|
HVW Sociaal darwinisme / WF "Open
doek"
Opname: 05.03.09
Uitz.: 09.03.09
Samenst.: KVD
Muziek:
10" / Signe / E. Clapton / E. Clapton / 9 45024-2
1'00" / Little impulse / M. Nyman / M. Nyman / 0777 7 88274 2 9
15" / The sacrifice / M. Nyman / M. Nyman / 0777 7 88274 2 9
1'00" La vita è bella / N. Piovani / N. Piovani / 7243 8 46428 2 2
Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee onderwerpen. Het filmfestival
"Open doek" is aan zijn 17de editie toe. En daarin staat blijkbaar
heel wat te gebeuren. Het WF geeft u een voorsmaakje in een gesprek met
duivel-doet-al van het festival Marc Boonen. Verder in de uitzending meer
daarover, want wij beginnen met "In Darwins woorden". Chris Buskes,
Ranne Hovius en Griet Vandermassen duiden aan de hand van citaten het leven en
de overtuigingen van Charles Darwin. De bijdrage van Griet Vandermassen
gaat over Darwins maatschappelijke denkbeelden. Met daarin ook aandacht voor
het sociaal darwinisme, de sociale en politieke ideologie die zich, al dan niet
terecht, gesteund voelde door de evolutietheorie van Charles Darwin. Wij hadden
een gesprek met filosofe Griet Vandermassen van de UG. Een en ander natuurlijk
naar aanleiding van het Darwinjaar.
'Op 19 augustus verlieten we eindelijk de kust van Brazilië. Ik dank God omdat
ik nooit meer een slavendrijvend land zal moeten bezoeken. Tot op vandaag roept
een kreet ver weg pijnlijk helder mijn gevoelens op toen ik een huis dicht bij
Pernambuco passeerde waar hartverscheurend gekerm opsteeg. En ik vermoedde dat
een arme slaaf gemarteld werd en tegelijk wist dat ik zo machteloos was als een
kind om zelfs maar te protesteren. Ik vermoedde dat het gekerm van een
gemartelde slaaf kwam omdat mij verteld was dat dit zo was in een ander geval.
Bij Rio de Janeiro leefde ik vlak tegenover een oude dame die duimschroeven
gebruikte om de vingers van haar vrouwelijke slaven te verpletteren.'
Griet Vandermassen met een stukje uit "Journal of researches" van
Charles Darwin, waarin hij zijn afschuw uit over de slavernij. Een illustratie
van de sociale bewogenheid van Darwin. Het stukje vindt u in de bundel "In
Darwins woorden" van Griet Vandermassen en twee andere Darwinkenners,
Chris Buskes en Ranne Hovius. Wij hadden een gesprek met Griet Vandermassen
over het sociaal darwinisme, een sociale theorie die, ten onrechte volgens
sommigen, steunde op de evolutietheorie van Darwin. Dat sociaal darwinisme kun
je dan wel laten beginnen met Darwins tijdgenoot Herbert Spencer, maar is erg
heterogeen. Heel wat sociale en politieke overtuigingen beriepen zich, vaak ten
onrechte, op Darwin. Bekend is vooral het eugenetisch programma van de nazi’s
en de Holocaust. Toch een en ander graag wat duidelijker stellen, onder meer
wat de denkbeelden van Darwin zelf betreft. Daarom een gesprek met Griet
Vandermassen, met als eerste vraag: wat is dat sociaal darwinisme eigenlijk?
De betekenis waarmee het meestal geassocieerd wordt, is de heel strikte
betekenis van sociaal darwinisme als een reactionaire beweging die ongebreidelde
economische competitie verheerlijkt als een motor tot vooruitgang. En die zich
verzet tegen het introduceren van humanitaire maatregelen zoals in de tijd van
Darwin: de armenwetten die het leed van de armen moesten verzachten. Dus dat is
de klassieke interpretatie, maar daarnaast kun je sociaal darwinisme ook veel
breder zien, namelijk als een stroming van mensen die probeerden om allerlei
sociale en politieke consequenties te verbinden aan onder andere Darwins
evolutionaire theorie, maar ook andere evolutionaire theorieën die toen in
zwang waren. Als je sociaal darwinisme in brede zin bekijkt, dan was het zeker
niet alleen een reactionaire beweging. Dus je had het klassieke sociaal
darwinisme à la Spencer, maar je had ook een heel aantal sociale theoretici die
Darwins theorie en andere evolutionaire ideeën gebruikten om hun politieke
programma's te rechtvaardigen. En dat waren dan zowel anarchisten als
feministen, socialisten, pacifisten. Iedereen vond wel iets in het werk van
Darwin wat zijn eigen ideologische doelstellingen kon onderbouwen.
Nu eventjes naar de tijd van Darwin zelf. Tijdgenoot van Darwin, die eigenlijk
meer, laten we zeggen, sociaal darwinist was dan Darwin zelf, Herbert Spencer,
die ook die term introduceert 'survival of the fittest', het overleven van de
sterkste. Toch eens eventjes uitleggen: wie was die Herbert Spencer eigenlijk?
Spencer was in zijn tijd een zeer gerespecteerd en invloedrijk filosoof die al
voor Darwin zijn "On the origin of species" ontwikkelde, een zeer
uitgebreid filosofisch werk bijeengepend had, waarin hij onder andere zelf
evolutionaire theorieën naar voren bracht, maar Spencer, anders dan Darwin,
geloofde heel sterk in de overerving van verworven eigenschappen. Dat bracht
hem ook tot zijn klassieke sociaal-darwinistische opvattingen, dat competitie
iets heel goeds was, iets wat aangemoedigd moest worden. Omdat hij ervan uitging
dat competitie leidde tot een versterking van het karakter en dat mensen die
dus op die manier geleefd hadden nakomelingen zouden hebben die op hun beurt
dat sterke mentale karakter geërfd hadden en ook die arbeidskracht.
Hoe stond Darwin daar zelf tegenover, want ik dacht dat hij niet zo hoog
opliep met die ideeën van iemand als Herbert Spencer?
Darwin vond Spencer veel te speculatief, hij vond hem ook niet zo'n sympathiek
mens. Darwin was zeker geen sociaal darwinist in de zin van Spencer, dus waar
Spencer een voorstander was van een laisser-fairekapitalisme, ook van
kolonialisme, imperialisme enzovoort, was Darwin veel voorzichtiger. Darwin was
veel minder ideologisch in zijn opvattingen. Hij was in de eerste plaats een
wetenschapper terwijl Spencer in de eerste plaats een ideoloog was.
Want je zegt wel uitdrukkelijk, in het boek uiteraard, dat de
evolutietheorie een wetenschappelijke theorie is, terwijl het sociaal
darwinisme eigenlijk een ideologische doctrine is. Kun je dat eens eventjes verduidelijken?
Wat Darwin met zijn werk allereerst probeerde te doen, was inzicht krijgen in
de mechanismen die werkzaam zijn in de natuur. Dat is de wetenschappelijke
benadering. Dus je zoekt naar verklaringen, je zoekt naar een theorie die kan
verklaren wat je waarneemt. En iemand zoals Spencer was eigenlijk minder
geïnteresseerd in hoe het is dan in hoe het zou moeten zijn. Dus dan krijg je
de overstap naar een ideologische theorie. Waaraan ik wel meteen moet toevoegen
dat Darwin zelf ook niet helemaal ontsnapte aan ideologische uitspraken in zijn
werk. Dus in "The descent of man" doet hij een aantal uitspraken over
eugenetica bijvoorbeeld, waarmee hij zelf ook het strikte domein van
wetenschappelijkheid verlaat en zich meer begeeft op het domein van wat je in
brede zin sociaal darwinisme zou kunnen noemen.
In Darwins tijd had men ook al bepaalde ideeën in verband met eugenetica.
Kun je dat ook terugvinden bij Darwin? Had hij bepaalde ideeën over eugenetische
theorieën, over eugenetische programma’s die konden of moesten worden opgezet?
Ja, dat komt tamelijk uitgebreid aan bod in "The descent of man".
Darwin was net zoals veel van zijn tijdgenoten zeer bekommerd om wat
gepercipieerd werd als de degeneratie van het ras, dus. Het was een angst die
al langer leefde, ook al voor Darwin. Het idee dat de biologische kwaliteit van
de Engelsen aangetast werd door de industrialisering en de verregaande sociale
ellende die daarmee gepaard ging. En ook het idee dat armen en wat men de
'sociaal ongewensten' noemde, zich veel sneller voortplantten dan de
middenklasse, waardoor de angst heerste dat die uiteindelijk de middenklasse
zouden gaan overheersen. Die angst was ook bij Darwin aanwezig. Hij was bezig
met eugenetische denkbeelden. Dus hij schrijft een aantal zaken in "The
descent of man" die heel sterk eugenetisch overkomen. Hij schrijft
bijvoorbeeld dat kwekers van dieren het niet zouden toestaan dat hun slechtste
dieren zich voortplanten, maar dat de mens dat wel toestaat. Dus hij vond dat
enerzijds een slechte zaak. Anderzijds voegde hij daaraan toe dat de mens zijn
morele instinct moest laten werken omdat dat eigenlijk het nobelste deel was
van onze natuur. En dat als we zouden ophouden met het steunen van de zwakken,
het steunen van de armen, we daarmee dat nobele, edele deel van onze natuur
zouden bederven. Dus hij was zeker geen voorstander van gedwongen maatregelen
zoals veel eugenetici, onder wie Francis Galton, dat wel waren.
Op welke manier blijft Darwin dan toch ergens een victoriaanse denker of een
victoriaans iemand?
Zijn victoriaanse opvattingen blijken waarschijnlijk vooral uit wat hij
bijvoorbeeld schrijft over vrouwen. Hij beschouwde vrouwen toch eerder als
minderwaardig aan mannen. Ook zijn opvattingen over ras waren zeer victoriaans
gekleurd. In die zin dat Darwin er, net als veel van zijn tijdgenoten, van
uitging dat er een hiërarchie was tussen rassen, dat je minder geëvolueerde
rassen had, waaronder zwarten en Aboriginals, en dan de meer geëvolueerde
rassen met aan de top, natuurlijk, het victoriaanse Engeland. Dat klinkt heel
racistisch, dat was het misschien in zekere zin ook, maar het is niet
onbelangrijk om daarbij op te merken dat Darwin met die theorie eigenlijk heel
progressief was in zijn tijd. Want in zijn tijd heerste een debat over de vraag
of andere rassen wel behoorden tot dezelfde soort als het blanke ras. Dus veel
antropologen waren er bijvoorbeeld van overtuigd dat zwarten eigenlijk een
andere soort waren, ook een biologisch minderwaardige soort. En zo'n theorie,
zo'n verregaande theorie had meteen ook heel sterke politieke consequenties,
want als zwarten werkelijk minderwaardig waren, dan was er ook niets mis mee om
ze als slaven in te zetten, bijvoorbeeld. Iets waar Darwin zich heel sterk
tegen verzette.
Hij verzette zich zeer stevig tegenover slavernij. Hoe kun je dat eigenlijk
verklaren, aan de ene kant toch wel ergens een beetje een beeld van het
superieure blanke ras, om het zo dan te zeggen, of toch van de victoriaanse
cultuur, misschien, en toch tegen die slavernij gekeerd?
Darwin kwam uit een familie die al heel progressief was. Een familie die een
historie had van verzet tegen slavernij. Dus je zou kunnen zeggen dat het hem
een beetje met de paplepel ingegoten was, maar vooral was Darwin iemand die
zeer humanitair bewogen was en die heel erg bekommerd was om menselijk leed en
dat zo veel mogelijk uit de wereld wou helpen. Niet alleen menselijk leed, ook
dierlijk leed trouwens.
Blijken die progressieve ideeën nog in andere domeinen, behalve zijn houding
tegenover slavernij bijvoorbeeld?
Hij hield er op een heel aantal domeinen progressieve opvattingen op na. Hij
steunde bijvoorbeeld allerlei sociale hervormingsideeën, waaronder de beweging
die ijverde voor het afschaffen van kinderarbeid, vooral dan het inzetten van
kleine jongetjes als schoorsteenvegers. Iets wat Darwin verschrikkelijk vond,
een verschrikkelijke praktijk. Hij was ook een voorstander van een hervorming
van het hogeronderwijssysteem in Engeland, dat in die tijd nog sterk beheerst
werd door de clerus. Dat ook zeer rigide was, dat zeer sterk gericht was op het
vanbuiten leren van de klassieken en veel minder op het verrichten van autonoom
onderzoek.
De progressieve ideeën van Charles Darwin, maar ook Darwin als sociaal
darwinist. Dat was nog filosofe Griet Vandermassen van de UG. Wilt u het
allemaal nog eens nalezen, dan is er "In Darwins woorden" van Griet
Vandermassen, Chris Buskes en Ranne Hovius. Uitgegeven bij Uitgeverij
Nieuwezijds en te vinden in de goede boekhandel. In het Darwinjaar meer dan een
aanrader ...
"Little impulse", filmmuziek van Michael Nyman. Die brengt ons bij
de bijdrage van het WF. En dat neemt ons mee naar het filmfestival "Open
doek" van Turnhout. Dat is inmiddels aan zijn 17de editie toe. Met
meer dan 100 films die u elders niet of amper te zien krijgt, een competitie,
aandacht voor vrouwelijke cineasten, aanstormend talent, films in de
gevangenis, schoolprojecten en nog veel meer. Het WF praat erover met
duivel-doet-al Marc Boonen van "Open doek". En we bekijken wat er in
het aanbod zit. "Open doek" heette vroeger "Focus op het
Zuiden", maar werd op een bepaald ogenblik "Open doek", want met
een open houding voor wereldcinema. De eerste vraag ging erover of
"Open doek" wil concurreren met het reguliere filmcircuit. Marc Boonen:
Nee, dat is zeker niet de bedoeling. Wat wel zo is, is dat wij het filmfestival
kunnen presenteren in een commercieel bioscoopcomplex. Maar dat heeft ook zijn
voordelen. Want wij kunnen daar films ook presenteren in de meest optimale
omstandigheden. We zitten niet in een klein achterafzaaltje of in een groezelig
bioscoopje. We zitten echt in een perfecte zaal met prachtig beeld, met ideaal
geluid. Waar je ook echt kunt genieten van de film.
100 films … Dat is een pak. Kun je daar ook een rode draad in herkennen?
Eerst en vooral is er de competitie. En dat is heel belangrijk. Dat hoort ook
bij een filmfestival, dat je een competitie hebt. Dat heeft men van het
grootste festival tot het kleinste. Wel, ook wij hebben dat. Waar we
verschillende juryleden hebben die samen films bekijken en die uiteindelijk een
prijs geven aan een film, waardoor die film ook achteraf in België verdeeld zal
worden en op tv te zien zal zijn. Dat is eigenlijk ook iets heel belangrijks,
dat er na het festival nog enkele dingen kunnen blijven bestaan. Daarnaast
zijn er een aantal thematische lijnen in het festival. Dit jaar hechten we
bijivoorbeeld veel belang aan vrouwelijke cineasten. We willen die eens echt
apart zetten, omdat we merken dat in de filmsector, zeker de laatste jaren, er
heel veel jonge cineasten zijn, vrouwelijke cineasten, die met een enorme
gedrevenheid films maken. En we willen zeker niet terugvallen in oude
feministische theorieën, maar we willen ze zeker dit jaar eens bij elkaar
zetten om mensen de kans te geven om, als die films zo gebundeld zijn, eens te
kijken: wat is dat nu, een vrouwelijke regisseuse? Heeft die een ander verhaal
te vertellen? Gebruikt die een andere verhaalstijl of niet? Die discussie
willen we wat op gang brengen om mensen toch te laten nadenken over het
genderverhaal.
Toch eens eventjes uit dat aanbod een hoogtepunt pikken misschien?
"The Milk of Sorrow", van Llosa, een jonge cineaste. Het is een
verhaal dat eigenlijk een mengeling is van politiek en mythische en
surrealistische elementen. Dus het is wel iets heel aparts. Het was ook een
verrassing dat die film tussen al die grote titels die in Berlijn de competitie
vormden, de Gouden Beer gewonnen heeft. En wij zijn heel blij dat we die in het
festival als allereerste kunnen vertonen. Een fantastische film, die wij op het
festival als allereerste in de Benelux kunnen vertonen. Claudia Llosa is een
jonge Peruaanse cineaste. Het is haar tweede film. Wij gaan ook haar eerste
film hernemen, omdat we dat toch wel belangrijk vinden. En dat is een film die
er voor mij een beetje uitspringt. Eerst en vooral omdat het de Gouden Beer is,
maar ook omdat het zo'n interessant verhaal is, een nieuw verhaal dat echt
mensen, denk ik, zal kunnen ontroeren als ze ook openstaan voor een nieuwe vertelstijl.
Want het is geen evidente cinema die ze brengt. Het is toch wel cinema die
mensen een beetje doet nadenken.
Vrouwelijke cineasten … Dat was de tweede rode draad. Is er ook nog een
derde rode draad?
Er zijn nog een aantal kleinere draden. Maar een heel belangrijke en nieuwe
draad is dat we vanaf dit jaar ook elk jaar een van de Europese culturele
hoofdsteden willen volgen. En dan vooral de landen die in de periferie van
Europa zitten. Het nieuwe Europa. Dit jaar zullen we bijvoorbeeld een aantal films
presenteren uit Vilnius, Litouwen, waarbij we echt proberen om een staalkaart
te brengen van de Litouwse cinema, die eigenlijk ook een heel eigen, aparte
visuele stijl heeft, zeer poëtische cinema is waar we hier in West-Europa
amper iets van te zien krijgen. Ik denk dan aan het feit dat de laatste jaren
geen enkele film uit die Baltische staten in distributie gekomen is. Dus het is
een unieke kans voor de mensen om Litouwen eens te ontdekken.
Nu heb je het over Litouwen. Ik had ook begrepen dat er iets is van een
Turkse link met het festival?
Ja, wij werken samen met 0090. Dat is een Turks kunstenfestival dat in het
voorjaar is; het is pas geweest in februari. En ook met hen hebben wij - want
dat is iets wat "Open doek" ook doet - een jaarwerking en
bijvoorbeeld met hen hebben wij een programmering van Turkse films
gepresenteerd in februari. Nu, als ik juist sprak over Europese culturele
hoofdsteden, in 2010 is Istanbul een van de twee culturele hoofdsteden, en wij
zijn nu al bezig met dat luik Europese culturele hoofdsteden voor volgend jaar
voor te bereiden met Istanbul. Want op dit moment heb ik het gevoel dat in
Istanbul echt heel interessante dingen gebeuren waarbij jonge regisseurs op een
heel aparte, originele manier films maken. Waarbij eigenlijk een van de
opvallende kenmerken is dat de de stilte wordt toegelaten in de film. Iets wat
wij eigenlijk in de meeste films amper kennen. Wel, zij zijn daar totaal niet
bang voor.
Alsof die rode draden niet genoeg zijn … Uiteraard is er een hoogtepunt waar
je toch wel een beetje zelf enthousiast voor bent, en dat is met name rond
Johan Cramer. Toch eens eventjes vertellen wie de man is en waarom of op welke
manier hij past in het festival.
Johan Cramer is een Nederlandse reclamejongen, die heel lang voor een groot
reclamebureau gewerkt heeft, keihard gewerkt heeft, grote campagnes gemaakt
heeft voor grote merken en er op een bepaald moment genoeg van had en heeft
gezegd: 'Iets wat ik het liefst doe, is gaan filmen.' En hij is dan begonnen
met documentaires te maken. En hij heeft nu een pseudolangspeelfilm, een
fictiefilm klaar, "Sing for Darfur", die we heel graag op het
festival presenteren. En waar we wat meer rond willen doen. Juist omdat we dat
toch wel een belangrijke film vinden. De film speelt zich af in Barcelona. Dat
heeft ook een beetje te maken met het feit dat Johan Cramer fan is van de
voetbalploeg van Barcelona en hij grijpt alles aan om in Barcelona te filmen De
film gaat eigenlijk over en is een beetje te vergelijken - iedereen zal dat wel
kennen - in "Man bijt hond" heb je zo dat fragment waar men telkens
iemand volgt en van de ene persoon op de andere overspringt. Wel, zo is zijn
film ook wat opgebouwd. In "Sing for Darfur" gaat het eigenlijk over
een benefietconcert voor Darfur, waarbij mensen de hele tijd daarmee bezig
zijn. En hij volgt al die mensen. Hij toont geen beelden uit Darfur, maar hij
houdt ons een spiegel voor van 'Hoe gaan wij westerlingen daar nu mee om?' Want
dat choqueerde hem enorm. Met wat daar gebeurde in Darfur, gebeurt hier in het
Westen, zeker in Europa, eigenlijk niets mee. En dan hebben we geprobeerd om
rond die film van alles op te bouwen. Want zijn droom is om jonge cineasten in
Darfur de kans te geven om zelf ook films te maken. En we zullen ook tijdens
het festival de bezoekers van die filmvoorstelling een uitnodiging geven voor
een film uit Darfur in 2012. Zij krijgen bij wijze van spreken al het ticket
voor de film in 2012. We willen er ook een beetje een benefietvoorstelling van
maken waarbij de inkomsten ook naar het project van Johan Cramer gaan.
Het is eigenlijk wel een heel sterke must, hé, die Johan Cramer en die film.
Toch nog eventjes vlug ook iets zeggen over toch wel een belangrijk gedeelte
van het filmfestival zelf. Ja, je noemt het misschien gemakkelijkheidshalve
'Films in de gevangenis'. Toch eventjes vlug vertellen waarover het gaat, want
dat is niet onbelangrijk.
De Kempen hebben hier vier gevangenissen heel kortbij. En wij werken met die
gevangenen samen, waarbij we films presenteren in de gevangenis. Maar
bijvoorbeeld in Merksplas laten we de competitie die de jury's op het festival
zien, ook zien in de gevangenis. En dat is een groep van gedetineerden die dan
verschillende avonden die films bekijken en zelf ook een prijs uitreiken, de 'behind-the-scenes
award'. En het is echt, allee, die beleving om met die gevangenen over film te
praten. Dat zijn zeer indrukwekkende momenten, waarbij je eigenlijk ontdekt dat
die mensen ook meer te vertellen hebben dan je op het eerste gezicht zou denken.
In de gevangenis van Merksplas zitten ook mensen uit allerlei landen, uit
allerlei culturen. En juist ook die gesprekken zijn heel interessant rond de
films die wij vertonen op het festival. De mensen die die jury begeleiden, zijn
telkenmale danig onder de indruk van de kwaliteit van wat die mensen te
vertellen hebben. En dat is iets wat wij ook heel belangrijk vinden, om die
buitenwereld ook binnen te brengen in de gevangenis. En voor de gedetineerden
is het ook ontzettend belangrijk het gevoel te krijgen dat wat zij voelen,
denken en beleven, ook in die buitenwereld gewaardeerd wordt.
Gedetineerden in een filmjury, film als benefiet voor Darfur, aandacht voor
jonge vrouwelijke cineasten, … Het filmfestival "Open doek" heeft
heel wat te bieden. En veel meer dan dat.
U verneemt er alles over via de website van "Open doek": http://www.opendoek.be. De 17de editie loopt
van 24 april tot 3 mei 2009 en weldra vindt u het volledige programma op de
website. Maar u kunt intussen ook terecht bij het WF. Dat vindt u aan de
Vrijdagmarkt, 24-25, 9000 Gent. Telefoneren kan op het nummer 09 224 10 75. En
verder is er ook de website http://www.willemsfonds.be.
Zo, daarmee zijn we aan het einde van deze aflevering van HVW gekomen. Uw
reacties en vragen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie. Telefonisch op
het nummer 03 233 7032. En via de website op http://www.h-vv.be.
Wij gaan eruit met muziek van Nicola Piovani op de achtergrond, maar volgende
week zijn we er weer. Met een bijdrage van FS over de vredesactie 'Nato game
over' en we bezoeken het colloquium van Progress Lawyers Network over Migratie
en waardig werk. Luisteren dus, volgende week maandagavond, meteen na de
Nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Nog een fijne avond en graag tot dan.
Daaaaag.
|