| PVH Vermeersch - Reynaert |
|
HVW 27.06.2011 - PVH Vermeersch/Reynaert Opname: 23.06.2011 Uitz.: 27.06.2011 Samenst.: KVD/FS Muziek: 1'00" Signe E.Clapton E. Clapton 9 45024-2 1'30" Tarantelle J.K. Mertz R. Smits ACC 23158 Goedenavond en welkom bij HVW. Onlangs was er de uitreiking van de tweejaarlijkse Prijs Vrijzinnig Humanisme. Wij waren erbij en zo meteen krijgt u stukjes uit de lofrede door Johan Braeckman en uit de aanvaardingsrede van Etienne Vermeersch zelf. Maar verder in de uitzending ook een bijdrage van FS. Daarin praat hij met Rudi Malfliet over "Van den Vos Reynaerde". Maar eerst de PVH. * * * "Geachte aanwezigen, meneer de voorzitter van het Vlaams Parlement, mevrouw de voorzitter van de Mens.Nu - en de Mens.Nu is de nieuwe mooie naam voor Unie van Vrijzinnige Verenigingen -, dames en heren hoogwaardigheidsbekleders, beste vrienden, beminde ongelovigen, uw talrijke aanwezigheid bewijst het feit dat het hoog tijd werd dat onze eregast de Prijs Vrijzinnig Humanisme kreeg. Niet helemaal toevallig doen we dat vandaag op de Internationale Dag van het Humanisme. En helemaal niet toevallig gebeurt het in een van de gebouwen van de Universiteit Gent, waar onze laureaat zoveel jaren een eminente rol vervulde." * * * Erik Strieleman bij de opening van de uitreiking van de PVH aan Etienne Vermeersch. Daarin volgt Vermeersch een eminent lijstje vrijzinnige voortrekkers op. Etienne Vermeersch kreeg de prijs "vanwege zijn gedreven engagement vanuit vrijzinnig-humanistisch oogpunt, steeds op basis van sterke argumenten, met aandacht voor ethische kwesties, dat al gedurende generaties een belangrijke maatschappelijke impact heeft". Tot zover alvast de motivatie door de jury, want Etienne Vermeersch is meer dan dat. Dat bleek ook uit de gesmaakte lofrede van Johan Braeckman. Wij laten u daaruit enkele stukjes horen. * * * Dames en heren, Clement Attlee, de politieke rivaal van Winston Churchill, stond bekend als zeer bescheiden. Churchill merkte op dat Attlee dan ook veel had om bescheiden over te zijn. Nu is bescheidenheid niet de eerste karaktertrek die men in verband brengt met Etienne Vermeersch, maar er is dan ook veel waarover hij onbescheiden mag zijn. Wie bezit zoveel kennis over zoveel disciplines en onderwerpen als hij? De kloof tussen de zogenaamde twee culturen, de humanities enerzijds en de natural sciences anderzijds, bestaat wel degelijk, maar niet in het hoofd van Etienne. Of het nu over Shakespeare of de tweede wet van de thermodynamica gaat, over Lysistrata of de niet-euclidische meetkunde, over de Vespers van Monteverdi of de moleculaire biologie, Etienne kan erover meepraten. De kans is bijzonder groot dat hij er meer van weet dan u en ik. Er is zelfs een zeker risico dat hij je duidelijk maakt wat je precies verkeerd begrepen hebt, en hoe dat zo gekomen is. Ik vermoed dat er behoorlijk wat mensen rondlopen die zich een dergelijke conversatie met Etienne nog levendig herinneren. Misschien hebben ze reeds een groep opgericht op Facebook, ik zou het moeten nakijken. Hoe dan ook is het zogoed als zeker dat eenieder die door Etienne op een denkfout of een lacune in zijn kennis is gewezen, meteen ook het genoegen smaakte de correcte informatie van hemzelf te horen. Het is een van zijn essentiële eigenschappen: de drang en de wil om uitleg te verstrekken, om onbegrip te bestrijden, om misverstanden te voorkomen. Hij kan het als geen ander, het is een van zijn grootste talenten. * * * Etiennes maatschappelijk engagement en gedrevenheid bracht hem ertoe om ook buiten de universiteit belangrijke verantwoordelijkheden op te nemen. Zo was hij in 1999 en 2000 voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek, en zat hij, op verzoek van de Federale overheid, de "commissie-Vermeersch" voor, die na de tragische dood van Semira Adamu in 1998 het uitwijzingsbeleid evalueerde en aanbevelingen formuleerde. Het was wellicht de meest frustrerende taak die hij ooit op zich nam. Een taak die uitgevoerd moest worden, maar ongetwijfeld vreselijk ondankbaar was. Men kan immers, in acht genomen de politieke complexiteit, de morele en emotionele beladenheid en de diepe humanitaire dimensie van de asielproblematiek, onmogelijk hierover een reeks opvattingen naar voren brengen die aantoonbaar voor iedereen sluitend zijn. * * * Maar onmiskenbaar gaat het in zijn leven over authenticiteit, waarheid en ethiek. Daarom denk ik dat Etienne de grootste vorm van tevredenheid ervaart als hij terugblikt op de vele inspanningen die hij leverde om de abortus- en euthanasiewetten tot stand te helpen brengen. Die wetten plaatsten België aan de top van de landen die een beleid voeren dat ook echt rekening houdt met menselijke waardigheid, met zelfbeschikking en met mededogen. De teksten die hij hierover schreef, de vele lezingen die hij gaf en de talloze debatten waaraan hij deelnam; ze getuigen alle van de basisaspecten van zowel zijn intellectueel werk als zijn maatschappelijk engagement: rationele gestrengheid en respect voor de waarheid enerzijds, en liefde en empathie voor lijdende mensen anderzijds. * * * Bij twee vaak gehoorde verwijten aan Etiennes adres wil ik even stilstaan. Sommigen noemen hem een "verlichtingsfundamentalist". Het zou een geuzennaam kunnen zijn, maar het lijkt me beter om het begrip als onzinnig te beschouwen, want dat is het ook. Er bestaat niet zoiets als "verlichtingsfundamentalisme", omdat het onmogelijk is een teveel aan respect voor de democratie te hebben, net zomin als je een té sterk pleidooi voor de mensenrechten kunt houden. Enkel zij die bang zijn voor het licht van de rede bedenken absurde woorden als "verlichtingsfundamentalisme". Wat helaas wel bestaat, is "verduisteringsfundamentalisme", de miskenning van fundamentele rechten, het beknotten van emancipatie, het verwerpen van kennis, van wetenschap en van het redelijke denken. Een andere aantijging die Etienne vaak te horen krijgt, is dat hij een "rationalist" is, zelfs een "positivist" of een "sciëntist". Als die termen betekenen dat hij een groot vertrouwen heeft in de rede en in de wetenschappelijke methode, dan kan men zich afvragen wat het probleem is. Het lijken dan eerder complimenten te zijn, kwaliteitslabels van zijn denkvermogen. Maar vanzelfsprekend bedoelt men dat hij een te groot vertrouwen in de wetenschap zou stellen, of blind zou zijn voor emoties, voor alles wat zich niet redelijk laat beschrijven en toch diep menselijk is. Ik vind het een vreemd verwijt aan het adres van iemand die in meerdere publicaties en tal van lezingen en lessen waarschuwt voor het wetenschappelijk en technologisch optimisme dat kenmerkend is voor het Westen sedert de negentiende eeuw. Maar bovenal ziet men blijkbaar niet in dat er weinig mensen zijn die zo'n passionele liefde hebben voor het ware, het goede en het schone als Etienne. * * * Etienne is een atheïst, en anders dan in de postmoderne en cultuurrelativistische invullingen van "vrijzinnig humanisme" is hij bereid om zijn atheïsme te verdedigen en te expliciteren, en om het geloof in een bovennatuurlijk wezen, of het nu God, Jahweh, Allah of Pierewiet wordt genoemd, te betwisten. Iedereen weet dat Etienne heeft bewezen dat God niet kan bestaan, tenminste toch niet de God zoals hij gedefinieerd wordt in de monotheïstische tradities afkomstig uit het Midden-Oosten. De joodse, christelijke en islamitische god is almachtig, alwetend en algoed. Dat leidt tot onoplosbare problemen, waaruit volgt dat zo'n god niet kan bestaan, net zomin als een kapper die iedereen scheert die zichzelf niet scheert. En zoals een onstuitbare kracht en een onbeweeglijk voorwerp niet samen kunnen voorkomen, zo ook kan er geen volmaakte god zijn die zinloos lijden toestaat, of het zelfs veroorzaakt. * * * De Prijs Vrijzinnig Humanisme lijkt een hele loopbaan van iemand te bekronen. Maar de voorbije vijf jaar tonen aan dat je pas nu goed op dreef lijkt te komen. Er is het zeer erudiete boek "De rivier van Herakleitos", er is je tekst over atheïsme, de heruitgave van "De ogen van de panda", het gesprekkenboek met Dirk Verhofstadt. Stuk voor stuk belangrijke en recente publicaties. Je beste werk ligt niet in het verleden; het situeert zich in het heden, en het allerbeste moet ongetwijfeld nog komen. Daarom wil ik dat je deze prijs niet zozeer als een bekroning, maar veeleer als een aanmoediging beschouwt. Ik dank je, in naam van ons allen, uit de grond van mijn hart voor alles wat je voor het vrijzinnig humanisme betekent en nog zult betekenen, en wens je in naam van alle aanwezigen en sympathisanten nog vele gelukkige en vruchtbare jaren, samen met Josiane. Dank je wel. * * * Stukjes uit de lofrede van Johan Braeckman bij de uitreiking van de PVH aan Etienne Vermeersch. Daarin ging het ook nog om het academische werk van Vermeersch, zijn bijdragen aan SKEPP en, grappig, zijn ontmoeting met God. En ten slotte was er ook de aanvaardingsrede van Vermeersch zelf. Daaruit laten we u graag nog dit horen. * * * Al heel lang ben ik van de gedachte aan een eeuwige beloning afgestapt, en ik heb ook niet geleefd in de verwachting zo'n aardse prijs te krijgen. Immers: "Niet in het snijden van de padie is de vreugde," zegt Multatuli, "de vreugde is in het snijden van de padie die men geplant heeft." Het reizen zelf geeft meestal meer bevrediging dan de eindbestemming van een reis. Maar we zijn allemaal, zolang we niet in grootheidswaan leven, enigszins onzeker over de waarde van onze keuzes en daden. De waardering van anderen kan daarom, als steun en aanmoediging, heel welkom zijn. * * * Toen ik bij een verkiezingsuitzending op tv het neonaziverleden van het Vlaams Blok ter sprake bracht, kreeg ik een massa scheldwoorden over mij, maar ook veel instemming bij allochtonen. Maar toen ik het probleem van de godsdienstige symbolen en de hoofddoek eveneens op tv naar voren bracht, waren de reacties natuurlijk omgekeerd. Na mijn aanvallen op het christendom schrok men niet terug voor het dreigement voor mij te zullen bidden. Toen ik het later over de islam had, waren de reacties ook niet mals: van gebeden bleef ik gespaard, maar er waren wel doodsbedreigingen. En zo kan ik nog een hele tijd doorgaan. Maar dan denk ik weer aan de stimulans die Leo Apostel, Jaap Kruithof en Hugo Van den Enden mij gegeven hebben om ook de andere, meer maatschappeljke, roeping van de filosoof te volgen. Ik denk ook dat de slotzin van Van Eedens "Kleine Johannes", die mij in mijn jeugd zo ontroerd heeft, mij nu en dan wakker geschud zou hebben: "Toen wendde Johannes langzaam het oog van Windekinds wenkende gestalte af en strekte de handen naar den ernstigen mensch. En met zijnen begeleider ging hij den killen nachtwind tegemoet, den zwaren weg naar de groote, duistere stad, waar de menschheid was en haar weedom." Ik dank u. (applaus) Applaus voor Etienne Vermeersch bij de uitreiking van de Prijs Vrijzinnig Humanisme. De streepjes Bach ertussenin werden gespeeld door Patrick Hicketick. Voor de teksten van de uitreiking of de gelegenheidslitho kunt u terecht bij de HVV: <www.h-vv.be>. Zo dadelijk FS in gesprek met Rudi Malfliet over "Van den Vos Reynaerde". Maar eerst muziek. En dat doen we met… Van Rudi Malfliet verscheen onlangs het boek "Van den Vos Reynaerde. De feiten", een historische interpretatie, een duiding, van een verhaal, van een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Iedereen kent de naam Reinaart de vos, maar waarover gaat het verhaal precies? Of, zoals Malfliet zelf schrijft, iedereen kan wel aanvoelen dat hier meer aan de hand is dan alleen maar een prikkelend satirisch dierenepos! Rudi Malfliet: "Het verhaal "Van den Vos Reynaerde" is een bewerking die Willem gemaakt heeft van het Franse verhaal "Le Roman de Renart", waaraan hij ook eigen stukken heeft toegevoegd. Dat betekent dus dat je zou kunnen zeggen dat het een min of meer bekende dierenfabel was, maar dat Willem daar een eigen inbreng in heeft gestopt. Die inbreng is, naar mijn mening, niet alleen literair, maar ook historisch gegrond, en heeft te maken met de mentaliteit van de periode waarin Willem geleefd heeft, en zijn publiek én zijn omgeving." - De auteur van het verhaal, zoals je daarnet al zei, is een zekere Willem. Maar wie was hij en waarom schreef hij "Van den Vos Reynaerde"? "Dat is een zeer boeiende vraag waarmee heel veel mensen zich al heel lang beziggehouden hebben. Als ik een jaar of dertig terugga, toen werd voor de eerste keer geopperd dat Willem iemand zou zijn die iets met de abdij van Boudelo te maken had. Deze abdij ligt in de buurt van Stekene en Sinaai, niet ver van Hulst, en werd eind twaalfde eeuw gesticht door monniken vanuit Gent. Dus in die zin komen de beide plaatsen die toch wel een centrale rol spelen in het verhaal - Gent aan de ene kant en de omgeving van Hulst en het Waasland aan de andere kant - daar aan bod. Het vermoeden is dat het is iets wat geschreven is, dus de auteur moet de mogelijkheden en de kennnis gehad hebben om zoiets op te schrijven. En in welke milieus vind je zo iemand? Toen dacht men dat het vast iemand was die iets met een abdij te maken heeft. Dan is men gaan kijken in overlijdenslijsten (obituaria) van de abdij, en daar heeft men een Willem gevonden. Dat bleek niet de goede te zijn. Later dacht men: het is misschien iemand die wel optreedt in allerlei documenten van de gravinnen van Vlaanderen, die opmetingen deed van landerijen, daarvan ook prijzen vaststelde. Dus iemand die echt wel veel kennis van de streek had en op die manier ook vertrouwd zou zijn geweest met de lokale geografie en met allerlei juridische afspraken. Dus die Willem van Boudelo, een lekenbroeder van de abdij van Boudelo, is dertig jaar geleden naar voren geschoven. In het boek heb ik me niet alleen geconcentreerd op de persoon van die Willem, maar ook op zijn historische omgeving. Waar heeft zo iemand een opleiding gehad? In welke milieus heeft hij verkeerd? Om op die manier begrip te krijgen van wat er nu echt in het verhaal speelt. Als eindresultaat is daar dan ook de auteur Willem van Boudelo uit gekomen, en ik denk dat er goede argumenten zijn om aan te geven dat die lekenbroeder, Willem van Boudelo, iemand is geweest met uitzonderlijke capaciteiten die uit de streek van Hulst afkomstig was." - Wat leert het verhaal ons over de mentaliteit, over die eerste helft van de dertiende eeuw? "De eerste helft van de dertiende eeuw is een soort kantelpunt in de geschiedenis geweest. Om dat te begrijpen moet je eigenlijk nog iets teruggaan, naar de twaalfde eeuw. Toen zijn er enkele ontwikkelingen geweest die een doorslaggevende rol gespeeld hebben in de evolutie van de maatschappij zoals die er in de dertiende eeuw uitzag. De steden zijn gevormd, hebben zich ontwikkeld. Dat wil zeggen dat mensen samen gingen wonen, samen gingen werken, gilden hebben opgericht, ambachten hebben opgezet. Die gemeenschap van mensen verkeerde niet in een monastieke sfeer; ze spraken dus zeker geen Latijn met elkaar, zoals het gebruikelijk was in kloosters, en hadden behoefte aan een eigen culturele omgeving, een eigen taal, en communiceerden ook in het Nederlands. Bovendien blijkt dat de intellectuele ontwikkeling van de mensen een stap vooruit was gekomen. Dat kwam doordat in de twaalfde eeuw, via de bezetting van het Iberische Schiereiland door de Arabieren, er contacten kwamen tussen de westerse beschaving, als ik dat zo mag aanduiden, en de Arabische beschaving op het Iberische Schiereiland, en dat men aldus in het bezit kwam van Griekse en Latijnse vertalingen van werken van Aristoteles, van allerlei Griekse wetenschapsmensen, en dat men op dat moment zich begon te verdiepen in hoe je met logica moest omgaan. Dat je niet alleen met het geloof rekening moest houden, dat je dingen kon geloven, maar dat je ook dingen kon beredeneren, dat je dus met je verstand te werk moest gaan. Dat heeft een grote invloed gehad op het intellectuele leven. Dat zijn ook dingen die je in het verhaal "Van den Vos Reynaerde" kunt lokaliseren. Dat er elementen van in zitten, want Willem is in die traditie opgegroeid en opgeleid, en hij werkte in dat stramien dat hij meegekregen heeft." - Je had het al over stedelijke milieus, over de volkstaal. In het boek spreek je ook over een volkse cultuur die dan geplaatst wordt tegenover een kerkelijk en feodaal geïnspireerde wereldvisie! "De feodale structuur, zoals wij dat op de lagere en middelbare school krijgen, is een abstractie van wat toch complexe zaken in die samenleving waren. Die is ook in die periode, twaalfde- dertiende eeuw, geëvolueerd van een organisatiesysteem waarbij vooral familiale banden erg belangrijk waren. Dat is in zekere zin wel zo gebleven, omdat men via huwelijken toch probeerde om zijn bezit enerzijds te conserveren en anderzijds ook uit te breiden. Aan de andere kant kwam er dus ook bij de kerkelijke en wereldlijke machthebbers een behoefte om hun macht een plaats te geven en dus ook bijvoorbeeld hun bezittingen goed te beheren. Dat betekende dus een heel beheerssysteem, waarbij ook verslagen gemaakt moesten worden, de inkomsten opgesomd moesten worden, en dat moest keurig opgetekend worden. Op dat moment had die feodale samenleving dus behoefte aan intellectuele mensen, klerken, die dat werk voor hen gingen doen. En anderzijds dat de machthebbers - denk aan de graven en gravinnen van Vlaanderen, die toch een belangrijke rol speelden - zich meer en meer gingen omgeven met mensen die een bepaalde kennis en kunde hadden en op wie ze ook konden rekenen. Dat betekende dus dat de ceremoniële functies die de wat oudere adel, zoals de hofschenker en de grootmaarschalk, aan het hof had, meer inhoudsloos werden en dat de macht op een andere manier verdeeld werd. De machthebbers in de dertiende eeuw - de Franse koning is daar een heel goed voorbeeld van - probeerden om hun macht uit te breiden door gewoon, zeg maar, de vriendschap in hun omgeving zelfs te kopen. Vroeger gaf men een leen, een stuk grond, als blijk van wederzijdse erkenning, een zekere wederzijdse machtsverhouding. In die tijd werd het heel gebruikelijk om, wij zouden nu zeggen, mensen om te kopen om op die manier het machtsgebied uit te breiden en terzelfder tijd desnoods ook via oorlog. Daarbij moet gezegd worden dat het begin van de dertiende eeuw, waarin het verhaal geschreven zou zijn, een periode is geweest met een relatieve veiligheid en een relatieve stabiliteit. Afgezien van de grote veldslag bij Bouvines in 1214, is er verder heel weinig aan de hand geweest in het Vlaams-Brabantse, Noord-Franse en Hollandse gebied. Dat wil dus zeggen dat in die gebieden inderdaad onderwijs, cultuur, zakendoen, geldhandel, financiën een enorme opbloei hebben gekregen. In die mentaliteit moet je het verhaal ook plaatsen. Waarbij terzelfder tijd Willem als zeer kritische geest bepaalde bedenkingen heeft gehad, en die heeft hij in het verhaal versleuteld." Tot zover nog Rudi Malfliet. Het boek "Van den Vos Reynaerde. De feiten" is een uitgave van Garant en is te koop in de goede boekhandel. Dank je wel, Frank. Zo, dit HVW zit erop. Vragen en bedenkingen kunt u kwijt op onze redactie: telefonisch op het nummer 03-233.70.32 en via de website op <www.h-vv.be>. Volgende week zijn we er weer. Viona Westra heeft het dan over de Gentse Feesten, maar we hebben ook een gesprek met Björn Siffer over het atheïsme van d'Holbach. En in de vakantieperiode niet op het vertrouwde uur, maar wel om 19.08 uur. Graag tot volgende week. Dáág. |