| Transgender |
|
HVW 22.08.2011 - WF Johanna Courtmans-Berchmans / HVV Transgender Opname: 18.08.2011 Uitz.: 22.08.2011 Samenst.: KVD Muziek: 0'25" Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 1'15" Working class hero J. Lennon M. Faithfull IMCD 842 355-2 0'30" Goldberg variations J.S. Bach A. Rangell DOR-90138 Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee bijdragen. 200 jaar geleden werd Johanna Courtmans-Berchmans geboren. Vandaag kreeg ze, misschien ten onrechte, geen plaats in uw vakantielectuur. Het WF wil u alsnog overtuigen van het belang van deze 19e-eeuwse schrijfster. Dat doen we met Liselotte Vandenbussche van de Hogeschool Gent. HVW-blad van de HVV heeft het over allerlei aspecten van de menselijke seksualiteit. Met onder meer aandacht voor transgender. Daarover een gesprek met transgender Soffia en haar mama Patrice. Met alvast deze boodschap: "Voor mij is vooral de boodschap aan de mensen: niet oordelen over andere mensen. Aanvaarden dat er anders is dan anders. Mijn boodschap is ook dat andere ouders, die in dezelfde situatie zijn, mij gerust mogen contacteren en dat ik door mijn verhaal hen door die moeilijke periode wil helpen." Mama Patrice over transgender, dus. Daarover straks meer, want wij beginnen met het WF en Johanna Courtmans-Berchmans. "Ida legde een frisch gewasschen tafellaken met witte en blauwe ruiten op het witgeschuurd tafelken, zette voor ieder eene teIloor van geleijerwerk met groene en roode bloemen, en legde er voor elk eenen helderblinkenden linnen lepel nevens. Dat was eene pracht voorwaar, waaraan de Cleytenaars niet gewoon waren, maar de de Bie's waren geen gemeen volk. Ambrosius was, om zoo te zeggen, de koning der bezembinders, gelijk zijne voorouders sedert eeuwen de vorsten van Cleyt waren geweest; want het is aan de familie de Bie dat Cleyt, gelijk het verder zal blijken, den bloei zijner nijverheid te danken heeft." Liselotte Vandenbussche met een stukje uit "Het geschenk van de jager" uit 1864, een sleutelroman van Johanna Courtmans-Berchmans waarvoor ze toen ook de Vijfjaarlijkse Prijs voor Nederlandse Letterkunde kreeg. Vandaag een beetje vergeten, ten onrechte, want in de 19e eeuw was zij een van de weinige vrouwelijke schrijvers. Met aandacht voor sociaal bewogen thema's. Liselotte Vandenbussche: "De roman "Het geschenk van de jager" gaat over een beetje de contrasten tussen het platteland en de stad. Het zijn twee zussen die op het platteland wonen en die door broers van de stad die hen ontmoeten, ze worden verliefd, die jongen en dat meisje worden verliefd en trekken naar de stad, maar kunnen daar blijkbaar niet aarden. Dan komt daar nog een bepaalde intrige bij. Er wordt iemand ziek. En dan keren zij terug - eind goed, al goed - naar het platteland." - Het is wel een sociaal bewogen roman? "Zeker, zoals het meeste werk, denk ik, van Courtmans-Berchmans. Zij probeerde om de werkende volksklasse in de stad, maar ook de plattelandsbevolking iets bij te brengen, iets te leren, op te voeden. Het was nogal moraliserend en didactisch werk ook. Zij had met haar werk ook zeer duidelijk een didactisch doel." - Didactisch doel, dan zitten wij eigenlijk toch wel bij de kern van Johanna Courtmans-Berchmans, want uiteindelijk was zij een onderwijsmens, hé? "Ja, dat klopt. Zij, en ook haar dochters en haar man, die vroeg gestorven was. Het was eigenlijk haar man die haar opgeleid heeft toen hij zelf leraar was in Lier. Hij was eerst gewoon onderwijzer in Gent, maar daarna leraar in Lier. Hij heeft haar eigenlijk zelf opgeleid zelf onderwijzeres en er ook voor gezorgd dat hun dochters konden studeren aan de normaalschool in Herentals. Hij gaf zelf les in Lier. Hij wist toen al dat hij ziek was en hij heeft uit voorzorg ervoor gezorgd dat zijn vrouw ook onderwijzeres kon worden. Toen hij dan gestorven is, is zij met een pensioen van 500 frank en haar 8 kinderen teruggekeerd naar Oost-Vlaanderen, naar Maldegem. Ze heeft daar een schooltje opgericht, maar door tegenkanting van de pastoor daar, van de clerus, en door allerlei andere tegenkanting, is dat niet zo goed gelukt daar. Uiteindelijk is zij ook naar ander werk beginnen uit te kijken. En dat was onder meer dat schrijven." - Ze is wel blijven wonen naast de school die ze zelf gesticht en gerund heeft, waar haar dochters ook lesgaven, en ik denk ook een paar van haar zonen. Klopt dat? "Zeker haar dochters. Haar zonen weet ik niet. Ik weet dat haar oudste zoon altijd schrijver wou worden. Dat ze voor hem ook gelobbyd heeft om hem aan werk te helpen en ook heel vaak artikelen heeft aangeboden, of hem aangespoord heeft: "Zou je daar niet over schrijven?". Ook over de liberale zaak en de schoolkwestie en de sluitingen van de scholen en zo die er tijdens de schoolstrijd aan zaten te komen." - Ja, precies, want dat is misschien toch wel een heel belangrijke gebeurtenis in haar leven. Een aantal van haar belangrijke publicaties, romans, gaan toch wel over al wat met het schoolleven te maken heeft. "Jazeker. Dat is een heel belangrijk thema in haar werk. Ook "De gemeenteonderwijzer" gaat daarover. Hoe een jonge onderwijzer in de gemeente aankomt en daar op zeer vijandige blikken wordt onthaald. Ook in bijvoorbeeld "De hut van tante Clara", een boek dat ze geschreven heeft een beetje gebaseerd op "Uncle Tom's cabin" van Harriet Beecher Stowe, en waarin zij de kantwerkschool gaat aanklagen. Dat waren scholen die gerund waren door de lokale pastoor en waar meisjes een heel klein beetje les kregen, een heel klein beetje leerden lezen of schrijven, of een beetje wiskunde kregen, maar vooral uren aan een stuk kantwerk en handwerk moesten verrichten. En ja, een van haar werken en ook een aantal artikelen die zij dan in de liberale pers heeft gepubliceerd, gaan daarover. Over die verstikkende uitbuiting van die jonge meisjes." - Tegelijkertijd is zij gelovig (en ze blijft geloven), maar toch ook antiklerikaal. Hoe rijm je dat met elkaar? "Goh, in de 19e eeuw was dat niet zo'n grote tegenstelling. Op politiek vlak liberaal en dan op ethisch, levensbeschouwelijk vlak gelovig… Ze heeft ook nooit die termen gebruikt. Liberaal tegenover klerikaal. Ze heeft vooral "vroom" en "godsdienstig" gebruikt, tegenover "vrijzinnig" vaak. Zij was inderdaad gelovig en vroom, maar dat was voor haar geen tegenstelling. Het is eigenlijk pas later met de schoolstrijd, in de 19e eeuw, dat mensen dat als tegenstelling zijn beginnen te zien en dat de clerus ook zei: kijk, als je liberaal bent, kun je daarnaast ook niet nog eens katholiek zijn en in die scholen les volgen enzovoort." - Maar dat antiklerikalisme, het tegen de clerus zijn, tegen de dorpspastoor zijn, welke pastoor dan ook, of de invloed van de clerus in het algemeen in het sociale en politieke weefsel van de toen nog 19e-eeuwse Belgische staat, het Vlaanderen van die tijd, dat is haar toch wel fataal geworden, hé? "Jazeker, zij heeft bijna bij elke school die zij heeft opgericht heel veel tegenkanting gekregen, en moeten sluiten. In 1884, toen de liberalen gevallen waren en de katholieken weer aan de macht kwamen, zijn zij en ook haar dochters uit de school gezet. Dat was een soort sanctie die zij kregen. En ja, zij woonde nog altijd naast die school, maar die school werd dan uiteindelijk gebruikt als magazijn. Dat was 1884, dus zij was toen al halverwege de 70. Ze heeft dan ook niet zo erg lang meer geleefd. Dus dat is heel lang een duidelijk strijdpunt geweest." - In een brief aan een vriend beschrijft ze zichzelf als genuanceerd of "zacht liberaal". Misschien kunnen we eens even gaan kijken naar de formulering zelf bij haar. "Wel, ze schrijft "gematigd liberaal". Het is een brief, een antwoord eigenlijk op de vraag van haar vriend Lodewijk de Vriese om mee te werken aan het blad "Het Meetjesland". Ze antwoordt hem: "O, ware ik slechts vijf jaar jonger, ik zou zeggen: De Vriese, jongen, we gaan er tezamen op los! En wij zouden die mannen in de grond delven, zoo diep, zoo diep, dat ze nimmer den kop zouden boven steken. Gematigd liberaal, ja, dat is de bijzonderste eigenschap die uw weekblad zou moeten bezitten. Zoet als honing moet het er indringen."" - Toch wel zeer virulente taal voor een weduwe met 8 kinderen. Dat mag er toch wel zijn. "Maar ik denk ook… Natuurlijk, hier… Het was in een brief, hé. De taal in brieven en die in romans en zo, of in een openbaar geschrift, of in lezingen, verschilt natuurlijk. Maar daarin zie je hoe ze echt dacht en je ziet hier ook dat ze ook wel tactisch dacht. In de krant moet het gematigd liberaal zijn, hé. Dat moet er zoet als honing in dringen. De boodschap moet verkondigd worden. Maar ze nam zelf ook geen blad voor de mond. Toen ze in Maldegem een school wou oprichten, ging ze ook zelf naar de pastoor om het uit te leggen en was ze ook niet te beroerd om daarvoor te pleiten." - Dat is men ook in Maldegem momenteel niet vergeten, want ze heeft er een standbeeld gekregen en ook de scholen van het GO-onderwijs zijn naar haar genoemd. Terecht? "Ik denk het wel. Ik vind dat er nog altijd te weinig vrouwen zijn die een straatnaam krijgen en een standbeeld. Dus is het zeker van belang om de weinige vrouwen die dan echt iets betekend hebben of die we nog een beetje kennen, daarvoor te eren." - Misschien toch iemand die haar geëerd heeft, of toch belangrijk genoeg gevonden heeft om een aantal van haar werken heruit te geven, naar aanleiding van haar 100-jarige geboortedatum, dat is Stijn Streuvels. "Ja, hij is iemand die haar 100 jaar na haar geboorte weer wat op de kaart heeft gezet. Hij vindt "Het geschenk van de jager" een meesterwerk. Zo noemt hij het zelf. Hij eert haar ook als pionier en als volksschrijfster. En hij heeft ook wel een aantal bedenkingen erbij. Hij zegt: kijk, ja, de tijden zijn sinds 1911 ook veranderd. En het werk van haar is geen kunst. Maar ze verdient het zeker om niet vergeten te worden. Als we Conscience allemaal onthouden, dan moet Courtmans-Berchmans ook zeker een plaats krijgen." - Is het dat wat iemand als Stijn Streuvels zo aantrekt in Johanna Courtmans-Berchmans, die Vlaamse, volkse aard? Want die vind je bij Stijn Streuvels toch ook heel sterk uitgetekend. "Ik denk dat dat er zeker in meespeelt. "De volksschrijfster" noemt hij haar, hé. Zij werd ook tijdens haar leven geëerd voor haar bijdrage aan de volksbeschaving en ook om de Vlaamse genialiteit. Dus om de volksgeest zo aan bod te laten komen in haar werk." - Natuurlijk, het gaat wel om het Vlaanderen en de Vlaamse aard van de 19e eeuw. Dus vandaag de dag zullen we daar misschien anders tegenover staan. Maar als je gaat zoeken naar boeken van haar in de openbare bibliotheken in het hele Vlaamse land, dan vind je amper iets terug. Is dat niet een beetje jammer? "Ik denk het wel, ja. Zeker omdat er al maar weinig 19e-eeuwse vrouwen zijn die toen geschreven hebben. Loveling is meestal nog wel te vinden, maar ook van haar zijn er weinig werken die nu nog echt veel gelezen worden en nog beschikbaar zijn. Dus het is wel jammer, maar natuurlijk, het is ook zo eigen aan die tijd: het was heel typisch 19e-eeuws, moraliserend, didactisch, met een happy ending heel vaak. Met duidelijke contrasten tussen het platteland en de stad. Het is gemakkelijke literatuur met een nogal kinderlijke psychologie, zegt men vaak, met een heel eenvoudige plot. Werken die de literatuurliefhebbers van vandaag waarschijnlijk te gemakkelijk vinden. Maar er zullen vast nog wel mensen zijn die dat interessant vinden." Liselotte Vandenbussche over Johanna Courtmans-Berchmans en de hint om haar opnieuw te gaan lezen. Een opdracht misschien voor het WF. Dat kunt u allicht het best aan het WF zelf vragen. Telefonisch op 09-224.10.75. En via de website op <www.willemsfonds.be>. Zo meteen ons gesprek met Patrice en Soffia over transgender, maar eerst muziek. En dat doen we met Marianne Faithfull. * * * "Working class hero" van John Lennon in een versie van Marianne Faithfull. Het recente nummer van HVW-blad van de HVV dan. Dat gaat over allerlei aspecten van seksualiteit. Met onder meer aandacht voor transgender. Transgender is de koepelterm voor travestie, transgenderisme, transseksualiteit en andere vormen van gendervariantie. Zoon Steve voelde zich niet thuis en ongelukkig in het lichaam van een jongen, maar het duurde tot zijn 22 jaar vooraleer "hij" een "zij" en Soffia werd. We hadden een gesprek met mama Patrice en dochter Soffia en daaruit lichten we de volgende stukjes. * * * "Goedendag. Ik ben Soffia. En ik ben transgender." "Ik ben Patrice, mama van Soffia. Dus van een transgenderkind. In 1982, zoals ze zonet vertelde, heb ik een kindje op de wereld gebracht, zoals veel mama's natuurlijk. Het was een jongen. Dus mijn man was natuurlijk heel blij. Toen ze 22 jaar was, heeft ze ons verteld dat ze transgender was. Dat was eigenlijk toch wel als moeder een grote shock. Als vader natuurlijk nog groter. Maar eigenlijk hebben we het dan toch aanvaard." * * * - Soffia, wanneer heb je zelf gemerkt dat er iets aan de hand was met jou? "In de puberteit, zal ik maar zeggen. Want in die periode voelde ik mij al niet zo goed in mijn vel. En dacht ik al zo van: wat is hier gaande? En dan, na verloop van tijd zo, vanaf mijn 15 jaar, begon ik mij slechter en slechter te voelen en dan ja, eigenlijk zo tot… Ja, ik wist al wat ik eigenlijk wou zowat. Maar ja, je durft dat niet tegen je ouders te zeggen, hé. Eigenlijk zagen ze mij niet veel. Daardoor zagen zij ook niet, allee, hoe ik omging met speelgoed of met kinderen. Want ik weet nog, de poetsvrouw, die had nog een kindje langs. Die had nog een meisje. Ik zat altijd met een meisje te spelen eigenlijk. Ik vond dat toffer, hé. En ja, naarmate ik ouder werd, kon ik het niet meer volhouden. Op de leeftijd van 22 jaar heb ik dat verteld aan mijn ouders. Toen kon ik het niet meer volhouden." - Soffia is dan met een verhaal bij u terechtgekomen. Hoe heeft ze dat aangebracht? "Wij hadden al gehad dat we geroepen werden bij de leraar omdat ze dus niet mee wou voetballen, ze ging liever bloemetjes plukken en kwam thuis met boeketten bloemen. Ja, ze was gewoon anders. Altijd fel gesloten. Speelde niet met speelgoed. Had een klein diertje, zo'n caviaatje, waar ze zich altijd mee bezighield. Dus dat er iets was, was ons wel duidelijk, maar eigenlijk niet wat. Naargelang ze ouder werd, dachten wij dat ze homoseksueel ging zijn. Hadden we wel gezien, ze had "mècheskes" in haar haar laten zetten en zo. Dus daar kwam het toch wel een beetje tot uiting. En op 22-jarige leeftijd op een nacht… Soffia heeft op 18-jarige leeftijd epilepsie gehad. En op 22 jaar is ze een maandag naar Lourdes gegaan. Daar is ze dan een mevrouw tegengekomen die gezocht heeft op internet, natuurlijk. En die heeft haar helemaal omgekleed tot meisje en een foto genomen. Die foto heeft Soffia ons dan op de nacht van maandag op dinsdag gegeven. En gezegd: "Mama…" Maar ik kon dus niet geloven wat zij toen zei: "Dat ben ik." Want ik dacht eerder dat het een meisje was waar zij verliefd op was en dat het eigenlijk uit een andere klasse kwam. Niet een andere klasse van minderheid of zo, maar dat het een meisje was dat tippelde. Dat was mijn eerste indruk toen ik Soffia zag als het meisje op de foto." * * * - Die outing, zal ik maar zeggen, die er dan is geweest. Was dat een soort van verlossing voor jou? "Ja, dat was eigenlijk een soort van verlossing voor mij. Maar ik heb het op het eigenlijke moment wel heel moeilijk gehad. Omdat, ja, je gaat van een moment van een testfase uit, hé. En dat is toch wel heel even toch heel hard waar je dooruit moet. En dan nog werken in de zaak en dan van tijd mij aangedaan… Als meisje moest ik dan rondlopen. Eigenlijk, hé. Wat heel normaal is. Maar ik wou dan toch ook niet anders. Maar er zijn dan toch mensen die dan "meneer" tegen mij zeiden. En dat kwetste mij wel enorm. Maar ja, ik ben er lang over nu, hé. Maar op dat moment is het eigenlijk wel heel hard geweest. Omdat ik en de rest wilden werken met meisjeskleren aan. En ik heb ook opmerkingen gekregen en zo. En ja, dat is normaal, hé." - Je zegt zelf dat je nu voorbij bent aan de manier waarop mensen toen daarop reageerden. Heb je daar enige hulp bij gekregen om dat inderdaad ook te verwerken? "Ja, mijn ouders hebben mij heel veel gesteund. En daarin ook, hé. Enorm veel in gesteund." - Was er ook enige vorm van professionele hulp dan? Mensen van wie je kunt zeggen: ja, die kunnen ons toch wel helpen, die hebben ervaring? En die weten hoe je ermee moet omgaan? "Ja, Soffia is dan terechtgekomen bij een psychiater. Dus dat moest omdat ze eerst willen scannen om te kijken of het echt wel transgender is, en ook in hoeverre ze daadwerkelijk haar lichaam wil laten veranderen. Dus met de operaties enzovoort. Dat moet dan toch wel gesteund worden en nagecheckt worden door een psychiater gedurende een goed jaar. Daar is ze dus regelmatig dan weer langsgegaan. Wij zijn er ook langsgegaan, hé. Zelf als ouders zijn wij twee keer met die meneer gaan babbelen. Ja, en dan hebben wij dus gevoeld dat hij ons toch niet meer verder kon helpen. En het enige wat we nog konden doen, ja, wij moesten het aanvaarden. Dat gaat niet anders. Hij kan de klok niet terugbrengen voor ons. De enige hulp die we Soffia konden bieden, was om haar zo snel mogelijk aan het einde te brengen van haar vrouw-zijn." - Ja, de psychiater en de psychiatrische hulp: hoe heb jij die zelf ervaren? "Dat was heel hard voor mij. Voornamelijk het wachten was lang. En zeggen: eigenlijk is het een jaar en een half geweest. Zo langer als een jaar geweest, hoor. En het wachten voor mij, anderhalf jaar, dat was zo lang. Ja, zei de psychiater, dat is niks, dat is niks. Maar dat was eigenlijk meer om mij ook te steunen, om mij wat moed in te spreken. En dan na een moment krijg je hormonen toegevoegd en, weet je, dat stimuleert je zo'n beetje. Dan gaat het rapper, vlotter vooruit, dat vind ik toch. En die man heeft mij ook goed gesteund, ja. Achteraf ben ik dan in Thailand terechtgekomen en daar was het dus geweldig. Heb ik nog altijd goede herinneringen aan…" * * * - Verwacht je nog ergens problemen dat je dus zegt: ja, maar er is toch nog altijd dat verleden waarmee ik misschien toch nog geconfronteerd word? "Eerst moet de naamsverandering komen. Als dat dan gebeurd is, moeten de geboorteakte en het rijbewijs aangepast worden. Het laatste is de SIS-kaart. Die wordt pas aangepast als men kan voorleggen dat de finale operatie gebeurd is. Als men dus een bewijs heeft van de dokter dat ze vrouwelijk is, wordt de SIS-kaart veranderd. En dan denk je, nu heeft dat al twee jaar geduurd voor alle rompslomp, want dat moet naar Brussel, moet voor de rechter verschijnen. Wat ik mij eigenlijk ook niet goed kan inbeelden, is dat een rechter die je helemaal niet kent, erover moet oordelen of je mannelijk of vrouwelijk moet zijn, of jouw naam wel goed is. Dus eigenlijk zijn het allemaal zo kleine dingen die toch pijn doen op het moment dat je in die fase zit. Ja, en nu kun je er heel gemakkelijk over babbelen omdat het allemaal voorbij is en wat verwerkt is, maar op het moment zelf zijn er heel veel dingen die toch pijn doen." - Nu, je moet blijkbaar het verhaal herhaaldelijk opnieuw vertellen. Ik kan mij inbeelden dat je ook een bepaalde boodschap kwijt wilt. Wat zou die boodschap dan kunnen zijn? "Er zijn de mensen die het niet aanvaarden, die zeggen dat het abnormaal is, dat het niet normaal is. Maar voor mij… Allee, mensen die anders zijn, dat ís normaal. Maar normaal voor mij, dat is een grens in jezelf trekken en zeggen: normaal zijn is eigenlijk een wet in jezelf opleggen. Dat is zeggen: "Een banaan, of weet ik veel wat, die moet in stukken gesneden worden. Dat is voor mij normaal." Dat is een wet die je jezelf oplegt. Een ander zegt: "Nee, die moet je schillen. Dat is voor mij normaal." Ja, als je die nu laat wegvallen en eens opener denkt, hé, dan heb je toch vrede met elkaar. Dat is toch waar wat ik zeg, hé?" - Voel jij je nu goed in je vel? "Ja, dat zeker. Nu ben ik ook al een stuk opener tegen de mensen. Vroeger zei ik niets. Ik was altijd gesloten, enfin, zo in mijn eigen gekropen. Ik zei niets, ik verstopte mij altijd voor van alles. Nu niet meer. Ik durf rapper mee te praten over alles en… ja, plezier maken, zal ik maar zeggen, hé. Dus, mijn leven is een stuk prettiger geworden. Als er mensen zijn die het niet willen aanvaarden, dan veeg ik daar mijn voeten aan. Als ik het mag zeggen eigenlijk. Die kunnen mij de boom in. Want daar kijk ik dus echt niet naar. Dat zijn mensen die kleingeestig zijn, die dat niet normaal vinden. En ja, die mensen zijn ongelukkig. En ik ben gelukkig. Voilà, zo simpel is het…" Mama Patrice en transgender Soffia over transgender. Meer daarover vind je in het recente nummer van HVW-blad over seksualiteit. Een nummer bestellen kan bij de HVV. Die vind je via de website <www.h-vv.be>. Daar krijg je ook meer info over de gespreksavond van HV Gent over "Transgender" op 5 oktober in het Geuzenhuis. Moeder Patrice en dochter Soffia (voorheen zoon Steve) getuigen dan over transgender. Intussen kun je voor informatie en hulp onder meer terecht op <www.t-werkgroep.be>. En de t staat voor transgender, dus. Je kunt ook reageren op onze redactie via <www.h-vv.be>. Doorklikken als je de uitzending nog eens wilt beluisteren. Volgende week zijn we er weer. We nemen je dan mee naar de straatkinderen van Mumbai. Een en ander in het kader van de cursus NCZ en de samenwerking tussen Wereldkids en de Salaam Baalak Trust. Volgende week maandag dus, meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Transgender: een getuigenis – HVV/HV Gent 5 oktober 2011, 20.00 uur, Geuzenhuis "Ik denk dat ik zo'n 13 à 14 jaar oud was toen ik ging beseffen dat er iets met me was. Ik wilde eerst niet aanvaarden dat ik als meisje geboren was in het lichaam van een jongen. Ik probeerde echt jongen te zijn. Maar het lukte niet. Ik kleedde me dan voor de eerste keer als meisje. En dat voelde goed." 01 004 Petrus gaf den tuil bloemen, dien hij onderwege had geplukt, aan de maagd, die hem dadelijk aan haar Lievevrouwenbeeld schonk, en toen bleven de jonge lieden vriendelijk voortspreken, tot dat de oude Ambrosius binnenkwam. De jongens stonden regt om den ouden man te groeten. «Ik wed dat het de kinderen van mijnen neef zaliger zijn,» riep de grijsaard, wanneer hij de jongelingen van naderbij had beschouwd. «Kozijntjes, gij zijt mij hartelijk welkom.» En wanneer Petrus hem den zoetekoek gaf, plooide hij inderdaad, gelijk Regina had voorzegd, zijn gelaat tot eenen zoeten kinderlach. Na grootvader kwam Ida, Regina's zuster, van de hoogmis te huis. Eene schoone blonde maagd, die liefelyk bloosde, zoodat Petrus, na de zusters met elkander vergeleken te hebben, dacht: «De blonde Ida gelijkt eene peoen, die den kelk op den goudgelen heidegrond verheft; en Regina gelijkt de witte meiroos omgeven van donkergroene bladen.» Oom Ambrosius vroeg naar de gezondheid van moeder, die hij in langen tijd niet had gezien; en naar nieuws van de stad; en ook hoe het werk in de fabrieken ging. «Over twintig jaar kende ik Gent op mijn duimken,» zegde hij; «alle weken verkocht ik er een paar honderd bezems. Toen was het een gouden tijd voor ons ambacht, maar dan hebben wij ook een beetje voor den ouden dag gezorgd, ziet-de-wel.» (…) Petrus dacht aan het middagmaal niet, hij had weinig eetlust; zijne ziel verzadigde zich in het aanschouwen der bleeke Regina. Ida nam den papkom weg, en terwijl zij de eetschotels verwisselde, haalde hare zuster eene schoone fijngeurende hesp, een grof tarwen brood en een potje mostaart uit de spinde. Karel lekte zich de lippen op het zicht van den geliefden kost der stedelingen, en nu werd er lustig geëten en geklapt. Ida lachte schier onafgebroken, want Ida was een meisje die altoos lachte, of het te pas kwam of niet; want zij was, op verre na, zoo verstandig niet als hare zuster; maar terwijl het blonde meisje op Karel lachte en pinkoogde, luisterde Regina aandachtig op het verstandig gesprek dat Petrus met haren grootvader hield. |