| VF Sami Zemni - Pascal Decroos |
|
HVW 18.01.10
Opname: 14.01.10
Uitz.: 18.01.10
Samenst.: KVD
Muziek:
30” Signe E. Clapton E.
Clapton 9 45024-2
1’15” Paradetas L.R. de Ribayaz The Harp Consort 05472
77810 2
40” Take
Five D. Brubeck D. Brubeck CK 65122
Goedenavond en welkom
bij HVW, met daarin aandacht voor “Het islamdebat”, het boek van politiek
wetenschapper Sami Zemni. Maar we hebben het ook over het ‘Fonds Pascal
Decroos’, vandaag tien jaar oud. Dat wordt een bijdrage van het VF. Viona
Westra praat met Ides Debruyne. En daar beginnen we mee.
VF
Dank je wel, Viona. En
zo meteen de bijdrage over “Het islamdebat” van Sami Zemni. Maar eerst muziek…
“Paradetas” van Lucas
Ruiz de Ribayaz. En dat is muziek van The Harp Consort. Die brengt ons bij “Het
islamdebat” van Sami Zemni. Uit ons gesprek met de auteur al meteen dit
fragment:
Sociologisch onderzoek – en dat is heel interessant om vast te stellen –
heeft duidelijk gemaakt dat net in díé landen waar de secularisering en de
ontkerkelijking het grootst is geweest, er nu een grotere vraag is naar
religieuze symbolen en het bespreken althans van religieuze thema’s. En dan zie
je dat het niet meer zozeer gaat over religie als echt een puur rituele,
spirituele boodschap, maar religie als een onderdeel van identiteit. Dat zie je
dus bij christenen, die misschien niet meer de katholieke leer en dogma’s gaan
volgen, maar wel in dat christendom bepaalde, veel vagere, veel moeilijker vast
te stellen en dus niet essentialistisch ingevulde zaken gaan vinden. En dat zie
je bij de moslims ook. De identiteit van de islam wordt steeds belangrijker,
terwijl men keer op keer, jaar na jaar, bij steekproeven vaststelt dat niet
meer dan 10 à 20% van de moslims bijvoorbeeld naar de moskee gaat. Dus ook daar
zie je een soort van… ontkerkelijking is misschien een niet al te best gekozen
woord, maar toch een gelijkaardig proces. Maar de identiteit, het vaandel van
de islam is blijkbaar wél belangrijk.
Sami Zemni over de
betekenis van religie in Europa. Meteen ook een belangrijk thema in “Het
islamdebat”. In dat boek wil Zemni een basis aanreiken voor een vernieuwde
politieke gemeenschap die insluit in plaats van uitsluit. “Het islamdebat”
zoekt dus naar een plaats voor de islam in onze democratische samenleving.
Meteen ook een weerlegging als zou men het islamdebat niet wetenschappelijk
kunnen beschouwen als men zelf moslim is. Op zich een zorgwekkend standpunt,
zegt Sami Zemni, want ook een stuk diabolisering van de islam als een verdacht
denken.
In “Het islamdebat”
verwerpt Zemni al meteen de stereotypering van dé islam als zou die enkel maar
terroristen en fundamentalisten tellen die de westerse democratie willen
inpalmen en afschaffen. Dé islam bestaat niet… Diversiteit is een gegeven, ook
als men het heeft over de islam. Tweede uitgangspunt is dat de aanwezigheid van
de islam in Europa een gegeven is. Want de islam ís er gewoon. Ons gesprek ging
dan ook over die diversiteit van een Europese islam.
Als je de afgelopen tien jaar alle studies bijvoorbeeld in Nederland,
Frankrijk en België, dus laten we zeggen de meest nabije landen van de
sociologie over de moslims in Europa bestudeert en leest – en dat zijn dan
mensen die dus hun best hebben gedaan om een zo breed mogelijke waaier van
islam te bespreken – dan stel je keer op keer vast dat die meer radicale en
extremere vormen, die er zijn, dat wordt niet ontkend, dat dit inderdaad is wat
het is. Namelijk een radicale stroming, een minderheid. En dat het
allergrootste deel van de moslims daar helemaal niets of weinig mee te maken heeft.
Daarom moeten we juist die diversiteit bespreken. Omdat dit de realiteit is.
Simpelweg.
Een van de ideeën
daarbij is dat men de plaats van religie in de eenentwintigste eeuw binnen die
democratie, westerse democratie dan, moet gaan herdenken.
Overal in Europa zijn verschillende vormen van afspraken ontstaan tussen
Kerk en Staat. Die zijn historisch gegroeid, dat heeft heel lang geduurd, dat
is niet altijd van een leien dakje gelopen. Maar je zag toch na WO II duidelijk
een soort van modus vivendi ontstaan. En het is waar, en daarin schuilt dus de
uitdaging van de islam. Daar komt dus een redelijk recente nieuwe groep mensen
bij. De islam is altijd wel in Europa aanwezig geweest, tussen haakjes, hé,
maar toch dus vooral door migratie, een nieuwe input van islam… En die stellen
nu vragen. Van: ‘Wij zijn hier, wij zijn burgers van dit land.’ Dit gaat over
tweede, derde, vierde generatie, dus ze zullen hier ook blijven. De vraag is:
‘Hoe gaan we dat organiseren? Hoe gaan we hier het samenleven organiseren?’ En
dan denk ik dat die kwestie van de religie belangrijker is dan alleen de vraag
van de islam. En dat we ons allemaal de vraag stellen van: ‘Tot waar mogen
religies zich uiten? Hoe ver kunnen die daarin gaan? Wat mag wel, wat mag niet
gezegd worden? En door wie en waar?’
Je schrijft dus
letterlijk ergens: ‘Ja, de islam is een onderdeel van onze democratie.’ Heb je
het dan over de politieke democratie? Of heb je het over de
levensbeschouwelijke democratie? Heb je het over elementen zoals de scheiding van
Kerk en Staat bijvoorbeeld?
Onze democratie zoals die nu bestaat is een seculiere rechtsstaat, een
democratische staat waar individuele burgers bepaalde rechten hebben en ook wel
plichten. De islam moet zich daarin inschrijven. De afspraak van scheiding van
Kerk en Staat is er niet gekomen omdat de Kerk haar dogma heeft veranderd. Die
is er gekomen omdat de politiek in staat was haar regels op te leggen.
Hetzelfde geldt nu min of meer voor de islam. De geschiedenis herhaalt zich
nooit 100%, maar toch zijn er gelijkenissen. Het doet er eigenlijk niet toe
voor een democratie wanneer binnen de islam dit of dat gezegd wordt, zolang het
politieke én levensbeschouwelijke systeem waarin we wonen en leven, inderdaad
een seculier systeem blijft, waarin een bepaalde scheiding van Kerk en Staat
overheerst. Ik zeg wel een bepaalde, omdat die modellen natuurlijk heel sterk
verschillen van land tot land. Je kunt bijvoorbeeld de Franse lekenstaat niet
vergelijken met de Belgische traditie of de Engelse of de Deense traditie, waar
je echt nog een staatsreligie hebt. Dat zijn al belangrijke verschillen. Dus we
mogen de scheiding van Kerk en Staat niet verwarren met secularisering van de
mensen en van de maatschappij. Dat is nog een ander debat. En ik vermoed dat
dat laatste veel moeilijker zal zijn. Omdat daar veel mensen die
geseculariseerd zijn, het moeilijk hebben dat steeds meer mensen blijkbaar nood
hebben om religieuze symbolen al dan niet te afficheren in de publieke ruimte,
er toch over te spreken.
Je hebt het nu eigenlijk
expliciet over het fenomeen van de Europese islam. Misschien kunnen we daar
eens eventjes gaan kijken naar de mogelijkheden van die Europese islam. Ik
begin eerst bij iemand die je citeert, een Duitse socioloog zullen we maar
zeggen, Bassam Tibi, die de nadruk legt op de noodzaak van een liberale variant
van de islam.
Een liberale islam, waar Bassam Tibi al heel lang voor pleit, is volgens
mij wel een mogelijkheid, en die bestaat al bij heel veel mensen. Het is waar
dat dit dan meestal de vorm van de islam is die aangehangen wordt door heel
veel nogal hoogopgeleide intellectuele moslims, die nog een heel – hoe zou ik
het zeggen – culturele, meer vage link hebben met de islam. En die daar een
heel liberale invulling aan geven. Dus dat kan zeker. Nu, ondanks zijn grote
eruditie en heel interessante studies al de laatste 20-30 jaar, heeft Bassam
Tibi met dit begrip volgens mij toch wel iets te veel wishful thinking
binnengebracht in het debat. Omdat hij natuurlijk vaststelt dat een heel groot
deel van de moslims nog niet zo ver is als een liberale islam, als het ware. En
ja, dan stel je de vraag: ‘Goed, wat dan met die anderen, hé? Behoren die dan
niet tot Europa? Zijn dat dan eeuwige vreemdelingen? En hoeveel generaties zal
dat dan blijven? Moeten zij op één welbepaalde manier gaan geloven?’ Daarom
pleit ik persoonlijk dan toch voor een meer pragmatische invulling van dat
begrip ‘Europese islam’.
Kom je dan eigenlijk
eerder uit bij de ideeën van iemand als Tariq Ramadan, die het meer heeft over
een aanwezigheid van de islam ‘in de cultuur en de werkelijkheid’ – noem je het
dan, beschrijf je zijn ideeën – ‘van Europa’, die zich daarin zou inschrijven?
Kan de islam dat?
Wel, ik kom niet echt uit bij Tariq Ramadan, maar ik heb hem vermeld omdat
hij een beetje het andere uiterste t.o.v. Bassam Tibi vertegenwoordigt, hé.
Eigenlijk pleit Ramadan voor een Europese islam waarin de moslim echt wel
moslim blijft, dus dat zijn religie hetzelfde blijft, dus de belangrijkste
geloofspijlers hetzelfde blijven, dat ook de rituelen in acht worden genomen –
van de gebeden, van het vasten, van de hoofddoek en noem maar op. Maar dat
tegelijkertijd ze cultureel gezien volledig Europees worden. Dat gaat om
kledij, hun taal, bepaalde manieren van leven. Dat zie je nu al, de kleinere
nucleaire familie, dus vader, moeder en kinderen. Dus toch een grote
sociologische verandering. Ook daar weer kom ik terug op mijn punt, denk ik,
dat het zeker beleidsmatig interessanter kan zijn om pragmatischer om te gaan
met die term ‘Europese islam’ en ervan uit te gaan dat al die verschillende
vormen, zijnde religieuze vormen die echt nog de islam in acht nemen, tot een
liberale variant en alles daartussen, dat dit een verzameling is die we
Europese islam moeten noemen. En dat die diversiteit en dat verschil daarin een
wezenskenmerk zou worden van die stroming.
We hebben het al even
gehad over de nood aan de moderniteit, of het beleven van de moderniteit in de
moslimwereld. Op een bepaalde manier, zeg je nu ook ergens in het boek, dat het
humanisme uiteindelijk toch die aanspraken op universalisme die het altijd
gesteld heeft, een keer moet waarmaken of proberen waar te maken.
Voor mij zit de belofte van het humanisme juist altijd in die zoektocht
naar: je moet de andere proberen te begrijpen, en dat is geen vorm van
relativisme en ook absoluut geen vorm van zwakheid. Dat hoort men nu veel. Ook
trouwens in humanistische middens, helaas, in Vlaanderen en Europa. Alsof we,
als we ons openstellen voor de andere, dus ook de islam, ons zwak zouden opstellen,
dat dus de moslims deze zwakheid zouden uitbuiten voor de islamisering van
Europa. En dat is geen vorm van relativisme alsof we dan geen kritiek meer
zouden geven op aberraties en problemen die binnen de islamitische wereld en
tussen moslims bestaan. En die bestaan, die problemen. Er is ontegensprekelijk
een probleem dat te maken heeft met individuele vrijheden. Heel veel van de
moslims strijden daarvoor en die moeten geholpen worden. Maar je kunt dat op
verschillende manieren doen en volgens mij is de beste manier als je die mensen
ook uitnodigt. Als je ze niet eerst een oorveeg, als het ware, verkoopt, van:
‘Jij bent een minderwaardige, wij zijn superieur en nu ga jij je aanpassen.’
Neen, je moet eigenlijk ook kunnen aantonen dat die mensenrechten, dat die
vrijheden een belofte zijn voor iedereen. En dat die niet een bezit zijn van
ons alleen, de goeden, die verlicht zijn en dat de anderen maar moeten volgen.
Sami Zemni over het
humanisme en de aanspraken die het maakt op universalisme. Tijd om daar werk
van te maken. Dat kunt u uiteraard nalezen in “Het islamdebat”, een boek dat
werd uitgegeven bij Epo. Aanbevolen…
Daarmee zijn wij bij
het einde van dit HVW gekomen. Uw reacties kunt u kwijt op onze redactie:
telefonisch op het nummer 03 233 70 32 en via de website op www.h-vv.be.
En als u volgende
zondag tv gaat kijken, ook nog even dit meegeven. Op 24 januari om
10.00 uur zendt Lichtpunt de documentaire “Mostar United” van Claudia Tosi
uit. Een reportage over Mostar en hoe de Bosnische moslim Mensud etnisch
nationalisme bestrijdt. Op 24 januari dus om 10.00 uur en een herhaling om
22.40 uur.
Zo, dit HVW zit erop en
wij gaan eruit met muziek van Dave Brubeck. Maar volgende week zijn we er weer.
FS heeft het dan met Ico Maly over “De beschavingsmachine”. En de bijdrage van
het WF gaat verder in op het beleidsplan van Bohan. Volgende week maandag dus,
meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaaaag. |