| Nico Carpentier |
|
Opname: 20.03.08 Uitz.: 24.03.08 Samenst.: KVD / FS Muziek: 10” Signe E. Clapton E. Clapton 9 45024-2 40” In praise of dreams J. Garbarek J. Garbarek ECM 1880 9811068 1’30” De mening van de straat K. De Bruyne K. De Bruyne (cd ‘Groot gelijk’ – Sabam) Goedenavond. Welkom bij HVW, met daarin aandacht voor de zogenaamde burgermedia, alternatieve media anders dan mainstreammedia zoals kranten, radio en televisie. Ze brengen nieuws en informatie die de mainstreammedia lieten liggen en doen dat via het internet, vrije radio’s of zelfs gsm. Alternatieve media dus, en dat doen we in een gesprek met Nico Carpentier van de VUB. Maar we hebben ook aandacht voor ‘Reflecties – film als filosofie’ van Johan Swinnen. FS vertelt straks hoe je daarvan een exemplaar kunt bemachtigen. Maar we beginnen met burgermedia. Burgermedia, het is geen nieuw fenomeen. Indymedia, Mikpunt 175, Blokwatch, … We hadden er eerder reeds aandacht voor. Burgermedia lijken spontaan te ontstaan in het spoor van moderne communicatiemiddelen zoals het internet, vrije radio’s of gsm. Burgers verzamelen en verspreiden informatie die niet door de mainstreammedia gebracht wordt, oefenen zo hun communicatierecht uit en doorbreken het monopolie van de gevestigde, klassieke media. Exemplarisch is het verhaal van Indymedia. Dat ontstond in de VS uit het ongenoegen t.a.v. de officiële berichtgeving over de antiglobalistische beweging. Die nam die berichtgeving zelf in handen via het internet en … Indymedia was geboren. Volgens Nico Carpentier van de VUB verstevigen de burgermedia het democratische weefsel door hun alternatieve karakter, hun aandacht voor de sociale bewegingen en de aard van hun medewerkers en publiek. We hadden een gesprek met hem en de eerste vraag ging over het alternatieve karakter van burgermedia. Nico Carpentier: Vaak zie je toch wel dat er een belangrijke inhoudelijke klemtoon komt op het alternatief functioneren, alternatieve berichtgeving, andere soorten van nieuws, andere soorten van duiding, andere soorten van achtergronden brengen, maar ook andere soorten van muziek, want alternatieve muziekgenres zijn evenzeer belangrijk binnen die alternatieve radiowereld. Dat is één belangrijke component. Maar vaak zijn ze ook alternatief georganiseerd. Dus intern zie je dat participatie daar heel belangrijk is, dat dus een basisdemocratisch principe toch bij veel van dat soort organisaties primeert. In de ideologie van de burgermedia is het een zeer belangrijke component dat die participatie geoptimaliseerd en gemaximaliseerd wordt, zowel intern in de besluitvorming alsook op het vlak van toegang voor mensen die kunnen meewerken. Is het een beetje te gemakkelijk om te zeggen dat die nieuwe media, om het dan zo te noemen, het nieuws oppikken dat door de mainstreammedia een beetje verwaarloosd wordt of blijft liggen? Het is inderdaad waarschijnlijk iets te eenvoudig. Maar voor een belangrijk deel zie je opnieuw dat die ideologie van alternatieve media, dat alternatieve nieuws voor hen zeer belangrijk is. Indymedia is een klassiek voorbeeld. Omdat het nu steeds meer naar nieuws over het middenveld is opgeschoven, vanuit de reflectie juist dat er in de klassieke mainstreammedia heel weinig over dat middenveld is terug te vinden. Dus je merkt dat effectief wel. Maar tegelijkertijd werken ook alternatieve media via die principes van nieuwsgaring, hebben zij ook hun selectiecriteria en zie je dat sommige feiten gewoon door allerlei media worden opgepikt. Misschien worden de feiten wel op een andere manier gerepresenteerd, op een andere manier in beeld gebracht, op een andere manier geframed, maar zie je soms dezelfde verhalen natuurlijk perfect opnieuw opduiken op allerlei plaatsen. De slogan die ze meestal hanteren is:’Don’t hate the media, be the media'. Is dat een slogan die nog altijd opgang maakt? Het is een typische Indymedia-slogan die van in het begin is gelanceerd en in oorsprong, toen Indymedia gegroeid is uit die andersglobaliseringsbeweging, was er een enorme frustratie bij hen omdat ze zelf op een zeer onhandige manier gerepresenteerd werden, maar ook omdat ze de verhalen die zij belangrijk vonden niet in die mainstreammedia terugvonden. En dat is voor een zeer groot deel de ontstaansgeschiedenis van Indymedia geweest: ‘We moeten proberen om los van wat die mainstreammedia doen, toch een alternatief verhaal te lanceren.’ Maar tegelijkertijd zie je dat die dingen nog wel wat in de tijd zijn opgeschoven en dat er een nieuw soort van ideologie is ontstaan, waarbij er niet meer zo sterk negatief gereageerd wordt tegen die mainstreammedia, maar er toch nog altijd vanuit een eigen invalshoek, een eigen ideologie, een eigen identiteit wordt gekeken: zijn er punten van samenwerking mogelijk, zijn er bondgenootschappen mogelijk, zijn er punten waarop we niet zo negatief moeten reageren tegen die mainstream, maar waar we gewoon met hen kunnen samenwerken? Want dat is een verschuiving die door de jaren heen stilletjesaan gebeurd is en die eigenlijk nog bezig is, en waarin ik zelf heel erg geïnteresseerd ben om te zien waar die uitkomt. Want ik denk dat het effectief belangrijk is om die kritische krachten die bij organisaties zoals Indymedia aanwezig zijn, en die natuurlijk ook binnen de journalistiek van de mainstreammedia aanwezig zijn, te bundelen. Druk ik het een beetje te sterk uit als ik zou zeggen dat die alternatieve media dan ook zeer sterk neigen naar wat men de sociale bewegingen noemt, bv. ook de syndicale beweging? En dat zij nogal een sterke binding hebben met een bepaald publiek? Vakbonden en natuurlijk de hele sociale strijd die daarachter zit, zijn belangrijke thema’s voor heel wat alternatieve media. Maar het is tegelijkertijd een misverstand om te veronderstellen dat alternatief functioneren een soort van claim van progressief links is. Natuurlijk niet, je kunt evenzeer vanuit een zeer rechtse tot extreem rechtse invalshoek alternatieve media gaan bedrijven. Het is iets wat je heel vaak ook in academische literatuur over die alternatievemediabeweging vergeten ziet worden. Rechts en extreem rechts kan perfect functioneren op identiek dezelfde manier en kan vanuit die alternatieve reflex ook zijn eigen ideologie, zijn eigen gedachten naar voren schuiven. Niemand is eigenaar van het internet, van de ether, van allerlei soorten van geschreven formats. Die kunnen door iedereen gebruikt worden. Het concept ‘alternatieve media’ kan door iedereen geclaimd worden. De notie van alternativiteit is open. Alle media, zeker de nieuwsmedia, beroepen zich erop en beroemen er zich zelfs op dat ze redactioneel onafhankelijk zijn en objectief nieuws brengen of toch objectieve duiding brengen enz. Hoe geldt dat dan voor die alternatieve media? Hoe kunnen zij hun redactionele onafhankelijkheid toch ergens bewerkstelligen? Dat is een ongelooflijk complexe vraag. Ik denk dat, in essentie, als je ziet hoe mainstreammedia en redacties zich organiseren, zij heel vaak sterk werken rond dat redactiestatuut en de onafhankelijkheid die daaruit voortkomt en die als dusdanig door dat statuut beschermd wordt, hé. Dat is de grote reflex die daar optreedt. Je merkt dat op een veel minder geformaliseerde manier hetzelfde ontstaat bij allerlei soorten van alternatieve media, want zij proberen ook, maar dan veel informeler, zichzelf te beschermen tegen allerlei vormen van invloed, zowel van binnenuit als van buitenuit. Je moet, denk ik, ermee rekening houden dat dit basisdemocratische instellingen zijn waar natuurlijk ook een zekere vorm van interne controle en sociale druk kan ontstaan en waar via dat soort van mechanismen geprobeerd wordt hetzelfde te bereiken. Het ironische van de hele zaak is dat mijns inziens heel wat van de alternatieve media soms op erg soortgelijke manieren functioneren. Misschien veel minder geformaliseerd, veel minder bureaucratisch ingevuld, zo je wilt, maar heel wat van de mechanismen vind je terug. Tegelijk zie je wel dat er binnen die alternatieve media een soort van kritische reflectie ontstaat op de manier waarop de mainstreammedia die dingen aanpakken. Bv. de discussie over objectiviteit is iets wat heel sterk leeft binnen die alternatieve media, om de eenvoudige reden dat hún objectiviteit niet de andere objectiviteit is. De objectiviteit van alternatieve media is een andere invulling dan diegene die de mainstreammedia daaraan hechten. Je hebt hier min of meer een systeem van bottom-u, zou ik het bijna kunnen noemen. Dat vooral de gebruikers van die media ook die media gaan invullen en in feite een soort van seismografische functie gaan hanteren. Maar dit zijn geen professionele journalisten, om het zo te zeggen. Is dat uiteindelijk geen gevaar voor ‘verkeerde’ journalistiek? Het is niet omdat iemand professioneel tewerkgesteld is dat die persoon per definitie een expert is. Ik denk dat in veel gevallen je ook kritische bemerkingen bij het niveau van expertise in de mainstreammedia mag leggen. Maar tegelijkertijd mag je ook niet van de redenering uitgaan dat mensen die niet professioneel tewerkgesteld zijn, per definitie geen experten zijn. Ook zij hebben door de tijd een zeker expertise verworven. Soms omdat ze ook professioneel vanuit andere kanalen met die thematieken bezig zijn. Soms omdat ze gewoon al heel lang in die alternatieve media functioneren en het klappen van de zweep ook perfect kennen. Maar ik denk dat de overheid toch ook wel een rol speelt in dezen? Je hebt de Raad voor Journalistiek die ervoor zorgt dat enkele misschien problematische vormen van berichtgeving aangekaart kunnen worden en waar nodig gedesavoueerd kunnen worden, maar wat voor een belangrijke mate ontbreekt vanuit die overheid, zijn juist de nodige impulsen voor alternatieve media. In de Noord-Belgische geschiedenis van mediaregulatie zie je dat er heel weinig aandacht is geweest om een beleid te ontwikkelen om die alternatieve media te ondersteunen op een respectvolle manier die natuurlijk hun alternativiteit niet vernietigt. Als je kijkt naar de geschiedenis van de alternatieve radio’s in Noord-België, is dat huilen met de pet op. Dat beleid gedurende die 20 jaar zoeken naar manieren om daar regulerend mee om te gaan, is verschrikkelijk slecht geweest. En het heeft die alternatieve media nergens een stapje vooruit kunnen helpen. Er zijn enkele ideeën, ook in het buitenland, ontwikkeld: laten we alternatieve financieringsfondsen ontwikkelen op basis juist van kwaliteitsvol functionerende alternatieve media om hen te ondersteunen. Maar dat luik van een mediabeleid ontbreekt. Hoor ik nu meteen ook een pleidooi om die alternatieve media te ondersteune en ze mogelijk te maken in het kader van het versterken min of meer van het democratische weefsel van onze samenleving? Wat volgens mij heel problematisch is, is dat er een belangrijke mediasector bestaat die door een overheid heel sterk genegeerd wordt. En die moet niet per se op een negatieve manier gereguleerd worden, maar ik denk dat een stimulerende houding, een mediafonds zoals het ook in het zuiden van het land en zoals het ook in Frankrijk bestaat, zeker aan de orde is. En wat juist die hele redenering ondersteunt, is de gedachte dat dit soort media een heel belangrijke democratische bijdrage leveren. Op heel wat verschillende vlakken. Op het vlak van organisatie stelt het mensen die media maken in staat om mee te beslissen over de manier waarop die organisatie gemanaged en beheerd wordt. De alternatieve media geven toegang aan mensen die niet professioneel zijn, maar toch met media willen werken. Ze maken het mogelijk dat mensen, om het mooi te formuleren, hun communicatierechten uitoefenen. Het recht om te communiceren, het recht om een mening naar de buitenwereld te brengen, is heel belangrijk vanuit democratisch oogpunt. Dit soort alternatieve media maakt net dat mogelijk. Nico Carpentier met een stevig pleidooi tot de overheid om de burgermedia meer te ondersteunen. En een goede aanzet daartoe vind je alvast in het boek van Paul Van Lerberghe ‘Burgermedia’. Je kunt het bestellen bij www.getbasic.be en www.burgermedia.be. ‘De mening van de straat’. Dat was Kris De Bruyne. Dat brengt ons tot de bijdrage van FS. Waarover gaat die, Frank? Een tijdje geleden gaf Johan Swinnen het boek ‘Reflecties – film als filosofie’ uit, waarin hij filosofische dialogen voert met zeven Vlaamse filosofen. Onmiddellijk rijst dan de vraag of er zoiets bestaat als filosofie van de film of filmfilosofie. Kunnen met andere woorden filosofische reflecties en film samengaan? Johan Swinnen: Het medium film, en anderzijds filosofie – het waarom, het hoe, het denken, ook het reflecteren op de samenleving – is door heel wat filosofen altijd aangepakt, aangegrepen en werkelijk met twee handen omarmd om datgene wat zich afspeelt op dat witte doek, te gebruiken om hun eigen ideeën te verklaren. En dat had mij aangegrepen. Ik had internationaal al gezien dat er heel wat belangstelling was voor die wereld van film/filosofie, werkelijk hoe die film de wereld een grotere dimensie geeft, maar ik merkte ook in eigen land en ook hier in Vlaanderen, met een aantal filosofen die ik door de jaren heen ontmoet had, dat zij me toch geregeld verrasten met een regelmatig bezoek aan de bioscoop. Grote films die een invloed hadden. Een van de belangrijke figuren die daar voor mij zijn geweest, is mijn professor filmgeschiedenis en filmtheorie Hubert Dethier die aan de VUB filosofie gaf, godsdienstenoverzicht en zo meer, maar vanuit een groot stuk enthousiasme ook plots verantwoordelijk was voor die cursus. Zijn lessen en zijn verhalen over de films ‘L’année dernière à Marienbad’, Alain Resnais, Goddard, Antonioni enz. hebben mij altijd aangegrepen om die mensen eens te gaan opzoeken en specifiek aan hen te vragen welke film hun leven de moeite waard maakt, of er films zijn die hun hartstocht duidelijker maken en waaraan ze terugdenken als ze aan de tafel zitten te schrijven over filosofie. Elke tijd heeft behoefte aan zijn eigen film, lees ik ergens in het boek. De waarde van de film blijkt dus niet afhankelijk te zijn van zijn esthetische kwaliteit, maar van de uitwerking ervan op de kijker! Je ziet dat vandaag de dag er heel veel films zijn die kassuccessen zijn in de bioscoop, en ook Oscars krijgen. Denk ook aan grote bekroningen als de Gouden Leeuw of de Gouden Palm, voor films die heel vaak een sociaal engagement hebben. Dat is ietwat verbazend omdat we een beetje in een samenleving zitten die eerder naar een verrechtsing gaat, een zeer sterk doorgedreven individualisme. In die filmwereld zie je vaak zelfs ontspannende films, zoals ‘Paris’ op dit ogenblik, maar waar dan die thematiek aan bod komt van mensen die uit Kameroen weg willen, de gevaarlijke oversteek doen naar de Canarische Eilanden om uiteindelijk in het Westen een nieuw leven te beginnen. Je krijgt een heel aantal gegevens waar fundamentele vragen over de samenleving gesteld worden. Dat merk je natuurlijk. En de filosofen merken dat zeer sterk, waardoor ze juist die stap kunnen zetten van het individuele gevoel. Die discussie die ze met zichzelf aangaan, kunnen zij verruimen naar een breder publiek, maar ook naar een ruimere thematiek. Je ziet dat met onze huidige filosofen, maar je ziet dat ook internationaal daar werkelijk de handen voor opengedaan worden van enerzijds die troost die men kan vinden omdat er in die films zich een wereld afspeelt en zij heel duidelijk een soort dagelijks rollenpatroon tonen, waarin de identificatie natuurlijk zeer groot is. Het is dus ook niet onbelangrijk dat er enkele waardevolle gevoelens meegegeven worden in een film, opdat natuurlijk het publiek dat daarnaar kijkt, zich daar voor een stuk mee identificeren gaat en dat duidelijk voelt. Daardoor zouden we bijna kunnen zeggen dat film in de twintigste eeuw zeker, maar ook nu in de 21ste eeuw voelbaar een zeer grote educatieve werking heeft. Ik denk dat film op een zeer open, confronterende manier werkelijk een heel grote invloed kan hebben op de jeugd en gegevens op de tafel kan gooien, hetgeen je niet zo duidelijk kunt met bijvoorbeeld een medium – hoezeer ik het ook genegen ben – als fotografie of schilderkunst, of zelfs theater, waar je nog altijd het gevoel hebt dat je een stilstaand beeld hebt, in het geval van fotografie en schilderkunst, theater, waar het zich afspeelt en waar je soms ook de menselijke tekortkomingen voelt. Iemand die eventjes een tekst kwijt is of een stap zet die niet helemaal voorzien is. Bij film heb je natuurlijk de ultieme droomfabriek waar de mensen volledig in kunnen gaan en uiteraard die filmfiguren heel dicht bij henzelf gaan staan. Het is ook misschien in die zin dat Willem Elias in het boek zegt dat film ons kan tonen wat leven is. Maar film is toch ook een vluchtig medium. Meestal zie je hem één keer. Blijft het dan niet oppervlakkig? Het is ook mooi dat u Willem Elias aanhaalt, want hij is nu net de filosoof die de stap ook zet naar de lach, de dubbelzinnigheid, maar ook het bevrijdende van de lach, wat juist in een film kan. Het voorbeeld dat hij neemt, ‘The great dictator’ van Chaplin, is juist zo’n voorbeeld om met een van de gruwelijkste zaken die we in de mensheid hebben meegemaakt, de genocide tijdens de Tweede Wereldoorlog, en met zo’n figuur als een Adolf Hitler te gaan lachen, te relativeren, een spel te laten opvoeren. En natuurlijk, die lach bevrijdt en laat ook het moderne en het klassieke denken over film samengaan. Daarbij sluit het tweede aspect aan dat hij behandelt in zijn filosofie en zijn denken over film, te weten carnaval. Elias is natuurlijk ook van Aalst, hij is dus opgegroeid in die wereld, maar hij zegt heel duidelijk dat je voelt hoe die lach de stap kan zetten naar een bepaalde gebeurtenis, waardoor je toegang krijgt tot de essentie van ons leven, van datgene wat we dagelijks meemaken, maar waar film juist iets extra's aan toevoegt, een stukje meerwaarde aan geeft, een surplus aan geeft, waar je vertrekt van die realiteit, dat is juist die paradox ook, maar dat je komt naar die verbeelding om teruggeplaatst te worden in de tijd – en tijd en beweging zijn juist zo belangrijk in film – naar de essentie van wat het leven wel is. Een andere uitspraak in het boek is: ‘Film geeft het best het filosofische denken weer’. Is dat vanwege de complexiteit van het filmgebeuren? Maar aan de andere kant zie je toch ook dat er weinig filosofen zijn die zich uitdrukken in film of in filmtaal! Misschien drukken zij zich niet uit in filmtaal, maar we zien toch wel een heel sterke beweging met de nieuwe groep. We hebben een beetje het afscheid gehad, er zijn filosofen en sociologen overleden de voorbije jaren, Baudrillard en de anderen liggen achter ons. Als we nu kijken naar de huidige groep van filosofen, en ik tel daar ook de zeven filosofen bij die ieder op hun manier een antwoord proberen te geven om die persoonlijke ervaringen te koppelen aan de reflectie, merk je toch dat filosofen als een Michel Onfray recent een boek heeft uitgebracht waar hij zelfs praat over een manier van filmisch leven en dat heel concreet maakt waar hij het leven van Nietzsche zal gebruiken om zelf in zijn theoretisch-filosofisch boek een scenario te schrijven dat tot op heden nog niet verfilmd is, maar waar hij de filmtaal zal gebruiken, namelijk de vorm van een scenario om het gedachtegoed en zijn eigen reflecties over Nietzsche neer te schrijven in een scenario. Ik denk dat dat nieuw is. Dat is een gegeven dat we nog niet gehad hebben. We zijn van Michel Onfray boeken, publicaties, teksten en optredens met zijn volksuniversiteit gewoon, maar hier krijgen we dus dat hij werkelijk een scenario zal gebruiken om dat te doen. Als we kijken naar de controversiële filosoof Žižek uit Ljubljana, Slovenië, dan zien we dat hij recent ook een dvd heeft uitgebracht waar hij juist naar filmplaatsen gaat waar Hitchcock en anderen gefilmd hebben, en daar zijn verhaal naar voren gaat brengen over wat nu eigenlijk de parameters zijn die in een film gebruikt kunnen worden. Die zijn zo rijk! We zitten met die traditionele kunsten, zo vaak met eendimensionale of tweedimensionale ruimten. Terwijl je in film geluid hebt, de mogelijkheden van een montage en om in zwart/wit of in kleur te werken, je kunt met flashback werken. En al die mogelijkheden worden de dag van vandaag meer en meer ontdekt door die filosofen, waarmee ze natuurlijk kunnen zeggen hoe complex het leven is, hoe complex ons denken is, maar die filmtaal helpt ons enorm. Is het niet juist de filosofie, het denken over, dat het genieten van een film in de weg staat? Aan een film geeft men zich over, zegt men dan, je kijkt als het ware door het medium heen! Ja, maar als je goed luistert en in het boek ook de interviews met de filosofen leest, dan merk je dat het een grote invloed gehad heeft. ‘Het zevende zegel’ van Ingmar Bergman in 1957, werkelijk het schaakspel met de dood, ook met het geloof, heeft bijvoorbeeld op Etienne Vermeersch een enorm grote indruk gemaakt. De film heeft zelfs bijgedragen tot zijn stap om uit de jezuïetenorde te gaan en om opnieuw de liefde voor een vrouw te ontdekken. Hij zegt dat zeer openlijk in het boek. Zo zie je ook bij Antoon Van den Braembussche bijvoorbeeld, bij de film ‘Adaptation’, postmodernisme, die waanzinnige plotwendingen, hoe hij dat aangrijpt ook om zijn vrije denken daar een uiting in te geven en dat hij zegt dat er vragen worden beantwoord, andere niet. Niet iedereen gaat akkoord met de inhoud en de wending die hij gebruikt om bijvoorbeeld de film ‘Adaptation’ te plaatsen en uit te leggen, maar dat is juist het mooie: de film laat wel die openheid, dat niet-dogmatische om inderdaad dat te gaan gebruiken. Ik heb zelden gemerkt dat het plezier weg is bij deze mensen. Tot zover nog Johan Swinnen. Het boek 'Reflecties – Film als filosofie’ is een uitgave van VUBPRESS en is te koop in de goede boekhandel. Voor de geïnteresseerden heeft de VUBPRESS vijf gratis exemplaren klaarliggen. Het enige wat je moet doen, is een mailtje sturen naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, je hebt Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken met vermelding HVW – Reflecties, en natuurlijk ook je adres. Een onschuldige hand zal dan bepalen wie de boeken krijgt toegestuurd. Alvast veel succes! Dat was nog Johan Swinnen bij FS. Daarmee zijn we aan het einde van dit HVW gekomen. Reacties en vragen kun je kwijt op onze redactie. Die vind je aan de Lange Leemstraat 57 in 2018 Antwerpen. Telefoneren kan op het nummer 03 233 70 32. En uiteraard is er ook de vrijzinnige website: www.h-vv.be. Wij gaan eruit met muziek van Jan Garbarek op de achtergrond, maar volgende week zijn we er weer. FS heeft het dan met Anne Provoost over ‘Beminde ongelovigen, een atheïstisch sermoen’. Volgende week maandagavond, en vanwege geen ‘Feyten of Fillet’, meteen na het nieuws van 19.00 uur op Radio 1. Nog een fijne avond en graag tot dan. Daaaaag. |