| PVH Karel Poma - Erasmus -Lof der Zotheid |
|
HVW PVH Karel Poma Erasmus ‘Lof der
Zotheid’
Opname :
25.06.09
Uitz.
:
29.06.09
Samenst. :
KVD
Muziek :
30”
Signe
E.Clapton
E.Clapton
9 45024-2
10”
Bourée
I.Anderson
J.Tull
8301982
1’00
Concerto N° 4 RV 297 Vivaldi
I Musici
410 001-2
30”
Almande IV
C.Gervaise Ensemble Musica
Antiqua CD 50-9616
30”
Bransle VI
C.Gervaise Ensemble Musica
Antiqua CD 50-9616
Goedenavond en welkom bij HVW.
Met daarin twee bijdragen. Straks nemen we u mee naar het Erasmushuis in
Anderlecht. Erasmus verbleef er in 1521 enkele maanden om er een zeldzaam
evangelie te bestuderen. Maar ons interesseert vooral de ‘Lof der Zotheid’, het
bekendste boek van Erasmus. En dat schreef hij in 1509. Precies 500 jaar
geleden, dus. Straks meer daarover in een gesprek met Maryse Bril, want eerst
is er de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2009. En die ging naar Karel Poma. Wij
waren op de uitreiking en maakten een beeld van de laureaat in zijn eigen
woorden. En daar beginnen we mee.
Centraal bij Karel Poma staat
zijn tolerante, maar consequent vrijzinnige gedrevenheid. En daarbij zoals we
weten is de Verlichting zijn inspiratiebron. Een keuze die hij zijn hele leven,
tot vandaag, denk ik, trouw is gebleven. Over die vrijzinnigheid wil ik het
hebben, want tenslotte wordt deze prijs natuurlijk juist uitgereikt aan
een persoon of organisatie die getuigt van een consequent volgehouden
vrijzinnig humanistische levenshouding. En Karel Poma staat daarbij, denk ik,
centraal en synoniem voor een aantal waarden, en het komt, denk ik, ook niet zo
heel veel voor dat al die waarden in één persoon komen samen te vallen. En ik
heb het dan over dienstbaarheid, over rechtlijnigheid, over verdraagzaamheid,
over volhardendheid, over een democraat in hart en nieren, trouw ook aan zijn
principes en aan zijn vrienden, rechtschapen en liberaal in de ware zin van dat
woord.
Nu, dames en heren, ik zei het
bij de aanvang al. Karel Poma is trouw aan zijn principes en aan zijn vrienden.
En natuurlijk ook aan, iets anders, namelijk aan zijn ‘Beerschot’. Ik begrijp
dat zo niet goed, maar… Deze viering… Deze viering kon dan ook nergens anders
plaats vinden dan hier. Want reeds meer dan tachtig jaar, vanaf zijn acht jaar,
geloof ik, gaat namelijk Karel Poma naar ‘den Beerschot’ kijken. En hij werd
onmiddellijk een fanatiek supporter en we weten allemaal dat hij dat nog altijd
is. Hij wil blijven supporteren tot ‘den Beerschot’ kampioen wordt. Welnu, ik
hoop, ik hoop voor Karel Poma dat dit nog heel wat jaren mag uitblijven. Want
zolang, zolang dat niet gebeurt zal hij moeten blijven supporteren. En ik wens
dus Karel Poma niet alleen proficiat voor deze Prijs Vrijzinnig Humanisme, maar
ook en vooral, Karel, nog een verdere goede gezondheid en vele voorspoedige
jaren. Gefeliciteerd…
Guy Verhofstadt met de lofrede voor Karel Poma, winnaar van de
Prijs Vrijzinnig Humanisme 2009. Karel Poma drukte op een heel eigen
manier zijn stempel op de vrijzinnigheid in Vlaanderen. Hij was politiek actief
in de PVV en vanuit zijn politieke mandaten ijverde hij voor de belangen van de
vrijzinnigheid, m.n. vooral de cursus NCZ. Dat resulteerde in de OVM en de
RIBZ (Raad voor Inspectie en Begeleiding niet-confessionele Zedenleer).
Cultuur, media, leefmilieu en onderwijs bleven zijn belangrijkste
bekommernissen. Vrijzinnigheid en humanisme gingen bij hem samen met een grote
bezorgdheid voor het leefmilieu. Onlangs publiceerde hij nog ‘De
Verlichting’. En daarin verduidelijkt hij de grondslagen van zijn
vrijzinnig-humanistische overtuiging. De uitreiking van de prijs was op 21
juni, de Internationale Dag van het Humanisme, in de clublokalen van ‘den
Beerschot’, de favoriete club van Karel Poma. Wij laten de laureaat zelf aan
het woord. En de evocatie begint met zijn aanvaardingsrede.
Laat mij, dames en heren, beste
vrienden, besluiten met een citaat van Karl Popper : ‘Optimism is a moral
duty.’ Als vrijzinnig humanist ben ik een optimist. Ik ben het altijd geweest
en zal het altijd blijven. En ik denk dat iedereen die de Verlichting , het
vrijzinnig humanisme genegen is, een optimist in wezen is. Want wie
gelooft in de perfectibiliteit van de mens getuigt van optimisme. Ik dank u.
Ik heb zelf in de lijve ondervonden, nietwaar, wanneer ik op het
atheneum in Antwerpen was en ik daar moraal kreeg, dan heb ik 6 jaar moraal
gevolgd en ik heb in 6 jaar nooit een woord over de moraal horen spreken. De
leraar die moraal moest geven was gewoonlijk een leraar die een aantal uren
tekort kwam om volledige uurrooster te hebben. En zo hebben wij, heb ik
Dante Alighieri moeten bespreken. Wij hebben ook detectiveromans moeten …
Enfin, allerlei mogelijke zaken, maar die niks met moraal te maken hadden.
Leerlingen die de katholieke en de protestantse of de joodse, die kregen wél
moraallessen… dat is wat mij persoonlijk betreft. En ook mijn kinderen. Mijn
zoon die bvb. in het Atheneum van Pitzemburg ging… Wanneer er moraal moest
gegeven worden dan werd hij naar de studie verwezen.
De periode voor de OVM waarover ik spreek dat was dus einde van de
jaren ’60 begin van de jaren ’70. Nu zijn wij dus 25 jaar verder en er is nu,
alleen in Vlaanderen, want de Franstaligen hebben dat niet, nietwaar, alleen
dus in Vlaanderen, is er een Ribz opgericht. Dat is een Raad voor inspectie en
begeleiding voor de NCZ. Die is zelfs opgericht bij besluit van de Vlaamse
regering. Het is een officiële beslissing. En wanneer die opgericht is
heeft men mij gevraagd daarvan het voorzitterschap waar te nemen. Wat ik dan
ook aanvaard heb, wat ik dan ook gedaan heb. Ik ben 12 jaar voorzitter
geweest. Deze raad heeft nu wel belangrijke functies. Hij adviseert de minister
wanneer een inspecteur moet worden aangesteld. De Raad kan tussen beide komen
wanneer vastgesteld wordt dat de leraar moraal onvoldoende is, nietwaar. En er
is dus ook voor het eerst een leerplan voor de moraal uitgewerkt. Dus u ziet
dat dankzij de Ribz men ineens een stap verder is gegaan, maar het heeft een,
ja, een kwarteeuw geduurd tussen de OVM en de Ribz.
Ik was vrijwel de eerste en ik zou bijna durven zeggen de enige in
het parlement, dit in het begin van de jaren ’70 die ook de leefproblemen aan
de orde bracht. Ik deed dat ook omdat ik zoals u weet, waar ik een dokter in de
scheikunde was, dat ik een lange tijd gewerkt heb in de Antwerpse Waterwerken,
dat ik daar de degradatie van het water, de viso en scheikundig heb
vastgesteld. En via deze vaststelling ben ik tot een algemene vaststelling
gekomen : het is niet alleen het water, het is ook de lucht, het is ook de
bodem, enz. die verontreinigen. Ik heb in dat verband een aantal
wetsvoorstellen neergelegd, allemaal i.v.m. dus met de bestrijding van alle
vormen van verontreiniging. In die zin dat ik dus in 1974 staatssecretaris werd
voor leefmilieu. Dat was voor de eerste keer in een regering in ons land dat er
een afzonderlijke minister verantwoordelijk werd gesteld met de bevoegdheid
‘leefmilieu’. Nu, ik was dus de eerste groene jongen, als ge wilt, een blauwe ,
maar met een groen cachet…
Dat staat mij ter harte omdat die faculteit ik heb die gesteund
vanaf het ogenblik dat ik minister van cultuur werd. Dus, vanaf einde ’81, heb
ik die gesubsidieerd als ge wilt, nietwaar. In die zin… en ik heb dat gedaan
omdat die faculteit met een experiment, want ik zou zeggen : ‘Het was een
experiment, het is misschien vandaag nog altijd in het stadium van experiment.’
Maar een experiment dat enig is in het onderricht over de godsdienst.
Nietwaar.. In andere faculteiten, in andere universiteiten wanneer men spreekt
over de katholieke godsdienst staat er één persoon, één professor. En die
spreekt over niets anders. En gedaan. Ja… Hier heeft men voor elke godsdienst
iemand die gespecialiseerd is daarin. En dat is juist het unieke. Nietwaar… Men
geeft dus daar telkens aan iemand die daarvoor bevoegd is de opdracht over dat
onderwerp te spreken. En men vraagt dus nooit aan een protestant : ‘Geef mij uw
visie eens over de islam.’ Of het omgekeerde. Want dat kan nooit dezelfde visie
zijn. Als men aan mij als vrijzinnige vraagt : ‘Spreek mij eens over de islam.’
Juist zoals men aan een islamiet zou vragen : ‘Spreek mij eens over de
vrijzinnigheid.’ Maar als we naast mekaar spreken dan kan men een totaal, veel
homogener en veel eerlijke beeld geven dan dat men aan een enkele persoon
vraagt om over die verschillende onderwerpen te spreken.
De PVH 2009 voor Karel Poma, dus. Vandaag 89 jaar oud. Een
evocatie… En meteen ook meegeven dat ‘De Verlichting’ van Karel Poma werd
uitgegeven bij Garant…
Wij gaan verder met ‘De Lof der Zotheid’ van Erasmus. En de muziek
neemt ons alvast mee naar de tijd van Erasmus en naar de rondleiding van Maryse
Bril in het Erasmushuis van Anderlecht.
Wel, kijk, dit kamertje heet het Rederijkerskamertje. De mensen
die ontvangen werden door Pieter of Petrus Wychman, zijn geschriften liggen daar
met de hand geschreven, die werden dus eerst hier ontvangen. Nu, als ik het heb
over Erasmus dan zegt men altijd : hij was de prins der humanisten en dus
vooral gekend door zijn Lof der Zotheid die wij dadelijk, een zeer oude
uitgave, in zijn werkkamertje zullen zien. Ik ben dus op het einde van de 15de
eeuw, 16de eeuw…
In dit studeerkamertje heeft Erasmus 22 van zijn brieven
geschreven op de 5 maanden dat hij hier vertoefde, gezeten aan die lessenaar.
Met dus, kijk, hé, een kaarsje. En toen Constantijn Huyghens, dus van de Gouden
eeuw uit de Nederlandse litteratuur die komt hier op bezoek. Men moet dus toen
al belangstelling gehad hebben voor Erasmus dat dus de grote schrijvers
hier komen…
Maryse Bril tijdens een rondleiding in het Erasmushuis in Anderlecht.
Erasmus verbleef er in 1521 om een oude evangelische tekst te bestuderen. Het
Erasmushuis heeft ook een origineel exemplaar van ‘De Lof der Zotheid’. En daar
willen we het over hebben. Erasmus schreef dat boek in 1509. Precies 500 jaar
geleden, dus, en nog steeds een aanrader om uw eigen zotheid even onder de loep
te nemen. We praten erover met Maryse Bril. En zij leest om te beginnen een
stukje voor uit ‘De Lof der Zotheid’.
De Zotheid spreekt…
De aanblik van de Zotheid maakt
mensen aan het lachen.
Hoe slecht de mensen over het
algemeen ook over mij denken – het is mij beslist niet ontgaan wat voor slechte
naam de zotheid heeft bij de grootste zotten – toch ben ik het, ik zeg ik, die
door mijn goddelijke macht goden en mensen aan het lachen breng. Het
overtuigende bewijs daarvoor is dat plotseling al uw gezichten ongekend en
ongewoon vrolijk beginnen te stralen zodra ik in dit talrijke gezelschap
tevoorschijn kom om het woord te voeren.
Maryse Bril met een stukje uit ‘De Lof der Zotheid’ van Erasmus.
De ‘Lof der Zotheid’ is een lofrede van de godin der Zotheid op zichzelf, maar
vooral een bijtende satire op de ondeugden van de mens en een kritiek op de
wereldlijke en de kerkelijke macht uit de tijd van Erasmus. Maar er is ook een
knipoog naar de vriendschap tussen Erasmus en Thomas Morus.
‘De Lof der Zotheid’ werd geschreven in 1509, maar pas onder een
pseudoniem gepubliceerd in 1511, na aandringen van zijn vrienden, waaronder
Thomas Morus, want Erasmus zelf was niet meteen gewonnen voor publicatie. En
daar waren redenen voor…
We zitten in de rustgevende tuin van het Erasmushuis in Anderlecht
en we praten erover verder met Maryse Bril.
Erasmus verstopte zich eigenlijk, want hij wenste niet zijn eigen
naam daaronder te zetten, omdat hij niet zeker was van het resultaat van zijn
werk. Dus hij laat een dame in zijn plaats spreken en hij noemt haar ‘Stultiae.
Dus het boek krijgt als naam : ‘Laus Stultitiae’. En het eigenaardige van het
geval is dat wanneer hij na zijn reis van Italië, naar Engeland bij Thomas More
aankomt dat hij vraagt : ‘Wil je dat eens even nalezen ?’ Thomas More zegt :
‘Je zou dat moeten laten uitgeven.’ En hij vertrekt naar Parijs, maar hij laat
dat uitgeven bij twee drukkers en hij zet daar niet de naam van Erasmus onder,
maar hij laat dat schrijven door een zekere Richard Croke. Dat is de Editio
princeps. Dat wordt goed ontvangen, heeft succes. En nadien wordt het besloten
van het terug uit te geven bij Schurer in Straatsburg. En het is dan pas, in
1511, dat we werkelijk de naam van Erasmus krijgen. Maar hij laat dus nog
altijd de zotheid aan het woord, maar op een bepaald ogenblik heb je wel de
indruk dat hij zijn zotheid wel een beetje vergeten is en dat hij werkelijk
helemaal zelf aan het woord is.
Die titel… Achteraf wordt het dan ‘Lof der Zotheid’. Dat kan je
nog altijd een beetje dubbel interpreteren. Is het de zotheid of de dwaasheid
zelf die spreekt ? Of is het een, ja, een ode aan de dwaasheid ? Aan de zotheid
?
Hij spreekt van de dwaasheid. Maar al wat in de ideeën van Erasmus
voorkomt, dat komt als dwaas over. Het genre eigenlijk, dacht ik, wanneer ik
het gelezen heb, eigenaardig, wanneer ik dat nu lees dat is zo fris, dat is zo
humoristisch. Hoe is het mogelijk dat dat toen door de censuur van de kerk is
gegaan ? maar dan heb ik verder gelezen in het nawoord dat het genre van satire
of van een soort geestige lofrede dat het bestond in de Oudheid en dat het niet
helemaal uitzonderlijk was. En je zou dat ook eigenlijk kunnen verbinden met de
aanwezigheid aan elk hof van een nar. Die de vorsten moest bezig houden. En zo
lacht hij dus werkelijk, want ze komen allemaal aan de beurt. Hij lacht met de
dwaasheid van de vorsten. Hij zegt : ‘In feite zouden zij voor hun moeten
zorgen, maar wat doen zij ? Zij genieten van wijn, zij genieten van rijkdom, en
zij houden zich eigenlijk bezig met hun volk. Over dezelfde kam worden
geschoren de hovelingen, die hij eigenlijk allemaal dwaas vindt en wanneer ze
niet dwaas zijn en zich werkelijk té verstandig voordoen, dan vindt hij dat
eigenlijk gek. Want hij vindt dat je van het leven moet genieten.
Thomas Die titel ook, hé. Er is ook een verwijzing in naar Thomas
Morus zelf, een van zijn beste vrienden. Hij schrijft trouwens ook aan Morus
wanneer dat hij eraan bezig is, schrijft hij dat hij bezig is met dat boek. En
dat hij het ook opdraagt aan hem.
Wanneer hij dus in Italië verblijft en hij hoort dat Hendrik VIII
op de troon komt, dan denkt hij : ‘Ja, ik moet daar naartoe’ Want hij hoopt dus
ergens van daar werk te krijgen aan het hof. En hij denkt : ‘Ja, ik moet die
lange reis maken te paard. Of misschien langs een rivier.’ Maar hij zegt : ‘Ik
verveel mij geweldig. En daarom Thomas, jij, mijn beste vriend. Ik heb gevonden
dat je naam in het Grieks ‘moria’ is. Gekheid. Zotheid. Dwaasheid. Niet omdat
jij dwaas bent, maar omdat jij precies het omgekeerde bent van wat ik hier
schrijf.’
Moria, dwaasheid, zotheid. Blijkt dat ook duidelijk in dat boek ?
Dat blijkt zeer duidelijk in het boek, omdat hij het dus eigenlijk
als een scherm dat gebruikt om zijn eigen naam te verstoppen.
Hij beweert zelf dat hij dat boek in een week heeft geschreven.
Acht u dat aannemelijk ? Of is dat ergens zo een overschatting ? Is het
geloofwaardig ?
Een week zou ik niet durven zeggen. Want ik weet niet precies hoe
lang zijn reis duurde vanuit Rome naar dus Groot-Brittanië. Dat was een
serieuze reis. Maar hij verveelde zich, heeft daar dus dat geschreven zo
impulsief mogelijk. Maar hij heeft iedereen op de korrel genomen. En wanneer hij
dus daar in Engeland aankomt, dan gaat hij dat aan zijn vrienden tonen en wordt
daar wel een en ander bijgeschreven. Of misschien verbeterd. Maar lange tijd
heeft hij er zeker niet over gedaan. En zijn bedoeling was niet van dat uit te
geven, maar het wel aan zijn vrienden te tonen.
Was het dan, was het dan zo gevaarlijk van zelfs zijnde Erasmus
van toe te geven dat hij dat boek had geschreven ?
Het is zeer humoristisch. Maar wanneer ik het zelf herlezen heb
dan heeft het mij zeer verwonderd dat zoiets eigenlijk, dat zo fris is, dat nu
zou kunnen geschreven worden dat dat toen door de censuur gegaan is e dat men
het gewoon heeft laten doorgaan. Dat is bij mij moeilijk ingegaan omdat ik het
werkelijk zeer scherp en soms zeer bitsig vind.
Het is een gevaarlijk boek toch ook, hé ? Ik bedoel naar de
gezagsdragers toe, zowel de kerkelijke als de wereldlijke autoriteiten.
Hij vindt dus, de taak van de paus is te leven zoals de
christelijke leer het voorschreef. Het is niet een instituut met rijkdom en met
al wat daar rond hangt. Dat heeft eigenlijk allemaal nog maar zeer weinig te
zien met wat Christus, met wat Jezus zelf voorgedaan had. En in die zin zegt
hij tegen de pausen : ‘Je hoeft die rijkdom niet.’ En nog meer wanneer
hij een van de pausen ontmoet die daar met wapens klaarstaat om een stuk grond
bij te winnen, dan zegt hij : ‘Maar, wat heeft dat voor zin ? Jij moet alleen
maar de vrede prediken. Hoe is dat mogelijk dat jij je daarmee bezig houdt ?’
Het waren gevaarlijke tijden. Thomas Morus zal zelfs onthoofd
worden omwille van een religieus, maar ook politiek standpunt t.a.v. de
anglicaanse kerk dan en de stichting van de anglicaanse kerk. En wie daar aan
hoofd moet staan. Erasmus moet dat ook wel allemaal geweten, hebben, ervaren
hebben. In zijn tijd, dat hij toch wel risico liep. Is hij daar nooit op
aangepakt geworden ?
Waarom is Erasmus niet verbrand ? Waarom is hij niet vermoord?
Maar wanneer men zijn reputatie kende, dus laat ons zeggen dat dat voorbij zijn
40 jaar is, dan is die man zo geleerd en zo interessant, en is die bij de
humanisten zo bekend dat ik denk dat men het gewoon niet aangedurfd heeft van
zijn boeken te censureren. Of van gewoonweg hem aan te vallen.
Hij stond bekend als een zeer tolerant iemand, hé ? Heeft dat ertoe
bijgedragen dat hij een beetje beschermd werd, of gerespecteerd werd, toch niet
aangevallen werd door de censuur, door de inquisitie ?
Nu, een van de eigenschappen van Erasmus is zeker en vast zijn
tolerantie, zijn verdraagzaamheid. Hij is een voorbeeld van een pacifist. Hij
is een voorbeeld van een bijzonder letterkundige. Hij houdt zich bezig met
opvoeding, met etiquette, met al wat je maar kunt denken. Dus hij is werkelijk
een zeer interessant mens die veel vooruit is op zijn tijd. Wanneer je nu zijn
boek leest na 500 jaar het is even fris alsof het vandaag zou geschreven zijn.
Toch is er censuur gekomen, maar na zijn dood.
Na zijn dood, dus hij is gestorven in 1536, zitten wij al verder
in de periode van de Hervorming en ziet men dat werkelijk dat dat een gevaar
is. Denken we dan aan het organiseren van de inquisitie. / 14” die reeds
langer bestond, maar in onze landen, in de Zuidelijke, de Nederlanden, vooral
in het zuiden wordt op ons afgestuurd : Alva die een lijst bij zich heeft die
opgesteld werd door Rome en die heette dus de Index Purgatore.
De Index Puragatore. En Erasmus toch op de
index… Maar dat is nog een ander verhaal. Wij zaten met Maryse Bril in de tuin
van het Erasmushuis. En we hadden het over ‘De Lof der Zotheid’. Vandaag
500 jaar oud en nog steeds een aanrader. Net zo goed als een bezoek aan het
Erasmushuis in Anderlecht. En met uw vragen en bedenkingen kan u alvast terecht
op onze redactie : HVW Lange Leemstraat 57 2018 Antwerpen. Telefoneren
kan er op nummer 03/233.70.32. En voor de website van de HVV surft u naar
h-vv.be.
Zo, daarmee zijn wij zijn aan het einde van HVW gekomen.
Wij gaan er uit met ‘Bourée’ van Jethro Tull op de achtergrond,
maar volgende week maandagavond zijn we er weer. FS heeft het dan over ‘Openingen’.
En dan gaat het over gevangenisgedichten. En toch nog meegeven dat we er in
juli en augustus steeds zijn om 19h00, meteen na het Nieuws. Op Radio 1,
uiteraard. Graag tot dan. Daaaaag.
|