Home arrow Onze Media arrow Radio/ Tv arrow Op de gelukzalige eilanden
Op de gelukzalige eilanden
HVW: VF / "Op de gelukzalige eilanden" (Dethier)

Opname:        06.01.11
Uitz.:        10.01.11
Samenst.:    KVD/VW
Muziek:
0'10"    Signe            E. Clapton        E. Clapton        9 45024-2
0'50"    Harmonie du soir        R. Smits            J.K. Mertz        ACC 23158
1'00"    Zarabandas        The Harp Consort        L. Ruiz de Ribayaz        05472 77810 2
0'20"    The long riders        R. Cooder        R. Cooder        7599-23448-2

Goedenavond en welkom bij HVW, met daarin een bijdrage van het VF over het sociaal-culturele werk. Zo meteen heeft Viona Westra daarover een gesprek met Dirk Verbist. In deze uitzending ook aandacht voor "Op de gelukzalige eilanden" van Hubert Dethier, het vijfde en voorlopig laatste deel van "De beet van de adder". Of de eros verbonden met het utopische denken in de erostraditie van Leopold Flam. Straks meer daarover met mijmeringen van Hubert Dethier over Flam en een gesprek met Willem Elias. Maar eerst het VF en het sociaal-culturele werk. Viona, hoe is het daarmee gesteld?

VF

"Luz y Norte", muziek van The Harp Consort. Dat brengt ons bij het voorlopig laatste boek van Hubert Dethier. "Op de gelukzalige eilanden. Leopold Flam en de utopie" is het vijfde deel van "De beet van de adder". Daarin verbindt Dethier de eros met het utopische denken. Dat doet hij in de erostraditie van Leopold Flam. Opvallend, want met Flam had Hubert Dethier steeds een moeilijke dialectische band. Flam was dan wel Dethiers grote inspiratiebron, maar maakte het zijn leerling op vele manieren niet gemakkelijk. Daarover zo meteen de mijmeringen van Dethier. Daarna praten we verder met Willem Elias over de betekenis van het boek voor de filosofie vandaag. Maar eerst Hubert Dethier en zijn herinneringen aan Flam. Die beginnen in 1956, wanneer de jonge student voor het eerst les kreeg van de meester.

"Dat was in oktober 1956, aan het begin van het nieuwe academiejaar. Ik zat toen, denk ik, in de eerste licentie Germaanse filologie. En we kregen een nieuwe prof voor moderne filosofie en voor oefeningen en lectuur van de moderne filosofen. Dat was dus Flam. Hij was een tijdje aangekondigd. En ik had mij zo geïnformeerd bij oud-studenten van hem die in Brussel gestudeerd hadden in de Eikstraat. Die zeiden mij dat Flam een heel bijzondere man was en dat hij op een heel andere manier lesgaf. Dat hij ongelooflijk inspirerend en provocerend was. Die termen hingen toen reeds in de lucht. En hij had smaak voor die dingen. Enfin, niet te vergelijken met anderen. Ik was dus een beetje voorbereid. Ik wist dat hij boeiende lessen gaf en dat heel wat studenten hoog met hem opliepen. Zelfs als Flam van tijd tot tijd een beetje wispelturig streng kon zijn en dan weer wispelturig zwak. Dus die stemmingen alterneerden. Hij was een man van stemmingen."

"Hij was toen met verschrikkelijke dingen bezig. Natuurlijk, hij was aan het recupereren van de verschrikkingen van de laatste wereldoorlog, van concentratiekampen, die nieuwe herinneringen hadden opgewekt aan zijn kindertijd, toen hij met zijn familie mishandeld werd in Polen door de Poolse soldateska na de inval van de Sovjettroepen in Polen. Dat was in het begin van de jaren 20, onmiddellijk na de Eerste Wereldoorlog, wanneer de revolutie zich moest uitbreiden. Hij heeft dat allemaal meegemaakt."

"En ja, goed… Ik zat daar in die les en het was een les over Descartes. Hij noemde reeds Levinas in die tijd, ook iemand - nietwaar? - die de verschillende blinde vlekken van het cogito had onderzocht. Maar die man kon hij niet proeven. Hij had het heel lastig met hem… Hij noemde hem geen filosoof, maar hij was een soort van judaïst, een ideoloog dus. Ik moet zeggen dat Flam wel raak gezien had. Levinas heeft mij op een bepaald ogenblik door zijn zionistische uitspraken dikwijls zeer gegriefd en geïrriteerd. Maar Flam sprak dan ook over Husserl, over de "Cartesianische Meditationen". Hij heeft wekenlang over die cartesiaanse traditie gesproken en dat was zeer openbarend. En wij moesten ook teksten lezen. Mijn eerste keer dat ik Husserl las, moest ik daar onmiddellijk al iets mee doen en dat presenteren voor een presentatie. Dat was geen klein bier. Maar Flam zal het waarschijnlijk niet goed gevonden hebben, maar hij was mild. Hij was zeer mild voor werkstudenten omdat hij zelf werkstudent was geweest. Ik maakte dus een goede beurt, daar waar ik bij anderen een slechte beurt maakte."

"Flam begon op tijd les te geven. Altijd een beetje vroeger dan. Van die tien minuten tussentijd bleef niet zoveel over. De studenten hadden nauwelijks de tijd om een cola te gaan drinken. Hij ging ook zo laat mogelijk door. Hij was wel hoffelijk tegenover zijn collega's die lesgaven na hem, maar meer dan vijf minuten was de studenten toch niet gegund. Dus dat is inderdaad zo. Maar later ging Flam echt buiten zijn boekje. Ik weet zelfs, toen ik zijn collega geworden was, maar hij had dus een pik op mij op dat ogenblik, maar dat is een ander verhaal… Ik moest in hetzelfde lokaal als hij lesgeven. Wij stonden daar met de studenten te wachten en hij kwam maar niet buiten. Ik had daar les om 16.00 uur, hij had om 16.00 uur met zijn gasten moeten buitenkomen. En ik stond daar soms tot 16.20 uur, waardoor de studenten zeiden: 'Maar professor, wat is er aan de hand? Willen wij maar kloppen?' Ik zei: 'Alsjeblieft niet, doe dat maar niet.' En dan om 16.20 uur kwam Flam buiten met een bliksemende blik, nietwaar, die mij voor een paar uur vernietigde."

"Voor mij is dat een soort van bezegeling van een vriendschap die het zeer moeilijk gehad heeft op bepaalde momenten. Ik heb hem ook als moeilijk mens ervaren, maar ook als gulle mens, als man met een zeer groot hart, maar met een zeer diep wantrouwen, iemand die het hele effect van het ene voortdurend ondermijnde en dwarsboomde. Ik heb een bepaalde dialectiek met hem gehad, vooral met zijn werk. Dingen die ik hem ook schreef. De persoonlijke contacten met hem, zoals tussen ons nu, dat was een soort van monoloog. Hij vertrok en dat was een oneindige monoloog die ongelooflijk interessant was, maar je kreeg nauwelijks de… Je voelde je zo ontzaglijk klein, je voelde je nauwelijks geroepen om daar iets aan toe te voegen. Want dat was het dus, eigenlijk. Maar tot een dialoog is het nooit gekomen. Al wilde hij dat ten zeerste, nietwaar…"

"Ja, het is een postume hulde, omdat ik misschien het gevoel gehad heb dat ik als jongere veel positiever had moeten reageren en op een bepaalde uitnodiging was moeten ingaan. Maar ik ben toen in het bezit gekomen van Flams geheime documenten en zijn dagboeken enzovoorts. En ik heb die moeten ordenen en rangschikken, samen met een paar andere mensen, voor het Museum voor het Vlaamse Cultuurleven. En daar heb ik dingen gelezen. Hij hield er een soort van tribunaal op na, waar weer vreselijke dingen over mij en over anderen werden gezegd. Ik zeg: 'Ja, dat kan dus niet.' En dan heb ik mij weer van hem verwijderd. Na zijn dood. En ik zeg: 'Maar zo wil ik ook niet sterven.' En dan heb ik mij een tweede keer met hem verzoend. En het is gegaan. Ik zeg: 'Mensen zijn toch maar zeer kwetsbaar en mogen niet als rechters oordelen.' Ik ben dus opgehouden een rechter te zijn."

Hubert Dethier en zijn moeilijke verhouding met Leopold Flam. Maar met een blijvende waardering. Dat blijkt ook uit "Op de gelukzalige eilanden", geschreven in de erostraditie van Flam. Inspirerend voor de hele filosofie, maar vooral voor de filosofie vandaag. Daarover praten we verder met Willem Elias. Die noemt Hubert Dethier alvast geen doorgeefluik van Leopold Flam.

"Een filosoof heeft een tekst nagelaten en het is de wijze waarop die tekst door mensen na hem geïnterpreteerd en doorgegeven wordt die maakt dat die filosoof gaat leven. Dat is trouwens ook het boeiende aan de filosofie. Dat het eigenlijk teksten zijn waar geen einde aan komt. De belangrijkheid van het bezig blijven met Flam door Hubert Dethier maakt juist dat, zo zou men kunnen zeggen, er een soort van Hubert Dethierversie is van Flam. Dat levendig houden maakt dat men er niet naast kan dat al die teksten die hij met en door en via Flam en via zichzelf dan in leven gehouden heeft, een van de vele invalshoeken van Flam zijn."

- 'Philosophia perennis', de eeuwigdurende filosofie, die niet meer weg te denken is uit het menselijk bestaan en de maatschappij in het algemeen, het wezen van de mens, maar ook het wezen van de samenleving. Wat is de taak vandaag van de filosoof? Met name van filosofen zoals Flam, zoals Hubert Dethier eigenlijk zijn?

"Wel, de filosofie blijft ook daar, ik zal maar zeggen, eeuwig dezelfde rol vervullen. Ik denk dat we in deze versnelling, in deze overgeterroriseerde wereld, waarin het woord onthaasting een modewoord is geworden, maar in feite de vertraagde gedachte, meer en meer een stap terug zetten en dat toch even nadenken meer dan ooit belangrijk is. De filosofie die het wat rustiger aan doet, van op afstand een reflectie bouwt en de zekerheid van de onzekerheid geeft. Er is maar één zekerheid. Dat is dat we onzeker zijn."

- De zekerheid van de onzekerheid. Maar tegelijkertijd noem je de filosoof ook een ziener, zij het met een kleine z. Op welke manier is dat bij Flam het geval? Op welke manier is dat bij Hubert Dethier het geval?

"Ik denk dat filosofen eigenlijk vrij intuïtieve mensen zijn, een beetje zieners. Ik heb het met een kleine z genoemd omdat die met de grote Z uiteraard de theologie is, hé. De klerikale versie, de vertolking van de theologie. Ziener met de grote Z zit daarin, hé. Die komt met waarheden af met de grote W. De kleine z van de ziener is ook de kleine w van de waarheid. Het is een zeer genuanceerde, eigenlijk persoonlijke interpretatie die natuurlijk niet persoonlijk is, want anders is ze geen filosofie, maar die een alternatief is voor de heersende dogmatiserende, verdorde manieren van denken."

- Zou je nu zeggen dat dit boek eigenlijk alleen maar bestemd is voor of vooral gericht is op academische filosofen? Of is het ook voor een ruimer publiek bedoeld?

"Ik denk dat het juist een boek is zoals filosofie moet zijn, voor de mensen die zich toch nog wat vragen stellen. Er is een hele beweging terug naar de vraag naar zingeving. Misschien met wat twijfels erbij of het moment dat die zingeving kan komen. Maar in elk geval is er een grote zoektocht bij het grote publiek, filosofie is een beetje in de mode, zelfs in deze tijden… Ik zei bijna 'godzijdank', maar dat is ook niet de bedoeling, maar het is 'mens zij dank', zo zou ik het durven te noemen. Waar die verdieping in het denken in deze wat lege tijd toch een mooie aanvulling, een mooie oriëntatie is. En de filosofie als weg voor het leven - 'hodos tou biou', zoals Plato het zo mooi noemde, 'de weg voor het leven' - lijkt mij toch nog altijd een zeer zinvolle aangelegenheid."

Filosofie als weg voor het leven… Daarbij kan "De utopische eilanden" van Hubert Dethier allicht een zinvolle reisgenoot zijn. Willem Elias over het voorlopig laatste boek van Hubert Dethier… Uitgegeven bij VUBPRESS. Eerder in de uitzending had Viona Westra een gesprek met Dirk Verbist. Uw reacties en vragen over dat alles kunt u zoals steeds kwijt op onze redactie via de website van de HVV: <www.h-vv.be>. Doorklikken als u deze uitzending nog eens wilt beluisteren.
Zo, deze aflevering van HVW zit erop en we gaan eruit met muziek van Ry Cooder op de achtergrond, maar volgende week zijn we er weer. Volgende week maandagavond meteen na het nieuws van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Dáág.
 

Valide CSS!