| Naema Tahir |
|
HVW – HVR
Uitz.: 02.06.08
Opn.: 29.05.08
Real.: Frank Stappaerts
Naema Tahir
Beginindicatief
-- Goedenavond luisteraar en welkom in HVW. Vanavond praten we met Naema Tahir. Enkele maanden geleden was ze te gast op een open vergadering van Liberales, waar we haar konden interviewen. Tahir is geboren in Engeland, uit Pakistaanse ouders. Ze studeerde rechten in Leiden en werkte tien jaar als juriste voor onder meer de Verenigde Naties en de Raad van Europa. In 2005 debuteerde ze met ‘Een moslima ontsluiert’. Later volgde nog de roman ‘Kostbaar bezit’. En onlangs verscheen van haar een nieuwe roman, ‘Eenzaam heden’, waaruit ze zelf een fragment voorleest. Naema Tahir:
'Ik wil
aarden,' zuchtte ik en ik smeerde die aarde over mijn wangen, kin, mijn
voorhoofd.
Ik wilde
aarden, en ik wist dat het me zou lukken. Ik was anders dan mijn ouders. Zij
wilden niet aarden, terwijl ze het wel kónden.
In wezen
konden we allemaal aarden; wij die onszelf graag de wereld toe-eigenden. Wij
die vertrokken en deden alsof we nooit aankwamen. Wij, Migranten met een
hoofdletter. Besloten we maar onze longen te vullen met diezelfde kostelijke
zuurstof die in ons gedroomde paradijs werd ingeademd. Schoten we maar wortel.
En lieten we die maar diep doordringen in de aarde die ons reeds aanvaardde
terwijl wij haar niets terugschonken.
Wij
Migranten aarzelden, waren afstandelijk en trots. Wij, eeuwige reizigers,
voelden ons belemmerd door de kwellingen van ons schuldgevoel, die ons ervan
weerhielden zich bij haar te nestelen, haar tot ons thuis te bestempelen, haar
lief te hebben. Schuldgevoel en schaamte waren onze pesticide, ons gif dat de
groei van onze wortels afremde, zelfs deed verschroeien, totdat we pijn kregen
om ons huidige bestaan, omdat we pijn Wilden om ons huidige bestaan, want
alleen door die pijn overtroffen we onze schaamte en schuld. Dus kwamen we
nooit aan. We aardden niet. We leden. We huilden tranen van heimwee. We
herinnerden onze verloren verledens, totdat ze onze hedens verdrongen, totdat
ze ons de lust tot wortelen in dit nieuwe land ontnamen, bang zoals we waren
ontworteld te raken van ons oude land.
Maar ik had
geen oud land. Ik had alleen dit land in het heden.
'Ik wil
aarden,' zuchtte ik nogmaals, bukkend op het bed van klei in de donkere eenzame
tuin.
Naema Tahir, je hebt in je
leven al heel veel grenzen overschreden. Is die wil om te aarden, waarover je
het zonet had, daarvoor een compensatie?
Ik denk het wel. Iedereen wil ergens thuishoren en
iedereen moet een stukje paradijs op aarde vinden. En als je vertrekt, verlies
je eigenlijk jouw paradijs, je oude paradijs. En als je ergens aankomt, probeer
je dat te hervinden en eigenlijk lukt dat niet, waardoor dat verlangen van
aarden heel erg zwaar wordt en soms tot een obsessie wordt, maar je kunt niet
anders dan je ergens thuis voelen als je verder wilt want je woont samen met
andere mensen, die er anders uitzien, die een andere taal spreken en je moet
daar beklijven wil je verder kunnen. En heel veel migranten kunnen dat niet.
Je hebt de naam een kritische moslima te zijn en in
die zin schrijf je ook over seksualiteit. Moslima’s moeten hun seksualiteit in
eigen handen nemen, zeg je, anders zal er nooit iets veranderen!
Ik geloof dat seksualiteit een fenomeen is dat moslims
en niet-moslims van elkaar houdt. En waarom? Dat is omdat moslimvrouwen
eigenlijk niet kunnen trouwen met niet-moslims. Wat gebeurt er als migranten
die moslim zijn naar het Westen migreren? Het zijn er miljoenen in Europa, iets
meer dan zestien miljoen zelfs. Hun vrouwen mogen dus niet huwen met iedereen
die ze tegenkomen, maar alleen met moslims. Dat legt een hele taks op
integratie en je zult dan ook zien dat ouders, vooral vaders, die dochters
constant beschermen. Ze mogen niet te veel mengen met jongens want straks
zullen ze verliefd worden op die westerse jongens en met hen willen trouwen.
Nu, als een moslimvrouw met een niet-moslim trouwt, dan is het moslim-zijn niet
speciaal en dat moet wel speciaal worden gehouden. Dat is eigenlijk waar de
emancipatie van de moslimvrouw over gaat. Ze mag haar eigen seksualiteit, maar
ook haar eigen relatievorming niet zelf invullen en ze heeft dus geen
zelfbeschikking over haar eigen lichaam. Daarnaast heb je het gebod op haar dat
zij als maagd in het huwelijk moet treden, en dat raakt ook aan haar
seksualiteit. Haar maagdelijkheid, haar seksualiteit, haar lichaam behoort niet
haar toe, maar aan haar vader en eigenlijk ook weer aan de gemeenschap. De
gemeenschap oefent een controlefunctie op haar vrijheid van seksualiteit uit.
Daarom schrijf ik erover. Niet alleen omdat ik het emancipatorisch belangrijk
vind, maar ook omdat ik me zorgen maak om de hypocrisie, omdat heel veel
vrouwen aan hun seksualiteit proeven, maar dat verborgen moeten houden omdat ze
als maagd in het huwelijk moeten treden. Als het open zou komen, dan zou dat
heel veel consequenties hebben, zelfs voor hun veiligheid. Dus het is heel
wezenlijk om erover te schrijven.
Zelf heb je in die context gepleit voor
zelfontmaagding!
Dat was toen ik net begon met schrijven. Toen zat er
heel veel van die actieve, die actiegerichte mensenrechtenjurist in mij en er
was natuurlijk een heel heftig debat en ik vond dat heel veel moslimmeisjes –
dat vind ik nog steeds – onder het juk leven dat ze als maagd in het huwelijk
moeten treden. En dat zijn geen maagden! Er is heel veel ondergrondse
seksualiteit. Maar dat moeten ze verbergen en dat leidt tot angst bij die
meisjes, en angst houdt iedereen klein. Ze krijgen minder zelfvertrouwen en dan
zullen ze nooit de macht van hun man aantasten. Dus ik dacht: neem het heft in
eigen handen, kaart die maagdelijkheidscultus aan en accepteer het niet. Het is
jullie lichaam en laat maar zien. Ik had een oproep gedaan voor een symbolische
zelfontmaagding, waarbij je eigenlijk gewoon een bebloed laken op het balkon
zet om te laten zien dat je niet meedoet aan de maagdencultus, want het is jouw
lichaam. Maar niemand heeft het gewild en dat heeft me ook weer geleerd dat
moslima’s nog niet zo heel snel willen emanciperen en de angst om snel te
emanciperen is er omdat ze niet westers willen zijn. Maar dan vraag ik mij af
wat willen ze dan wel zijn. Dat zijn heel zware issues.
Is het daarover dat je het dan ook hebt wanneer je
spreekt over ontsluieren? Want je bedoelt uiteraard veel meer dan de sluier
afnemen!
Ja, de sluier is natuurlijk letterlijk een sluier die
een vrouw draagt om te laten zien dat ze kuis is – dat in de eerste plaats. En
ik ben herkenbaar moslima, dus ik hoor tot een andere groep dan die vrouwen die
niet gesluierd zijn. Maar de sluier, figuurlijk, is de taboecultuur. In
traditionele gezinnen, in een collectivistische cultuur met een patriarchale
structuur waar de vader de beschermheer is en de meisjes toch kwetsbaarder
zijn, zul je zijn macht constant bevestigen als je daar niet uit losbreekt. Daar
spreekt men niet over. Men spreekt niet over de positie van de vrouw die veel
minder is, maar het gaat ook heel veel verder: het gaat eigenlijk over islam an
sich. Moslims zijn nog steeds niet in staat om op een historische manier om te
gaan met hun heiligheden. Alleen al de Koran bijvoorbeeld wordt nog altijd door
iedere moslim, of het nou geloofd wordt of niet, gezien als een geopenbaarde
goddelijke tekst en er is nooit echt door moslims zelf en masse een soort
filologische, tekstwetenschappelijke benadering van de Koran geweest. Hoe zijn
die zinnen tot stand gekomen? Wie is daar verantwoordelijk voor? Welke taal
bestond er toen? Zolang je dat niet doet, blijft een tekst heilig en mag je die
tekst niet bekritiseren. Maar als de tekst wel wordt bekeken, ook al is het uit
de context gehaald, staat er bijvoorbeeld wel in dat de vrouw geslagen mag
worden. Dat alleen al, en dan zijn er natuurlijk enkele andere voorbeelden. Die
tekst zou je nooit kunnen veranderen als je hem heilig verklaart. Maar daar spreken
dus moslims heel weinig over. Dat is eigenlijk mijn pleidooi: je moet je
ontsluieren, en dan heb ik het niet over je hoofddoek afdoen of niet, maar
kritisch daarover nadenken. Denk er kritisch over na wat het doet met een
gemeenschap als zij niet bereid is om ook haar heiligheden ter discussie te
stellen. Want die heiligheden dienen uiteindelijk – natuurlijk kun je geloven
dat het goddelijke openbaringen zijn – wel een bepaald doel. Wat is dat doel?
Is het om de macht van de mannen te bevestigen of in stand te houden, om de
vrije moslim te faciliteren in zijn vrijheid, maar niet de vrije vrouw te
faciliteren in haar vrijheid? Dat soort vragen moet gesteld worden.
MUZIEK
De hoofddoek is momenteel in Vlaanderen een hot item.
In navolging van Antwerpen verbiedt de ene gemeente na de andere de hoofddoek
en dat zorgt heel vaak voor verhitte discussies. Hoe kijk jij daartegenaan?
Ergens las ik dat je de hoofddoek ziet als een vorm van puberaal verzet!
Ja, kijk: de hoofddoek is een duizend-dingen-doek.
Veel moslima’s zullen zeggen dat het hun religieuze vrijheid is. Ik vraag me af
of het echt hun religieuze vrijheid is. De hoofddoek is ook een sociale dracht
en heel veel moslima’s dragen hem uit overwegingen van statement, om hun
identiteit te manifesteren, om zich af te zetten tegen de ander, om expliciet
te maken dat ze moslim zijn, en dat doe je omdat je ook expliciet niet de ander
wilt worden. Dus die elementen zitten er wel in en dat is wel erg puberaal
gedrag. Pubers hebben dat: je hebt gothic pubers, je hebt pubers die in
hardrock gaan en dan een bepaald uiterlijk aannemen, je hebt pubers die
allerlei idolen na-apen in hun gedrag en in hun kleding. Dat is bij moslima’s
niet anders, alleen we mogen dat niet zeggen omdat we dan denken dat het
meisjes zijn die uit religieuze overwegingen een hoofddoek dragen. Ik vraag me
echt af of ze dat doen. Daar moeten we over spreken. Hoe ik verder tegen de
hoofddoek aan kijk? Ik geloof in de rechtsstaat, en de rechtsstaat is tot stand
gekomen om een bepaalde reden en daar is een hele geschiedenis aan
voorafgegaan, dat de staat zich niet mengt in religie. Als je dan de staat
vertegenwoordigt in een functie, dan mag je ook niet uiten dat je een bepaalde
religie aanhangt. Dat geldt natuurlijk het meest voor functies als een rechter,
die een oordeel velt over een ander mens, een verdachte. Die mag niet uiten wat
die gelooft, wat die persoon gelooft. Daarom vind ik dat in een rechtbank geen
hoofddoek hoort. En ook in andere functies waarin een moslima of een moslim of
welke persoon ook, met welke religie dan ook, de staat vertegenwoordigt, hoort
geen uiterlijke kentekentaal van die religie, dus geen symbool van die religie.
Daar moeten we ook constant streng in zijn. Het is natuurlijk lastiger wanneer
iemand de staat vertegenwoordigt, maar geen beslissingsbevoegdheid heeft in een
uitvoerende bevoegdheid. Dan, misschien voor de goede orde, voor toch de
diversiteit in de samenleving, laat ik het liever aan het mesoniveau over, dus
aan de gemeenten of de schoolbesturen zelf, om te beslissen wat ze willen.
Willen ze die hoofddoek niet of willen ze die hoofddoek wel? Maar waar je wel
beslissingsbevoegdheid hebt, ben ik tegen de hoofddoek.
Nu kun je, paradoxaal genoeg, ook niet zeggen dat de
hoofddoek emancipatorisch werkt voor moslimmeisjes of althans voor een aantal
van hen?
Dat is het vreemde van een hoofddoek. Kijk, u moet
zich voorstellen: een vader heeft een dochter en is bang dat zijn dochter te
westers wordt of Nederlandse of Belgische vriendjes krijgt en haar
maagdelijkheid verliest. Zij kan die angst van hem wegnemen door een hoofddoek
om te doen. Want een hoofddoek geeft een meisje wat ik noem ‘instant purity’:
ze doet hem om en ze is meteen een kuis meisje, zonder dat je eigenlijk naar
haar karakter kijkt. Als ze dat doet, is de vader ook minder bang of heeft
minder wantrouwen, als zij bijvoorbeeld haar actieradius vergroot of de
publieke ruimte opeist, naar buiten gaat, studeert, werkt, enzovoort. Dus als
zij een hoofddoek omdoet, kan dat in sommige gevallen haar juist meer vrijheid
geven om zich toch te ontplooien. Dat is het paradoxale. We denken dat een
hoofddoek een vrouw juist achterhoudt en onderdrukt – hetgeen hier en daar wel
een bepaald element is: het onderdrukt in ieder geval de emoties, want ze moet
kuis zijn en zich inhouden –, maar voor veel meisjes geldt het als een
kledingstuk waardoor ze wel naar buiten mogen gaan en hun ding mogen doen. Er
is ook een ander aspect! Dat is dat de vader natuurlijk in zo’n
collectivistische cultuur, in die gemeenschap, ontzettend gevoelig is voor wat
de gemeenschap vindt van zijn dochters. En als in zo’n geval een meisje een
hoofddoek draagt, dan weet hij dat zijn vrienden, andere moslimmannen in andere
winkels, weet ik veel wat, ook met een gerust hart denken: oké, dat meisje is goed,
die dochter van mijnheer Mustapha is goed, want ze draagt een hoofddoek. Dat
heeft hij nodig om in die gemeenschap een bepaalde positie te behouden. Dat
zegt dus heel veel over de eer van de man, die in de handen van de moslimvrouw
ligt, of eigenlijk zou je moeten zeggen in het lichaam van de moslimvrouw. Dat
maakt haar heel kwetsbaar. Dus de hoofddoek is eigenlijk een issue, het is maar
goed dat we daar heel serieus mee omgaan. We moeten er in ieder geval over
blijven spreken welke verschillende lagen een hoofddoek heeft en wat voor
sociale en psychologische aspecten het ook met zich meebrengt.
Je laatste boek ‘Eenzaam heden’ gaat over botsingen
tussen de eerste en de tweede generatie migranten. In hoeverre is het verhaal
ook autobiografisch geïnspireerd?
Het is niet het verhaal van mijn leven. Als ik mijn
verhaal zou schrijven van toen ik kind was en in Engeland opgroeide, had ik
eigenlijk helemaal niet die issues van identiteit. Ik was migrant, maar ik wist
dat niet. Ik was anders, maar iedereen was anders. Ik was moslim en er waren
mensen die niet-moslim waren, maar het was gewoon geen issue. Later natuurlijk
heb ik wel de kwesties van identiteit gehad en ik heb die ervaringen in mijn
persoonlijke leven, maar ook vooral in mijn professionele leven opgedaan. Ik
heb tien jaar als jurist gewerkt, waarvan zo’n zeven jaar echt met
mensenrechten- en migratie- en vluchtelingenrecht, en dat zijn toch ook weer
migranten en mensen die anders zijn en in een ander land wonen. ‘Eenzaam heden’
is geïnspireerd op mijn professionele en privéleven en ook op wat ik denk dat
migranten meemaken omdat ik me zelf natuurlijk heel lang ontworteld heb
gevoeld, me ontheemd heb gevoeld, en in ieder geval weet hoe het is om ergens
te willen thuishoren en er anders uit te zien zoals ik eruitzie en een
Arabische naam te hebben zoals ik dat heb. Ik weet hoe het is om anders te zijn
en hetzelfde te willen zijn als iedereen in je omgeving. Dus die inspiratie heb
ik zeker in mijn leven gezocht, maar het is niet het verhaal van mijn leven.
Je werkte voorheen als juriste, je zei het al, je
hield je met mensenrechten bezig. Nu, als juriste redde je levens, las ik
ergens. Wat hoop je met schrijven te bereiken?
In ieder geval persoonlijke groei. Dat is ook de reden
waarom ik begon te schrijven. Ik wilde dingen doorgronden, vooral het menselijk
tekort. En ik wilde vooral laten zien dat migranten ook mensen zijn. Inmiddels
ben ik toch iets opgeschoven. Ik voel het als een verplichting om te schrijven.
Het is mijn verplichting omdat ik lid ben van die diaspora, van die verspreide
groep, die anders is, waar wij met zijn allen toch mee worstelen: welke positie
hebben moslims in deze samenleving, in hoeverre zijn democratie en islam te
verenigen, hoe moeten we omgaan met radicalisering en ontspoorde jongeren, hoe
moeten we omgaan met extremisme? Dat zijn issues, en nog veel meer
integratieproblemen bijvoorbeeld die allemaal gaan over moslims die leven in
een dominante cultuur die niet islamitisch is, maar gebaseerd op het
christendom. In zo’n situatie voel ik mij inmiddels verplicht om die groep een
soort profiel te geven en dat is een beperkt profiel want ik ben één persoon en
vanuit die verplichting schrijf ik. Nou, wat hoop ik te bereiken met mijn
boeken? Natuurlijk die persoonlijke groei, wat ik net zei, maar ik wil ook dat
mensen elkaar leren begrijpen en dat mensen beseffen dat er diversiteit is. Ik
hoop uiteindelijk dat wij die identiteit transcenderen, dat we ze wel dragen,
want het hoort bij ons, maar ik hoop dat identiteit, of het nou moslim is of
Marokkaan of Turk of Nederlander, niet op de voorgrond wordt geplaatst maar op
de achtergrond. Dat wij ons met andere dingen gaan bezighouden, zoals wie zijn
wij en hoe kunnen wij met elkaar in verbinding komen en binden met elkaar. Dat
zijn issues die ik belangrijk vind en waarvoor ik literatuur belangrijk vind.
Literatuur toetst eigenlijk onze tolerantie voor elkaar, het leert ons de ander
kennen, neemt angst weg, vertrouwen groeit dan in de samenleving, en in
samenlevingen waar een groot vertrouwensgehalte is, heb je ook een veel betere
economie en een opener samenleving, veel meer mensenrechten, veel groei, veel
meer geluk. Duidelijk zijn het heel grote dingen, maar dat is iets wat ik in
mijn marginale positie wil bereiken. Ik wil mensen ook in hun hart inspireren.
Dat is ook wat verhalen doen. Ze prikkelen je en ze raken je in het hart.
Globaal genomen, is het daaraan ook waaraan je denkt
als je pleit tegen subsidies aan moslimorganisaties? Want, zo zeg je, zo schep
je een moslimzuil, terwijl de overheid juist diversiteit moet aanmoedigen!
Het is een heel lastig issue, want in principe gaat
het systeem en het ontwerp van hoe subsidies worden gegeven aan religieuze
organisaties natuurlijk veel verder in de geschiedenis dan alleen nu wat
moslims betreft. Ik ken die geschiedenis niet zo heel goed, maar wat ik wel
voel en waar ik me wel zorgen om maak, is dat als je moslimnieuwkomers in het
Westen die geen deel hebben uitgemaakt van de samenleving subsidieert, je hen
dan beloont op grond van één etiket, dat is het moslim-zijn. Ik vraag me af:
wie zijn het dan, welke groep van die moslims is het die aanspraak maakt op die
subsidies? Naar mijn smaak is het de mediocriteit, het zijn de middelmatige
mensen die aanspraak maken op de religieuze identiteit en op die grondslag
subsidies willen vragen. Daar maak ik me dus zorgen om. Als je alleen één heel
klein select gezelschap subsidies geeft en ook nog eens dat selecte gezelschap
ziet als gesprekspartner voor de overheid, dat dan meedoet aan het beleid en dan
zogenaamd de rest van de moslims vertegenwoordigt, dan is dat een vertekend
beeld van wat moslims zijn. Vaak zijn het behoudende moslims, soms orthodoxe
moslims, die subsidies aanvragen. Maar zelfs de verlichte moslims of behoudende
moslims die subsidies aanvragen, zullen eigenlijk niet zo heel veel veranderen.
Ze zullen bijvoorbeeld geen dissidente geluiden toelaten, want dat tast weer
hun positie aan, dat tast hun geldpotje aan. Dan zal er dus ook geen
geestelijke groei plaatsvinden in die organisaties. Dus ik zou zeggen: als je
moslims wilt erkennen, belonen, geef dan ook subsidies aan kunsten, geef ook
subsidies aan talenten, ondernemerschap en zo, maar niet alleen aan religieuze
groepen, dat houdt de mensen toch klein en die representeren toch een heel
andere groep, tachtig procent, die een heel andere religieuze beleving heeft,
maar toch wordt gezien als eenheidskoek. Dat is heel gevaarlijk!
En tot zover nog Naema Tahir.
Haar boek ‘Eenzaam heden’ is een uitgave van Prometheus en is te koop in de goede
boekhandel.
En daarmee zijn we aan het
eind van HVW. Samenstelling en presentatie waren van FS. De tekst van dit
programma kun je bestellen bij de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, Lange
Leemstraat 57, 2018 Antwerpen, tel.: 03 233 70 32. En over enkele dagen vind je
de tekst ook op www.h-vv.be.
Volgende week zijn we er weer
en dan heeft KVD het over de Nacht van de Censuur, een HVV-activiteit op 21
juni, met onder meer Vitalsky, en is er ook een bijdrage van het WF over
taalonderwijs en samenleving.
Dit
was het wat ons betreft. Nog een goede avond en graag tot volgende week!
Muziek: 10” High Heels – Sakamoto Sakamoto 262975
1’15” Pulse
– Bangalore Raghavendra INT 3246-2
|