ik bekijk het eerder een beetje optimistisch – dat is een beetje een hypothese, moet ik toegeven, want ik heb weinig exacte gegevens. Het is een beetje een idee dat ik krijg door alles wat aan elkaar te binden, dat die natiestaat niet zozeer hetzelfde zal blijven, maar wel nieuwe functies zal krijgen, namelijk het ordenen, het vertalen, het psychologisch en cultureel een soort nest geven aan de mensen, omdat die globalisering natuurlijk bedreigend wordt. Je zit in die massa, je moet nog ergens een nest vinden waar je je thuis voelt. En dan zie je toch wel, en dat is toch een van mijn belangrijke conclusies, dat op het culturele vlak en het waardevlak de globalisering het minst doordringt. Wat op zichzelf niet slecht is. Dus de mensen hebben blijkbaar behoefte aan nestwarmte en die nestwarmte kan gemakkelijk geboden worden door een natiestaat, waarbij ik dan natiestaat wat breder zie dan misschien de territoriale natiestaat. Dat kan voor mijn part Catalonië zijn of misschien in de toekomst Vlaanderen en Wallonië, weet ik veel, maar er is daar ergens een niveau waarbij de mensen nestwarmte zoeken en waar ze hun eigen cultuur ook beschermen. En zeer sterk weerstand bieden aan culturele invloeden van anderen. Men zal bijvoorbeeld ook, zoals je dat bijvoorbeeld ziet in die ontwikkelingslanden en in de Aziatische grootmachten, wel alle westerse kleding dragen, coca-cola drinken, jeansbroeken dragen, zelfs westerse muziek draaien, maar de dieptestructuur van hun denken, daar zitten we niet aan, hoor. Die mensen die 11 september veroorzaakt hebben, dat waren, die gedroegen zich westers, hé. Die dronken alcohol en deden alles wat je maar wilt, maar die hadden een identiteit, een cultuur en een ideologie die door die westerse oppervlakkigheid niet geraakt werden. Dus ik denk dat we op cultureel vlak een diepgang hebben die door de globalisering het minst geraakt wordt. Een heel ander aspect van de relatie globalisering/onderwijs is de opvoeding tot globalisering of tot internationalisering, met andere woorden de vorming tot wereldburger! Dat is dan eigenlijk het wereldburgerschap dat we vanuit een sociale ideologie bekijken, namelijk de solidariteit met de wereldgemeenschap en dan gaat het natuurlijk voornamelijk over solidair zijn met de mensen die het minder goed hebben. Dan gaat het ook over conflicthantering, vredesopvoeding, wereldburgerschap, en dan kom je terecht in attitudes van conflicthantering, maar ook van vrede, van verdraagzaamheid, vredesopvoeding, solidariteit, ontwikkelingshulp. En dan beland je in een typisch sociale sector van de globalisering, namelijk de solidariteitsgedachte en de gedachte van te evolueren naar een vreedzame globale wereld. Dat is die idee van wereldburgerschap. En dat krijgt vorm in allerlei pakketten, daar wordt veel werk van gemaakt in vele landen, in het ene al wat meer dan het andere. De Unesco doet daar heel veel voor en dat maakt me wel wat optimistisch naar de toekomst toe, als tegengewicht tegen die economische overmacht, dat er toch wel heel veel gebeurt op het vlak van vorming tot wereldburgerschap in vele landen. Tot zover nog Roger Standaert. Het boek ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’ is een uitgave van ACCO en is te koop in de goede boekhandel. Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen, tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op www.h-vv.be. Volgende week zijn we er weer en dan heeft KVD het over mediageweld en jongeren, en is er ook een gesprek met Walter Lotens over zijn laatste boek ‘De ziel reist te voet. Excursies over duurzaamheid’. Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week! Muziek: 10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975 1’30” Ils ont changé ma chanson – Arno Kafka & Vidalin 5099920692520 |