Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow VF Poezie en apartheid - Elsschot
VF Poezie en apartheid - Elsschot

HVW    26.07.2010        VF (Poëzie en apartheid) / Elsschot

 

Uitz.:                26.07.10

Opname(n):      05.07.10

(22.07.10)

Samenst.:         KVD/VW

 

Muziek:

20”       Signe                                                  E. Clapton        E. Clapton        9 45024-2

2’00”     Bride of Theme from Blinking Lights     Eels                 M. Everett        00601091042322

1’00     Tom’s diner                                          S. Vega                       S. Vega                       395136-2

 

A.    MUZIEK     10”

 

B.    MICRO       25”

 

Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin een gesprek met Elsschotkenner Matthijs de Ridder van de UA over Willem Elsschot. We focussen daarbij op “De Verlossing” van Elsschot, want 2010 is nog steeds het Elsschotjaar. Verder ook een bijdrage van het VF. Viona Westra heeft het over “Poëzie en apartheid”. Maar we beginnen met Willem Elsschot.

 

'Is ’t erg, mijnheer pastoor?' vroeg zij.

'Ik heb het vooruit geweten,' antwoordde Kips, met een blik die de vrouwen huiveren deed.

Hij sloot zijn oog en hield zijn adem in, als om de kracht te peilen waarover hij nog beschikte.

'Worgen zal ik je, laffe hond,' verklaarde hij opeens, de trap opkruipend. Na een trede of vijf ging hij echter liggen, liet zich maar weer afglijden en begon jammerend te bidden:

'Mijn Heer en mijn God, het doet mij leed uit de grond van mijn hart dat ik Uwe goddelijke Majesteit en Goedheid vergramd heb...'

Indien er nu tóch eens een God was, dacht Pol, toen hij zijn geweer had afgeschoten. En plotseling stiet hij een gejank uit dat zich oploste in een kreet:

'Een priester!'

 

Matthijs de Ridder met een stukje uit “De Verlossing” van Willem Elsschot. Elsschot, dat is natuurlijk “Villa des Roses”, “Lijmen/Het Been” en “Kaas”. Minder bekend is “De Verlossing”, dat Elsschot schreef in 1916. Ten onrechte minder bekend, want “De Verlossing” toont het cynisme en de dubbelzinnigheid van Elsschot m.b.t. de kleine kantjes van de mens, het socialisme en, vooral misschien, de tegenstelling tussen kerk en vrijdenkerij. En er wordt een priester doodgeschoten…

De Verlossing” is een soort Don Camilloverhaal over de vete tussen de socialistische vrijdenker Pol van Domburg en Kips, de pastoor. In het bekrompen dorp is Pol de enige die boeken leest, niet meer naar de kerk gaat en atheïst is. Een gevaar voor de lichtgelovige goegemeente en het kerkelijke gezag. Toch treden zijn twee oudste dochters in het klooster. Anna, de jongste, blijft thuis en hoopt en bidt voor de bekering van haar vader. Die gaat echter steeds onverzoenlijker de strijd aan met pastoor Kips. Maar op zijn sterfbed vraagt hij naar de priester. ‘De verlossing’, hoopt Anna, maar Pol schiet pastoor Kips dood en sterft daarna zelf. Toch hoopt Anna de ‘verlossing’ van haar vader nog te krijgen door als een kwezel te leven en te bidden. Uiteindelijk zal zij het zoontje van haar ketterse neef stiekem laten dopen. ‘De uiteindelijke verlossing’, dus. Of juist niet…

Eerst gaf Elsschot het boek de werktitel “De Doop” mee, maar later besloot hij toch tot “De Verlossing”. Een dubbelzinnige titel. Matthijs de Ridder legt uit waarom.

 

Je zou het kunnen zien als de verlossing van het Vlaamse individu, van Pol van Domburg zelf, van de macht van Kerk en Staat. Dat zou je kunnen lezen. Maar uiteindelijk, hoe het boek afloopt, is eigenlijk de verlossing van, laten we zeggen, de geest van Pol van Domburg. Het is namelijk Anna, zijn jongste dochter, die in de laatste drie hoofdstukken net zo lang bidt tot zij denkt dat de geest of de ziel van haar vader is verlost. En dat hij dus vanuit het vagevuur misschien nog een kans heeft om in de hemel te komen. Nu, die doop, waarop de eerste titel zinspeelde, is uiteindelijk de manier waarop Anna haar vader definitief vrijkoopt. En er is een kleine jongen in de familie, Willem geheten, trouwens – ook niet toevallig, denk ik – die de laatste in een lijn van de meest radicale tak van vrijdenkers in die familie is. En dat jongetje wordt door Anna uiteindelijk gedoopt. Tot consternatie van die familie. Dat is het moment waarop zij denkt: nu is mijn vader verlost.

 

Kun je ergens boudweg zeggen dat het boek de tegenstelling tussen enerzijds vrijdenkers of de vrijdenkerij en anderzijds dan de meer klerikale, godsdienstige, ja bijna kwezelachtige instelling probeert aan te kaarten van Vlaanderen anno 1916, de periode waarin het boek is geschreven?

 

Het is niet toevallig dat Pol van Domburg een antiklerikaal is. Het is niet toevallig dat zijn zwager nog veel antiklerikaler is en zelfs een socialist. Al noemt hij zichzelf trouwens een christelijke socialist. Dat maakt toch gelijk duidelijk dat het bij Elsschot altijd heel dubbel is. Dus dat antiklerikale zit er zeker in. Maar uiteindelijk is het natuurlijk heel vreemd dat een antiklerikaal boek met zo’n geweldige ontknoping en waar de vrijdenker de pastoor neerschiet, nog een epiloog krijgt. Als ik het zo oneerbiedig mag zeggen. Dat het boek eigenlijk afloopt op een heel andere manier. Dat het boek eindigt met het feit dat die vrijdenker verlost moet worden in christelijke zin. Dus er is iets heel dubbels aan de hand. Dat heeft, denk ik, te maken met het feit dat dit boek, net zoals veel meer van Elsschots boeken, in eerste instantie een boek is over gemeenschappen. In dit geval natuurlijk de Vlaamse gemeenschap. En je ziet dat Pols poging om zich vrij te vechten uit die macht van Kerk en Staat eigenlijk alleen hem ten goede komt. In zijn strijd maakt hij een aantal slachtoffers. En die slachtoffers zitten allemaal op het niveau van de gemeenschap. Hij negeert eigenlijk zijn eigen dochters. En wat nog veel erger is, hij slaat zijn vrouw. Dat mag natuurlijk niet. Dat kan natuurlijk niet. En dat wordt ook zijn onheil. Dat zorgt er ook voor dat zijn strijd tegen, nogmaals, Kerk en Staat eigenlijk zinloos is. Dat wil Elsschot aan het eind van het boek duidelijk maken met die drie hoofdstukken, waarin dus die hele traditie weer terugkeert bij het oude.

 

Nu, ik krijg wel de indruk dat Elsschot eigenlijk lacht met een bepaalde mentaliteit bij het Vlaamse volk. De bigotterie, de kwezelachtigheid, de goedgelovigheid, de lichtgelovigheid, de bijgelovigheid ook. Is dat ook zo? Want het einde van het boek laat toch iets anders vermoeden, hé. Dat het ook iets oplevert, uiteindelijk, hé? Het komt eigenlijk toch wel allemaal goed. Men komt in het reine met zichzelf. Anna komt in het reine met zichzelf. Precies door die doop.

 

Hij spot ermee. Dat is zeker zo. Het komt in zekere zin inderdaad ook goed voor zijn dochter. De vraag is alleen of dat uiteindelijk datgene is wat Elsschot wil zeggen. Ik denk dat wat Elsschot eigenlijk wil beweren met het boek, zich nog op een ander vlak afspeelt. Volgens mij had hij een grote afkeer van dit soort van omgang met geloof en bijgeloof en alles wat erbij komt kijken. Maar het is volgens Elsschot, en hier spreekt de cultuuranalyticus, niet mogelijk om daaroverheen te stappen. Dat is uiteindelijk wat hij met dit boek wil zeggen. Je kunt wel een vrijdenker zijn, je kunt wel een revolutionair zijn die in één slag, in één stap alles wil veranderen, maar dat gaat niet in het Vlaanderen van 1916 en de jaren daarna. Je zult er rekening mee moeten houden dat de Vlaamse cultuur door en door katholiek is. En als je iets zou willen veranderen, wat Pol uiteraard wil, dan moet je dat doen met inbegrip van het katholicisme en moet je niet zonder meer tegen de haren van het katholicisme in strijken. Ik denk dat dat eerder is wat Elsschot hier wil laten zien.

 

Maar kun je daarmee iemand als Elsschot ook een humanist noemen? Iemand die ook positieve waarden naar voren brengt? Want tenslotte lacht hij toch met die kleine kantjes van de Vlaamse aard.

 

Elsschot is een groot cynicus, hé. Dat zie je in zijn stijl en in zijn gevoel voor humor. Maar onder al dat cynisme zit inderdaad in se een humanistische geest. Het is alleen niet aan Elsschot gegeven om dat op het eerste niveau aan te brengen. Hij wil altijd iets dubbel laten zien, hij wil altijd op een of andere manier de maatschappij analyseren en ze ook laten zien, op een redelijk pijnlijke manier. Hij wil dus altijd de tegenstellingen in die maatschappij belichten. Dat is volgens mij de eerste bekommernis voor hem. Maar uiteraard, als je dat helemaal gaat analyseren en zou willen reconstrueren voor wat Elsschots eigen levensvisie is, dan denk ik dat je inderdaad redelijk dicht bij een humanistische geest uitkomt.

 

Op een bepaald ogenblik in het boek voert Elsschot ook een soort van karikatuur op van een socialist. Je zou je ook kunnen afvragen hoe het uiteindelijk zit met de sympathieën van iemand als Elsschot voor het socialisme. Hij was zelf een zakenman.

 

Ook dat is natuurlijk weer heel dubbel bij Elsschot. Net, die socialist die wordt opgevoerd in “De Verlossing”, is inderdaad een karikaturale figuur, maar daar zijn nog een aantal vreemde kantjes aan ook. Dat is iemand die zegt dat hij de christelijke socialisten vertegenwoordigt. En als je ziet hoe die wordt beschreven, dan zie je ook dat die als een soort Messias wordt beschreven, met twaalf apostelen achter zich. Dus eigenlijk is hij daar weer de incarnatie van Jezus in eerste instantie, natuurlijk. Maar het is een soort van valse profeet. Dus het socialisme dat daar wordt voorgesteld, is ook een vals socialisme. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen ideaal socialisme mogelijk is. Er zijn momenten dat Elsschot zich vooral met het communisme associeert. Maar heel veel meer dan een gevoelscommunisme is dat mijns inziens toch niet geweest. Zeker ook omdat hij anders, denk ik, zijn eigen zaak, zijn eigen business wel zou kunnen opdoeken.

 

In een andere context heb je Willem Elsschot ‘een politiek schrijver’ genoemd. Maakt dit boek hem tot een politiek schrijver?

 

Ja, zijn hele oeuvre maakt hem eigenlijk tot een politiek schrijver. Maar daarmee is natuurlijk niet gezegd dat hij een politicus is in zijn schrijven. Hij is een politiek schrijver omdat hij maatschappelijke thema’s aanraakt. En, wat ik nog veel belangrijker vind, omdat hij ook analyses pleegt in zijn literatuur. Dat is iets wat in de Vlaamse traditie veel vaker gebeurt. Het is ook in die periode dat Willem Elsschot de meeste van zijn boeken heeft geschreven, namelijk van de jaren 1910 en 1920, laten we zeggen, waarin hij dus ook zijn belangrijkste werk heeft geschreven, denk ik. Dat is ook de manier waarop de Vlaamse literatuur op dat moment in elkaar zit. En dus ja, Elsschot is een politiek schrijver omdat hij nu eenmaal een Vlaams schrijver was en omdat die hele Vlaamse literatuur nog steeds zeer politiek, zeer maatschappelijk gericht was.

 

Nu, vandaag de dag zou dat soort van schrijven minder gesanctioneerd worden. Je kunt je afvragen hoe erop gereageerd werd in de context van 1916, wanneer dit boek geschreven wordt. Het verschijnt later, hé, in 1921. Wat was de reactie op dat ogenblik van precies dat klerikale Vlaanderen? Ik kan mij inbeelden dat het daar niet op zat te wachten.

 

Nee, waarschijnlijk niet. Het vreemde is alleen dat Elsschots werk van laten we zeggen na “Villa des Roses” nauwelijks is opgemerkt. Maar dat neemt niet weg dat dit boek in het gevreesde, gewraakte Lectuurrepertorium, zou ik bijna zeggen, natuurlijk wel Elsschot zeer kwalijk wordt genomen. Eigenlijk met vertraging, want het Lectuurrepertorium werd pas in 1927 opgestart. “De Verlossing” krijgt er het predicaat 1. En dat is absoluut verboden literatuur. Dus nee, ze waren daar niet blij mee, maar tegelijkertijd heeft het boek redelijk weinig impact gehad. Dat heeft gewoon te maken met het feit dat het nauwelijks is opgemerkt. Misschien is het voor dit boek ook niet heel handig geweest om het in Nederland te publiceren.

 

Matthijs de Ridder over “De Verlossing” van Willem Elsschot. Een dubbelzinnige allegorie over klerikalisme en vrijdenkerij. En tussen de lijntjes door vang je ook nog iets op van Elsschots kijk op de seksuele moraal. Aanbevolen lectuur, dus.

Zo meteen de bijdrage van het VF over “Poëzie en apartheid”, maar eerst muziek…

 

VF                   11’00”

 

Dank je wel, Viona. Eerder in de uitzending hadden we aandacht voor Willem Elsschot. Reacties en vragen kunt u kwijt op onze redactie: HVW, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op 03 233 70 32. En de website vindt u via www.h-vv.be.

Zo, deze aflevering van HVW zit erop. Wij gaan eruit met Suzanne Vega. Maar volgende week zijn wij er weer, met Marleen Temmerman over 50 jaar de pil en met Frans Boenders over Oost en West. Maandagavond dus, in de vakantieperiode meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaaaag.

 

 

 

Valide CSS!