| Ronald Commers - Artsen Zonder Vakantie |
|
Uitz.: 16.01.2012 Opname: 12.01.2012 Samenst.: KVD/FS Muziek: 1'30" Msumeno M.I. Matona M.I. Matona RGNET1158CD 0'15" Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 0'20" Sankanda J.S. Bach P. Akendengué SK 64542 1'00" Lukunzi The Master Musicians of Tanzania Id. RGNET1158CD Goedenavond en welkom bij HVW. Zo meteen kijkt FS samen met Ronald Commers terug op veertig jaar universiteit. Een overzicht dat Commers brengt in zijn boek "Jeugd die niet voorbijgaat. Denkweg in terugblik". Maar we hebben het ook over Artsen Zonder Vakantie. Medici die in hun vakantie vrijwillig naar Afrikaanse ziekenhuizen trekken om er zorgen te verstrekken. Niet evident om uiteenlopende redenen. Yves Claes vertelt ons straks meer over het hoe en wat daarvan: "Ik ben Yves Claes. Ik ben anesthesist sinds 1991. Dus net twintig jaar nu. Toen ik pas afgestudeerd was als anesthesist, heeft ooit een collega mij gevraagd: "Wil je ooit eens niet meegaan met Artsen Zonder Vakantie?" Ik kende de organisatie toen ook nog niet. Ik zeg: "Ja, ik wil dat wel doen." En toen zijn we naar Congo getrokken. En ik ben dat blijven doen. Bijna jaarlijks zo, dus veertien dagen per jaar naar Afrika trekken." Yves Claes van Artsen Zonder Vakantie. Straks vertelt hij ons wat je als vrijwillige arts in Afrika zoal meemaakt. Maar eerst Ronald Commers bij FS over veertig jaar universitaire carrière. Van Ronald Commers verscheen onlangs het boek "Jeugd die niet voorbijgaat. Denkweg in terugblik". Het is een afscheid van een meer dan veertigjarige loopbaan in het universitair onderwijs. Een verzameling van artikels, brieven, beschouwingen, lezingen en redevoeringen die een tijdspanne van ruim veertig jaar overspannen. Maar misschien eerst de titel. Die is niet toevallig gekozen! Ronald Commers: "Neen, inderdaad niet! De titel verwijst naar twee auteurs die mij de laatste tien, vijftien, twintig jaar geïnspireerd hebben. Het zijn joodse filosofen of filosofen met een joodse signatuur, want ik moet oppassen wat ik daar zeg. Dat is in de eerste plaats Levinas, "La jeunesse qui ne passe pas", zoals hij die formulering gebruikt in een van zijn essays, een opstel opgenomen in de bundel "L'humanisme de l'autre homme". Ik vond het heel kenmerkend dat hij, sprekend over 1968, met zijn gemengde gevoelens over wat er toen gebeurd is, dan zegt: ha ja, men zegt vaak dat, als de jeugd maar eens zou weten, ze het nog wel zal leren, en daar antwoordt hij op: er is een jeugd die nooit voorbijgaat. Dat is de jeugd van de wakkere geest. Nu, ik zeg niet dat ik die mezelf toedicht, maar dat moet in elk geval het streefdoel zijn. In de tweede plaats, het verwijst wel naar joodse wijsheid, ook uit de chassidische literatuur. Ik denk dat van Rabbi Nachman, maar dat speelt nu geen rol, de uitspraak bekend is "het is verboden om oud te worden", het is verboden om een deprifilosofie of -denken voort te brengen. In de tweede plaats Hans Jonas, "Denkweg in terugblik", dat is een formulering die je terugvindt ook in een bundel van artikels van Hans Jonas, een belangrijke Duitse filosoof die in de Verenigde Staten werkzaam was. Dat waren twee inspiratiebronnen. Dus ik dacht: als je terugblikt op veertig jaar, dan is het natuurlijk een terugblik, dan zie je een denkweg. Een denkweg is niet als een autostrade tussen weet ik het wat, tussen Wenen en Boedapest, dat is een kronkelende, zelfs Holzweg, zou men kunnen zeggen, als men er Heidegger bij zou halen. Dat is kronkelig. De denkweg verloopt niet rechtlijnig, er zijn setbacks, er zijn dingen waarvan je zegt: God, waarom heb ik dat nou zo gedacht! Vandaar die titel." - Het boek is onderverdeeld in elf hoofdstukken. De artikels zijn niet chronologisch gerangschikt. Welke ordening hanteer je? "Ik kan niet zeggen dat die ordening nu heel rationeel overwogen werd. Ik ben wel begonnen, als ik even blader, over socialisme. Ik kom uit een sociaaldemocratische familie, ik ben een socialistisch militant geweest, ik heb als student een radicale periode doorgemaakt. Dat was wel heel centraal. Ik dacht: daar moet ik mee aanvatten, dat is een begin. Misschien ook een tribute aan iemand met wie ik toch meer dan vijfentwintig jaar samengewerkt heb; dat ging niet over rozen, maar dat was toch, ultiem beoordeeld, een heel knappe samenwerking, namelijk Jaap Kruithof. Hij zou het misschien wel hebben kunnen appreciëren dat de intro over socialisme was. Daarbij aansluitend toch wel, daar zie je toch wel een soort verband, kritiek op totaliteitsdenken, een denken dat voortdurend vooropstelt dat je alles kunt weten en dat, als je alles weet, je alles kunt plannen, en als je alles kunt plannen, dan heb je dus een absoluut meesterschap over alles. Ja, de stalinistische vervormingen, maar ook neoliberale vervormingen, daar weten ze het ook allemaal. Dat vond ik ook belangrijk. Dat is aansluitend. Ja, ik ben vrijmetselaar, over vrijmetselarij. Dan wordt de volgorde wel een beetje niet toevallig, het verwijst naar belangrijke interessepunten, naar activiteiten en getuigenissen van mezelf als vrijmetselaar, geëngageerd, moraalfilosofie, uiteraard omdat ik natuurlijk binnen in de filosofie als ethicus was tewerkgesteld. Dan over inter- en multiculturaliteit, een heel belangrijke dimensie van onze samenleving, de laatste dertig, veertig jaar. En ga dan zo maar door... Mijn engagement in het kader van het onderwijs, als iemand van het openbare onderwijs, het seculiere onderwijs. Leek mij heel belangrijk. Ik heb met een zekere vreugde kunnen terugblikken op die artikels van jaren geleden. Als het gaat over de Aktiegroep Kritisch Onderwijs, dan moeten we toch al teruggaan tot 1970, zo ongeveer in die periode. Dat was formidabel als je daarop terugkijkt, naar wat er sindsdien allemaal niet gebeurd is in verband met de hervormingen van het onderwijs. Eén hervorming waarover men nooit spreekt, namelijk de leerlingennorm naar beneden, het taalonderwijs stimuleren en al dat soort dingen, dat zijn zaken. Maar dan ook opvallend, ik heb vaak samengewerkt met mensen uit de kunstwereld, hoofdzakelijk uit de muziekwereld. Ik denk aan Jan Raes bijvoorbeeld, ik denk ook aan Lucien Goethals, de grote componist van elektronische muziek, maar ook aan mensen uit het theater. Eigenlijk is het zo'n beetje de caleidoscoop van activiteiten. Ik behoorde eigenlijk altijd al wel - ook filosofisch, denk ik - tot het ras van de generalisten. Ik ben nooit de specialist van één auteur, van één domein geweest. Misschien ook hier weer de invloed van twee belangrijke leraars, universitair beschouwd dan, Leo Apostel en Jaap Kruithof. Leo Apostel was een groot specialist, maar eigenlijk was hij ook een schitterende generalist." - Het boek getuigt van een intellectueel engagement, zoals je daarnet al zei, in het maatschappelijk debat. Toch heb je nooit het grote publiek of de media opgezocht of bereikt. Waarom niet? "Misschien was dat een beetje een vadermoord, het me afzetten tegen mensen uit mijn departement, want het was moeilijk om dat beter te doen dan Jaap Kruithof bijvoorbeeld. Dat was in de jaren zeventig een enorme mediafiguur, als intellectueel, als geëngageerde mens. Ik heb het eerder in de luwte gedaan, denk ik. De engagementen zijn er wel geweest, maar nu moet ik zeggen dat ook voor mij opvallend is de laatste jaren, dat is toch al meer dan een decennium bezig, de complete mediatisering. Mensen zoeken het nu op, je hebt "De slimste mens", waaraan politieke figuren en wijsgeren meedoen. Soms zit ik daar met een zekere verwondering, soms ook met een ontzetting naar te kijken. Hoe platvloers dat op de duur ook wordt. Nu zeg ik niet dat dat de hoofdreden is. Je moet ook in Vlaanderen - wat men Vlaanderen noemt, hé, dus cultureel en politiek ook - zoiets opzoeken als de jetset. Je moet behoren tot de nomenclatura. Wat mij wel is opgevallen, is dat men je ook vaak wegcijfert. Het is een beetje dubbel. Ik heb het niet opgezocht, ik heb nooit sterk de bedoeling gehad om nu veel tijd te gaan besteden aan een soort van lobbying. Bijvoorbeeld bij de publicatie van dit boek of andere boeken: als je niet tot de ideologische, politieke, culturele nomenclatura behoort, dat is een nieuwe nomenclatura, dan val je eruit. Het draait in Vlaanderen, denk ik - daar moet eens een goede degelijke sociologische studie over gemaakt worden - rond vijfhonderd tot minder dan duizend mensen. En die komen altijd weer aandraven en die roepen elkaar op. Dat is wat mij de laatste tijd stoort. Maar het is ook mijn eigen fout. Ik had het qua lobbying natuurlijk beter kunnen doen, naar de recepties gaan, naar de vernissages gaan enzovoort. Je present maken, presentabel maken ook. Dat heb ik niet gedaan." - In de laatste vier decennia heeft de sociale realiteit zich drastisch gewijzigd. Vinden we dat ook terug in de keuze van de artikels én betrap je jezelf daarbij op, wat je dan zelf noemt, monumentale vergissingen? "Als ik even terugkeer naar die indeling, die artikels, theoretische beschouwingen over socialisme, denk ik: goh, dat is een engagement geweest waaraan ik kan blijven vasthouden en waar ik denk mezelf niet op fouten te kunnen betrappen. Er is het maatschappelijk debat, sedert meer dan twee decennia, drie decennia ongeveer, over multiculturaliteit en interculturaliteit. Daar zou ik thans in elk geval ietwat voorzichtiger standpunten innemen, laten we zeggen dat dat ook duidelijk is, in de bijdragen die ik heb opgenomen in het boek, omdat ik mezelf wat corrigeer. De artikels die het meest recent zijn, betreffen het islamdebat in onze samenleving. Ik denk inderdaad dat er problemen zijn met islam in het algemeen. Dat dit betekent dat je ook wat voorzichtiger moet zijn met het "hoera hoera, we zijn naar een multiculturele samenleving aan het evolueren". Zo eenvoudig is dat niet. Tja, daar zou ik inderdaad van zeggen: een zekere naïviteit of een groot optimisme, dat zou ik mezelf kunnen verwijten. Maar ik heb geprobeerd om het duidelijk te stellen door natuurlijk de artikels naast elkaar te plaatsen, uit de jaren tachtig en dan 2000 en 2010." Tot zover nog Ronald Commers. Zijn boek "Jeugd die niet voorbijgaat. Denkweg in terugblik" is een uitgave van ASP én is te koop in de goede boekhandel. "Msumeno", en dat is Tanzaniaanse muziek van Mohammed Issa Matona. Die brengt ons naar Afrika en Artsen Zonder Vakantie. Benin, Burkina Faso, Kameroen, Congo, Rwanda, ... Het zijn maar enkele van de landen waar Artsen Zonder Vakantie werkzaam is. Artsen Zonder Vakantie is een Belgische organisatie die jaarlijks zowat 350 artsen en paramedici op vrijwillige basis naar Afrikaanse ziekenhuizen stuurt om er medische zorgen te verstrekken, het lokale personeel op te leiden en materiaal te leveren. Een van hen is anesthesist Yves Claes. Al twintig jaar een Arts Zonder Vakantie. Ervaring zat dus wat medische ontwikkelingshulp betreft. En vooral: allemaal verre van evident. Uit een lang gesprek met hem maakten we de volgende montage. "De eerste keren dat ik naar Congo geweest ben, begin de jaren negentig, was vooral voor poliochirurgie. Wel, dat waren dikwijls mensen die zelf polio hadden en geholpen waren. Die bleven dan, in die lokale missieposten was het meestal, zelf werken. En dat was gewoon met houten blokjes, stukken betonijzer, leder: enorm, enorm vindingrijk dat zij die dingen maakten. Nu wordt er ook meer door andere ontwikkelingsorganisaties voorzien in orthopedische werkplaatsen. Maar dat is meestal met vrij eenvoudig materiaal, handbediend. Maar ja, dat met lokale mensen die daarvoor opgeleid worden en dat meestal vrij goed doen." "Ja, dat is een enorme cultuurshock. Een enorme ervaring. Ik had vijf jaar in een academisch ziekenhuis gewerkt waar we alle mogelijke apparatuur hadden om de beste geneeskunde te kunnen doen die er voorhanden was. En dan trokken we naar ginder met twee rugzakken, waarin een beetje spuitjes en naalden en overschotten van anesthesiemiddelen, een paar rolletjes gips en een paar doosjes draad zaten. En dat was het. Zo trokken wij daar naar Oost-Kasaï. Er was zelfs geen elektriciteit. Dus alles werd gesteriliseerd in een soort houtvuurtje, met stoom. Om licht te hebben, moesten we gewoon de brancard - want er was zelfs geen operatietafel - voor het venster schuiven. Zolang we zonlicht hadden, konden we opereren. En dat is een enorme shock. Maar het heeft mij enorm veel bijgeleerd toen ik terugkwam. Als je zag met hoe weinig middelen wij toch eigenlijk een behoorlijk resultaat konden krijgen. En als je dan ziet wat er hier gebruikt wordt om soms de meest eenvoudige operaties te doen... Ik zal niet zeggen dat er verspilling is, hoewel het er hier toch op begint te lijken, hoor. En ginder... Ja, goed, naalden worden gehersteriliseerd met formol, restjes draad worden weer opgerold en gesteriliseerd. Dus dat was een hele andere wereld, hé. Er zijn ziekenhuizen waar je aankomt en waar alles verdwenen is, waar alles kapot is. Waar je niet merkt dat we er ooit geweest zijn. En dan zijn er andere ziekenhuizen waar we jaar na jaar, zelfs twee tot drie keer per jaar, terugkomen en waar je toch merkt dat er iedere keer iets blijft hangen. Het materiaal wordt vaak goed onderhouden, het personeel heeft wat bijgeleerd, de protocols die je achterlaat, worden toegepast. Zodus, dat valt best mee, maar het is zeer variabel. Heel vaak hangt het eigenlijk van een paar mensen ter plaatse af. Als die wegvallen of verhuizen, of gepensioneerd geraken, dan is er heel dikwijls geen follow-up. Dan is het afgelopen.Je gaat er op lange termijn nooit echt zeker van zijn of dat iets zal bijbrengen. Maar ik stel mij altijd tevreden met het idee van: kom, ik ben nu ginder geweest. Ik heb in twee weken tijd vijftig à zestig mensen geopereerd. En voor die maakt het wel een verschil natuurlijk. Het zijn heel vaak ingrepen die men in Afrika zelf niet kan. Zoals die poliochirurgie. Dat zijn dingen... Er zijn in de meeste Afrikaanse landen geen orthopedisten. Als wij dat niet gaan doen, dan doet niemand het. En die kinderen... Dat zijn meestal jonge volwassenen eigenlijk, dus. Je kent polio waarschijnlijk, hé? Kinderverlamming, dat geeft enorme contracturen van de verlamde spieren. Dus eigenlijk kruipen die mensen over de grond zoals een spin. Die hun leven speelt zich af op zestig centimeter boven de grond. Als je die gewrichten weer recht kunt maken en ze kunnen met een kruk rechtop lopen, dan is dat een enorm verschil, hé..." "Specialisten heeft men er natuurlijk bijna niet. Dus, het zijn, als er artsen zijn, algemeen opgeleide artsen, die zes jaar geneeskunde hebben gedaan. Maar die mensen kunnen een aantal basisoperaties bijvoorbeeld zelf perfect uitvoeren. De meeste artsen kunnen even goed een keizersnede doen zoals een gynaecoloog hier dat doet. Maar in de meeste ziekenhuizen zijn er maar een of twee artsen. Dus met een algemene opleiding. En zij moeten alles doen. Ik merk bijvoorbeeld dat in Congo de artsen vrij goed opgeleid zijn. Als je bijvoorbeeld malaria hebt, dan kun je beter bij een lokale arts op consultatie gaan dan dat je het zelf gaat proberen op te lossen. Zij hebben een goede opleiding. Maar er zijn er veel te weinig, zeker in het binnenland. In heel kleine ziekenhuizen is er dikwijls geen arts of er komt er eens eentje voorbij eenmaal per week of zo. En de rest wordt opgelost door verpleegkundigen of medische assistenten, zoals men het soms noemt. Dat zijn mensen met een korte, zeer praktijkgerichte opleiding.Als je ziet dat een land zoals Kameroen vorig jaar maar zeventig artsen opgeleid heeft voor een bevolking van een paar tientallen miljoenen. Dus dáár ligt eigenlijk het probleem. Het verbaast mij eigenlijk altijd te zien met hoe weinig middelen de artsen ginder ook zeer goed hun plan trekken. Hetgeen wij eigenlijk van chirurgie doen, is eerder aanvullend, maar je moet het in samenwerking doen met de mensen ginder, want zonder een lokale partner, zonder een ziekenhuis gaat het niet. Zij rekruteren ook de patiënten, zij sparen ze op. Het zijn meestal geen urgente ingrepen, het zijn dingen die best een paar maanden kunnen wachten. Die mensen worden dan opgetrommeld op een moment, of zelfs enkele weken voordat wij aankomen, zodat wij kunnen werken." "Materiaal is het grote probleem, hé. We hebben dat vaak gedaan om oude, afgedankte anesthesie- en radiografietoestellen naar ginder te sturen, maar eigenlijk is dat geen oplossing. Die dingen die hier versleten zijn en afgeschreven zijn, werken ginder zeker niet. Zeker in die tropische omstandigheden: al wat rubber is, gaat heel snel kapot. De stroom is er niet altijd betrouwbaar. Dus dat soort dingen doen we eigenlijk bijna niet meer, tenzij het gaat om chirurgische instrumenten die een mensenleven kunnen meegaan, maar die nog degelijk zijn. Maar een oplossing die we ervoor gevonden hebben, bestaat erin goedkopere Chinese kopieën te kopen voor monitors, voor echografietoestellen. Die kosten ongeveer een tiende van wat je dat hier betaalt. Goed, die kwaliteit is zeker niet zo degelijk als de Amerikaanse en Europese toestellen, maar ze moeten ook niet zo intensief gebruikt worden als hier, en als ze dan toch maar de helft van de tijd meegaan voor een tiende van de prijs, is dat een mooi compromis voor ons." "De hygiënische omstandigheden waarin de mensen ginder leven, zijn ook totaal anders dan hier. Dus kun je je voorstellen dat ook in die ziekenhuizen het er heel anders toegaat. Bijvoorbeeld de eerste keer dat je dat ziet, zeg je: "Wat is dat hier voor een smerige boel." Maar als je dan ziet hoe de mensen daar thuis moeten leven, ja, dat is nog veel erger. Dan valt dat ziekenhuis eigenlijk nog best mee. En ik moet zeggen: op gebied van infecties valt het eigenlijk ook zeer goed mee. Mensen zijn ginder heel wat meer gewoon. Hier hebben we problemen van allergieën omdat we geen afweer meer hebben. We hebben het niet meer nodig. En ginder, ja... Mochten wij geopereerd worden in de omstandigheden zoals ginder operaties uitgevoerd worden, wel ik denk niet dat een blanke het er twee dagen zou overleven. En ginder... Ziekenhuizen zijn geen hotels ginder. Zij zorgen dan wel voor de ingreep. Bovendien moet de patiënt meestal alles zelf betalen. Er zijn weinig landen waar enige vorm van sociale zekerheid bestaat. In Rwanda begint dat een beetje, en in Benin. Op vrijwillige basis dan, waar de mensen zich op vrijwillige basis kunnen aansluiten bij een soort ziekenfonds zoals het hier bij ons bestaat, maar die hebben natuurlijk zeker niet de mogelijkheden en de budgetten ter beschikking om alles te betalen. Daarom zijn onze zendingen in veel van die landen ook heel welkom omdat wij gratis werken. En we brengen gratis het materiaal mee. Dus de patiënt hoeft enkel een klein symbolisch bedrag te betalen voor zijn verblijf in het ziekenhuis, waar dan nog de familie voor eten en drinken moet zorgen. Maar de ingrepen worden gratis uitgevoerd. En ja, daar zijn zo een paar ziekenhuizen waar men dat zeer goed weet, en waar er telkens twee- à driehonderd mensen staan te wachten de eerste dag van de consultatie, maar wij kunnen er dan vijftig à zestig maximaal plannen. Ja, dan is het een teleurstelling voor de rest die terug naar huis moeten. Voor ons is het een beetje triëren en zien: welke zijn hier de dingen die we met het meeste succes, het minste gevaar, het minste risico..., of wat is het dringendst, wie staat het langst te wachten? Dat zijn zo'n paar... Ja, je moet het vrij arbitrair doen. Je moet kiezen, hé." "Je moet kiezen...", Yves Claes over zijn missies met Artsen Zonder Vakantie in Afrika. Die organisatie kan nog steeds alle hulp en steun gebruiken. Voor meer informatie surf je naar hun website: <www.artsenzondervakantie.be>. Van harte aanbevolen. Met jouw vragen kun je ook terecht op onze redactie. Telefonisch op 03-233.70.32. En via de website van de HVV op <www.h-vv.be>. Doorklikken als je de uitzending nog eens wilt beluisteren. Volgende week zijn wij er weer. Met een bijdrage van het WF over de Benaberprijs en de Huizen van het Nederlands. Maar FS heeft het dan ook over hoe het gesteld is met onze genen.Volgende week maandag, meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Dáág. |