Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow SOS-N /WF Eurokartoenale
SOS-N /WF Eurokartoenale

 Opname: 08.05.08

Uitz.: 12.05.08

Samenst.:KVD

Muziek: 15” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 40” Bourrée J. Anderson Jethro Tull 8301982 42” Klein liedje B. Vermeulen B. Vermeulen 7243 8 11518 2 2 1’10” Samba em prelúdio B. Powell V. de Morães/B. Powell TUXCD6039

Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin twee bijdragen. SOS-Nuchterheid is een zelfzorggroep die verslavingsherstel ondersteunt en daarbij vertrekt van de waardigheid van elk individu. We praten erover met Wilfried Van der Borght van SOS-Nuchterheid. Maar er is ook een bijdrage van het WF over het European Cartoon Center. Dat wordt een gesprek met Rudy Gheysens van WF-Kruishoutem, zowat de bezieler van dat Cartooncentrum en bekend van de Eurokartoenale. Maar we beginnen met SOS-Nuchterheid.

Ikzelf ben ondertussen 11 jaar nuchter. Ik heb er 5 jaar AA op zitten. Waarom AA als vrijzinnige? Hoe kom je terecht in AA? Ik heb mij die vraag ook meer dan eens gesteld, maar 11 jaar geleden was er niets anders dan AA. En op aandringen van de mij behandelende geneesheer, het verplegend personeel en zo meer heb ik die stap gezet en heb ik daar gelukkig mijn nuchterheid verder kunnen uitbouwen. Gelukkig heb ik dan een 5-tal jaar geleden SOS leren kennen, heb ik die stap gezet en probeer ik nu mijn ervaringen over te brengen naar de andere mensen.

Wilfried Van der Borght over het herwinnen van zijn nuchterheid en hoe hij daarbij terechtkon bij SOS-Nuchterheid. Want na een ontwenningskuur is het zaak om je nuchterheid te behouden. Als vrijzinnige wou Wilfried Van der Borght geen dogmatische, betuttelende hulp, maar respect voor zijn persoon om zo zijn leven weer zelf in handen te nemen. En dat vond hij bij het seculiere en pluralistische SOS-Nuchterheid. Daarover Wilfried Van der Borght:

Ik had kennisgemaakt met SOS via een artikel in HVW in 2000, als ik mij niet vergis. En dat boekje van HVW is steeds op mijn bureau blijven liggen naast mijn telefoon. En op dat ogenblik heb ik die stap nog niet gezet. Het is pas na een jaar, naar aanleiding van een artikel in De Morgen van mijn ondertussen goede vrienden Leard en Rino, dat ik contact genomen heb met SOS-N. Wat had mij destijds tegengehouden? Ik denk dat het het idee was dat alle verslavingen aan bod komen binnen SOS en ik zag dat niet goed zitten op dat ogenblik. Maar achteraf, dus nu bekeken moet ik toegeven dat ik mijn mening heb moeten herzien en gelukkig maar dat ik die mening kunnen herzien heb, want inderdaad, dat werkt dus perfect: al die verslavingen rond die tafel, zowel bij een gokverslaafde bijvoorbeeld als bij iemand die problemen heeft met alcohol, loopt diezelfde rode draad daardoor, die hunkering, die zucht naar het middel. Ook al neemt de gokker geen middel tot zich, maar wil hij telkens die handelingen uitvoeren die het gokken met zich meebrengt. Ook in het afkicken heb ik moeten vaststellen dat ook die mensen identiek dezelfde afkickverschijnselen vertonen als iemand die afkickt van bijvoorbeeld alcohol.

De oprichter van de organisatie zelf is James Christopher, een Amerikaan. Toch eens iets meer vertellen over die man zelf. Wie was die James Christopher eigenlijk?

James Christopher is een Amerikaan die een afhankelijkheidsprobleem had met alcohol en die in een eerste fase, dus nadat hij nuchterheid had verworven, bij AA ging aankloppen en daar zijn eerste stappen in zijn nuchterheidsproces heeft gezet. Uiteraard voelde James Christopher als vrijzinnige zich daar niet goed, rekening houdend met het feit dat binnen AA met 12 stappen en 12 tradities wordt gewerkt en dat daar ook van de deelnemers aan de vergadering een onderwerping aan een hogere macht wordt verlangd of vereist. Christopher voelde zich daar absoluut niet thuis en heeft dan zelf een initiatief genomen om te starten met een seculiere vereniging onder de naam SOS Sobriety, dus Secular Organization for Sobriety, of Save Our Selves.

Hoe succesvol was die organisatie in de VS?

Ja, in den beginne, alle begin is moeilijk. Dat is moeilijk van de grond gegaan, maar uiteindelijk is SOS-Nuchterheid, als ik het zo mag stellen, als ik het zo mag vertalen, een wereldwijde organisatie geworden die over de hele wereld afdelingen telt. In alle landen wereldwijd.

Dus ook in België. Een aantal dingen worden uiteraard wel overgenomen uit de werking van de VS.

Ja, de mensen die bij ons komen of die bij ons aankloppen, zijn meestal lotgenoten die reeds een en ander aan hun afhankelijkheidsprobleem hebben gedaan. M.a.w. ofwel hebben zij reeds op eigen houtje de stap gezet om nuchter te worden, nuchter te blijven en aan die nuchterheid te werken, ofwel hebben zij dat reeds gedaan via een opname in een paaz-afdeling, een psychiatrische afdeling verbonden aan een algemeen ziekenhuis, of via een ontwenningskliniek – ik noem er voor de vuist een paar op: Pittem, Scheldewindeke, Tienen, enz. Waar zij dus een volledig programma hebben afgewerkt gedurende een 8-tal weken tot 3 maanden ongeveer en waarna zij dan beslissen in een soort van nazorg eventueel bij ons terecht te komen om verder die nuchterheid te bestendigen en als een nuchter mens verder door het leven te kunnen gaan.

Samengevat zou je kunnen zeggen dat uiteindelijk na het onderkennen van het verslavingsprobleem, behandeling van het verslavingsprobleem, het voortzetten van dat onthoudingsproces, nuchterheid dus, dat dát vooral gestimuleerd wordt. Dan is het eigenlijk aan jou, aan de ex-verslaafde dan, zelf?

Uiteraard is het aan de persoon met het afhankelijkheidsprobleem zelf om aan zichzelf te werken. Wij bieden hem daartoe de gelegenheid in een aantal aanspreekpunten die wij organiseren over heel Vlaanderen. Momenteel zijn er dat 18, denk ik, waar de mensen de gelegenheid krijgen om op een bepaalde dag van de week, bv. van 20.00 tot 22.00 uur, samen met lotgenoten aan het probleem te werken, ervaringen op te doen, te leren uit hun mislukkingen, uit successen van anderen die met hetzelfde probleem te kampen hebben en daar de nodige lessen uit te trekken voor de toekomst.

Bij verslaving is er altijd sprake van een soort van spiraal. Ik denk dat het dan misschien ook belangrijk is om een beetje te verduidelijken wat dan bedoeld wordt met ‘verbreek de spiraal van het verslavingsgedrag’. Hoe doe je dat concreet?

Bij ons staat de persoon centraal en wij zijn ervan overtuigd dat ieder individu kracht en macht genoeg heeft in zichzelf, dat ieder individu wijsheid genoeg heeft om aan zijn probleem te werken, om zijn nuchterheid te verkrijgen, te overwinnen, om die te bestendigen en als een nuchter mens in schoonheid door het leven te kunnen gaan.

Als u zegt ‘wij’, dan zijn het precies de ervaringsdeskundigen die op een of andere manier geconfronteerd zijn geweest met een verslavingsprobleem en daarmee hebben kunnen breken. Kunt u toch eens eventjes vertellen welke ervaring die mensen dan hebben?

De mensen die bij ons rond de tafel zitten of de bijeenkomsten leiden, zijn uiteraard ervaringsdeskundigen die sedert een aantal jaar nuchter zijn, die nuchterheid hebben kunnen bewaren en die hun ervaring die zij opgedaan hebben – hetzij mislukkingen, hetzij successen – kenbaar maken aan hun lotgenoten.

De organisatie steunt dus vooral op ervaringsdeskundigen, maar dat wil helemaal niet zeggen dat er geen professionele hulp bij komt kijken, nietwaar?

Neen, absoluut niet, want SOS-Nuchterheid onderstreept o.a. het belang van professionele begeleiding in alle fases van een proces dat moet leiden tot nuchterheidsopbouw, consolidatie en nazorg. Tevens onderstrepen wij dat SOS-Nuchterheid zelfzorg zich beperkt tot zelfzorg en zich uitdrukkelijk nooit in de plaats stelt van professionele begeleiding. Tevens onderstrepen wij dat SOS-Nuchterheid Zelfzorg een aanzet kan zijn tot het inschakelen van professionele begeleiding of een aanvulling van reeds bestaande begeleiding.

Nu hebt u al een paar keer verwezen naar een heel apart kenmerk van SOS-Nuchterheid, namelijk dat seculiere. ‘Herstel zonder dogma’: dat verdient misschien ook wel een beetje uitleg.

Ja, SOS-Nuchterheid is seculier en ondogmatisch. Maar aan de andere kant zijn wij pluralistisch naar de deelnemers toe, omdat niet alle mensen die bij ons komen aankloppen vrijzinnig zijn, maar onze deur staat open voor iedereen. Wij zijn van oordeel dat iedereen recht heeft om geholpen te worden om weer het goede pad te kunnen bewandelen.

Dat was nog Wilfried Van der Borght van SOS-Nuchterheid. Die organisatie heeft een website en daarvoor surft u naar www.sosnuchterheid.org. Maar u kunt ook de klok rond terecht op het centrale nummer: 09 330 35 35. En tevens meegeven dat er in elke grote Vlaamse stad een nuchterheidsgroep is. Zo ging er onlangs ook in Brussel een begeleidingsgroep van start. Die kunt u ook contacteren via de lokale CMD’s.

‘Klein liedje’, een prettig gestoord nummer van Bram Vermeulen. En dat brengt ons tot de bijdrage van het WF. Die gaat over cartoons en over het European Cartoon Center in Kruishoutem. Goede cartoons geven ongezouten hun mening over het reilen en zeilen in de samenleving. En dat weet men al lang bij WF-Kruishoutem.

Ik denk dat het algemeen geweten is dat het cartoongenre nogal neerbuigend bekeken wordt en niet beschouwd wordt als grote kunst. Ik beschouw dat integendeel als een van de topkunsten. Een goede cartoon moet niet alleen de boodschap bevatten, maar moet bovendien puik getekend zijn. En grafisch volledig onderbouwd zijn, anders is dat sowieso een slechte cartoon, hoe goed de grap ook kan zijn. Ik zit regelmatig in jury’s in binnen- en buitenland en het gebeurt dikwijls dat we zeggen: ‘Ja, dat is toch wel knap gevonden. Jammer dat het zo slecht getekend is.’ Die jongen valt alweer ervan tussen. Dus het is wel belangrijk dat het grafisch volledig ondersteund is. En het betreft volgens mij toch een van de moeilijkste kunstvormen die er zijn binnen het gebied van de grafiek.

‘Een van de moeilijkste kunstvormen die er zijn binnen het gebied van de grafiek.’ Rudy Gheysens van WF-Kruishoutem, maar ook en misschien vooral bekend van de Eurokartoenale van Kruishoutem en sinds enige tijd ook van het European Cartoon Center. Het WF praatte met hem over cartoons en over dat nieuwe centrum. En dat is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Rudy Gheysens:

Wij hadden in 1978 contact met Zak, de bekende cartoonist, en die stelde ons voor om tijdens de paasfeesten waar de Gulden Eifeesten altijd zijn in Kruishoutem, iets te doen rond cartoons. Wij hebben dat dan ook gedaan en dat was onmiddellijk een succes. Dat was de aanleiding voor het WF om daar verder in te gaan. We hebben dan een wedstrijd opgestart die nu geresulteerd is in een tweejaarlijkse wedstrijd voor cartoontekenaars en die uitgegroeid is tot een van de grootste van de wereld. Wij hebben veel meer deelnemers uit veel meer landen dan Knokke-Heist, maar Knokke blijft nog altijd de klinkende naam in het cartoonwereldje. En zo is alles gegroeid tot wanneer de toenmalige gedeputeerde voor Cultuur van de provincie Oost-Vlaanderen ons zei: ‘Jongens, dat is telkens in een andere locatie, in een refter van de school, in de sporthal, zowat overal nieuwe locaties, het zou toch eens interessant zijn mocht er een vaste stek kunnen zijn voor die Kartoenale.’ En zo is dankzij de steun van de provincie Oost-Vlaanderen het European Cartoon Center tot stand gekomen.

Goed. Wat mogen de mensen daar dan verwachten? Wat loopt er momenteel?

Onze bedoeling is om telkens 2 tentoonstellingen te organiseren die elkaar een beetje aanvullen en de bedoeling is ook om op het einde van het jaar een volledig overzicht gebracht te hebben van wat er reilt en zeilt in het cartoonwereldje en ook de diverse genres die er heersen in het cartoongebeuren naar voren te brengen. Nu hebben we de karikaturen uitgekozen, en dat zijn karikaturen van Jan Op De Beeck die zowat de paus van de Belgische karikatuurwereld is. Het zijn een 120-tal karikaturen van internationale personen, want hij werkt zeer veel in het buitenland, en, natuurlijk een aantal plaatselijke politici; die kennen dat dan niet en daarom zijn het internationale figuren. Daarnaast hebben we ook een tentoonstelling over ‘Les rêves de cochons’. Dat is van een Franse cartoonist, Pierre Ballouhey, en u begrijpt al waar hij naartoe wil: hij vergelijkt dus de varkens met de mensen. Wat dus uiteraard zeer komische toestanden kan teweegbrengen.

Ja, als mensen eens eventjes willen bekijken wat het allemaal inhoudt, dan kunnen zij ook naar de website gaan, hé, die geven we straks wel mee. Daar staan ook een paar cartoons op die nu ook in het European Cartoon Center hangen. Vanuit toekomstperspectief misschien ook eens eventjes zeggen wat de plannen zijn met dat centrum?

Vanaf juni hebben we een gastland, dat is de cartoonwedstrijd van Lechnica in Polen die zowat ‘the best of’ zal brengen. En daarnaast hebben we een huiscartoonist, Stefaan Provijn uit Sint-Martens-Latem, die zijn persoonlijke tentoonstelling krijgt van juni tot september. En dan in september hebben we een zeer grote tentoonstelling over perscartoons in Congo in de periode 1957-2007, maar wij hebben dat geconfronteerd met de Belgische cartoons van Belgische cartoonisten met cartoons over Congo uit diezelfde periode. En dat is een tentoonstelling die chronologisch opgebouwd zal worden en waarbij wij ook de nodige toelichting zullen geven. Want u begrijpt dat mensen van 20 jaar nu nog nooit gehoord hebben van Tsjombe, Lumumba en Kasavubu. Dat zijn allemaal namen die een beetje vergeten zijn. Tenzij bij de oudere generatie. Dat willen we dus opnieuw naar voren brengen. Daarnaast hopen we tegen september klaar te zijn met een volledig pedagogisch project voor de derde graad van de basisschool, waarmee we proberen de cartoon tot bij de jeugd te brengen.

Ik voel dat u enorm veel belang hecht aan cartoons. Dat kan ook moeilijk anders, hé. Maar je zou ook eens kunnen gaan kijken naar dat eigenlijk belang van cartoons in onze maatschappij. Dat valt toch niet te onderschatten uiteindelijk, hé?

Uiteraard niet. En ook in het verleden is het altijd zo geweest. Ik lees vandaag in de krant dat er in het Félicien Ropsmuseum in Namen nu een tentoonstelling loopt over Engelse cartoons over Napoleon. Dus altijd is de cartoon het middelpunt geweest voor de satire om toestanden te hekelen. Soms was het ook een gemakkelijk middel omdat nogal wat mensen analfabeet waren en dus geen kranten konden lezen of zo, en dan waren die tekeningen natuurlijk uitstekend geschikt om de situatie aan te klagen. Wij gaan daar ook duidelijk wat voorbeelden van geven, want zodra de mogelijkheid er is om de bovenverdieping van ons gebouw voor het publiek toegankelijk te maken, zullen we daar de geschiedenis van de Belgische cartoons sinds 1835 brengen. En daar zullen ook duidelijk die weliswaar reproducties van die oude spotprenten tentoongesteld worden waarin u duidelijk ziet hoe maatschappijkritisch ze toen waren. En dat loopt dan tot heden ten dage. Denk maar aan Gal, die nog altijd even hard en cynisch kan zijn in zijn cartoons. Dat bestaat nog altijd, ook Zak en anderen, die gaan dus ook zo'n beetje het hele verhaal vertellen van de maatschappijkritiek die er via de cartoon geleverd wordt.

Er zijn misschien ook goede en minder goede of zelfs slechte cartoons. Wat maakt een cartoon tot een goede cartoon?

Ik zou een onderscheid willen maken tussen perscartoons en andere cartoons. De perscartoon heeft over het algemeen wat tekst nodig om de situatie duidelijk te kunnen maken. Dat is eigen aan de perscartoon. Maar voor de echte cartoon, dus de doodgewone cartoon, is één punt zeer belangrijk: eenvoud, zodat je in één blik de situatie kunt snappen. De gag, de hekel onmiddellijk kunnen snappen. Dat is het belangrijkste van een cartoon. Ik zeg altijd tegen jonge cartoonisten als ze beginnen: ‘Maak je tekening, leg die eventjes aan de kant, neem die de volgende dag terug en neem je gom erbij. En kijk wat je allemaal kunt weglaten. Leg die opnieuw weg en neem die terug. En nog vereenvoudigen … Al wat niet noodzakelijk daarbij hoort, alle franjes eraf. En uiteindelijk zal dat de beste cartoon zijn die overblijft.’

Ik denk dat wat dat betreft Kruishoutem toch wel een voortrekkersrol heeft, ook inzake – het is daarstraks ook al eventjes aan bod gekomen – het organiseren van een Eurokartoenale. Dit jaar is er geen, dacht ik, maar in 2009 is er wel een. Hoe staat het daar al mee?

Over het thema kan ik op dit ogenblik nog weinig zeggen, omdat we dat proberen wat te linken aan de sponsor. Wij werken telkens met een thema omdat dat de cartoonist, de tekenaar ertoe moet drijven iets nieuws te creëren. En hoe moeilijker, zou ik bijna zeggen, het thema is, hoe creatiever hij moet teruggrijpen om een goede en nieuwe cartoon te maken. En kan hij niet zomaar terecht bij zijn pak cartoons die in zijn kast zitten, en daar eentje uitgrabbelen omdat het per toeval het thema is dat al voor de tweeduizendste keer aan bod komt. Ik denk nu terug aan de Olympische Spelen, er zijn al honderden cartoonales geweest met thema's als computer, spelen, fruit, wijn, en dergelijke meer. Wij proberen telkens iets totaal nieuws. Vermoedelijk zal het thema ‘zand’ worden. Zand en grind. Er zullen niet veel cartoonisten een stapeltje van liggen hebben. En het nieuwe dat gecreëerd wordt, is ook interessant voor de mensen die dan jureren. ‘Die heb ik nog niet gezien, dat is origineel gevonden.’ En zo zijn wij wel de voortrekkers. Rudy Gheysens van WF-Kruishoutem over cartoons, de Eurokartoenale 2009 en het European Cartoon Center. En dat is zonder meer een aanrader voor een bezoek. Dat kan elke zondag van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 17.00 uur, en – niet onbelangrijk – de toegang is er gratis. Dat laatste kan dankzij de inzet van vrijwilligers. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van het ECC en daarvoor surft u naar www.ecc-kruishoutem.be. Ook even meegeven dat het WF ook in uw buurt cartoontentoonstellingen organiseert. Zo kunt u van 16 tot 30 mei gaan kijken naar de 16e Eurokartoenale ‘Sloten en sleutels’ georganiseerd door Willemsfonds Provinciaal Verbond Antwerpen en WF-Westerlo in het gemeentehuis-gemeenschapscentrum van Westerlo. En voor nog meer informatie kunt u bij het Nationaal Secretariaat van het WF terecht. Dat vindt u aan de Vrijdagmarkt 24-25 in Gent. Telefoneren kan op 09 224 10 75. En uiteraard is er ook de website: www.willemsfonds.be. Zo, deze aflevering van HVW zit erop, maar uw vragen en bedenkingen kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie: HVW, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op het nummer 03 233 70 32. Verder is er ook de website van de vrijzinnige verenigingen; daarvoor surft u naar www.h-vv.be. Wij gaan eruit met muziek van Jethro Tull op de achtergrond, maar volgende week zijn we er weer. FS heeft het dan met Rik Pinxten over ‘De grote transitie’ en het VF heeft een bijdrage over Vrouwenvluchthuis Afghanistan. Volgende week maandagavond, meteen na de Nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaaaag.

 

Valide CSS!