Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Overvolle gevangenissen - Detlef Petry
Overvolle gevangenissen - Detlef Petry
Opname:        01.12.2011
Uitz.:        05.12.2011
Samenst.:    KVD/FS

Muziek:
0'30"    Signe         E. Clapton    E. Clapton    9 45024-2
1'50"    Raised right men    T. Waits        T. Waits        Anti-7151-2

Goedenavond en welkom bij HVW. Daarin heeft FS straks een gesprek met Detlef Petry over de psychiatrie. Maar eerst de overvolle Belgische gevangenissen en wat dat betekent voor het leef- en werkklimaat in die gevangenissen. Een gesprek met Johan Vandenneucker van de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen.

Zowat 11.000 gedetineerden en maar een goede 9000 plaatsen in onze gevangenissen. Met drie of vier in een cel die bedoeld is voor één of twee personen, dat is om moeilijkheden vragen en weegt op het leefklimaat, maar ook op het werkklimaat. Meteen een prioriteit voor de nieuwe minister van Justitie. Toch kwam justitie bij de regeringsonderhandelingen pas als laatste op tafel.
Daarover ging ons gesprek met Johan Vandenneucker, coördinator van de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen. De vrijwillige moreel consulenten die in onze gevangenissen werken, weten maar al te goed hoe het daar gesteld is. De Stichting pleit dan ook voor dringende maatregelen, al was het maar wat de toepassing van de wet-Lejeune betreft. Een malaise, want heel wat wantoestanden. Vooral dan in het zuiden van Europa.

"Het is dus inderdaad zo dat de Scandinavische landen toch wel regelmatig geciteerd worden als zijnde de landen waar het gevangeniswezen wat verder staat dan bij ons. Bijvoorbeeld ook een detail, als we eventueel kijken naar Nederland: in Nederland weet men wanneer men binnengaat en wanneer men buitenkomt. In België is dat niet zo. In België kan men vrijkomen na een derde, maar dan moet er elk jaar beslist worden of dat wordt toegekend. En dat is dus een probleem bij die mensen, die moeten telkens wachten, en elk jaar wordt er dan beslist of ze al dan niet buiten mogen. Dat is een verschrikkelijke situatie. Wat trouwens nog op tv geweest is een paar dagen geleden in "Telefacts crime". Waarbij iemand al 30 jaar vastzit en zegt dat het elk jaar hetzelfde verhaal is en dat hij weet dat dat toch neen is. Dat ze dan onmiddellijk zeggen: 'Weet je wat? Blijf tot de rest van je dagen in de gevangenis!'"

- Zou men rigoureuzer moeten kunnen zeggen: de wet-Lejeune wordt al dan niet toegepast? Of zou men beter die hele wetgeving aanpassen?

"Men zou de wetgeving inderdaad moeten aanpassen. En ik denk dat het beter is voor een gedetineerde dat men de werkelijke straf uitspreekt, zodat hij weet: 'Voilà kijk, dit is de tijd die ik moet zitten. En daar kan ik naartoe leven.' Dan altijd te moeten horen: 'Neen, nog niet om die en die reden.' Dus dat is toch wel een zaak die we zouden moeten bekijken. Ja, dat is wel juist."

- Maar we blijven toch nog altijd zitten met die overbevolking. Dan zou je kunnen veronderstellen dat de rigoureuzere toepassing van de wet-Lejeune de malaise in onze gevangenissen voor een gedeelte zou oplossen. Is dat wel terecht?

"Wel, de overbevolking heeft twee redenen. Dus dat heeft te maken met het feit dat wij te weinig plaatsen hebben. En waarom hebben wij te weinig plaatsen? Omdat wij een onderfinanciering hebben. En dat blijkbaar dat probleem nog altijd niet de hoogste prioriteit is. Alhoewel… Er zijn plannen. Men is van plan om nieuwe gevangenissen te bouwen, onder andere een enorm grote gevangenis in Neder-Over-Heembeek. Dat is één zaak. Een tweede zaak is: in België zitten er dus ontzettend veel mensen in voorlopige hechtenis. Waarvan vandaag nog in de media verschenen is dat er daar per jaar 400 in zitten die eigenlijk onschuldig zijn. Ik denk dat men dat toch eens even moet bekijken. Dat mensen er gewoon in worden gestoken en al een deel van hun straf aan het zitten zijn, terwijl ze eigenlijk onschuldig zijn. We zouden daar dus heel wat mensen uit kunnen laten die er eigenlijk niet echt in hoeven. Ik denk hier ook aan mensen die om drugsdelicten zijn opgenomen. Dan kan men zich de vraag stellen: is dat wel de ideale plaats om mensen in de gevangenis te steken die dus om een of andere reden verslaafd zijn aan drugs? Daar zijn misschien andere wegen, andere instituten die dat kunnen oplossen. Maar in België heeft men daar dus geen globale politiek voor. Men steekt ze er maar in. Ja, en natuurlijk, dan zijn er te veel mensen, met alle gevolgen van dien, hé."

- Men verwijst altijd naar de moeilijke leef- en werkomstandigheden in de gevangenissen, de spanningen die daardoor ontstaan. Onder meer onder de gevangenen zelf, maar ook onder de mensen de er moeten werken, zoals cipiers, maar ook moreel consulenten en begeleiders, en al wie daar dus mee te maken krijgt.

"Wel, de overbevolking van de gevangenissen ligt inderdaad aan de basis van oplopende spanningen binnen de gevangenismuren. De gevangenen zitten minder, wat wij noemen, solo. Ze zitten soms met drie, vier in een cel. Waarvan er dan één nog eens op de grond moet slapen op een matras. Dan zijn er ook nog toiletten die niet afgescheiden zijn. Met andere woorden, als men met verschillenden in een cel zit, ja, dan zit bij manier van spreken de ene te eten, terwijl de andere op het toilet zit. Ik moet u geen tekening maken... En soms zitten ook nog verschillende types van gedetineerden bij elkaar. Of van verschillende ideologieën. Of godsdiensten. Dat creëert spanningen. Dat kunnen we niet ontkennen. En dat leidt dan tot eventuele opstanden. Dat horen we dus genoeg. Dat heeft dan ook gevolgen voor de cipiers, die beweren dat ze met te weinig zijn. Die kunnen de toestand niet aan. En die gaan dan af en toe staken. En als ze staken, ja, dan komt de politie. Maar de politie kent dat werk niet goed, met alle gevolgen van dien. De gedetineerden lijden daar dus weer onder, want ze mogen dan niet gaan douchen of ze mogen niet gaan wandelen, want de politie kan dat niet organiseren en dergelijke meer. Dus we zitten eigenlijk in een vicieuze cirkel waar we vroeg of laat uit moeten."

- Ik kan mij voorstellen dat dat natuurlijk ook weegt op de manier waarop de moreel consulenten en begeleiders hun werk zouden kunnen verrichten in onze gevangenissen.

"Die mensen zien die toestanden, zien dat hun cliënten daaronder lijden. Zij vinden dat dus ook niet aangenaam. Zij weten ook dat er andere maatregelen genomen zouden moeten worden, waardoor de gedetineerden een heel wat betere evolutie zouden kunnen doormaken om terug naar de maatschappij te gaan. Dus die omstandigheden voor hen zijn niet gemakkelijk. Maar zij doen hun uiterste best om daar toch nog door te geraken, want wij zitten hier met mensen die eigenlijk nog geen statuut hebben, die betaald worden door het ministerie van Justitie. Die hebben nog geen statuut, maar die mensen zijn zo gemotiveerd, zo overtuigd van het nut van het werk dat ze doen, dat zij dat niettegenstaande deze zeer moeilijke omstandigheden perfect doen. Dus mensen die echt vrijwilligerswerk willen doen, laten zich daardoor niet afschrikken. Integendeel. Die zeggen: 'Daar is echt behoefte aan. En dus moeten wij daarnaartoe.'"

- In de publieke opinie heeft men het beeld dat gevangenen misschien terecht in de gevangenis zitten omdat ze een misdrijf hebben gepleegd. Dus gaat men misschien in die publieke opinie toch gemakkelijkheidshalve zeggen: "Ja, maar die morele begeleiding en dat leefklimaat in de gevangenis, dat is maar terecht dat ze daarin terechtkomen." Daar raakt men ook aan mensenrechten en zo.

"Wel, wat ze gedaan hebben, hun daden, daar kijken wij niet naar. Dus zij hebben bepaalde daden gedaan. Misschien misdrijven. Ze zijn daarvoor gestraft en waarschijnlijk terecht, maar voor ons volstaat de vrijheidsberoving op zich. De mensen kunnen zich nog altijd niet inbeelden wat het is dagenlang opgesloten te zitten in een cel waar aan de binnenkant geen klink is. Waar je niet kunt doen wat je wilt. En dan is het niet nodig om daarbovenop deze mensen eventueel nog in mensonterende omstandigheden te laten leven. Vandaar dat die mensen hulp nodig hebben. Een vorm van hulp die ze kunnen krijgen, is onder andere morele begeleiding. En ik kan u garanderen: als onze mensen aankomen bij de gedetineerden, worden ze altijd goed ontvangen. Die mensen zijn echt blij dat ze eens iemand hebben om mee te praten. En dat kan, bij manier van spreken, gaan over koetjes en kalfjes, maar dat kan ook gaan over enorm belangrijke problemen die ze hebben. Dus, mochten onze mensen daar niet zijn, dan zijn er velen die eigenlijk niemand meer zien. Dus trek die weg en dat zou voor de gedetineerden echt een groot verlies zijn. Het is van fundamenteel belang voor de integratie van de gevangenen dat zij, tijdens de periode dat ze in de gevangenis zijn, begeleid worden, voorbereid worden, gemotiveerd worden om weer het normale leven op te nemen zodra ze uit de gevangenis komen."

- Er zijn blijkbaar een aantal hervormingen van ons gevangeniswezen nodig. En van ons bestraffingssysteem, uiteraard. Is het niet een beetje tijd dat er inderdaad een uitvoerig debat komt rond hoe het nu verder moet met ons gevangeniswezen?

"Wel, dat is absoluut nodig. Ik zal niet zeggen dat er op dit moment niet gepraat wordt. De verschillende levensbeschouwingen, in de Interlevensbeschouwelijke Raad waar wij dus als vrijzinnigen ook in zitten, komen regelmatig samen. En die discussiëren, maar het verloopt allemaal traag. Ook de bouw van nieuwe gevangenissen en zo. Het is nog geen prioriteit. Men is nu net een regering aan het vormen en het laatste punt dat men gaat behandelen, is juist justitie. Er moet een groot debat komen, want er zijn een aantal dingen die echt nodig zijn. Wij zijn bijvoorbeeld voorstander van kleinere gevangenissen. Uiteraard moderne, want onze gevangenissen dateren uit de achttiende, negentiende eeuw. Het is dus van fundamenteel belang dat die nieuwe gevangenissen bijvoorbeeld kleinschaliger zijn, waar er meer contact is en dergelijke meer. Wij zijn ook absoluut voorstander om de begeleiding van geïnterneerden verplicht te maken in psychiatrische instellingen. Wij zijn er ook voorstander van dat alle geïnterneerden bij de opsluiting psychologisch begeleid worden. Er is natuurlijk al de basiswet van 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerde, maar een aantal dingen daarvan worden niet toegepast omdat ze geld kosten, omdat de beslissingen niet worden genomen. Dus men heeft er al wel over nagedacht, in de basiswet, maar het wordt niet toegepast, of niet volledig toegepast. En men mag er ook niet bij blijven stilstaan: we evolueren, en ik hoop dat we nu eens een minister hebben die inderdaad van het gevangeniswezen een heel belangrijk punt in zijn beleid zal maken."

- "Een heel belangrijk punt in zijn beleid zal maken…" Als u een prioriteit zou moeten aangeven: "Dit is fundamenteel", wat zou u dan bepleiten?

"De menselijke opvang en begeleiding van de gedetineerden in de cel. Dat moet echt beter worden. Dat is een prioriteit."

"De menselijke opvang van gedetineerden in de cel. Een prioriteit." Dat was nog Johan Vandenneucker van de Stichting voor Morele Bijstand aan Gevangenen. Benieuwd wat de nieuwe minister van Justitie daarvan maakt. Intussen is de Stichting nog steeds op zoek naar vrijwilligers voor de morele begeleiding van gevangenen. Meer informatie daarover vindt u op de website van de Stichting: <www.smbg-famd.be>. Maar u kunt ook telefoneren: 02-537.59.28.
Zo meteen FS in gesprek met Detlef Petry over psychiatrie. Maar eerst muziek. En dat doen we toepasselijk met Tom Waits en "Raised right men".

"Raised right men" van Tom Waits. Op zijn minst een speciaal iemand. Misschien een geschikte link naar Detlef Petry. Want Frank, wie is deze Detlef Petry?

Detlef Petry is psychiater en werkte lange tijd in het psychiatrisch ziekenhuis Vijverdal in Maastricht. Daar kwam hij in aanraking met zo'n 150 patiënten die door de reguliere psychiatrie waren opgegeven: ze werden platgespoten met medicijnen, belandden in de separeerkamer en werden vastgebonden. Met andere woorden, een schrijnende toestand waartegen Petry revolteerde!

"In eerste instantie omdat deze mensen gewoon waren opgegeven. Dan bedoel ik niet zozeer dat ze niet te eten kregen of geen kleding, maar er was geen enkel toekomstperspectief meer voor die mensen. Dat waren mensen van veertig, vijftig. Ik dacht: die mensen kunnen hier toch niet gewoon nog zo'n dertig jaar blijven zitten en niets doen. Dus dat was eerst mijn revolte tegen deze toekomstloze visie die deze mensen beheerste, en ook de verpleegkundigen toen.

- Je zegt "een toekomstloos leven", maar ook was er geen enkele differentiatie tussen de patiënten onderling, schrijf je!

"In het begin was het één vergaarbak. Alles wat een beetje op chronisch leek of uitbehandeld, zoals het boek zegt, werd daar gedumpt. Daar waren mensen met dementie tussen, alzheimerziekte, niet zo veel maar toch een stuk of tien, vijftien. Dan was er een vrij grote groep verstandelijk gehandicapten - mentaal gehandicapten, zeggen ze in Vlaanderen. Voor de psychiatrische problemen was er ook geen enkele aandacht. En dan was er die grote groep, waarop ze zich later bekwaamd hebben, de mensen met een psychose, zoals stemmen horen, wanen of depressies. Dat was dan nadat we die mensen met een dementie en verstandelijk gehandicapten uitgeplaatst hebben. Maar dat had veel voeten in de aarde natuurlijk. Dat doe je niet een-twee-drie. Dan moet je met die systemen samenwerken zodat ze de inrichting kunnen verlaten. Maar het is wel gebeurd. Zo was het dan uiteindelijk duidelijk dat wij als team alleen nog omgingen met mensen die langdurig, zeer langdurig - dertig, veertig jaar - onder een vrij ernstige psychose hebben geleden."

- Tegen die heersende opvattingen van die tijd ontwikkelde je een geheel andere methode. Niet alleen de ziekteverschijnselen zijn belangrijk, zeg je, maar ook het levensverhaal van de patiënt. Met andere woorden, een breder én humaner mensbeeld. De mens is meer dan een psychiatrische stoornis!

"Dat was een van de uitgangspunten voor ons als jong team: wat moeten we doen? We kunnen nog een keer doen wat al zo vaak gedaan is, nog een keer hetzelfde, medicatie of weet ik wat. Maar we hebben radicaal gezegd: het gaat hier niet om chronische of uitbehandelde patiënten, het gaat hier om 150 mensen. Dat heeft consequenties, als je dat zegt. Dan moet je eerst anders met hen omgaan, niet uit een machtshouding maar meer gelijkwaardig. Respectvol omgaan, wat heel veel vroeg van ons, een attitudeverandering. En dan moet je kijken naar hun familieleden. Waar zijn die gebleven? Die waren allemaal verdwenen. Die moet je ook rehabiliteren, weer eruit halen uit hun oude wrokgevoelens in de psychiatrie, én je moet het levensverhaal, de levensgeschiedenis van die mensen weer opbouwen, zoals ik het dan ook noem: rehistoriseren. Als je dat dan aanpakt, vraagt dat de volgende tien jaar heel veel van je, op een andere manier dan, iets nieuws."

- En dat is dat werken binnen die triade waarover je dan spreekt in je boek!

"Dat is die triade patiënt, familie en hulpverlener. We wisten al heel vroeg: alleen als je het samen doet, kom je ook vooruit. De familie heeft ook veel informatie over het verleden. Het verdriet en alles. De patiënt kan natuurlijk uit eigen ervaring vertellen en wij als hulpverlener kunnen daar goed op inspelen wat hun werkelijke behoeften zijn. Dat we echt kunnen veranderen in hun leven. Dat is dan niet spectaculair, maar bijvoorbeeld een andere omgeving geven, een andere woning of zoiets. Maar het belangrijkste was dat je met die mensen normaal en gelijkwaardig omging in die triade. En dat tien, twintig, dertig jaar lang."

- Het sleutelwoord van jouw benadering is dan ook rehabilitatie. Wat wil je nu met die rehabilitatie precies bereiken? Ik meen te weten dat het echt toch wel een humanistische benadering is: mensen opnieuw de kans, de mogelijkheid geven om keuzes te maken in hun leven!

"De ene kant die vooropstaat is natuurlijk het stigma van krankzinnigheid wegnemen, dat ze gewoon chronisch uitbehandeld zijn, gekken. Het zijn gewoon mensen dus, eerhersteld, zoals het woord letterlijk zegt, eigenlijk. Maar aan de andere kant ook praktisch iets doen: betere begeleiding geven, door ons als hulpverleners, meer met mensen op een gelijkwaardige basis omgaan, maar ook kijken naar andere woonvormen, waar ze beter kunnen wonen dan in grote inrichtingen, of misschien zelfs iets te doen hebben, iets werken overdag. En ook hun geld bijvoorbeeld goed beheren, want dat was ook altijd een heel groot probleem, dat ze daar geen weg mee konden. Als je die dingen niet aanpakt, dan wordt de patiënt nog apathischer of nog meer teruggetrokken. Zijn ziekte wordt daardoor alleen nog maar erger. Maar als je dat alles aanpakt, in de loop der jaren, als iemand dan buiten woont en zelfstandig zijn geld kan beheren, contact heeft met zijn familie, dan bloeit hij helemaal op, heeft hij een nieuw leven."

- Je zegt dan ook met andere woorden dat die benadering, een rehabilitatie, een sterk morele component heeft. Het gaat om dialoog en menselijke waardigheid!

"Dat is voor mij nog altijd de kern gebleven tot aan het einde, naast die praktische dingen. De kern is dat je met die mensen moreel, ethisch, gelijkwaardig omgaat. Dat respect voelen mensen haarfijn aan! Als je dat door de jaren heen volhoudt en doet."  

- Nu, als je kijkt naar de psychiatrie van vandaag, of misschien al eens een blikje werpt naar de psychiatrie van morgen, vrees je niet dat, door de marktwerking in de psychiatrie, nu net die klemtonen die jij wilt leggen, weer zullen verdwijnen?

"Voor mij is de marktwerking, zoals ik het in mijn boek geschreven heb, een morele misdaad. Ik zeg het nog een keer: een morele misdaad én een cultuurverlies voor de hulpverleners. De hulpverleners worden gedwongen om weer zoals vroeger gewoon een diagnose te stellen en het in te vullen in een computer, naar het zorgkantoor te sturen, en dan krijgen we pas geld. Dus productie! De patiënt wordt weer gereduceerd, niet tot chronisch patiënt, maar tot een product. Dan zijn we weer af naar twintig, dertig jaar geleden. Toen noemden ze het chronische patiënten, nu noemen ze het product. Dat is een vreselijke ontwikkeling, vind ik tenminste. Ik heb daar nog een staaltje van meegemaakt van vijf jaar en het was niet makkelijk. Ik zie nog collega's van mij die daar nu nog mee moeten doorgaan: bij de dag wordt die controle van het zorgkantoor erger. Het gaat echt de verkeerde kant op!"

- Tot slot nog iets over jouw filosofische inspiratie, en daarbij vallen namen als Gadamer, Levinas, maar ook Heidegger, Taylor en voornamelijk misschien Albert Camus!

"Camus ken ik natuurlijk al vroeg uit mijn jeugd, maar ik heb daar nooit zo bij stilgestaan, ik heb hem altijd graag gelezen. Maar recent nog, en dat was eigenlijk Jan Hoet die me daarop bracht. Die heb ik leren kennen en is dan een goede vriend van mij geworden, toen hij in Duitsland directeur werd van het MARTa-museum Herford; daar heeft hij een tentoonstelling gehad "Ad absurdum", het absurde. Dat heeft zo'n indruk op mij gemaakt. Alles viel plotseling zo van mij af, toen ik daarover nadacht. Toen ik dan het boek van Camus, "De mythe van Sisyphus", herlezen heb, waar die Sisyphus die steen elke dag omhoog moet rollen, en dan rolt die toch weer naar beneden, dacht ik: dat is precies de kern van al mijn werk, want ik ben in de loop van mijn veertig jaar beroepsleven toch al tientallen methodieken, religies en alles tegengekomen, maar alles niet in het belang van de patiënt, alles in het belang van bepaalde ideologieën. En hier word je bevrijd van elke ideologie en je wordt erop gewezen dat je elke dag er moet zijn voor die mens, die steen met die mens, die steen omhoog te rollen, en de volgende dag weer. Maar daarbij heb je natuurlijk ook een voordeel: als die steen naar beneden rolt, heb je ook even de tijd om rustig naar beneden te lopen, om je eventjes op je gemak te voelen. Dat heb je ook nodig daarbij. Dat heeft mij zo bevrijd, het absurde bestaan, zeker in de psychiatrie, het leven van die mens is vrij absurd. Als je ziet dat mensen zo verschrikkelijk getroffen zijn door ernstige problemen, dan heb ik daar geen woorden voor en dan kan mij geen religie of methodiek bij helpen, dan moet je gewoon aan de slag als mens. Dat heeft mij de ogen toch wel geopend, ja!"

Tot zover nog Detlef Petry. Zijn boek "Uitbehandeld, maar niet opgegeven. Het persoonlijke verhaal van een psychiater over zijn patiënten" is een uitgave van Ambo én is te koop in de goede boekhandel.

Dank je wel, Frank. Vragen en bedenkingen over dat alles kunt u kwijt op onze redactie via de website van de HVV: <www.h-vv.be>. Doorklikken als u het allemaal nog eens wilt beluisteren.
Volgende week hebben we het met Lieve Thienpont over suïcidepreventie. En FS heeft het met Tarek Ozman over de toestand in Egypte en hoe het verder moet. Volgende week maandagavond dus, meteen na de nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Maak er nog een mooie week van. Dáág.
 

Valide CSS!