| Pius XII en de vernietiging van de Joden |
Een boek van Dirk Verhofstadt en enkele reacties daarop
Vijftig jaar geleden, op 9 oktober 1958, stierf Pius XII, de meest besproken paus uit de wereldgeschiedenis. Velen beschouwden hem als een van de grootste pausen ooit, tot Rolf Hochhuth in 1963 zijn controversiële toneelstuk Der Stellvertreter publiceerde. Hochhuth beschuldigde Pius XII ervan dat hij niets ondernomen had om de jodenvervolging aan te klagen, laat staan te stoppen. Deze vraag is weer actueel. Ten eerste omdat het Vaticaan volop bezig is Pius XII heilig te verklaren. Ten tweede omdat de katholieke Kerk nog steeds geen schuld heeft bekend. Tot slot omdat de laatste rechtstreekse getuigen van deze dramatische gebeurtenis aan het verdwijnen zijn.
Over "Pius XII en de vernietiging van de Joden" schreef de pers:
Jeannick Vangansbeke (Geschiedenis.nl) Ook onze eigen voorzitter Rik Pinxten heeft zo het één en ander te zeggen over deze publicatie. Hierbij zijn recensie:
Dit is een vreselijk boek. Het is een schitterend boek, maar jammer
genoeg ook bijzonder ontluisterend voor de figuur over wie het gaat, en
voor het instituut van de rooms-katholieke Kerk. Als je op een rijtje
zet wat Verhofstadt hier allemaal aan feitenmateriaal heeft verzameld
en tegelijk beseft dat invloedrijke kringen in het kerkinstituut bezig
blijven met de vroegere paus als rolmodel of groot kerkvorst de
geschiedenis te laten ingaan door hem heilig te verklaren, dan word je
een beetje bang. Bang voor de toekomst wanneer blijkt dat de
onverzettelijkheid van het grote gelijk over vele, vele lijken toch
moet blijven zegevieren en dat een manifeste misdaad tegen de mensheid
dat niet zal mogen verhinderen. Let wel, paus Pius XII is zelf geen
massamoordenaar in deze fase van de geschiedenis van zijn instituut,
maar de ‘hoge waarde van de plicht tot spreken’ is in dit hele dossier
rond de concentratiekampen zeer duidelijk en bewezen ontkend door de
paus en zijn entourage.
Hierbij volgen ook nog enkele binnengelopen reacties op deze recensie.
Beste Heer, André Leemans (15/03/2009) ----------------------------------------------------------------------------
Na grondige lezing van Dirk Verhofstadts werk
over Pius XII en de Holocaust, en na een aanvankelijke aarzeling,
onderschrijf ik ten dele Rik Pinxtens conclusies zoals samengevat in
Liberales 13/03/09, maar ook slechts ten dele. Ik onderschrijf dat
Verhofstadt méér dan grondig zijn historisch huiswerk heeft gemaakt en
dat zijn bewijslast verpletterend is. Ik onderschrijf dat hij dit op
een genuanceerde wijze doet en geen heksenjacht ontketent of voortzet.
Uiteraard onderschrijf ik ook Pinxtens stelling dat ‘het fameuze
principe van de onfeilbaarheid van de paus (sinds 1870) dat ook
aangehaald wordt in het boek, het voor het instituut van de Roomse Kerk
extra moeilijk maakt om inclusief te denken over de mensheid als divers
en feilbaar,’ maar om die conclusie te bereiken is dit boek van
Verhofstadt natuurlijk niet nodig. Tenslotte ben ik het volmondig eens
met Pinxtens visie dat ‘onze rechtstaat de enige garantie is om de
barbarij van toen niet opnieuw te moeten beleven, en het systematisch
ontwijken of verhullen, wegkijken of selectief dulden van regels en
feiten is kwalijk voor de hele constructie van de democratische
rechtstaat’. Toch denk ik dat Pinxten – en Verhofstadt – de essentie
niet begrepen hebben. Waarom?
Verhofstadts boek presenteert zich als meer dan
een afrekening met één specifieke paus, of als een afrekening met één
specifieke katholieke dwaasheid – de onfeilbaarheidsleer. Het
presenteert zich als een afrekening met precies dat Europa waarvan
Verhofstadt zich als de vertegenwoordiger opwerpt, en hij zegt dat al
met zoveel woorden in zijn inleiding: ‘Het was immers precies in het
christelijke Europa dat zich de grootste moordpartijen in de
geschiedenis hebben voorgedaan (…). Op het Europese grondgebied zijn
het liberalisme, en met het liberalisme het individualisme en het
kosmopolitisme, in de eerste decennia van de twintigste eeuw ten onder
gegaan’ (p. 12). Dat is eenvoudig niet waar en brengt het boek –
ondanks zijn indrukwekkend bronnenonderzoek – terug tot wat het echt
is: een ideologisch pamflet. Daar is op zich niets op tegen, maar dan
moet men het ook vanuit dat criterium benaderen.
Om te beginnen: liberalisme, individualisme en
kosmopolitisme zijn geen natuurlijke verschijnselen, zoals het modieuze
cultuurrelativisme – schatplichtig aan het antropologische
structuralisme – ons probeert wijs te maken. Het zijn historische
verschijnselen die in het postchristelijke Europa, en de ervan
afgeleide Verenigde Staten, zijn ontstaan en NERGENS ELDERS TOT
VANDAAG. Zij zijn er ook niet ten onder gegaan maar integendeel gered.
Dat gebeurde met behulp van die Verenigde Staten, met als voorlopige
afsluiting de val van de Muur in 1989, en dit na een dubbele regressie
die in geen van haar beide aspecten christelijk maar door en door
heidens waren. Dat zowel stalinisme als nazisme zich in hun regressieve
pervertering bedienden van religieuze retoriek, dat Stalin zelf op een
blauwe maandag orthodoxe seminarist was en Hitler christelijke symbolen
accapareerde voor zijn neopaganisme, maakt van beide dictators nog geen
‘christelijke moordenaars’ en maakt het christendom ook niet
verantwoordelijk voor de misdaden van de twintigste eeuw.
Door dit echter impliciet als uitgangspunt te
nemen introduceerde Verhofstadt een tendentieuze stelling die hij
nergens hard maakt maar die precies past in de ideologie die Rik
Pinxten zelf propageert in naam van wetenschap. Uiteraard gaan
christenen niet vrijuit aan de misdaden in de geschiedenis en iedereen
kan het lijstje opdreunen, van kruistochten via inquisitie tot
heksenjachten. Maar dergelijke oprispingen van haat en geweld, vaak
gevoed door irrationele angst, kwamen in alle culturen voor, ook in de
geschiedenis van het liberalisme en individualisme, wij hoeven slechts
te herinneren aan Robespierre. De bewering echter dat de grootste
moordpartijen in de geschiedenis intrinsiek christelijk waren, is
grotesk en gebaseerd op precies dat wat de cultuurrelativisten kwijt
willen raken: een excessief christelijk schuldcomplex. Zij reiken
daarmee een vrijbrief uit aan de agressieve beschavingen van vandaag
die zich beroepen op het christelijke verleden (dat zij van de westerse
geleerden hebben leren kennen) om de misdadigheid van hun eigen
cultureel en religieus verleden te ontkennen. Wel verontwaardiging over
de Kruistochten dus, niet over de 350 jaar eerder begonnen Jihad.
Terechte woede omwille van de burgerslachtoffers in Gaza maar geen
woord van medeleven met de slachtoffers van de zelfmoordaanslagen,
enzovoort.
Pius XII dan. Dit was een onaangename man,
bekrompen in de zin waarin vele academici bekrompen zijn, opgesloten in
een eigen kunstmatige wereld, gevangen in een onwrikbaar paradigma. Dat
belet niet dat hij het recht heeft bekeken te worden in zijn Sitz im
Leben en dan ontmoeten we waarschijnlijk een getormenteerde maar moreel
hoogstaande figuur. Die toont Verhofstadt – ondanks zijn indrukwekkende
bronnenonderzoek – ons niet echt. Ik weerhoud kort twee elementen.
Verhofstadt weidt niet uit over de achtergrond
van Eugenio Pacelli die opgeleid werd in de diplomatieke dienst van
Benedictus XV, de oorlogspaus van ’14-’18. Cruciaal in de Vaticaanse
diplomatie was dat zij neutraal wilde blijven, niet omdat er
katholieken aan beide kanten vochten, maar omdat zij hoopte te
bemiddelen, en zo het leed te verminderen. Die lijn heeft Pius XII
later doorgetrokken op dezelfde verbeeldingloze wijze als Leopold III
de obsessie van het niet verlaten van het Belgische grondgebied van
zijn vader Albert I heeft voortgezet. Beiden maakten dezelfde blunder,
zij zagen het verschil niet tussen een oorlog tussen twee
imperialistische blokken en één tussen krachten die de barbarij
verdedigden en krachten die op onvolmaakte manier de democratie
belichaamden (en daartoe een alliantie sloten met één van beide
barbaren).
Tweede zwakheid van Verhofstadt: hij duidt
Pacelli’s angstvallige en vaak pijnlijke neutraliteit tegenover het
nazisme – bijvoorbeeld bij de laffe inval van het katholieke Polen na
het Molotov-Ribbentrop Pact – vanuit zijn vrees voor het communisme en
wuift dat eigenlijk weg als een teken van bekrompenheid. Hij vergeet
daarbij dat het Vaticaan bijzonder goed ingelicht was over wat er in de
Sovjet-Unie gebeurde en daar – in tegenstelling tot vele Europese
liberalen – zeer bezorgd over was. Hij wist van de uithongering die in
de Oekraïne eind jaren twintig plaatsgevonden had voor Hitler zelfs
maar een uitzicht had op de macht in Duitsland en miljoenen doden had
gekost. Hij wist van de Moskouse processen en arbitraire
massadeportaties die waarschijnlijk meer slachtoffers veroorzaakten dan
de Holocaust en die plaatsvonden voor Hitler (in 1938) echt met de
Jodenvervolging was begonnen. Hij wist ook dat beide oorlogvoerende
partijen de meest verschrikkelijke wreedheden begingen, ik herinner aan
de massamoord op Poolse officieren door de Sovjetische commissarissen
in Katyn (1940) nog voor de Einsatzgruppen van Hitler met dezelfde
technieken te keer gingen (1941).
Pius XII wist inderdaad heel veel, maar hij
dacht ook dat de wereld er niet beter op werd als hij de ene dictator
zou steunen tegen de andere, wat Churchill en Roosevelt feitelijk wel
hebben gedaan. Misschien heeft hij daarin een beoordelingsfout gemaakt,
maar dat is daarom geen morele fout. In Yalta werd de natie om wie de
oorlog was begonnen – Polen – zonder scrupules uitgeleverd aan één van
haar beide agressors, aan Stalin, en de Poolse vliegeniers, die als
leeuwen gevochten hadden in de luchtoorlog om Londen in 1940, werd in
1945 zelfs het recht ontzegd om deel te nemen aan de overwinningsmars
in die stad. ‘Europa’ in zijn geheel was zo laf voortaan een oorlog die
in september 1939 begonnen was te betitelen als ’40-45’. In Nürnberg
zetelde ongestoord een rechter – een Sovjetische – die zelf in de
beklaagdenbank had moeten zitten, want schuldig aan alle drie de
aanklachten, samenzwering tegen de democratie, beginnen van een
ongerechtvaardigde oorlog en genocide. Men kan zich daarom afvragen wie
eigenlijk het luidst gezwegen heeft.
Dat praat Pius XII niet goed, ook ik keur zijn
stilzwijgen af, maar beschouw dit niet als een morele doch als een
tragische beoordelingsfout. Ik weiger Verhofstadt ook te volgen in zijn
derde suggestie dat dit stilzwijgen deels te wijten was aan het latente
antisemitisme dat voortleefde in de katholieke kerk. Toegegeven: de
overgeërfde afkeer van de Joden in de evangeliën van Johannes en
Mattheus – met de beruchte godsmoordperikoop – heeft Hitler geholpen,
als glijmiddel gefungeerd mag je zeggen. Maar het antisemitisme van de
nazi’s was geen verlengstuk ervan. Het was een logische uitloper van
een andere vorm van antisemitisme, eentje voorgekomen uit het LIBERALE
denken, uit het sociaal-darwinisme van de atheïsten Herbert Spencer en
Ernest Haeckel, en tot een lugubere ideologie uitgewerkt door
antichristenen als Arthur Gobineau en Houston Chamberlain.
Betekent dit dat ik christelijk antisemitisme –
of preciezer: de Jodenhaat – wil goedpraten? Uiteraard niet, maar ik
wil hem wel kaderen in de geschiedenis van het antisemitisme in het
algemeen en die is verre van voltooid en wordt vandaag sterk gehinderd
door een bijna pathologische neiging om het Jodendom sacrosanct te
verklaren, en er op een seculiere manier toch weer een Uitverkoren Volk
van te maken. In de polemiek wordt merkwaardig genoeg voorbijgegaan aan
de beschrijving van het eerste (verijdelde) pogrom tegen Joden in de
geschiedenis, in het Joodse Boek Esther dat dateert uit de derde eeuw
voor de christelijke tijdrekening. De eenvoudige waarheid is immers dat
de Jodenhaat een complex fenomeen is dat momenteel toegeschreven wordt
aan het christendom alléén maar feitelijk teruggaat op de Oudheid en te
maken had met – zoals het Boek Esther aangeeft – het feit ‘dat dit volk
zich apart houdt’, steeds een uitzonderingspositie opeiste en
waarschijnlijk ook van in de Oudheid (via het netwerk van de halve
shekel) de internationale geldhandel controleerde. Nogmaals: ik vind
dat geen reden om mensen of een volk te vervolgen, maar blijkbaar
oordeelden doorheen de geschiedenis velen er anders over, en dat waren
zeker niet alleen christenen.
Dat wordt verdoezeld in het werk van Verhofstadt
met als duidelijkste uiting zijn beschrijving van wat hij ‘één van de
eerste progroms tegen Joden’ noemt, in het jaar 38 na Christus in de
Egyptische stad Alexandrië (p.51). Wie dit oppervlakkig leest zou
kunnen denken dat het om een christelijk pogrom ging, terwijl
er in werkelijkheid toen nog amper christenen waren, en het een Griekse
aanval betrof, zoals beschreven door de Joodse filosoof Philo. Hij werd
ontketend door het volk waaraan wij de seculiere filosofie danken omdat
de Joodse stadsgenoten (terecht) verweten werd dat zij wel de lusten
maar niet de lasten van het burgerschap wilden dragen. Het feit dat
Verhofstadt dit in zijn zo omvangrijk boek vergeet te vermelden, is op
zijn zachtst tendentieus te noemen want de allereerste geregistreerde
aanval van christenen op Joden vond pas 350 jaar later plaats, in het
Syrische Kallinikon, in dezelfde periode overigens dat in Alexandrië de
aanval plaatsvond op het Serapeum, met zijn beroemde wetenschappelijke
bibliotheek. Ook dat had de auteur mogen vermelden, temeer omdat in de
tussenliggende periode het Jodendom tot drie keer toe was gedecimeerd
door de Romeinen (66-73, 115-118, 132-135) zonder dat er christenen bij
betrokken waren. Opmerkelijk daarbij is overigens dat men veelal
vergeet dat het officiële rabbinaat van Yavneh ondertussen de
vervolging tegen de christenen actief had aangemoedigd door hen – via
de Birkat ha-Minim of ‘vervloeking van de ketters’ – uit de synagogen
te stoten, wat hen veroordeelde tot het statuut van ‘religio non
licita’, niet toegestane godsdienst.
Dat de christelijke Jodenhaat onweerlegbaar
afkeuring verdient is daarom evident maar even evident is dat de
heidense Jodenhaat de christelijke lang vooraf ging en dat de Joodse
christenhaat ook historisch eerst is gekomen, los van de omstreden
kwestie of Jezus zelf nu door een Joodse of door een Romeinse rechtbank
werd veroordeeld. Dat deze christelijke Jodenhaat – een virulente en
langdurende reactie op de eerdere Joodse christenhaat – de nazistische
vergemakkelijkt heeft is ook een feit, maar hij was er oorzaak noch
oorsprong van. Hitler zelf legde zijn obsessie in Mein Kampf bloot als
een reactie op ‘vijftienduizend volksbedervers’ die hij liefst vergast
had gezien omdat zij – als bolsjevieken en woekeraars – enerzijds de
moraal van het vaderland zouden hebben ondermijnd, anderzijds op zijn
rug oorlogswinsten zouden hebben geboekt. Helaas voor het Jodendom, het
is inderdaad een uitzonderlijk slim volk – tien procent van de
Nobelprijzen met 0,3 promille van de wereldbevolking. En dus stamden er
inderdaad proportioneel veel kritische journalisten uit hun rangen,
plus hadden een aantal onder hen zich als specialisten in
grootdistributie verrijkt met leveringen aan het front.
Wat betekent dit nu voor de figuur van Pius XII?
Het debat rond zijn optreden is ongetwijfeld cruciaal en het is juist
om te protesteren tegen zijn eventuele heiligverklaring, maar dit debat
kan niet als inzet hebben – zoals Etienne Vermeersch in een reactie op
het boek van Verhofstadt gesteld heeft – dat de katholieke kerk als
morele instantie getoond heeft dat zij overbodig is, vermits ze geen
moreel baken is geweest toen Europa dit nodig had. Het liberalisme is
dat ook niet geweest, zo min als het Jodendom zelf. Op de conferentie
van Evian van 1935 waren de democratieën zeer terughoudend tegen opname
van Joden uit Duitsland, in Frankrijk protesteerden Joodse organisaties
tegen een toevloed van geloofsgenoten en van vooraanstaande zionisten
is geweten dat zij slechts Joden opnemen wilden die of geld of jeugdige
werkkracht bezaten. Als het erom gaat met boter op het hoofd in de zon
te gaan staan dan mag men Pius XII in het rijtje zetten naast David Ben
Goerion en Winston Churchill en zovele anderen die vandaag bejubeld
worden als heldhaftige strijders tegen het fascisme. Waarom dan toch
die voortdurende aanvallen op de nagedachtenis van Pius XII?
Die vertrekken volgens mij vanuit een onbewuste
agenda, een agenda van zelfhaat die de tak wil afzagen waar Europa zelf
op zit. Het liberalisme waar Verhofstadt, en het kosmopolitisme waar
Pinxten zich op beroept zijn maar ontstaan in Europa omdat het
christelijke wortels had. In het christendom werd voor de eerste keer
in de geschiedenis de menselijke persoon centraal geplaatst, hij werd
zo belangrijk geacht dat Gods eigen zoon zijn leven voor hem gegeven
had. Dit heeft de diepe kern uitgemaakt van de latere Verklaring van de
Rechten van de Mens, een verklaring waar in geen enkele andere
beschaving ooit de aanzet toe werd gegeven. Let wel: ik ben zelf al
lang geen ideologische katholiek meer, hoogstens een sociologische. Dat
die Verklaring er maar kwam in verzet tegen een Kerk die ondertussen
die boodschap perverteerde, is een andere kwestie. Door vandaag het
christendom tot meest misdadige beschaving ooit uit te roepen, openen
de cultuurrelativisten de poort voor andere beschavingen die de
mensenrechten niet erkennen – zelfs niet formeel – en hun immoreel
waardestelsel als moreel gelijkwaardig willen erkend zien. Met als
onvermijdelijk gevolg de invoering van de shariah en de verdrukking van
de vrouw en de dhimmi’s of andersgelovigen. In naam van de strijd tegen
een Middeleeuwse kerk wordt zo de Middeleeuwse Islam via een
achterpoortje binnengeloodst. Dat is niet Verhofstadts agenda, hij
realiseert zich dat volgens mij niet eens, maar wel de onvermijdelijke
uitkomst ervan. Eddy Daniels (14/3/2009) ---------------------------------------------------------------------------- Uw reactie hieraan toevoegen? Mail naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
|