Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Rob Devos over Biopolitiek en postfordisme
Rob Devos over Biopolitiek en postfordisme
HVW – HVR

Uitz.: 15 08 11
Opn.: 11 08 11 & 07 07 11
Real.: Frank Stappaerts & Viona Westra

VF / Rob Devos over “Biopolitiek en postfordisme”

Beginindicatief
--
Goedenavond en welkom in HVW. En straks praten we met Rob Devos over zijn onlangs verschenen boek “Biopolitiek en postfordisme”. Want starten doen we met het VF:

VF

MUZIEK

Van Rob Devos verscheen onlangs het boek “Biopolitiek en postfordisme”. En daarin lees ik dat we sinds de jaren zeventig een grondige transformatie van onze maatschappij kennen. En die transformatie die duid hij met het begrip postfordisme!

De termen fordisme en postfordisme zijn afkomstig uit de auto-industrie. Fordisme slaat op de manier waarop Ford in Amerika zijn bedrijf en de relatie met zijn werknemers opgezet heeft. Welnu, mijn idee is dat die fordistische naoorlogse maatschappij, inderdaad sinds de jaren zeventig, in een grondige mutatie terecht gekomen is die men dan duidt als postfordisme. Laat me dat even uitleggen. Wat is een fordistische arbeidsvorm? Typisch voor het fordisme is een sterke terroristische organisatie van het arbeidsproces. Het globale takenpakket wordt opgedeeld in een aantal deeltaken, denk aan het lopende bandwerk of ‘Modern Times’ van Chaplin. De individuele arbeider heeft geen zicht op zijn eigen werk in dat geheel zodanig dat er een streng verticale machtsverhouding is, een bevelshuishouding. Arbeiders worden in dat systeem geïntegreerd en op die manier wordt sociale vrede georganiseerd via hoge consumptiemogelijkheden. Dus hoge lonen, zij het dat het gaat om de consumptie van standaardproducten. Het is een boutade, elke arbeider bij Ford moet zijn eigen auto kunnen aanschaffen, als het maar een zwarte Ford is. Typisch voor die naoorlogse fordistische maatschappij was ook dat de arbeid je een loopbaan opleverde. Je was vrij zeker van je werk, zeker ook van promotiekansen, zoniet voor jezelf, dan minstens voor je kinderen, en je werk bezorgde je vrienden, kameraden, denk aan de mensen die bij Sabena werkten. Wij zijn ‘les sabeniens’. En, een sterke tussenkomst van de staat in het economisch proces, Keynes. De overheid grijpt actie in in de economie. Welnu na de tweede wereldoorlog is die heel Amerikaanse way of life bij ons overgenomen, zij het met een sterke sociale correctie. En dan wordt de welvaartstaat, typisch naoorlogse welvaartstaat, uitgebouwd die heel sterk georganiseerd is volgens een verzekeringsmodel. Het voordeel van het verzekeringsmodel is dat je niet moet af gaan op individuele verantwoordelijkheid, maar objectieve risico’s kunt berekenen en manipuleren. Jacques Donselot (?) heeft over dat model een boek geschreven met de titel “Les declins des passions politiques”. De socialistische partijen worden in het bestel geïntegreerd en de werkgevers en de werknemers, zo worden ze genoemd, worden sociale partners die met mekaar overleggen en tot compromissen komen met als gevolg ook een hoge syndicalisatiegraad.

Maar, sinds de jaren zeventig is dus een ontwikkeling op gang gekomen die je postfordistisch noemt. Het gaat dan om een nieuwe organisatie van arbeid, meer nog, eigenlijk gaat het om een heel nieuwe productiewijze en zelfs om een nieuwe leefstijl, een nieuw ethos. Wat is er nu typisch aan dat postfordisme?

Het is een zeer vraaggerichte productie. De cliënt staat centraal zodanig dat men niet meer standaardgoederen kan produceren, maar moet inzoemen op de individuele voorkeur, branding heet dat, van cliënten. Dat model van de industrie deint uit van de auto-industrie naar andere productietakken, maar ook naar het onderwijs waar de student, de leerling centraal staat en de leraar niet langer leermeester is, maar een coach van een leerproces. Ook in de zorgverlening staat de patiënt centraal, of in de hulpverlening. Het is ook een systeem waar je heel flexibel moet zijn. Je hebt geen loopbaan meer maar je hebt een bepaalde job. Je hopt van het ene project naar het andere. Sleutelwoorden zijn innovatie, creativiteit, flexibiliteit. Men overlegt op de werkvloer zelf. De traditionele bevelshuishouding wordt vervangen door een overleg, een onderhandelingshuishouding. Ook in de gezinnen bijvoorbeeld. Heel dat systeem is ook mondiaal georganiseerd. Er ontstaat niet een door de staat geleide natie-economie, maar een netwerk of een netwerk van netwerken. Het ‘empire’ noemt Negri dat, waarin de staat slechts één van de vele actoren is naast multinationals en internationale ondernemingen.

Uw boek heet ‘Biopolitiek en postfordisme’. Wat postfordisme is hebt u nu heel duidelijk geschetst, maar waar ligt dan die link met biopolitiek?

Postfordisme is een term uit het management en de sociologie, de maatschappijanalyse. Biopolitiek, biomacht, is een term van de filosofie. Ik heb in mijn boek geprobeerd om dat filosofische begrip, ik ben een filosoof van vorming, precies materialistisch te duiden door het te linken aan de nieuwe organisatie van het arbeidsproces. Wat is biomacht? Het is een idee dat afkomstig is van Michel Foucault. Foucault laat precies zien hoe macht niet alleen politieke macht is, georganiseerd door de staat, maar hoe macht ingrijpt op die individuele levens en de individuele lichamen van de mensen. Foucault is vooral historisch geïnteresseerd. Hij laat dat zien in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw, terwijl een groep Italiaanse filosofen, mensen als Negri, Virno, Morfino (?), Lazzarato, gebruiken dat begrip biomacht om precies de hedendaagse maatschappijvorm te analyseren. De idee is dan dat in het fordisme de arbeider een arbeidstijd verkoopt, terwijl in het postfordisme verkoopt hij zijn hele levenstijd. Er is, Deleuze noemt dat de controlemaatschappij, de macht en de arbeid neemt in toenemende mate beslag van ons leven. Heel concreet: de grenzen tussen arbeidstijd en vrije tijd vervagen. Je neemt je werk eigenlijk mee naar huis, je zit achter je computer. Maar ook intensief neemt de controle voortdurend toe. Je kennis, je competenties, je loyauteit, je vaardigheden, zijn in toenemende mate belangrijk voor het arbeidsproces. Op een sollicitatiegesprek kan je uiteindelijk nog moeilijk zeggen, dat is privé, dat gaat u niet aan.

Je hebt het over een maatschappelijke verandering, maatschappelijke verschuivingen, maar ook is er op het terrein van de filosofie een evolutie. Van een ontmaskeringsfilosofie of een filosofie van het wantrouwen zijn we gekomen naar een affirmatieve filosofie!

Met een ontmaskeringsfilosofie bedoel ik een vorm van hyperkritiek. Wij zijn als filosofen meesters in het ontmaskeren van ideologie en machtsmechanismen en ik zou vanuit mijn vorming ook zeer gevoelig zijn voor de kwalijke kanten van dat postfordisme. Richard Sennett heeft daar bijvoorbeeld een heel indringend boek over geschreven met de titel “The corrosion of Character”. Wij zijn hyperflexibel, berekenende mensen, jonge mensen met win/win-relaties en Sennett vraagt zich af of dat uiteindelijk ook ons karakter, de duurzaamheid van relaties en de belangenloosheid van engagement niet aantast. Als ik het dan heb over de switch van een ontmaskeringsfilosofie naar een affirmatieve filosofie bedoel ik daarmee dat een ontmaskeringsfilosie ook kan vastlopen in het doorprikken van illusies en uiteindelijk in cynisme. Cynisme is goed als je ze maar met mate beoefent. Vandaar dat, dat ond ik het interessante bij de Italianen, zij heel sterk inzoemen op de kansen die zo’n postfordistische maatschappij oplevert. Hier ontstaan namelijk nieuwe vaardigheden, creativiteit, die ontstaan op de werkvloer zelf. Horizontale machtsverhoudingen en hun hele vraag is of dat ook politiek zou kunnen dienstbaar gemaakt worden.

En daarbij denken ze dan aan een of andere vorm van radicale democratie!

Het idee is dat de vertegenwoordigende democratie, ik denk dat we het daar over eens zijn, op dit moment in een serieuze crisis beland is. Het enthousiasme dat mensen ooit aan de dag gelegd hebben om het algemeen kiesrecht te kunnen veroveren dat enthousiasme is op dit moment ver weg. Ze beschouwen hun burgerplicht als een plicht, heel vaak zelfs als een karwei. En volgens de Italianen is die vertegenwoordigende democratie in crisis beland omdat de competenties die op de werkvloer zelf ontwikkeld worden in die vertegenwoordigende democratie heel partieel aangeraakt worden. Het idee is: zou de tijd niet rijp zijn om een vorm van democratie te ontwikkelen waar mensen de creativiteit en de innovatievaardigheden die ze ontwikkelen op de werkvloer zelf, ook in een politieke vorm weten uit te drukken.

Dat klinkt hoopvol!

Dat hoop ik! Wat ze schrijven blijft daarover heel vaak een beetje vaag dus het blijft wachten naar verdere uitwerking, maar in elk geval vind ik het een heel boeiend onderzoeksproject.

En tot zover nog Rob Devos. Zijn boek “Biopolitiek en postfordisme” is een uitgave van Garant en is te koop in de goede boekhandel.
En daarmee zijn we aan het eind aan HVW. Samenstelling en presentatie waren van VW en FS. De tekst van dit programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Tel. 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je de tekst ook op h-vv.be waar je de uitzending nog even kunt herbeluisteren.
Volgende week heeft KVD het over de nieuwe uitgave van HVW-magazine, deze keer over seksualiteit, en is er ook een bijdrage van het WF..
Dit was het wat ons betreft, nog een goede avond en graag, tot volgende week!
--

Muziek
10”    High Heels – Sakamoto            Sakamoto        262975

 

Valide CSS!