| Onderwijs in Congo |
|
HVW 17.05.10 VF Onderwijs in Congo
Opname: 12.05.10
Uitz.: 17.05.10
Samenst.: KVD/VF
Muziek:
1’35” Tout ceci ne vous rendra pas
le Congo Baloji Baloji 5099
502395 2 8
35” Sankanda de
Courson Lambarena 01-064542-10
20” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2
Goedenavond en welkom
bij HVW, met daarin twee bijdragen. Vijftig jaar onafhankelijkheid van Congo: het
moet gevierd, maar wij kijken met historicus Guy Van Themsche van de VUB terug
op zowat 150 jaar onderwijspolitiek in koloniaal Belgisch-Congo. Met in
hoofdzaak katholieke missiescholen, zo blijkt. En dat liet Congo onvoorbereid
achter na de kolonisatie. Straks meer daarover, maar wij beginnen met Viona
Westra en de bijdrage van het VF. En dan gaat het over Multatuli en 150 jaar “Max
Havelaar”. Viona Westra:
VF
”Tout ceci ne vous
rendra pas le Congo” van Baloji. Heerlijke
rapmuziek met Afrikaanse roots. Die brengt ons bij 50 jaar onafhankelijkheid
van Congo, of liever, 150 jaar koloniale onderwijspolitiek. Die bekijken we met
historicus Guy Van Themsche.
Congo-Vrijstaat werd
in 1908 een Belgische kolonie. Daarvoor was het zowat de persoonlijke speeltuin van Leopold II. Die
had reeds allianties met de zakelijke en de academische wereld, maar ook met de
kerkelijke autoriteiten. Katholieke missies zouden mee zorgen voor een
succesvolle kolonisatie van Congo. Met dat doel was er al een conventie tussen
de onafhankelijke Congostaat en het Vaticaan, waarin de kerk aanvaardde om via
missies onderwijs te geven in ruil voor onder meer grondconcessies. Ondanks de
reeds sterke aanwezigheid van ook protestantse missies verkiest Leopold II
toch het katholieke missiewerk. Een politieke beslissing gericht tegen
buitenlandse belangen. De Belgische koloniale overheden, meestal katholiek,
zullen dezelfde koers aanhouden.
Van in het begin was er
twijfel of zwarten wel onderwezen konden worden: een impliciet, maar toen
evident staaltje van superieure blanke rassenwaan. Toch besloot men tot “de verbeterbaarheid
van de zwarten”. Onderwijs dus, maar gericht op de winstgevende ontginning van
het “wingewest”. Met een massale scolarisatie, ja, maar in hoofdzaak lager
onderwijs. Guy Van Themsche:
Het middelbaar onderwijs of andere vormen van hoger onderwijs, hoger
technisch onderwijs bijvoorbeeld, werden altijd zeer beperkt gehouden en altijd
gefocust op zeer specifieke noden: vroedvrouwen, laboranten, helpers in
medische centra, enzovoort. Maar de grote meerderheid van de Congolese
bevolking moest in de eerste plaats liefst die eerste twee jaren van het lager
onderwijs meemaken, waar de basisrekenkunst en de basiswoordenschat werden
aangeleerd. Daar bleef het dan bij voor die grote massa. Misschien ook een paar
cijfers om de omvang van dat fenomeen te duiden. Wanneer we in de Leopoldiaanse
periode zitten, dan spreken we van amper 50.000 kinderen die op min of meer
vage wijze onderwijs krijgen. Als we dan in het interbellum en in de periode na
WO II zitten, zijn dat ongeveer 400.000 kinderen. Maar dan komt die grote
sprong. Aan de vooravond van de dekolonisatie, rond de jaren 1958-1959, zitten
we met ongeveer 1,7 à 1,8 miljoen Congolese kinderen die, zij het maar voor
enkele jaren, in het onderwijs zitten. Dus van 400.000 naar 1,8 miljoen: dat is
toch een grote sprong na WO II.
Het interbellum en de
organisatie van het onderwijs daar: kun je zonder meer stellen dat bijvoorbeeld
vooral de missiescholen dan actief waren?
Wel, in theorie bestonden er officiële scholen, die zeer weinig in aantal
waren, maar dat was dus ook de zin van de conventie die toen bestond.
Onmiddellijk werden die officiële scholen ook toevertrouwd aan katholieke
instanties. Dus ook die officiële scholen werden als het ware gerund door de
clerus. Daarnaast had men een net van gesubsidieerde vrije scholen, dus de
katholieke scholen die geld van de overheid kregen. Voorts waren er nog private
initiatieven die geen subsidies kregen. Meer bepaald had men dan ook nog een
segment van het katholieke onderwijsnet, dus zonder subsidies. En dan het net
van de protestantse vrije scholen, ook niet-gesubsidieerd, waarover we het
daarstraks hadden. Ten slotte, in de marge bijna, hadden enkele grote bedrijven
ook enkele vormingsinitiatieven, enkele scholen, technische schooltjes kun je
ze noemen, die specifieke personeelsopleidingen aanboden, bijvoorbeeld Union
Minière, voor haar mijnwerkerspersoneel.
Er zijn i.v.m. die
ontwikkeling, die onderwijspolitiek in Belgisch-Congo dan, toch een aantal
namen die naar voren geschoven kunnen worden en die niet onbelangrijk zijn, hé?
Het is vooral belangrijk na WO II om te kijken naar wat er gebeurt met
de nieuwe oriëntaties die dan ontstaan. Want dan ziet men vanuit liberale zijde
voornamelijk een aanzet tot de heroriëntering van die schoolpolitiek. In die
zin dat men dan begint te denken aan de invoering van echte officiële scholen,
neutrale scholen, die dus niet door de clerus geleid zouden worden. In de
eerste plaats voor de blanke kinderen, dus voor de kinderen van de expats kun
je ze noemen, daar waren in 1946 de eerste officiële athenea voor geopend. Een
drietal, later een vijftal. En dan, in een tweede instantie, komt men tot de
vraag om ook in officieel, neutraal onderwijs te voorzien voor de Congolese
kinderen. Om precies dat christelijke monopolie van het onderwijs te doorbreken.
Daar is dan de grote naam die geciteerd moet worden: die van Auguste Buisseret,
die minister van Koloniën wordt in 1954 en die functie behoudt tot 1958.
Het gaat dan eigenlijk
om een soort van Congolese schoolstrijd die hij gaat voeren, hé?
Ja, dat is het hem nu net, hé. Dus het feit dat die liberale en
socialistische strekking die dan aan de macht is, ijvert voor de invoering van
het officiële, neutrale onderwijs voor de Congolezen, lokt inderdaad een hevige
reactie uit bij de katholieke wereld in België, en bij de missies in Congo in
het bijzonder, die dat als een regelrechte aanval beschouwen. En inderdaad komt
er in Congo, net zoals in België in dezelfde periode, een soort van
schoolstrijd. Een hevig oplaaiende polemiek tussen enerzijds de officiële
koloniale overheden en anderzijds de katholieke partijen die in de oppositie
zitten, die natuurlijk de katholieke kerk steunen in hun strijd tegen die
maatregelen.
Die Auguste Buisseret was
een antiklerikale liberaal. Wat levert zijn schoolstrijd dan uiteindelijk op?
Wel, eigenlijk een soort van schoolpact avant la lettre. Ons schoolpact,
het Belgische schoolpact, dateert van 1958. Vanuit de polemiek die ontstaat
rond het koloniale schooldossier zijn er al in 1956 enkele akkoorden
afgesloten, die je eigenlijk compromissen kunt noemen, waarbij het budget
inderdaad voor een deel zou gaan naar de bouw van officiële scholen voor Congolezen,
en een ander deel van dat budget werd gereserveerd voor de bouw van katholieke en
ook protestantse scholen voor de Congolezen. Dus een soort van deal die het
dossier probeerde te ontmijnen. Ja, dan staan we natuurlijk heel dicht bij de
dekolonisatie.
Kun je nu zeggen dat
die minischoolstrijd het monopolie van de missieschooltjes heeft doorbroken en
dat er inderdaad ook een ander net is ontstaan?
Wel, in principe bestond dat, maar kwantitatief gezien stelde het amper
iets voor. Het waren enkele tienduizenden Congolezen die dan naar officiële
scholen gingen. Het waren er honderdduizenden, ja zelfs bijna twee miljoen, die
in die christelijke scholen onderwijs volgden. Daar was de disproportie natuurlijk
nog totaal.
Opvallend is die (bijna)
totale afwezigheid van secundair onderwijs op niveau, en van hoger onderwijs,
laat staan universitair onderwijs. Was dat een bewuste politiek van de
overheid?
Ja, dat sloot natuurlijk helemaal aan bij die vrees van de koloniale
autoriteiten om die misnoegde elites, die halfbakken intellectuelen, te zien
ontstaan. Ook vanuit dat oogpunt heeft men geopteerd om het koloniale universitaire
onderwijs zo veel mogelijk uit te stellen. Uiteindelijk heeft men één aanzet al
van in het interbellum. Dat zijn dus hogere technische opleidingen in medische
wetenschappen en in landbouwkunde. De Leuvense universiteit bijt daar de spits
af met twee initiatieven, die men enerzijds FOMULAC en anderzijds CADULAC noemt.
Na WO II bouwt men daarop gedeeltelijk verder om dan uiteindelijk te komen
tot een eerste universiteit in de volle zin van het woord, namelijk de
universiteit van Lovanium bij Leopoldstad, het huidige Kinshasa. In 1954 gaat
die eerste kandidatuur van start. Natuurlijk ook door de confrontatie met de
vrijzinnigen, en vanuit liberale en socialistische hoek, werd die stap naar een
katholiek universitair onderwijs helemaal niet in dank afgenomen. Met het
gevolg dat, zodra de “weerwraak” komt vanuit die liberaal-socialistische hoek, de
regering-Van Acker-Buisseret, men dan in 1956 de stichting heeft van een
concurrerende, officiële universiteit in Elisabethville. Men moet daar dus ook
de zaken goed relativeren. In Lovanium aan de vooravond van de dekolonisatie
zitten er ongeveer vijfhonderd Congolese studenten, terwijl het latere Lubumbashi,
Elisabethville, ongeveer tweehonderdvijftig Congolese studenten telt. Dus er
zijn er nog geen duizend die hoger onderwijs volgen. Dat is nog iets anders dan
de mensen die reeds het universitair diploma behaald hebben. Dat is nog een
geringer aantal. In 1960 zijn er uiteindelijk een dertigtal die, ofwel in
België ofwel in Congo zelf, een universitair diploma in de strikte zin van het
woord behaald hebben. Amper dertig.
Ook eens even gaan
kijken naar wat men van kerkelijke zijde, katholieke zijde, daartegenover
plaatst in Belgisch-Congo. Er waren wel opleidingen voor priesters, landeigen
priesters noemt men dat dan, of priesters die ook op een bepaalde manier dan
eigenlijk kunnen functioneren binnen het kerkelijk apparaat van Belgisch-Congo.
Eens even zeggen: dat kleinseminarie eerst en daarna het grootseminarie. Hoe
belangrijk is dat geweest?
Wel, dat is niet belangrijk kwantitatief, natuurlijk, omdat dat geen tienduizenden
zwarten waren die daar schoolliepen, onderwijs volgden. Maar het is wel
kwalitatief belangrijk. Die eerste seminaries worden inderdaad elk gesticht vóór
WO I. Het zijn initiatieven die erop gericht zijn om inderdaad een
inlandse clerus te vormen. En die eerste priesters komen er inderdaad. Stefano
Kaoze, de eerste priester, denk ik, in 1920, als mijn geheugen mij niet in de
steek laat. De eerste bisschoppen worden dan ook stilaan gewijd, dus inderdaad
streefde de katholieke kerk naar een afrikanisatie van de kaders. Dat is een
slogan die net voor de onafhankelijkheid in heel wat andere middens – de
bedrijfswereld, het leger, de administratie – naar voren werd gebracht, maar
die tot voor een goed stuk toch al gerealiseerd was in de katholieke kerk zelf omdat
de katholieken in de jaren vijftig al probeerden om vooruit te lopen op de
politieke dekolonisatie. Dus dat men inderdaad de volgende situatie heeft: op
het moment dat Congo de kaap van de onafhankelijkheid bereikt, beschikt de
katholieke kerk al over een vrij sterk autochtoon apparaat, dus een groep
kaders die dat apparaat kunnen runnen, terwijl dat helemaal nog niet het geval
is voor de openbare functies.
Je hebt al enkele keren
benadrukt dat het eigenlijk een bewuste strategie was van de koloniale
overheden.
Iets wat ook preciezer gezegd moet worden, is misschien het volgende. Ook
vanuit leidende liberale kringen vlak na WO I was men ervoor gewonnen om
inderdaad een grote rol aan de katholieke kerk toe te kennen in het onderwijs.
Omdat men oordeelde, zoals bijvoorbeeld de liberale minister van Koloniën Louis
Franck, dat religieus onderwijs inderdaad een goede methode was om die bevolking
te disciplineren. Om haar westerse waarden aan te brengen, maar haar dus ook
gehoorzaamheid bij te brengen. En het is in die functie dat men vooral die
onderwijspolitiek op langere termijn moet zien. Het opleiden van een heel
beperkt aantal gerichte technische inlandse krachten, maar vooral het vormen
van een gehoorzame, gedweeë groep van Congolezen die inderdaad in het koloniale
gareel zouden blijven lopen. Dat was zowat de basisfilosofie van die
onderwijspolitiek.
“De
basisfilosofie van de onderwijspolitiek in Belgisch-Congo”. Dat was nog Guy Van
Themsche van de VUB. Met uw vragen en bedenkingen kunt u terecht op onze
redactie: HVW, Lange Leemstraat 57, 2018 Antwerpen. Telefonisch op
03 233 70 32. En uiteraard is er ook de website: h-vv.be. Doorklikken als u deze uitzending nog
eens wilt horen.
Zo, dit HVW zit erop. Wij gaan eruit met
muziek van “Bach in Africa”, maar volgende week zijn wij er weer. FS heeft dan
een gesprek met Kris Van Kerckhove en volgt de uitreiking van de Arkprijs van
het Vrije Woord aan Geert Buelens. Volgende week maandag meteen na de
nieuwsflash van 20.00 uur op Radio 1. Graag tot dan. Daaag.
|