Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Staten-Generaal UVV - Philip Van Loocke over Het wereldbeeld van de wetenschap
Staten-Generaal UVV - Philip Van Loocke over Het wereldbeeld van de wetenschap

HVW – HVR

 

Uitz.: 05.10.09

Opn.: 01.10.09

Real.: Karel Van Dinter / Frank Stappaerts

 

Staten-Generaal UVV / Philip Van Loocke over “Het wereldbeeld van de wetenschap”

 

Spotje Waardige Samenleving

--

Voor meer info bekijk je onze websites. Het grootse evenement krijgt de steun van vrijzinnige verenigingen, Mo en de Vlaamse Gemeenschap. En daarmee zijn we in HVW. Welkom! Straks praten we met Philip Van Loocke over zijn boek “Het wereldbeeld van de wetenschap. Waar we geraakt zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw”. Maar eerst de Staten-Generaal van de UVV. Die vonden plaats op zaterdag 26 september. Karel Van Dinter was erbij en maakte er een verslag van. En daar beginnen we mee:

 

Zaterdag 26 september was er de Staten-Generaal van de UVV. Karel Van Dinter was erbij en maakte er een verslag van. En daar beginnen we mee.

 

‘Beste genodigden, beste vrienden. Mag ik hier uw aandacht, alstublieft, voor de opening van deze Staten-Generaal. Eerst en vooral een goede morgen. En uiteraard, allen van harte welkom op deze toch wel bijzondere dag. Want de UVV heeft natuurlijk niet elke dag – gelukkig maar, ik kijk al naar Marina – een Staten-Generaal.’

 

Zaterdag 26 september 2009. Sonia Eggerickx, voorzitter van de UVV, verwelkomt de vertegenwoordigers van de lidverenigingen en opent de Staten-Generaal. Die moeten aangeven wat de opties, de strategie en het beleid van de UVV zullen zijn voor de komende jaren. In zes themagroepen wordt daarover gediscussieerd, nagedacht en worden beslispunten aangereikt. Aan deze Staten-Generaal gingen ook heel wat hearings vooraf met specialisten en mensen uit het vrijzinnige veld.

Opvallende aanwezige op de Staten-Generaal was Paul De Cnop, rector van de VUB. Die gaf in zijn gelegenheidstoespraak een gewaardeerde boodschap van verbondenheid mee. Daaruit laten we u een stukje horen.

 

‘De uitdagingen waar de UVV vandaag voor staat, net als de VUB, zijn talrijk en concreet. Maar de principes en waarden waarmee ze deze uitdagingen tegemoet zal treden, blijven onveranderd. Vrijzinnig humanisme, solidariteit, vrijheid en gelijkheid zullen ook morgen de handvatten zijn voor ons handelen en denken. Al was het maar omdat deze principes de noodzakelijke voorwaarden zijn voor elke belangrijke maatschappelijke vooruitgang. Wat van u vandaag gevraagd wordt, is dat er verantwoordelijkheid wordt genomen.’

 

Paul De Cnop, rector van de VUB, met een boodschap van verbondenheid en zin voor verantwoordelijkheid. Dat werd ook zo begrepen in de verschillende discussiegroepen. Na afloop daarvan hadden we een gesprek met UVV-voorzitter Sonia Eggerickx.

UVV vertegenwoordigt als koepelorganisatie de georganiseerde vrijzinnigheid en is vooral bekend voor de morele dienstverlening. En de eerste vraag ging over de bedoeling van deze Staten-Generaal.

 

Ik denk dat het de hoogste tijd was dat we eens nadachten, samen met onze lidorganisaties, over waar we nu naartoe moeten. Een beleidsplan … Wij hebben een erkenning gekregen in het verleden, wij hebben onze CMD’s kunnen uitbouwen, maar wat willen we nog meer? Het is heel belangrijk dat daar onze lidorganisaties mee over nadenken. En datgene wat we doen, is dat goed? Wat moet daaraan veranderen? Wat moet daar niet aan veranderen? Maar wat kunnen we nog meer doen? Ik denk dat dat een van de belangrijkste redenen is waarom we … Dus dat herdenken van een politiek, van een beleid dat we volgen.

 

Kun je ook zeggen dat die organisatie als dusdanig, de UVV, ook belangrijk is voor mensen die misschien een hekel hebben, of helemaal geen behoefte hebben aan die georganiseerde vrijzinnigheid?

 

Ik denk dat we die mensen op een of andere manier moeten bereiken. Maar ja, het probleem is als mensen niet bereikt willen worden … Maar aan de andere kant is UVV precies in haar Centra Morele Dienstverlening dé geschikte manier om de mensen die eigenlijk niet van georganiseerde vrijzinnigen houden, toch op een of andere manier iets te bieden. Er wordt in het CMD niet gevraagd of iemand vrijzinnig is überhaupt, maar ook niet of die humanistisch georganiseerd is. Dat wordt niet gevraagd. Dus daar zijn die mensen welkom. En we merken zeker met plechtigheden die we organiseren, dat wij een heel pak mensen hebben die niet vrijzinnig georganiseerd zijn, maar toch de weg vinden naar ons. Nog te weinig, vind ik, maar goed … Dat is dan een kwestie van ons meer bekend te maken. Dat is een van de aspecten die vandaag aan bod kwamen.

 

Toch eventjes benadrukken misschien dat die UVV ook een belangrijke gesprekspartner is naar de overheid toe, hé?

 

Ja, inderdaad. Het is zo dat de UVV erkend is als hét orgaan dat staat voor de vrijzinnige humanisten. Alle besprekingen met de overheid gaan dus via de UVV. Omdat wij erkend zijn als dusdanig. Dat is heel belangrijk.

 

Wat is uiteindelijk de opgave die een UVV zich zou moeten stellen?

 

Wel, ik denk dat wij breder moeten gaan dan alleen maar het inrichten van CMD’s. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij als Unie inderdaad wat er leeft bij de lidorganisaties mee helpen naar buiten te brengen. Dat is een aspect dat misschien tot hiertoe niet genoeg aan bod is gekomen. Wij hebben ons te veel … bah te veel, ik weet het niet, maar misschien te lang gefocust op die missie van het inrichten van CMD’s. Die heel belangrijk zijn, waren en zullen blijven. Maar wij moeten echt veel meer naar buiten beginnen te gaan, naar onze lidverenigingen. En zien op welke manier wij hen kunnen steunen in hun opdracht. Of in hun missie, om dat modewoord te gebruiken.

 

Ik neem aan dat men op zo’n Staten-Generaal vooral vooruitkijkt en bepaalde proactieve plannen heeft, om dat zo te noemen. Maar dat men ook een beetje naar het verleden kijkt. En het is misschien belangrijk om eens even de inventaris op te maken van wat die UVV in het verleden eigenlijk tot op de dag van vandaag toch wel gerealiseerd heeft. Je hebt al verwezen naar die CMD’s uiteraard, hé.

 

Ja, maar de belangrijkste verwezenlijking is, denk ik, dat we erkend zijn als een levensbeschouwing. Met alle voordelen van dien: financiële hulp, het feit dat we mensen in dienst kunnen nemen die voor ons werken, die in die CMD’s kunnen werken. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Als je ziet, of als je vergelijkt met het buitenland, kun je zien dat wij in België toch wel in een luxesituatie zitten. En ik zeg daar direct bij: wij zijn eigenlijk in de feiten nog niet helemaal gelijkgeschakeld. We zitten nog achterop. Maar goed, eigenlijk hebben wij al heel veel bereikt. En dat is precies door de UVV. Door het feit dat wij met al die lidverenigingen samen een vuist hebben kunnen maken naar de overheid en zeggen: hé, wij willen ook wel waar we recht op hebben. Dus dat is een belangrijke verwezenlijking. En dan uiteraard, het uitvloeisel daarvan is ons netwerk van CMD’s waar mensen inderdaad geholpen kunnen worden, zonder dat ze zich moeten bekennen tot een of andere levensbeschouwing, maar waar ze geholpen worden vanuit vrijzinnig-humanistische opvattingen. En nu, denk ik, moeten we dat breder gaan brengen. Het is ook gebleken, als ik vandaag zo de commentaren van de werkgroepen hoor, dat men inderdaad verder wil gaan.

 

Zijn er ook specifieke pijnpunten die hier vandaag aan de orde zijn geweest en waar de UVV werk van wil maken?

 

Jawel, de pijnpunten zijn natuurlijk dat we tot nu toe te veel, volgens sommigen, gefocust hebben op morele begeleiding. Maar we merken, bijvoorbeeld door de plechtigheden alleen al, dat mensen wel meer willen. En dat ze eigenlijk mee willen denken over vrijzinnig humanisme, mee willen discussiëren, maar we hebben … Als je geen problemen hebt, heb je ook recht om na te denken, en om te discussiëren. Dus misschien moeten we echt wel die kant een beetje uit gaan. Zorgen dat het gemeenschapsgevoel, ook voor vrijzinnigen, en daarmee wil ik niet zeggen dat we ons moeten afsluiten van de rest van de samenleving, maar dat dat gemeenschapsgevoel voor vrijzinnigen ook veel meer geaccentueerd wordt. Dat zou een van de besluiten kunnen zijn voor vandaag.

 

Misschien een van de besluiten, maar misschien ook een van de vooruitzichten. Waar, denk je, dat vooral werk van gemaakt zal moeten worden om de UVV als gesprekspartner, maar ook als representatieve organisatie van de vrijzinnigheid toch een beetje meer slagkracht te geven en om die verder uit te bouwen?

 

Ja, ik denk dat we, en dat waren ook werkgroepen vandaag, veel meer aandacht zullen moeten besteden aan communicatie. Uiteraard intern, dat is één zaak, maar ook naar de buitenwereld toe. Het blijft voor vrijzinnigen verdomd moeilijk om toegang te krijgen tot de communicatiemiddelen. Men erkent ons nog niet. Als men een discussie heeft op tv, bijvoorbeeld in verband met een of ander moreel probleem, dan denkt men er niet eens aan om een vrijzinnige uit te nodigen. Gewoon omdat men ervan uitgaat, denk ik, dat wij misschien wel iets vertellen wat iedereen vindt. En dan is het natuurlijk heel vervelend dat niet iedereen bij ons aansluit en zegt, daarom geen lid wordt, maar zich verklaart tot: ‘Ik ben vrijzinnig’. Heel weinig mensen, relatief gezien, doen dat. Terwijl ze eigenlijk wel vrijzinnige humanisten zijn. En dat heeft niets te maken met een lidkaart kopen, maar met erover nadenken en ervoor uitkomen, en dergelijke meer.

 

Een opvallende aanwezige hier was Paul De Cnop, rector van de VUB. Had dat een bepaalde betekenis?

 

Wel, ik denk dat het feit dat hij aanvaardde om hier te komen spreken, veel meer betekenis heeft dan omgekeerd. Hij heeft duidelijk door zijn aanwezigheid en als gastspreker hier duidelijk gemaakt dat de VUB eigenlijk achter de vrijzinnig-humanistische principes staat. Anders was hij hier niet geweest in zijn functie van rector. Ik vind het heel belangrijk dat hij dat doet. En dan hebben we toch wel meteen een wetenschappelijke background voor ons. En voor onze Studi, ons studiewerk en dergelijke.

 

Sonia Eggerickx, voorzitter van de UVV. Een gesprek na afloop van de Staten-Generaal van die UVVl. Wilt u daar meer over weten, dan kunt u terecht bij de UVV zelf, en dat kan via de website uvv.be.

 

MUZIEK

 

Een tijd geleden publiceerde Philip Van Loocke het boek “Het wereldbeeld van de wetenschap. Waar we geraakt zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw”, een monumentaal werk dat – ook voor de leek – een actuele stand van zaken wil brengen. En die kan nogal wat verschillen van wat er in onze hoofden – de hoofden van de leek dan – leeft. Het duurt allicht een aantal jaren voor de kennis van de specialisten doordringt tot de brede lagen van de bevolking, en zelfs tot in het middelbaar onderwijs. Maar wat zijn zoal die laatste inzichten? En ik denk dan heel in het bijzonder aan het ontstaan van het heelal en de big bang! Philip Van Loocke:

 

Een van de meest frappante ontwikkelingen is de opstelling van het inflatiemodel in de loop van de jaren tachtig. Het wordt naar mijn inschatting terecht – enfin, door veel auteurs – als een wetenschappelijke revolutie beschreven, want inderdaad, het beeld van de klassieke big bangtheorie wordt op een aantal punten toch grondig gewijzigd. Om een voorbeeld te geven: het universum volgens het inflatiemodel is kolossaal veel groter dan volgens de klassieke big banginvalshoek. Volgens de klassieke big bangtheorie is ons universum ongeveer zo groot als ons zichtbare universum, misschien een beetje groter maar niet zo veel. Het inflatiemodel stelt dat ons universum vele malen groter is dan ons zichtbare universum, mogelijk oneindig groot. En dat geheel, dat zeer grote universum, dat noemt men in de literatuur een eilanduniversum. Waarom? Omdat er volgens het inflatiemodel niet één eilanduniversum is, maar omdat er talrijke eilanduniversa zijn die opduiken in het inflatievacuüm bij wijze van een big bang. Dus de uitgebreidheid van onze kosmos is volgens het inflatiemodel geweldig toegenomen.

 

Je hebt het over het inflatiemodel, maar, schrijf je ook in je boek, het inflatiemodel is onvermijdelijk een kwantumkosmologie!

 

Dat klopt! De kosmologie van de jaren tachtig integreert algemene relativiteit met noties uit de deeltjesfysica en de kwantummechanica. De implicatie daarvan is dat kwantummechanica niet langer is opgesloten in het microscopische domein. Integendeel, hetzelfde onzekerheidsbeginsel dat het gedrag van elektronen beschrijft, is verantwoordelijk voor de fluctuaties die hebben geleid tot de vorming van de melkwegen. En, aangezien het verantwoordelijk is voor de vorming van de melkwegen, in feite ook voor ons, want zonder melkwegen zouden wij er niet zijn. Dus kun je het merkwaardige van de kwantummechanica niet langer verbannen naar een microscopische wereld. In feite zijn ook de grootse structuren die wij zien, gevolgen van dergelijke fluctuaties.

 

Een andere beweging die je ook situeert in de recente kosmologieën, is dat men meer en meer het positivisme terzijde schuift!

 

Wat ik daarmee bedoel, is bijvoorbeeld het volgende. Tot rond de jaren tachtig vond men het zinloos om vragen te stellen als: wat gebeurde er voor de big bang? Wat bevindt zich achter ons zichtbare universum? Men beschouwde die vragen als zinloos. Dat bedoel ik met positivisme, dus zaken rap terzijde schuiven als zinloos. Welnu, het zijn precies die vragen die in het inflatiemodel een centrale plaats innemen.

 

In je boek besteed je ruim aandacht aan ons bewustzijn. De kosmos wordt zich, via ons, bewust van zichzelf, schrijf je!

 

Dat is inderdaad, hoe je het ook draait of keert, het geval. Uiteindelijk, men kent de boutade dat wij sterrenstof zijn. In een zeer relevant opzicht is die boutade correct, en wanneer wij bijgevolg onze kosmos bestuderen, dan wordt het sterrenstof op bepaalde minuscule plaatsen in de kosmos zich bewust van die kosmos. Dus je kunt inderdaad in een relevant opzicht stellen dat, wanneer wij de kosmos bestuderen, het een stukje van de kosmos is dat zich bewust wordt van zichzelf.

 

Maar, schrijf je ook, zelfs een wereldbeeld gebaseerd op wetenschap noopt tot bescheidenheid. Over dat bewustzijn is er namelijk geen consensus!

 

Het klopt inderdaad dat in verband met het bewustzijn er nog heel wat discussies worden gevoerd en dat er open vragen blijven. Wat klaar en duidelijk is, is dat bewustzijn correleert met activiteit in het brein, met het vuren van neuronen. Dat is neurologisch voldoende gedocumenteerd. Maar de vraag is waarom een dergelijke correlatie optreedt, waarom het vuren van neuronen tot iets bijkomends als bewustzijn aanleiding geeft. Die vraag wordt nog druk bediscussieerd. Men omschrijft de vraag als het moeilijke probleem van het bewustzijn, en in de literatuur kun je zien dat, sedert de jaren tachtig, meer en meer auteurs durven te zeggen dat er daar een belangrijk open probleem is. Dat is geen evidentie! Het is een vraag die lange tijd taboe geweest is, waarbij het zelfs zo is dat het op bepaalde momenten gevaarlijk was voor iemands carrière om te zeggen dat er, in verband met het bewustzijn, zo’n belangrijk probleem, belangrijke open wetenschappelijke vragen zijn. Het feit dat die vragen er zijn, dat er onbeantwoorde vragen zijn, dat is de laatste twee decennia uit de taboesfeer gehaald, en je kunt dan ook observeren dat men onze wetenschappelijke kennis met wat meer bescheidenheid benadert. Want uiteindelijk, wat is er belangrijker dan het bewustzijn? En als in verband met het bewustzijn belangrijke open vragen blijven bestaan, dan noopt dat natuurlijk tot een evidente bescheidenheid met betrekking tot de vraag: waar staan we nu met onze wetenschappelijke kennis? Het is een bescheidenheid die ik, naar aanleiding van verschillende thema’s, in de loop van het boek naar voren schuif.

 

Bescheidenheid, zeg je, en inderdaad, in onze gangbare westerse intuïtie, lees ik in je boek, dichten we ons een zelf toe waarvan we op wetenschappelijke grond weten dat het niet bestaat. Nochtans hoort het bewustzijn bij een persoon, zeg je ook. Hoe raken we daaruit?

 

Het antwoord op die vraag is dat de wetenschap er momenteel nog bijlange niet uit is geraakt. Maar er zijn wel een aantal zaken die we naar voren kunnen schuiven. In elk geval is het zelfconcept zoals wij dat in onze introspectie ervaren, iets wat een eind verwijderd staat van de realiteit. In de realiteit – dat blijkt uit neurologisch, neuropsychologisch en tal van andere types van onderzoek – is het zo dat ons zelf een heel stuk meer discontinu is dan we op basis van onze intuïtie aannemen.

 

Op zijn minst uitspraken die levensbeschouwelijk niet neutraal zijn en toch ook aan een ethiek raken!

 

Het is inderdaad zo dat het feit dat ons zelf meer discontinu is dan onze introspectie suggereert, in termen van existentieel aanvoelen van het bestaan niet neutraal is. Laat ik een voorbeeld geven van een argumentatielijn. Op dit moment hebben mensen soms al de indruk dat, wanneer ze lange perioden van hun leven overlopen, ze gedurende één episode van een decennium bijvoorbeeld een andere belevingswereld hadden dan in een andere episode. Dat fenomeen zal alleen maar sterker worden wanneer mensen in de toekomst langer beginnen te leven. Wanneer wij over honderd jaar nog zouden leven, en gezond zijn en zo, dan is het zo dat wie wij over honderd jaar zijn, onder invloed van de complexe wereld, onder invloed van omstandigheden, een zelf zal zijn dat aanzienlijk verschilt van het zelf dat we op dit moment zijn. En dus de vraag of wij over honderd jaar nog leven, dan wel of het iemand anders is, is een zeer relatieve vraag. Want als wij over honderd jaar nog leven, dan zijn we toch iemand anders geworden dan de persoon die we op dit moment zijn. Dus sterfelijkheid is een thematiek waarvoor de wetenschap op dit moment relativering en soelaas biedt. Het is een punt dat je op verschillende manieren vanuit de huidige wetenschap kunt beargumenteren.

 

In het laatste hoofdstuk van je boek twijfel je eraan of een academische omgeving nog geschikt is om op een onafhankelijke manier aan vrij onderzoek te doen. Wat bedoel je daar juist mee?

 

Ik heb inderdaad op verschillende aspecten van de huidige wetenschapspolitiek kritiek. Laat ik een voorbeeldje geven. Een tijd geleden werd vanuit het decanaat het schrijven verspreid over het belang van incentives bij wetenschappelijk onderzoek. Dus iemand die veel publiceert, krijgt incentives. Nu, dat is een type van pavloviaanse benadering dat weinig rekening houdt met wat wetenschappelijk onderzoek werkelijk is. Wetenschappelijk onderzoek is van aard dat één onderzoeker die even hard werkt, even competent is als een andere onderzoeker, iets heel belangrijks kan vinden en de andere niet. Dat heeft te maken met complexiteit, dat heeft te maken met zaken die de chaostheorie beschrijft. Dus incentives gebruiken is hoe dan ook iets wat maar van relatief nut is. En zeker wanneer die incentives worden gekoppeld aan veelschrijverij. Want neem nu bijvoorbeeld de zogenaamd filosofische literatuur over het bewustzijn. Minstens tachtig procent van die literatuur is wat ik zou noemen ‘irrelevant academisme’, in het opzicht dat ze noch maatschappelijk, noch wetenschappelijk enige relevantie heeft. Het enige nut van die literatuur is dat ze de carrière van de auteur bevordert. Het onderzoek naar zaken als de filosofische problematiek van het bewustzijn dient dus zeker te worden gestimuleerd, maar dat moet met een veel opener houding dan vaak gebeurt, anders blijft men gewoon draaien in cirkels die nergens toe geleid hebben, en het dient te gebeuren met een veel nuchterder houding tegenover de relevantie van veelschrijverij. Ooit merkte Pauli op tegen zijn doctoraalstudenten, een opmerking die hij af en toe maakte, Pauli zei vaak: ik heb er niets op tegen dat je traag denkt, ik heb er wel iets op tegen dat je sneller schrijft dan je kunt denken. Een zweem van dat soort attitude zou beter terugkeren. En wat ook van belang is: op dit moment wordt er in het wetenschappelijk onderzoek een geweldige nadruk gelegd op het binnenrijven van projecten. Maar wat is het geval, zeker wanneer we spreken over de filosofische problematiek van het bewustzijn? In feite is de hoeveelheid projecten die iemand binnenrijft vaak een contra-indicatie voor creativiteit en in plaats daarvan een indicatie voor onderdanigheid ten opzichte van commissieleden, een onderdanigheid die wetenschap reduceert tot een soort groepsdenken dat ze net probeert te overstijgen. Dus het punt dat ik maak en dat ik op een aantal manieren beargumenteer in mijn boek, is dat zeker in de menswetenschappen de wetenschapspolitiek aan een grondige herbronning toe is.

 

Tot zover nog Philip Van Loocke. Zijn boek “Het wereldbeeld van de wetenschap. Waar we geraakt zijn aan het begin van de eenentwintigste eeuw” is een uitgave van Garant en is te koop in de goede boekhandel.

Daarmee zijn we aan het eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van KVD en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op www.h-vv.be.

Volgende week heeft KVD het over de opening van het Centrum Morele Dienstverlening in Tienen en ?????

 

Dit was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!

Muziek:

10”       High Heels – Sakamoto                        Sakamoto        262975

15”       The Köln Concert – K. Jarrett    K. Jarrett          ECM1064/65

 

 

Valide CSS!